Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9782

2026-10-01 Strafrecht; Europees strafrecht 13-161866-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-10-01
Publicatiedatum
2026-10-01
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13-161866-26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EAB Malta; gelijkstellingsverweer slaagt niet; de rechtbank stelt vast dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat vrouwelijke gedetineerden in Corradino Correctional Facility in een meerpersoonscel over minder dan 3 m² persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire faciliteiten kunnen beschikken en dat de beperking van de persoonlijke leefruimte niet enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate is. De rechtbank wijst een tussenuitspraak, omdat zij behoefte heeft aan nadere informatie om te kunnen vaststellen of het algemene gevaar ook ziet op de niet-afgeschermde toiletten in een meerpersoonscel.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.684 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-161866-26




Datum uitspraak: 1 oktober 2026







TUSSEN-UITSPRAAK





op de vordering van 8 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 juni 2026 door de Court of Magistrates, Malta (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Peru) op [geboortedag] 1981,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting van 28 juli 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 28 juli 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. H.O. de Boer, advocaat te Rijen, en door een tolk in de Spaanse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.




Tussenuitspraak 11 augustus 2026


De rechtbank heeft op 11 augustus 2026 een tussenuitspraak gewezen waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak geformuleerde vraag over de detentieomstandigheden voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.




Zitting van 17 september 2026

Op de zitting van 17 september 2026 heeft de rechtbank – met instemming van de partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voorgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. H.O. de Boer, advocaat in Rijen, en door een tolk in de Italiaanse taal.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Italiaanse en Peruaanse nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraak van 11 augustus 2026


De rechtbank stelt vast dat in de tussenuitspraak van 11 augustus 2026 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de genoegzaamheid (onder 3.1), de strafbaarheid van het feit (onder 4) en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW (onder 8). Hetgeen de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.





4De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW



Standpunt van de advocaat

De advocaat heeft de rechtbank verzocht om de opgeëiste persoon gelijk te stellen met een Nederlander. Op die manier kan de opgeëiste persoon de straf in Nederland ondergaan als zij in Malta wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Met de overgelegde stukken heeft zij aangetoond dat zij rechtmatig verblijf heeft gehad van 2015 tot september 2023, en dat zij tussen 2023 en 2026 diverse keren in Nederland is geweest waardoor zij haar verblijfsrecht niet heeft verloren.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet kan worden gelijkgesteld met een Nederlander, omdat niet is aangetoond dat zij rechtmatig verblijf had in Nederland van 2015 tot en met 2023. Er hoeft dus geen terugkeergarantie ten behoeve van haar te worden verstrekt.




Oordeel van de rechtbank

Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6, derde lid, OLW zijn voldaan aan de volgende twee vereisten:




de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000; én


ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat zij niet haar recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een haar na overlevering opgelegde straf of maatregel.





De eerste voorwaarde

De rechtbank is van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken niet heeft aangetoond dat zij ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Hoewel de opgeëiste persoon van 3 november 2015 tot 2 september 2023 ingeschreven heeft gestaan in Nederland en daarmee haar verblijf heeft aangetoond, is niet aangetoond dat zij in die tijd voldoende middelen van bestaan heeft gehad als economisch niet-actieve migrerende EU-burger. De opgeëiste persoon stelt dat zij in die periode samenwoonde met haar partner en kind en dat zij huisvrouw was. De rechtbank beschikt echter niet over voldoende gegevens met betrekking tot het inkomen van haar (inmiddels voormalige) partner. Evenmin zijn gegevens overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld dat zij gedurende de voornoemde periode met haar ex-partner heeft samengewoond. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon vanwege het inkomen van haar partner met wie zij samenwoonde over voldoende middelen van bestaan beschikte. Verder heeft de opgeëiste persoon niet aangetoond dat zij in de genoemde periode beschikte over een zorgverzekering. Er is dus niet voldaan aan de eerste voorwaarde. De opgeëiste persoon kan daarom niet worden gelijkgesteld met een Nederlander en er hoeft dus ten behoeve van haar geen terugkeergarantie te worden verstrekt.





5Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden



Inleiding

De rechtbank verwijst naar de overwegingen met betrekking tot de detentieomstandigheden in de tussenuitspraak (onder 6), die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.



