Rechtbank Breda
ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3808
2010-08-09
Civiel recht; Personen- en familierecht
219551 FA RK 10-2277
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wet voorziet niet in mogelijkheid om een zelfstandig geschil inzake vaststelling verdeling via verzoekschriftprocedure te behandelen. Dient via dagvaarding te worden ingeleid. Zie ook art. 677 RV en 3:178 e.v. BW. Dat MvT bij art. 1:135 BW (welke overigens alleen ziet op afwikkeling huwelijksvoorwaarden en niet tevens op verdeling) anders suggereert, doet hieraan niet af. Verwezen op grond van art. 69 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.151 tekens)
RECHTBANK BREDA
Team familierecht
Enkelvoudige Kamer
Zaaknummer: 219551 FA RK 10-2277
beschikking betreffende vaststelling verdeling,
in de zaak van
(naam),
wonende te (plaatsnaam),
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.A. Remport Urban,
en
(naam),
wonende (straatnaam),
te (plaatsnaam),
hierna te noemen de vrouw.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit het op 21 april 2010 ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen.
3. De beoordeling
3.1 Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidings¬beschikking is op 14 april 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 De rechtbank is, anders dan de man, van oordeel dat nu er geen echtscheidingsproce¬dure (meer) aanhangig is de procedure tot vaststelling van de verdeling bij dagvaarding dient te worden ingeleid.
Volgens artikel 261 Rv worden alleen die zaken bij verzoekschrift ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. Zowel artikel 677 Rv als de artikelen 3: 178 en volgende BW spreken over ‘vordering’ en ‘vonnis’ waar het gaat over verdeling van een gemeenschap. Indien verdeling van de gemeenschap als nevenvoorziening bij echtscheiding wordt verzocht, maakt artikel 827 Rv de verzoekschriftprocedure uitdrukkelijk
mogelijk. De wet voorziet thans niet in een mogelijkheid om een zelfstandig geschil inzake de vaststelling van een verdeling via een verzoekschriftprocedure te behandelen. Dat de Memorie van Toelichting bij artikel 1:135 (welke overigens alleen betrekking heeft op procedures inzake de afwikkeling van huwelijksvoorwaarden en niet tevens op procedures inzake verdeling) anders suggereert, doet aan het vorenstaande niet af.
Op grond van artikel 69 lid 2 Rv zal de rechtbank het geschil dan ook verwijzen naar het team handelsrecht, sector civiel, van deze rechtbank met bevel aan de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit en de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen datum (een woensdag).
4. De beslissing
De rechtbank
verwijst het verzoek naar team handelsrecht van de sector civiel van deze rechtbank en beveelt de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit met als bijlage de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen roldatum (een woensdag).
Deze beschikking is gegeven door mr. Gimbrère-Straetmans, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
in tegenwoordigheid van Van der Veeken, griffier.
verzonden op:
Team familierecht
Enkelvoudige Kamer
Zaaknummer: 219551 FA RK 10-2277
beschikking betreffende vaststelling verdeling,
in de zaak van
(naam),
wonende te (plaatsnaam),
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.A. Remport Urban,
en
(naam),
wonende (straatnaam),
te (plaatsnaam),
hierna te noemen de vrouw.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit het op 21 april 2010 ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen.
3. De beoordeling
3.1 Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidings¬beschikking is op 14 april 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 De rechtbank is, anders dan de man, van oordeel dat nu er geen echtscheidingsproce¬dure (meer) aanhangig is de procedure tot vaststelling van de verdeling bij dagvaarding dient te worden ingeleid.
Volgens artikel 261 Rv worden alleen die zaken bij verzoekschrift ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. Zowel artikel 677 Rv als de artikelen 3: 178 en volgende BW spreken over ‘vordering’ en ‘vonnis’ waar het gaat over verdeling van een gemeenschap. Indien verdeling van de gemeenschap als nevenvoorziening bij echtscheiding wordt verzocht, maakt artikel 827 Rv de verzoekschriftprocedure uitdrukkelijk
mogelijk. De wet voorziet thans niet in een mogelijkheid om een zelfstandig geschil inzake de vaststelling van een verdeling via een verzoekschriftprocedure te behandelen. Dat de Memorie van Toelichting bij artikel 1:135 (welke overigens alleen betrekking heeft op procedures inzake de afwikkeling van huwelijksvoorwaarden en niet tevens op procedures inzake verdeling) anders suggereert, doet aan het vorenstaande niet af.
Op grond van artikel 69 lid 2 Rv zal de rechtbank het geschil dan ook verwijzen naar het team handelsrecht, sector civiel, van deze rechtbank met bevel aan de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit en de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen datum (een woensdag).
4. De beslissing
De rechtbank
verwijst het verzoek naar team handelsrecht van de sector civiel van deze rechtbank en beveelt de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit met als bijlage de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen roldatum (een woensdag).
Deze beschikking is gegeven door mr. Gimbrère-Straetmans, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
in tegenwoordigheid van Van der Veeken, griffier.
verzonden op: