Rechtbank Breda
ECLI:NL:RBBRE:2010:BO5413
2010-11-19
Bestuursrecht; Belastingrecht
09/497
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aan belanghebbende is een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 opgelegd wegens niet aangegeven vermogen bij Van Lanschot Luxemburg. De rechtbank oordeelt ambtshalve in een tussenuitspraak dat in de primitieve aanslag de heffingskorting is bijgeteld in plaats van afgetrokken, zodat toen al meer is geheven dan nu bij navordering geheven zou kunnen worden bij correcte verwerking van de heffingskorting. Het gegeven dat op de primitieve aanslag wel het juiste bedrag is terugbetaald (de ontvanger ging blijkbaar wel uit van een juiste verwerking), acht de rechtbank irrelevant. De navorderingsaanslag wordt vernietigd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.752 tekens)
RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/497
Uitspraakdatum: 19 november 2010
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/ Oost-Brabant, kantoor Eindhoven,
verweerder.
Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.
1.Overwegingen
1.1.De rechtbank verwijst naar de inhoud van de tussenuitspraak van 8 september 2010 waarin de rechtbank ambtshalve heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en de navorderingsaanslag.
1.2.De inspecteur heeft bij brief van 6 oktober 2010 aangegeven dat hij met deze conclusie instemt.
1.3.De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van7 oktober 2010 de mogelijkheid gegeven op de brief van de inspecteur te reageren. Belanghebbende heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
1.4.Nu het geschil zich beperkt tot de juistheid van de navorderingsaanslag en belanghebbende geheel in het gelijk wordt gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de zaak af te doen zonder nadere zitting. Het beroep is gegrond.
1.5.De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 966 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).
2.Beslissing
De rechtbank:
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de uitspraak op bezwaar, alsmede de navorderingsaanslag en de boetebeschikking;
-vermindert de heffingsrente tot nihil;
-veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 966;
-gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 39 aan deze vergoedt.
Aldus gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr A.A. den Hartog en mr. W. Brouwer, rechters, en door de voorzitter ondertekend. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 2 december 2010
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/497
Uitspraakdatum: 19 november 2010
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/ Oost-Brabant, kantoor Eindhoven,
verweerder.
Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.
1.Overwegingen
1.1.De rechtbank verwijst naar de inhoud van de tussenuitspraak van 8 september 2010 waarin de rechtbank ambtshalve heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en de navorderingsaanslag.
1.2.De inspecteur heeft bij brief van 6 oktober 2010 aangegeven dat hij met deze conclusie instemt.
1.3.De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van7 oktober 2010 de mogelijkheid gegeven op de brief van de inspecteur te reageren. Belanghebbende heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
1.4.Nu het geschil zich beperkt tot de juistheid van de navorderingsaanslag en belanghebbende geheel in het gelijk wordt gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de zaak af te doen zonder nadere zitting. Het beroep is gegrond.
1.5.De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 966 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).
2.Beslissing
De rechtbank:
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de uitspraak op bezwaar, alsmede de navorderingsaanslag en de boetebeschikking;
-vermindert de heffingsrente tot nihil;
-veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 966;
-gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 39 aan deze vergoedt.
Aldus gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr A.A. den Hartog en mr. W. Brouwer, rechters, en door de voorzitter ondertekend. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 2 december 2010
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.