Het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak op 13 augustus 2026 de volgende nadere vraag gesteld aan de Maltese autoriteiten:




“What specific improvements regarding material conditions have been made in the women's


wing of the Corradino Correctional Facility since the publication of the CPT report of


10/07/2025, and what measures are still planned and by when will they be implemented?”




Op 27 augustus 2026 is door de Correctional Services Agency in reactie hierop de volgende informatie verstrekt:
“(…)


- Firstly, by way of clarification, although the CPT report was published on 10 July 2025, the report itself relates to the CPT’s visit to Malta carried out between 26 September and 5 October 2023. Its full title is Report to the Maltese Government on the visit to Malta carried out by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhumane or Degrading Treatment or Punishment (CPT) from 26 September to 5 October 2023.

- The information attached in Appendix I should therefore be understood as referring to developments and improvements undertaken following the CPT’s 2023 visit, particularly those implemented or progressed since the publication of the report on 10 July 2025.



Appendix I





1
1. Overall condition and refurbishment of Female Division A


Material condition identified in CPT report:


The CPT described the conditions in the men’s and women’s divisions as poor, including dilapidated cells, peeling plaster and paint, humidity and mould, water leakage, cracked floors, and small windows providing insufficient natural light and ventilation. It specifically recommended systematic refurbishment of the cells and sanitary facilities in the women’s unit, Division A. CPT paras. 25 and 29 pp. 13-14





CSA progress update:


Significant improvements have been made to both the cells and the common areas within Female Division A. The issues previously identified in relation to peeling plaster and paint have been addressed, and new flooring has been installed in relevant areas. The division now also benefits from a new visitation area, together with improved educational provision, including a dedicated library and education space. Areas used by women for work have likewise been upgraded. Further improvements are currently in progress, including the refurbishment of the yard and sports area. In addition, a major ventilation upgrade is planned. By summer 2027, the entire area is expected to be equipped with a forced-ventilation system using chillers, with the specific aim of reducing temperatures within the cells during the hotter summer months and improving living conditions.






2Cell occupancy and living space


Material condition identified in CPT report:


Female Divisions A and B included double-occupancy cells of approximately 6m² that had originally been designed for single occupancy. When full, this provided about 3 m² per PIP, including the wash basin and unscreened toilet. The CPT recommended that 6 m² cells accommodate only one PIP and that multiple-occupancy cells provide at least 4 m² per PIP, excluding the fully partitioned sanitary facility.

CPT para. 15 p. 18; see also para.29, p.14





CSA progress update:


Most cells in the Female Division continue to operate on double-occupancy basis. This reflects, in part, the increase in female prison population and the resulting pressure on available accommodation. While there are some instances of single-cell occupancy, these remain the exception rather than the general rule. Transgender PIPs accommodated within the Female Division are assigned single-cell accommodation. Female Division B differs in layout from Division A, as it operates as dormitory-style accommodation rather than individual cellular accommodation. The Agency therefore continues to manage occupancy within the constraints of the existing estate and the current female population, while recognizing the CPT’s concerns regarding living space and cell occupancy.






3In-cell toilets and privacy


Material condition identified in CPT report:


The CPT noted dirty, unscreened in-cell toilets situated very close to beds in women’s units. It recommended that in-cell toilets in multiple-occupancy cells be fully partitioned.


CPT paras.25 and 29 pp. 13-14; para 50, p.18





CSA progress update:


The in-cell toilets remain in place and are currently still unscreened. The Agency recognizes the CPT’s recommendation that the toilets in multiple-occupancy cells should be fully partitioned in order to provide adequate privacy. Plans are in place to implement this recommendation by introducing appropriate partitioning around the sanitary facilities. This forms part of the wider programme of improvements to the material conditions within the Female Division.






4Shower privacy


Material condition identified in CPT report:


The Female Block had six showers over two floors and women could access them at any time. However, the showers lacked screens and afforded no privacy. The CPT recommended that the showers provide sufficient privacy.


CPT para 50, p.18





CSA progress update:


Privacy within the shower facilities has been improved through the installation of partitions. The showers are now screened so as to provide greater privacy to women using them, thereby addressing the concern identified by the CPT. Further refurbishment and maintenance of the shower areas will continue as part of a wider programme of improvements within the Female Block.






