Rechtbank Arnhem
ECLI:NL:RBARN:2010:BO9510
2010-12-23
Civiel recht
10-270
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verzoekers niet-ontvankelijk omdat het verzoek is ingediend na een mondelinge einduitspraak.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.500 tekens)
beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
zaaknummer : 10-270
Beschikking van 23 december 2010
in de zaak van
[verzoekers]
verzoekers tot wraking,
gemachtigde [gemachtigde],
tegen
[namen rechters],
in hun hoedanigheid van respectievelijk voorzitter en leden van de wrakingskamer in de zaak met registratienummer 10-261 van verzoekers tegen mr. [rechter4] als voorzieningenrechter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek met registratienummer 10-261van 22 december 2010;
- het wrakingsverzoek van verzoekers van 23 december 2010;
2. Het wrakingsverzoek
2.1 Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek onder meer aangevoerd dat de wrakingskamer geen mondelinge uitspraak had mogen doen.
3. De beoordeling
3.1 De rechtbank zal verzoekers niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een mondelinge dan wel schriftelijke einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. Op 22 december 2010 heeft de wrakingskamer op het wrakingsverzoek van verzoekers gericht tegen mr. [rechter4] een mondelinge einduitspraak gedaan. Het nu aan de orde zijnde wrakingsverzoek is ingediend op 23 december 2010, na de einduitspraak, en kan dus niet in behandeling worden genomen.
3.2 De rechtbank ziet voorts aanleiding om, met toepassing van artikel 39 lid 4 Rv, te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen, omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek om wraking;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beschikking is gegeven door de mr. C. van Linschoten als voorzitter, en mrs. J.P. Bordes en T.P.E.E van Groeningen als rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M.M.B. van Eeten en in openbaar uitgesproken op 23 december 2010.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
zaaknummer : 10-270
Beschikking van 23 december 2010
in de zaak van
[verzoekers]
verzoekers tot wraking,
gemachtigde [gemachtigde],
tegen
[namen rechters],
in hun hoedanigheid van respectievelijk voorzitter en leden van de wrakingskamer in de zaak met registratienummer 10-261 van verzoekers tegen mr. [rechter4] als voorzieningenrechter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek met registratienummer 10-261van 22 december 2010;
- het wrakingsverzoek van verzoekers van 23 december 2010;
2. Het wrakingsverzoek
2.1 Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek onder meer aangevoerd dat de wrakingskamer geen mondelinge uitspraak had mogen doen.
3. De beoordeling
3.1 De rechtbank zal verzoekers niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een mondelinge dan wel schriftelijke einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. Op 22 december 2010 heeft de wrakingskamer op het wrakingsverzoek van verzoekers gericht tegen mr. [rechter4] een mondelinge einduitspraak gedaan. Het nu aan de orde zijnde wrakingsverzoek is ingediend op 23 december 2010, na de einduitspraak, en kan dus niet in behandeling worden genomen.
3.2 De rechtbank ziet voorts aanleiding om, met toepassing van artikel 39 lid 4 Rv, te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen, omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek om wraking;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beschikking is gegeven door de mr. C. van Linschoten als voorzitter, en mrs. J.P. Bordes en T.P.E.E van Groeningen als rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M.M.B. van Eeten en in openbaar uitgesproken op 23 december 2010.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.