Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9803

2026-09-28 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/13/788116 / KG RK 26-779
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-28
Publicatiedatum
2026-10-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/788116 / KG RK 26-779
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verzet ex artikel 29 lid 6 Rv ongegrond verklaard. Kort gezegd heeft opposant in dit geval geen recht op afschriften van dagvaardingen die aan vonnissen zijn gehecht of afschriften van dagvaardingen waarnaar wordt verwezen in het vonnis.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.753 tekens)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM


Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel




zaaknummer / rekestnummer: C/13/788116 / KG RK 26-779 MK/CB




Beschikking van 28 september 2026




in de zaak van





[opposant],

wonende te [woonplaats],
opposant,



tegen




DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK AMSTERDAM,
geopposeerde.




Partijen zullen hierna [opposant] en de griffier worden genoemd.






1Verloop van de procedure


1.1.


[opposant] is bij brief van 4 mei 2026 op de voet van artikel 29 lid 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verzet gekomen tegen de beslissing van de griffier van 21 april 2026 van een gedeeltelijke weigering om aan het verzoek van [opposant] om het verstrekken van afschriften te voldoen.
De griffier heeft op 11 juni 2026 een verweerschrift ingediend. Bij brief van 16 juli 2026 heeft [opposant] hierop gereageerd, waarna de griffier bij brief van 28 juli 2026 daarop weer heeft gereageerd.




1.2.

[opposant] heeft op zijn beurt bij brief van 31 juli 2026 ongevraagd gereageerd op de reactie van de griffier van 28 juli 2026. Omdat [opposant] hiertoe door de voorzieningenrechter niet meer in de gelegenheid was gesteld, zal op deze reactie geen acht worden geslagen.



1.3.
De beschikking is bepaald op heden.









2De feiten


2.1.

[opposant] verlangt afschrift van (niet op rechtspraak.nl gepubliceerde) dagvaardingen waarnaar in een vijftal (wel op rechtspraak.nl gepubliceerde) vonnissen wordt verwezen als zijnde gehecht aan het vonnis. Het betreft dagvaardingen bij drie vonnissen op tegenspraak en bij twee verstekvonnissen (waarnaar verwezen wordt in een vonnis op tegenspraak).



2.2.
Het gaat bij de drie vonnissen op tegenspraak om vonnissen die in het eerste hoofdstuk bij de beschrijving van het procesverloop (“1. De procedure”) verwijzen naar de aan het vonnis gehechte (concept)dagvaarding. Het betreft de volgende vonnissen.



a. Vzr. Rb. Amsterdam 16 april 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1482 (zowel in het uitgewerkte vonnis als het kop-staart vonnis):




Ter terechtzitting van 16 april 2010 heeft eiser (…) gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte (concept)dagvaarding.





b. Vzr. Rb. Amsterdam 8 maart 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5860:





Ter terechtzitting van 8 maart 2013 heeft (…) gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.





c. Vzr. Rb. Amsterdam 22 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4918:





Ter terechtzitting van woensdag 8 juli 2015 heeft (…) gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding (…).





2.3.

Daarnaast gaat het om twee verstekvonnissen waarnaar in twee vonnissen op tegenspraak, in het tweede hoofdstuk (“2. De Feiten”), wordt verwezen dan wel waarbij uit het verstekvonnis wordt geciteerd:

d. Rb. Amsterdam 2 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:7498:





2.2


Bij vonnis van 17 februari 1993 is [naam] bij verstek veroordeeld om aan [gedaagde] te betalen NLG 227.610,- met wettelijke rente en proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het beslag. Als datum van de dagvaarding vermeldt dit vonnis 16 november 1992.


In het exploot van de dagvaarding van 16 november 1992 wordt vermeld dat het beslagverlof van 10 november 1992 en het uit kracht van dat verlof op 12 november 1992 gelegde beslag aan gedaagde zijn betekend.

Dit verstekvonnis en de daarbij behorende dagvaarding zijn aan dit vonnis gehecht.




Het verstekvonnis van 17 februari 1993 vermeldt onder het kopje “VERLOOP VAN DE PROCEDURE”, voor zover hier van belang:




Eiser heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de inleidende dagvaarding, waarvan een authentiek afschrift aan dit vonnis is gehecht.





e. Rb. Amsterdam 11 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7034





2.5.


Op 11 mei 2016 heeft deze rechtbank een bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis gewezen (hierna: het verstekvonnis). Het dictum van het verstekvonnis luidt als volgt:


“ (…)




3.3.

beveelt gedaagde wereldwijd iedere openbaarmaking of verspreiding van de in de dagvaarding van 23 december 2015, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht, beschreven publicaties binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden, en gelijktijdig te verzoeken de publicaties uit de index van de zoekmachines Google, Bing en Yahoo te verwijderen en kopieën in de cache van de zoekmachines te verwijderen alsmede van alle (geautomatiseerde) kanalen waar de publicaties van gedaagde zijn overgenomen of geheel of gedeeltelijk zijn te raadplegen zoals social media accounts of RSS-feeds, onder overlegging van een kopie van al deze verzoeken aan de advocaat van eisers (…)”.




