Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2021:16473
2021-09-17
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL21.14028
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bewaring, Algerije, zicht op uitzetting, ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9532 Rechtbank Den Haag 20-04-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:5105 Rechtbank Den Haag 18-05-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.484 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14028
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H.W. van Heerebeek).
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A. Jhingoer, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1992] .
Als enige grond voert eiser aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt. Hiertoe verwijst hij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 20 april 20211. Eiser heeft de gronden van de maatregel van bewaring niet bestreden.
2. De rechtbank overweegt als volgt. Bij uitspraak van 18 mei 20212 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, op basis van nader door verweerder overgelegde informatie geoordeeld dat er, anders dan was beslist bij onder meer de uitspraak van 20 april 2021, ten aanzien van Algerije zicht op uitzetting is. De rechtbank verwijst naar hetgeen in
1. ECLI:NL:RBDHA:2021:9532.
2 ECLI:NL:RBDHA:2021:5105.
de uitspraak van 18 mei 2021 is overwogen in rechtsoverweging 3.5. Zij neemt die overwegingen over. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
17 september 2021
en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14028
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H.W. van Heerebeek).
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A. Jhingoer, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1992] .
Als enige grond voert eiser aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt. Hiertoe verwijst hij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 20 april 20211. Eiser heeft de gronden van de maatregel van bewaring niet bestreden.
2. De rechtbank overweegt als volgt. Bij uitspraak van 18 mei 20212 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, op basis van nader door verweerder overgelegde informatie geoordeeld dat er, anders dan was beslist bij onder meer de uitspraak van 20 april 2021, ten aanzien van Algerije zicht op uitzetting is. De rechtbank verwijst naar hetgeen in
1. ECLI:NL:RBDHA:2021:9532.
2 ECLI:NL:RBDHA:2021:5105.
de uitspraak van 18 mei 2021 is overwogen in rechtsoverweging 3.5. Zij neemt die overwegingen over. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
17 september 2021
en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.