5Ventilation and excessive heat in Female Division A


Material condition identified in CPT report:


The CPT recorded that ventilation in Division A was problematic and that cells were reportedly unbearably hot during summer. Fans were considered insufficient and the windows admitted too little cool air. Air-conditioning units could be purchased by PIPs, but the cost was unaffordable for some. The CPT recommended renovation of the cells in Female Division A to ensure sufficient in-cell ventilation.


CPT para. 51, pp. 18-19





CSA progress update:


A number of measures have been introduced to mitigate excessive heat within Female Division A, particularly during the summer months. PIPs are provided with sufficient fans, together with access to ice, freezers and cooling packs to assist in reducing heat within the cells. These measures provide an interim response to the ventilation concerns identified by the CPT. A more substantial infrastructure solution is also planned. During 2027, the Female Division is expected to be equipped with a forced-ventilation system using chillers, with the aim of improving air circulation and reducing temperatures within the cells during periods of high summer heat.






6Exercise yard shade and shelter


Material condition identified in CPT report:


The Female Block exercise yard had exercise equipment but no shade. The CPT recommended installation of a shelter in the exercise yard. Its general material-conditions recommendation also called for exercise yards to have shelter from sun and rain, a means of rest, and sports/recreational equipment.


CPT para. 47, p.18; see also para. 29, p.14





CSA progress update:


The refurbishment of the Female Block exercise yard is currently in progress. The planned works include the provision of appropriate shelter and further improvements to the yard and sports area, with the aim of providing better protection from the sun and rain and improving overall recreational environment available to PIPs. The works are scheduled to be completed during 2027.






7Essential personal hygiene products


Material condition identified in CPT report:


Women were given basic hygiene items on admission, but the CPT recorded complaints that some products, including sanitary towels, had to be purchased thereafter and were unaffordable for some. It recommended that adequate quantities of essential personal hygiene products, including sanitary towels, be provided free of charge.


CPT para. 52, p.19





CSA progress update:


Essential personal hygiene products, including sanitary towels, are now provided to women free of charge, Where PIPs choose to purchase additional items from the prison market, prices are maintained at levels equivalent to, or lower than, those available outside the prison. The Agency therefore ensures that essential hygiene needs are met without cost, while any supplementary personal items remain available at affordable prices.






8Mother and Baby Unit and infant material


Material condition identified in CPT report:


The CPT positively noted the separate Mother and Baby room, but requested information on whether nappies and other infant material are supplied free of charge when infants are accommodated with their mothers. It also requested information on the additional support provided and protocol governing use of the Mother and Baby Unit.


CPT paras. 48 and 51, pp. 18-19





CSA progress update:


Nappies and other essential infant materials are provided free of charge when a baby of infant is accommodated with their mother. The Correctional Servies Agency also ensures that the mother and child receive the necessary practical and welfare support during this period. Where additional or specialized assistance is required, support is coordinated with the relevant external agencies so that the needs of both the mother and the child are addressed appropriately.”





Standpunt van de advocaat

De advocaat heeft betoogd dat de overlevering niet toelaatbaar is vanwege de detentieomstandigheden. Dit ziet op de hoeveelheid vierkante meters aan leefruimte, ondanks de eerdere toezegging, alsook op de hygiëne in de cellen die door twee gedetineerden worden bezet in verband met de niet-afgeschermde toiletten. Daarnaast heeft het CPT extreme hitte gerapporteerd en zijn er onvoldoende mogelijkheden om af te koelen.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen algemeen gevaar is vanwege de detentieomstandigheden. Uit het antwoord van de Maltese autoriteiten volgt dat er verbeteringen hebben plaatsgevonden en nog steeds plaatsvinden.




Oordeel van de rechtbank

Op basis van de op dit moment voorhanden zijnde informatie over de vrouwenafdeling in de detentie-instelling in Corradino Correctional Facility, komt de rechtbank tot het aannemen van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest), voor vrouwelijke gedetineerden in die instelling.



De rechtbank stelt vast dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat vrouwelijke gedetineerden in Corradino Correctional Facility in een meerpersoonscel over minder dan 3 m² persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire faciliteiten kunnen beschikken en dat de beperking van de persoonlijke leefruimte niet enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate is. Uit de aanvullende informatie van 27 augustus 2026 blijkt namelijk dat de cellen van 6 m² inclusief sanitair door twee gedetineerden wordt bezet. Dit betekent dat een gedetineerde over minder dan 3 m² persoonlijke leefruimte exclusief sanitair kan beschikken. Tevens blijkt uit de voornoemde aanvullende informatie dat dit staande praktijk is.