2.4.
Bij e-mail van 21 april 2026 heeft de griffier de door [opposant] verzochte stukken aan hem toegezonden: “With reference to our previous correspondence, I hereby send you the attachments you asked for (on one file). As I explained to you, the clerk has to take into consideration the various interests involved. Therefor, the attachments are redacted and reduced.”(…)



2.5.
De griffier heeft van de dagvaardingen van de onder 2.2. a tot en met c genoemde zaken alleen de in het petitum geformuleerde vorderingen zichtbaar gelaten, voor het overige zijn deze dagvaardingen zwartgelakt. Van het onder 2.3 d genoemde verstekvonnis van 17 februari 1993 is de dagvaarding grotendeels zichtbaar gelaten. Van de onder 2.3 e genoemde zaak heeft de griffier aan [opposant] een uittreksel van de dagvaarding verstrekt (twee paragrafen) waaruit blijkt om welke publicaties het gaat, en tevens een kopie van dagvaarding waarin de twee overwegingen zichtbaar zijn gelaten en de rest is zwartgelakt.







3Het verzoek en het verweer

3.1.
Bij brief van 4 mei 2026 is [opposant] in verzet gekomen tegen de beslissing van de griffier van 21 april 2026. Het verzet ziet op het zwartlakken van de dagvaardingen. [opposant] had – kort samengevat – verwacht dat de dagvaardingen op eenzelfde wijze zouden worden geanonimiseerd als de vonnissen. Hij verzoekt dan ook om alsnog aan hem de dagvaardingen te verstrekken die op een passende wijze zijn geanonimiseerd. Het verbaast [opposant] dat de griffier gevraagd heeft naar de reden van zijn verzoek. Dat had hij niet mogen doen; het gaat om openbare documenten die voor iedereen toegankelijk moeten zijn en artikel 29 Rv vereist ook geen belang bij een verzoek om afschrift. Artikel 29 lid 3 Rv maakt duidelijk dat stukken die bij een uitspraak zijn gevoegd daar onderdeel van uitmaken. Aldus steeds [opposant].



3.2.
De griffier voert aan dat een dagvaarding niet bestemd is voor derden. De dagvaarding heeft, kort gezegd, als doel om uiteen te zetten dat en waarom eiser de aan het einde van de dagvaarding geformuleerde vordering op gedaagde meent te hebben. Eiser kiest de volgens hem relevante feiten en presenteert die op zijn eigen (mogelijk enigszins gekleurde) wijze. Eiser kiest ook de volgens hem relevante feiten en wettelijke bepalingen. Eiser schetst voorts de rechtsgevolgen zoals hij die ziet. Tot slot noemt hij mogelijk derden (anderen dan partijen) en hun rol in het geschil. Eiser en zijn rechtsbijstandverlener hoeven er geen rekening mee te houden dat de dagvaarding via artikel 29 Rv buiten hen om alsnog in handen van derden komt. In een vonnis op tegenspraak neemt de rechter alleen de feiten op waarop zijn beslissing rust, past hij zelfstandig de naar zijn oordeel toepasselijke wettelijk bepalingen toe en bepaalt hij zelfstandig de rechtsgevolgen. Een en ander mondt uit in een door hem geformuleerde beslissing. Gelet hierop zou [opposant] met een afschrift van de dagvaarding veel meer krijgen dan de openbaarheid van uitspraken vergt, ook als dit afschrift wordt geanonimiseerd en/of gepseudonimiseerd. In een verstekvonnis gaat de rechter anders te werk dan in een vonnis op tegenspraak. Op grond van artikel 139 Rv hoeft hij in zijn vonnis slechts beknopt verslag te doen. Hij wijst de vordering toe of af omdat deze hem niet respectievelijk wel onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het aan het verstekvonnis hechten van de dagvaarding lijkt bij verstek vooral te zijn ingegeven door praktische overwegingen. Ook hier geldt dat [opposant] met een afschrift van de dagvaarding veel meer krijgt dan de openbaarheid van uitspraken vergt, ook als dit afschrift wordt geanonimiseerd en/of gepseudonimiseerd. Hier komt bij dat de griffier in het kader van de door hem op grond van artikel 29 Rv te maken belangenafweging praktisch gesproken niet in staat is om na te gaan welke delen van de dagvaarding de rechter bij zijn oordeel heeft betrokken en hoe de rechter deze delen heeft beoordeeld. Aldus de griffier. Hij voert aan niet tot nadere verstrekkingen aan [opposant] gehouden te zijn en verzoekt het verzet ongegrond te verklaren.






