Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2022:12348
2022-11-15
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL 22 22170
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek om opheffing van een voorlopige voorziening. Het opheffen van een voorlopige voorziening met terugwerkende kracht is niet mogelijk. Verzoek afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2005:AT0655 Raad van State 11-02-2005
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.374 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22170
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 16 september 2022 in de zaak met nummer NL22.16516 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen.
Verzoekster verzoekt om opheffing dan wel wijziging van deze voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
2. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening met terugwerkende kracht op te heffen. Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat dit niet mogelijk is. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, rechtsoverweging 2.11.
3. Subsidiair vraagt verzoekster de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening zodanig te wijzigen dat deze als niet getroffen moet worden beschouwd. Dit komt echter eveneens neer op opheffing van de voorziening met terugwerkende kracht hetgeen, zoals hiervoor is overwogen, niet mogelijk is.
4. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing dan wel wijziging van de voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22170
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 16 september 2022 in de zaak met nummer NL22.16516 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen.
Verzoekster verzoekt om opheffing dan wel wijziging van deze voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
2. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening met terugwerkende kracht op te heffen. Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat dit niet mogelijk is. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, rechtsoverweging 2.11.
3. Subsidiair vraagt verzoekster de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening zodanig te wijzigen dat deze als niet getroffen moet worden beschouwd. Dit komt echter eveneens neer op opheffing van de voorziening met terugwerkende kracht hetgeen, zoals hiervoor is overwogen, niet mogelijk is.
4. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing dan wel wijziging van de voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.