Rechtbank Arnhem
ECLI:NL:RBARN:2011:BP1107
2011-01-05
Civiel recht
683093
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer heeft verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek nu het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.099 tekens)
beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 683093 / HA RK 10-258
Beschikking van 5 januari 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap Biodent B.V.
gevestigd te Nijmegen,
verzoeker tot wraking,
vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van verzoeker]
tegen
mr. [betrokkene], in haar hoedanigheid van kantonrechter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
• het schriftelijke wrakingsverzoek van 3 december 2010;
• het schriftelijke verweer van mr. [betrokkene];
• een reactie op het verweer per mail van verzoeker van 3 januari 2011.
Bij de mondelinge behandeling is [vertegenwoordiger van verzoeker] namens verzoeker verschenen.
Mr. [betrokkene] heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2. Het wrakingsverzoek
2.1 Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. [betrokkene] als kantonrechter inzake de procedure 683093 \ CV EXPL 10-3706 \ 396 DtB, tussen verzoeker en Dentres B.V.
2.2 Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij het gevoel heeft dat mr. [betrokkene] toelaat dat hij wordt afgeschilderd als iemand die de waarheid probeert te verdraaien, hetgeen niet het geval is.
2.3 Mr. [betrokkene] heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.
3. De beoordeling
Volgens artikel 37 lid 1 Rv moet het wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door de indiening van een wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere proceshandelingen zijn verricht. De rechtbank constateert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden voor de wraking verzoeker reeds op 5 november 2010 bekend zijn geworden of redelijkerwijs behoorden te zijn. Verzoeker heeft pas op 3 december 2010 een wrakingsverzoek op grond van die feiten en omstandigheden ingediend. Dat is te laat, zodat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn verzoek. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de rechtbank daarom niet toe.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. P.J. Wiegman (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en G.A. van der Straaten, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.B. Wichman en in openbaar uitgesproken op 5 januari 2011.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 683093 / HA RK 10-258
Beschikking van 5 januari 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap Biodent B.V.
gevestigd te Nijmegen,
verzoeker tot wraking,
vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van verzoeker]
tegen
mr. [betrokkene], in haar hoedanigheid van kantonrechter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
• het schriftelijke wrakingsverzoek van 3 december 2010;
• het schriftelijke verweer van mr. [betrokkene];
• een reactie op het verweer per mail van verzoeker van 3 januari 2011.
Bij de mondelinge behandeling is [vertegenwoordiger van verzoeker] namens verzoeker verschenen.
Mr. [betrokkene] heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2. Het wrakingsverzoek
2.1 Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. [betrokkene] als kantonrechter inzake de procedure 683093 \ CV EXPL 10-3706 \ 396 DtB, tussen verzoeker en Dentres B.V.
2.2 Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij het gevoel heeft dat mr. [betrokkene] toelaat dat hij wordt afgeschilderd als iemand die de waarheid probeert te verdraaien, hetgeen niet het geval is.
2.3 Mr. [betrokkene] heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.
3. De beoordeling
Volgens artikel 37 lid 1 Rv moet het wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door de indiening van een wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere proceshandelingen zijn verricht. De rechtbank constateert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden voor de wraking verzoeker reeds op 5 november 2010 bekend zijn geworden of redelijkerwijs behoorden te zijn. Verzoeker heeft pas op 3 december 2010 een wrakingsverzoek op grond van die feiten en omstandigheden ingediend. Dat is te laat, zodat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn verzoek. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de rechtbank daarom niet toe.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. P.J. Wiegman (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en G.A. van der Straaten, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.B. Wichman en in openbaar uitgesproken op 5 januari 2011.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.