Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2022:1913

2022-03-03 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL21.17776
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2022-03-03
Publicatiedatum
2022-03-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL21.17776
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

plakvovo

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.937 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL21.17776


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).



Procesverloop


Bij besluit van 11 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de afgewezen.



Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 14 oktober 2021 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.



Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.




Overwegingen

1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij uitspraak van vandaag is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.




Algemene wet bestuursrecht.