Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2022:6651
2022-07-05
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL22.4026
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
MOB
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2019:579 Raad van State 22-02-2019
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10575 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (3.299 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4026
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs).
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.B. Kabasubabu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op 23 juni 2022 heeft de rechtbank het onderzoek heropend in verband met de beoordeling van het procesbelang en de ontvankelijkheid van het beroep.
Overwegingen
1. Uit het bericht van verweerder van 23 juni 2022 blijkt dat eiser op 22 juni 2022 de opvang zelfstandig heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. Vervolgens heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser op 23 juni 2022 verzocht aan te geven of er nog contact is met eiser en of de gemachtigde van eiser weet waar eiser verblijft. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd.
2. Nu hierdoor niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser en ook weet waar eiser in Nederland verblijft, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de eerder verzochte internationale bescherming in
Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het beroep.1
3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Documentcode: DSR21164759
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4026
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs).
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.B. Kabasubabu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op 23 juni 2022 heeft de rechtbank het onderzoek heropend in verband met de beoordeling van het procesbelang en de ontvankelijkheid van het beroep.
Overwegingen
1. Uit het bericht van verweerder van 23 juni 2022 blijkt dat eiser op 22 juni 2022 de opvang zelfstandig heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. Vervolgens heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser op 23 juni 2022 verzocht aan te geven of er nog contact is met eiser en of de gemachtigde van eiser weet waar eiser verblijft. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd.
2. Nu hierdoor niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser en ook weet waar eiser in Nederland verblijft, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de eerder verzochte internationale bescherming in
Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het beroep.1
3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Documentcode: DSR21164759
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.