Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2020:2479

2020-03-19 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL19.14094
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2020-03-19
Publicatiedatum
2020-03-19
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL19.14094
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

IOM-verklaring / eiser is vrijwillig vertrokken naar het land van herkomst/ geen procesbelang

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.707 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht


zaaknummer: NL19.14094


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: 285.247.2950
(gemachtigde: mr. A. de Haan),



en


de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.




Procesverloop Bij besluit van 23 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.


Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.





Overwegingen

1. Eiser stelt van Azerbeidzjaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op


[geboortedatum] 1969. Op 16 februari 2018 heeft eiser de onderhavige asielaanvraag ingediend.
Verweerder heeft bij het bestreden besluit de aanvraag afgewezen als ongegrond, op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Ingevolge artikel 45, eerste lid, van de Vw 2000 geldt dit besluit als terugkeerbesluit. Tevens is in het bestreden besluit bepaald dat eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten.


2. Uit de verklaring van vertrek van de International Organization for Migration (IOM)

van 17 december 2019 volgt dat eiser op 12 december 2019 is vertrokken naar Azerbeidzjan. In de vertrekverklaring verklaart eiser dat hij Nederland vrijwillig verlaat en ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd.
Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State van 6 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4014, overweegt de rechtbank dat eiser
onder die omstandigheden geen procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep voor zover dit ziet op de afwijzing van de asielaanvraag.


3. Het beroep van eiser, voor zover dat betrekking heeft op de afwijzing van de
asielaanvraag, dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4. In het bestreden besluit heeft verweerder aan eiser een vertrektermijn van vier

weken opgelegd. Voor zover eiser daartegen al gronden heeft gericht, wordt overwogen dat
nu eiser reeds vrijwillig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, hij geen belang meer
heeft bij een inhoudelijke beoordeling van die gronden.


5. Het beroep, voor zover dat betrekking heeft op het terugkeerbesluit, dient daarom
eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier.



Als gevolg van de maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl



Deze uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.