Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2020:4669

2020-05-26 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht AWB - 20 _ 444
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2020-05-26
Publicatiedatum
2020-05-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
AWB - 20 _ 444
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoeken om voorlopige voorzieningen wegens niet tijdig beslissen op aanvragen en bezwaarschriften. Spoedeisend belang gelegen in een geplande openbare woningverkoop. Geplande veiling heeft tot tweemaal toe niet plaatsgevonden in verband met het coronavirus. Er is geen datum bekend voor een nieuwe veiling. Verzoeken daarom niet spoedeisend. Rechtbank wil connexe bodemzaken op korte termijn op zitting behandelen. Geen sprake van een situatie dat de uitspraak van de rechtbank in de bodemzaken niet kan worden afgewacht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (12.726 tekens)
Rechtbank DEN Haag


Bestuursrecht



zaaknummers: SGR 20/444, SGR 20/765, SGR 20/786, SGR 20/793, SGR 20/835,
SGR 20/849, SGR 20/1741, SGR 20/1742, SGR 20/1743, SGR 20/1744, SGR 20/1745, SGR 20/1746, SGR 20/1748, SGR 20/1761, SGR 20/1763, SGR 20/1764, SGR 20/1765, SGR 20/1770, SGR 20/1772, SGR 20/1773, SGR 20/1776, SGR 20/1778, SGR 20/1780, SGR 20/1846, SGR 20/1848, SGR 20/1850, SGR 20/1851




uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 mei 2020 op de verzoeken om een voorlopige voorziening van




[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,


tegen




het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder
(gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum).





Procesverloop


Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor woonkosten (SGR 20/460), de kosten van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand (SGR 20/1009), de kosten van de gemeentelijke belastingen over 2019
(SGR 20/1179) en de kosten van het griffierecht (SGR 20/766, SGR 20/787, SGR 20/795, SGR 20/886, SGR 20/887, SGR 20/987, SGR 20/989, SGR 20/1010, SGR 20/1181, SGR 20/1182 en SGR 20/1256).



Daarnaast heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gemaakte bezwaar tegen de besluiten van 2 september 2019 (SGR 20/836 en SGR 20/850), 5 september 2019 (SGR 20/990 en SGR 20/991), 6 september 2019 (SGR 20/1007),
11 september 2019 (SGR 20/1008), 20 september 2019 (SGR 20/1183 en SGR 20/1233),
23 september 2019 (SGR 20/1236 en SGR 20/1237) en 27 september 2020 (SGR 20/1239 en SGR 20/1243), waarbij verweerder zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht heeft afgewezen.



Ook heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 5 september 2019 (SGR 20/888), waarbij verweerder zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten naar de rechtbank heeft afgewezen.



Connex aan deze beroepen heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in bovengenoemde zaken/zaaknummers.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en gesteld dat spoedeisend belang ontbreekt.



Op 23 mei 2020 heeft verzoeker een nadere toelichting ingezonden, met bijlagen.





Overwegingen


1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemgedingen niet.



2.1
Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.



2.2
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

3. Verzoeker betoogt dat verweerder niet binnen twee weken na de door hem ingediende ingebrekestellingen een besluit op zijn aanvraag dan wel bezwaar heeft genomen en dat verweerder hem daarom een dwangsom verschuldigd is. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij de verzoeken om een voorlopige voorziening omdat hij op

3 januari 2020 van Krans Notarissen respectievelijk op 13 februari 2020 van Boeder Incasso bericht heeft gekregen dat de openbare verkoop (veiling) van zijn woning gepland staat op
16 maart 2020. In zijn nadere toelichting van 23 mei 2020 heeft verzoeker het standpunt ingenomen dat sprake is van afgenomen urgentie omdat de veiling niet is doorgegaan. Aangezien deze op een later tijdstip alsnog zal plaatsvinden, is er wel sprake van spoedeisendheid, aldus verzoeker.


4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker door het uitblijven van besluitvorming in een (financiële) noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen.

