Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2014:13184

2014-06-04 Bestuursrecht 14/11872
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2014-06-04
Publicatiedatum
2014-10-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
14/11872
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Naar voor de rechtbank volgt uit de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:518, kan een terugkeerbesluit geen rechtskracht hebben indien en zolang verweerder alleen beoogt eiser uit te zetten naar een land binnen de Europese Unie. In dat geval is verweerder ook niet bevoegd een terugkeerbesluit nemen. In het geval verweerder eerder bevoegd een terugkeerbesluit heeft genomen, behoudt dat terugkeerbesluit zijn rechtskracht, zo volgt voor de rechtbank uit de uitspraak van de Afdeling 27 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2799, als verweerder tegelijkertijd met een beoogde uitzetting naar een land buiten de Europese Unie, onderzoekt of uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie. Eerst als wordt bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie, moet verweerder het terugkeerbesluit intrekken. Partijen zijn het erover eens dat verweerder bevoegd was het terugkeerbesluit te nemen. Dat terugkeerbesluit behield zijn rechtskracht. Tegelijkertijd met de aan dat terugkeerbesluit verbonden beoogde terugkeer naar [c], vond het onderzoek plaats naar uitzetting naar [b]. De reden dat uit de voortgangsrapportage niet expliciet volgt dat verweerder tegelijkertijd met dat onderzoek uitzetting beoogde naar [c], is logischerwijs dat alleen het boeken van een vlucht nog ontbrak aan uitzetting naar [c] en het verrichten van die handeling het onderzoek naar de primair door eiser gewenste uitzetting naar [b] zinloos zou kunnen maken. Het onderzoek

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.179 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG



Zittingsplaats Rotterdam




Team Bestuursrecht 2




zaaknummer: AWB 14/11872,[nummer]



uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2014 in de zaak tussen




[eiser]




gemachtigde: mr. S. de Schutter,




en



de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,



gemachtigde: drs. P.E.G. Heijdanus Meershoek.





Procesverloop



Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de op 5 april 2014 aan hem opgelegde maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.




Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2014. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.





Overwegingen


1.



Niet in geschil is dat vanaf de datum waarop het claimverzoek voor België is afgewezen, 13 mei 2013, de uitzetting van eiser was gericht op Marokko en dat mitsdien vanaf 13 mei 2014 een terugkeerbesluit was vereist om eiser in bewaring te kunnen houden.



In geschil is of het terugkeerbesluit van 28 april 2013 (het terugkeerbesluit) rechtskracht had op 13 mei 2013.



2.
De beroepsgrond dat het terugkeerbesluit zijn rechtskracht verloor op de datum waarop verweerder een onderzoek startte naar het gestelde verblijfsrecht in België, althans uiterlijk op 13 mei 2013, faalt.



2.1.
Naar voor de rechtbank volgt uit de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:518, kan een terugkeerbesluit geen rechtskracht hebben indien en zolang verweerder alleen beoogt eiser uit te zetten naar een land binnen de Europese Unie. In dat geval is verweerder ook niet bevoegd een terugkeerbesluit nemen. In het geval verweerder eerder bevoegd een terugkeerbesluit heeft genomen, behoudt dat terugkeerbesluit zijn rechtskracht, zo volgt voor de rechtbank uit de uitspraak van de Afdeling 27 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2799, als verweerder tegelijkertijd met een beoogde uitzetting naar een land buiten de Europese Unie, onderzoekt of uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie. Eerst als wordt bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie, moet verweerder het terugkeerbesluit intrekken.



2.2.
Partijen zijn het erover eens dat verweerder bevoegd was het terugkeerbesluit te nemen. Dat terugkeerbesluit behield zijn rechtskracht. Tegelijkertijd met de aan dat terugkeerbesluit verbonden beoogde terugkeer naar Marokko, vond het onderzoek plaats naar uitzetting naar België. De reden dat uit de voortgangsrapportage niet expliciet volgt dat verweerder tegelijkertijd met dat onderzoek uitzetting beoogde naar Marokko, is logischerwijs dat alleen het boeken van een vlucht nog ontbrak aan uitzetting naar Marokko en het verrichten van die handeling het onderzoek naar de primair door eiser gewenste uitzetting naar België zinloos zou kunnen maken. Het onderzoek heeft niet bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie.



3.
Het beroep is ongegrond. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.



4.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.





Beslissing



De rechtbank:


- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van



mr. C. van Baaren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2014.




griffier rechter




Afschrift verzonden op:




Rechtsmiddel



Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.