4De beoordeling


4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of en zo ja in welke mate een derde, niet zijnde een bij de procedure betrokken partij, recht heeft op afschrift van een dagvaarding als die aan een vonnis is gehecht (en het vonnis dat ook zo vermeldt).


4.2.
Artikel 29 leden 1, 2 en 3 Rv luiden als volgt.


1. De uitspraak geschiedt in het openbaar.
2. Onverminderd de artikelen 231, eerste lid, en 290, derde lid, verstrekt de griffier aan een ieder die dat verlangt afschrift van vonnissen, arresten en beschikkingen, tenzij verstrekking naar het oordeel van de griffier ter bescherming van zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan de griffier volstaan met verstrekking van een geanonimiseerd afschrift of uittreksel van het vonnis, het arrest of de beschikking.
3. Onder vonnissen, arresten en beschikkingen zijn begrepen stukken die bij de uitspraak zijn gevoegd. Van andere tot een procesdossier behorende stukken wordt geen afschrift of uittreksel aan derden verstrekt.




4.3.
Dat in dit geval de vijf dagvaardingen bij de genoemde vonnissen zijn gevoegd is niet in geschil.



4.4.
Het recht op afschrift van rechterlijke uitspraken kan beschouwd worden als een concretisering van de openbaarheid van uitspraken. De doelstellingen daarbij zijn onder meer dat men kan volgen wat gevorderd wordt, wat de uitspraak inhoudt en wat de motivering daarbij is. In de praktijk worden uitspraken op rechtspraak.nl met het oog op belangen van betrokkenen ge(pseudo)anonimiseerd.



4.5.
De voorzieningenrechter is met de griffier van oordeel dat een dagvaarding een processtuk is en dat dit naar zijn aard iets anders is dan een vonnis. Het vonnis is door een rechter opgesteld met de wetenschap dat dit in beginsel openbaar wordt gemaakt, behoudens uitzonderingen. Dat geldt niet voor een processtuk. Dit maakt dat, ook als in een vonnis is bepaald dat een dagvaarding wordt aangehecht, het niet vanzelfsprekend is dat de dagvaarding integraal, dat wil zeggen op dezelfde ge(pseudo)anonimiseerde wijze als een vonnis, wordt gepubliceerd. Zwaarwegende belangen van betrokkenen kunnen zich daartegen verzetten. Dat is ingevolge lid 2 van artikel 29 Rv aan de griffier om te beoordelen. Bij de te maken afweging behoort ook meegenomen te worden in hoeverre de inhoud van de dagvaarding nodig is in om een uitspraak te kunnen volgen.



4.6.
De afweging die de griffier ten aanzien van het verzoek van [opposant] in dit geval heeft gemaakt, wordt door de voorzieningenrechter gevolgd. Daarbij wordt nog het volgende opgemerkt.


4.7.
Ten aanzien de onder 2.2. a tot en met c genoemde zaken is de (concept) dagvaarding alleen in het procesverloop genoemd. De vorderingen waar het in die zaken over ging zijn later in de vonnissen separaat opgenomen en uit de gepubliceerde vonnissen volgt verder de motivering op grond waarvan tot de beslissing is gekomen. De (inhoud van de) dagvaarding vervult in die zaken geen rol meer bij de motivering. Ten aanzien de onder 2.3. d genoemde zaak heeft de griffier de bij het verstekvonnis van 17 februari 1993 behorende dagvaarding grotendeels zichtbaar gelaten. Ten aanzien van de onder 2.3. e genoemde zaak heeft hij ervoor gekozen, kennelijk met de gedachte dat om het geciteerde verstekvonnis te kunnen volgen twee paragrafen uit de dagvaarding nodig waren, die overwegingen als uittreksel verstrekt. Daarmee werd duidelijk om welke publicaties het ging. Bij deze laatste zaak speelt tot slot mee dat de dagvaarding hoorde bij een verstek vonnis dat in de verzetzaak (waar de verwijzing in voorkomt) is vernietigd, zodat het niet meer nodig is om kennis te nemen van dagvaarding om het in de verzetzaak gewezen vonnis te begrijpen.



4.8.
Het voorgaande betekent dat de beslissing van de griffier van 21 april 2026 over de wijze waarop hij aan het verzoek van [opposant] tot afschrift heeft voldaan in stand kan blijven en het verzet daartegen ongegrond wordt verklaard.





5De beslissing


De voorzieningenrechter



verklaart het verzet tegen de beslissing van de griffier van 21 april 2026 ongegrond.




Deze beschikking is gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door C.J.J. Buys, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
28 september 2026.



Coll: M