Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2021:13956
2021-12-13
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL21.7487
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
artikel 8:54 Awb, beroep niet-ontvankelijk
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:3061 Rechtbank Den Haag 01-03-2019
- ECLI:NL:RVS:2019:2377 Raad van State 10-07-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.006 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.7487
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 december 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 1 maart 2019 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 10 juli 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 1 maart 2019 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank om opnieuw te worden behandeld.
Bij brief van 6 april 2021 heeft de rechtbank eisers gemachtigde verzocht om eisers standpunt in het beroep kenbaar te maken.
Op 22 april 2021 heeft eisers gemachtigde hierop gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eisers gemachtigde heeft op 22 april 2021 bericht dat eiser in Duitsland is en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend.
2. Gelet op dit bericht neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op asiel in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
NL18.24993, ECLI:NL:RBDHA:2019:3061.
ECLI:NL:RVS:2019:2377.
Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.7487
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 december 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 1 maart 2019 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 10 juli 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 1 maart 2019 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank om opnieuw te worden behandeld.
Bij brief van 6 april 2021 heeft de rechtbank eisers gemachtigde verzocht om eisers standpunt in het beroep kenbaar te maken.
Op 22 april 2021 heeft eisers gemachtigde hierop gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eisers gemachtigde heeft op 22 april 2021 bericht dat eiser in Duitsland is en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend.
2. Gelet op dit bericht neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op asiel in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
NL18.24993, ECLI:NL:RBDHA:2019:3061.
ECLI:NL:RVS:2019:2377.