Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2014:11572

2014-09-18 Civiel recht C-09-471870 - JE RK 14-1926
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2014-09-18
Publicatiedatum
2014-09-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C-09-471870 - JE RK 14-1926
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwjizing verzoek tot vervanging van de stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.917 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Kinderrechter


Rekestnummer: JE RK 14-1926
Zaaknummer: C/09/471870
Datum beschikking: 18 september 2014


Afwijzing verzoek tot vervanging van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden



Beschikking op het op 13 augustus 2014 ingekomen verzoekschrift van:


de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Den Haag Zuid/Rijswijk
(verder: Bureau Jeugdzorg),



met betrekking tot de minderjarige:

- [minderjarige],
geboren op[geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats];



kind van:


[X],

de moeder,
wonende te [woonplaats],
die vermoedelijk het ouderlijk gezag alleen uitoefent.



De minderjarige verblijft feitelijk bij de tante in Curaçao.




Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen.



Bureau Jeugdzorg heeft aangegeven geen behandeling van het verzoek ter zitting te wensen.



Aan de belanghebbende is bij brief van 14 augustus 2014 een meldbrief gestuurd, conform het bepaalde in artikel 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.




Feiten
De kinderrechter heeft bij beschikking d.d. 29 juli 2014 de ondertoezichtstelling van de minderjarige uitgesproken van 29 juli 2014 tot 18 oktober 2014, met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden.



Verzoek
Het verzoek strekt tot vervanging van verzoekster door de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao, nu de minderjarige verhuisd is van Nederland naar Curaçao.



Beoordeling

De grond van het verzoek is gelegen in de omstandigheid dat door het vertrek van de minderjarige naar Curaçao Bureau Jeugdzorg de ondertoezichtstelling niet langer kan uitvoeren. Dit zal moeten gebeuren door de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao, die zich daartoe bereid heeft verklaard.
De kinderrechter stelt voorop dat krachtens artikel 1:254 BW de ondertoezichtstelling wordt opgedragen aan een Stichting als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet op de jeugdzorg, en dat deze stichting kan worden vervangen door een zodanige stichting in een andere provincie. Vast staat dat de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao geen stichting is in de zin van artikel 1 lid 1 juncto artikel 4 van de Wet op de jeugdzorg, nu Curaçao immers geen provincie van Nederland is. Zodoende kan de kinderrechter de uitvoering van de ondertoezichtstelling niet opdragen aan de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao en wordt het verzoek tot vervanging afgewezen. Het verzoek de ondertoezichtstelling op te dragen aan een – door de kinderrechter aan te wijzen – Bureau Jeugdzorg wordt als onvoldoende onderbouwd eveneens afgewezen.



Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat de beschikking van 29 juli 2014 waarbij de voorlopige ondertoezichtstelling over de minderjarige is uitgesproken krachtens artikel 40 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in Curaçao direct ten uitvoer kan worden gelegd en dat bij de rechter in Curaçao een verzoek tot vervanging van Bureau Jeugdzorg kan worden ingediend (artikel 256, Boek 1, van het Burgerlijke wetboek van de Nederlandse Antillen).



Derhalve zal als volgt worden beslist.




Beslissing
De kinderrechter:


wijst af het verzoek.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2014 in tegenwoordigheid van A.M.C. Guit-van den Berg als griffier.






Ingevolge artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.