Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2016:7947
2016-06-20
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/502949 / FA RK 16-29
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
voornaamswijziging
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.736 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 16-29
Zaaknummer: C/09/502949
Datum beschikking: 20 juni 2016 (bij vervroeging)
Voornaamswijziging
Beschikking op het op 5 januari 2016 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende te [woonplaats], Groot-Brittannië,
advocaat: mr. C. Arslaner te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift;
een authentiek afschrift van een akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak, met een latere vermelding betreffende voornaamswijziging, nummer: [nummer] van het jaar [jaar], voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [plaats], relaterend de geboorte van verzoekster.
Op 1 juni 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van verzoekster verschenen.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de voornaam van verzoekster in ‘[naam]’.
Feiten
Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit.
Bij beschikking d.d. 1 juli 2013 van deze rechtbank zijn de geboortegegevens van verzoekster vastgesteld en is haar voornaam gewijzigd in ‘[naam]’.
Beoordeling
Ingevolge artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek van toepassing.
Verzoekster motiveert haar verzoek door te stellen dat de naam ‘[naam]’ een diepe bijzondere betekenis voor haar heeft. Ook stelt verzoekster dat zij ten tijde van haar eerdere voornaamswijziging haar naam al wilde wijzigen in ‘[naam]’, maar dat dit vanwege privéomstandigheden niet mogelijk was. Verzoekster heeft beide argumenten niet toegelicht of geconcretiseerd. Daardoor is voor de rechtbank onduidelijk waarom de naam ‘[naam]’ belangrijk is voor verzoekster en waarom zij deze naam niet in de vorige procedure voornaamswijziging heeft verzocht. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat verzoekster onvoldoende gesteld heeft dat sprake is van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging, zoals is bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, bijgestaan door mr. R.A. Smit-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2016.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 16-29
Zaaknummer: C/09/502949
Datum beschikking: 20 juni 2016 (bij vervroeging)
Voornaamswijziging
Beschikking op het op 5 januari 2016 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende te [woonplaats], Groot-Brittannië,
advocaat: mr. C. Arslaner te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift;
een authentiek afschrift van een akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak, met een latere vermelding betreffende voornaamswijziging, nummer: [nummer] van het jaar [jaar], voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [plaats], relaterend de geboorte van verzoekster.
Op 1 juni 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van verzoekster verschenen.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de voornaam van verzoekster in ‘[naam]’.
Feiten
Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit.
Bij beschikking d.d. 1 juli 2013 van deze rechtbank zijn de geboortegegevens van verzoekster vastgesteld en is haar voornaam gewijzigd in ‘[naam]’.
Beoordeling
Ingevolge artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek van toepassing.
Verzoekster motiveert haar verzoek door te stellen dat de naam ‘[naam]’ een diepe bijzondere betekenis voor haar heeft. Ook stelt verzoekster dat zij ten tijde van haar eerdere voornaamswijziging haar naam al wilde wijzigen in ‘[naam]’, maar dat dit vanwege privéomstandigheden niet mogelijk was. Verzoekster heeft beide argumenten niet toegelicht of geconcretiseerd. Daardoor is voor de rechtbank onduidelijk waarom de naam ‘[naam]’ belangrijk is voor verzoekster en waarom zij deze naam niet in de vorige procedure voornaamswijziging heeft verzocht. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat verzoekster onvoldoende gesteld heeft dat sprake is van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging, zoals is bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, bijgestaan door mr. R.A. Smit-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2016.