De rechtbank ziet voor dit moment geen aanleiding om ook een algemeen gevaar aan te nemen vanwege de extreme hitte in de zomer. Nu de herfst is aangebroken doet de situatie die door het CPT is geconstateerd met betrekking tot extreme temperaturen in de zomer zich nu niet voor.



De rechtbank heeft behoefte aan nadere informatie om te kunnen vaststellen of het algemene gevaar ook ziet op de niet-afgeschermde toiletten in een meerpersoonscel. Daarbij merkt de rechtbank op dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een gebrek aan privacy op het toilet een slechte materiële omstandigheid betreft die (ook in de situatie dat sprake is van tussen 3 en 4 m2 of meer dan 4 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel, exclusief sanitaire voorzieningen) mee kan wegen bij de beoordeling of sprake is van schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) respectievelijk artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Of daarvan sprake is hangt af van de feitelijk situatie in de vrouwenafdeling in de detentie-instelling van Corradino Correctional Facility. De rechtbank constateert dat de verschafte informatie daarover tegenstrijdigheden bevat die nadere vragen oproepen. In de aanvullende informatie van 27 augustus 2026 staat immers dat de toiletten in de cellen nog steeds niet zijn afgeschermd en dat er plannen zijn om dit te verhelpen. In de aanvullende informatie van 27 juli 2026 staat echter dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in een cel van 3 bij 4 meter inclusief 1 m2 voor afgeschermde sanitaire faciliteiten. De rechtbank sluit niet uit dat slechts de eenpersoonscellen van 6 m2 die momenteel door twee personen worden bezet niet beschikken over een afgeschermd toilet, maar dat daarvan wel sprake is in de cellen die zijn ontworpen voor meerdere personen. Dan blijft echter de vraag of sprake is van volledig afgeschermde toiletten of slechts van gedeeltelijke of provisorische afscheiding. De rechtbank zal de officier van justitie daarom in de gelegenheid stellen de volgende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:


1. Kunt u aangeven welke cellen (inclusief informatie over de afmetingen ervan) in de vrouwenafdeling in de detentie-instelling in Corradino Correctional Facility beschikken over een afgeschermd toilet en welke cellen geen afgeschermd toilet hebben?
2. Kunt u met betrekking tot de cellen waarin sprake is van een afgeschermd toilet aangeven of het hier een volledig afgeschermd toilet betreft of slechts een gedeeltelijk afgeschermd toilet? Kunt in het laatste geval een beschrijving geven van de wijze van afscherming?
3. In het geval (in sommige cellen) sprake is van een niet of niet volledig afgeschermde toilet in een meerpersoonscel, op welke wijze worden dan de privacy van de gedetineerden en de hygiëne in de cel gegarandeerd?


De rechtbank zal het onderzoek heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de nadere vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.




Verlenging van de beslistermijn

De beslistermijn die in de tussenuitspraak van 11 augustus 2026 is verlengd, verstrijkt op 2 oktober 2026. Artikel 22, vijfde lid, OLW bepaalt dat de rechtbank in het uitzonderlijke geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, de beslistermijn met telkens dertig dagen kan verlengen.



Nu de rechtbank onderzoek doet naar een reëel gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, OLW verlengt zij de beslistermijn met dertig dagen, tot 1 november 2026, op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.





6Beslissing



HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 5. vermelde vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting uiterlijk veertien dagen vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn (eindigend op 1 november 2026).




VERLENGT op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 30 dagen, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.




VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de geschorste overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 30 dagen.




BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de advocaat.




BEVEELT de oproeping van een tolk in de Italiaanse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E.M de Bie en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek en M.C. Nooij, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 oktober 2026.




































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


ECLI:NL:RBAMS:2026:8103.


Zie onder meer Rb. Amsterdam 5 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1995 en Rb. Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2630.


HvJ EU van 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punten 75 en 76.


Zie EHRM 19 april 2001, nr. 28524/95, ECLI:CE:ECHR:1998:0521DEC002852495 (Peers v. Greece) en EHRM 15 december 2015, nr. 17249/12 (Szafranski v. Poland).