Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2021:3287

2021-03-12 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht AWB 19/2766
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2021-03-12
Publicatiedatum
2021-04-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AWB 19/2766
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

COA, beroep niet-ontvankelijk, geen besluit

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.398 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht



zaaknummer: AWB 19/2766


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2021 in de zaak tussen


[eiser] , met v-nummer [V-nummer] , eiser

en


[eiseres]
, met v-nummer [V-nummer] , eiseres
mede namens hun minderjarige kinderen:


[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] 2012,


[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] 2014,


[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] 2018, hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: J.M. Walls),



en


het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, verweerder.




Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het eindigen van de opvang op 8 april 2019.





Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het beëindigen van de opvang van eisers op 8 april 2019. Eisers verzoeken het beroep gegrond te verklaren. Volgens eisers eindigde het recht op opvang van rechtswege door het besluit waarin hun asielaanvragen kennelijk ongegrond verklaard zijn. Verweerder weigerde eisers naar een gezinslocatie te verplaatsen. Eisers zijn herhaaldelijk door verweerder weggestuurd wanneer zij zich in [plaats] voor opvang meldden. Eisers verwijzen naar een e-mail van verweerder van 12 april 2019.

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het einde van de opvang niet voortvloeide uit een besluit van het COA, maar uit het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verder zijn de asielberoepen inmiddels gegrond verklaard, waardoor eisers weer in de opvang van het COA verblijven en er geen belang meer is bij het onderhavige beroep.
4. De rechtbank is van oordeel dat er geen besluit van verweerder ligt tot beëindiging van de opvang, noch dat er sprake is van een feitelijke handeling die gelijkgesteld moet worden met een besluit. Er is geen schriftelijke aanzegging gedaan door verweerder inhoudende dat eisers de opvang moesten verlaten. In de e-mail van verweerder van 12 april 2019 staat dat verzoekers, aangezien zij de voorlopige voorziening, gericht tegen de afwijzende beschikking op hun opvolgende asielaanvraag, in Nederland mogen afwachten, zij dat, gelet op het arrest Gnandi, in de opvang mogen doen. Teneinde toegelaten te worden tot de opvang kunnen verzoekers zich melden op AC [plaats] , aldus verweerder. Deze e-mail is er niet op gericht enig rechtsgevolg tot stand te brengen en kan daarom ook niet als besluit worden aangemerkt. Er is dan ook geen sprake van een voor beroep vatbaar besluit. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de uitspraak van deze rechtbank van 12 april 2019 over het verzoek om voorlopige voorziening.
5. Omdat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.





de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen






griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.




ECLI:NL:RBMNE:2019:1559