5. De datum 16 maart 2020 is inmiddels verstreken. Uit openbare bronnen is de voorzieningenrechter gebleken dat Minister [A] voor Milieu en Wonen, hypotheekverstrekkers en woonpartijen (Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Nationale Hypotheekgarantie en Vereniging Eigen Huis) afspraken hebben gemaakt om ervoor te zorgen dat huiseigenaren niet op straat komen te staan ten tijde van de coronacrisis. Hypotheekverstrekkers zoeken met huiseigenaren naar oplossingen en gaan in deze periode niet over tot gedwongen verkopen van woningen. Zij hebben afgesproken dat tenminste tot 1 juli 2020 niet zal worden overgegaan tot gedwongen verkopen van woningen, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld criminele activiteiten zoals fraude, wietteelt en/of het onderhouden van een drugslab. Dit blijkt uit het ‘Gezamenlijk statement hypotheekverstrekkers over gedwongen verkopen tijdens de Coronacrisis’ van
7 april 2020. Op de website www.openbareverkoop.nl wordt bij de woning van verzoeker vermeld: “Status: Uitgesteld, datum onbekend”.

6. Uit de nadere toelichting van verzoeker van 23 mei 2020 blijkt dat de veiling van zijn huis als gevolg van de coronacrisis is uitgesteld naar 20 april 2020. Dit blijkt ook uit de door verzoeker overgelegde e-mail van Krans Notarissen van 10 april 2020. Ook die veiling is echter niet doorgegaan.

7. De huidige stand van zaken, zo blijkt uit genoemde e-mail van Krans Notarissen, is dat het de notaris niet zou verbazen als de veiling pas na het zomerreces, dus niet eerder dan in september 2020, zal plaatsvinden. Zodra een nieuwe datum bekend is, zal verzoeker worden geïnformeerd, aldus Krans Notarissen.

8. Anders dan verzoeker in zijn nadere toelichting van 23 mei 2020, is de voorzieningenrechter van oordeel dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorzieningen is komen te ontbreken. Daargelaten de vraag of (nog) zeker is dat de openbare verkoop zal plaatsvinden, is er geen concrete datum voor een voorgenomen veiling meer bekend en zal deze blijkens de door verzoeker overgelegde stukken mogelijk niet eerder dan in september 2020 plaatsvinden. Spoedeisendheid kan in deze voorlopige voorzieningenprocedures niet enkel worden aangenomen omdat op een onzekere datum over ongeveer drie tot vier maanden mogelijk een openbare verkoop zal plaatsvinden.

9. Daarbij komt, zoals overwogen in punt 4, dat aannemelijk moet zijn dat verzoeker in een financiële noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen. De rechtbank is voornemens om de aan deze voorlopige voorzieningen connexe bodemzaken op 6 juli 2020 op een zitting te behandelen. Uitgaande van de wettelijke uitspraaktermijn van zes weken, betekent dit dat ook geen sprake is van de situatie dat de uitspraak van de rechtbank niet kan worden afgewacht.

10. De verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.






Beslissing


De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is op 26 mei 2020 gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A.E. Bach, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.







de griffier is verhinderd voorzieningenrechter

deze uitspraak te ondertekenen




Afschrift verzonden aan partijen op:




Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
























BIJLAGE I










Beroepsprocedure


Voorlopige voorziening




SGR 20/460


SGR 20/444




SGR 20/766


SGR 20/765




SGR 20/787


SGR 20/786




SGR 20/795


SGR 20/793




SGR 20/836


SGR 20/835




SGR 20/850


SGR 20/849




SGR 20/886


SGR 20/1763




SGR 20/887


SGR 20/1764




SGR 20/888


SGR 20/1765




SGR 20/987


SGR 20/1761




SGR 20/989


SGR 20/1745




SGR 20/990


SGR 20/1741




SGR 20/991


SGR 20/1742




SGR 20/1007


SGR 20/1743




SGR 20/1008


SGR 20/1744




SGR 20/1009


SGR 20/1748




SGR 20/1010


SGR 20/1746




SGR 20/1179


SGR 20/1776




SGR 20/1181


SGR 20/1778




SGR 20/1182


SGR 20/1780




SGR 20/1183


SGR 20/1770




SGR 20/1233


SGR 20/1772




SGR 20/1236


SGR 20/1773




SGR 20/1237


SGR 20/1846




SGR 20/1239


SGR 20/1848




SGR 20/1243


SGR 20/1851




SGR 20/1256


SGR 20/1850









Een overzicht van de voorlopige voorzieningen met de bijbehorende beroepsprocedures is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, en maakt daarvan deel uit.



https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/04/07/geen-gedwongen-verkopen-van-huizen-gedurende-coronacrisis