Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:9773
2026-09-24
Strafrecht; Strafprocesrecht
021240-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Klaagschrift 552a Sv; tussenbeschikking; rechtbank Amsterdam bevoegd tot kennisname van het klaagschrift; aanhouding t.b.v. de goede procesorde.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.367 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 021240-26
datum : 24 september 2026
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
Gevestigd te [vestigingsplaats]
aan het adres [adres] ,
hierna te noemen: klaagster
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 14 juli 2026 in het strafvorderlijk onderzoek tegen klaagster € 1.038.675,00,- (rekeningnummer: [rekeningnummer] ) in beslag is genomen, in opdracht van de gedelegeerd Europees aanklager ( GEA ).
In het proces-verbaal van conservatoir beslag met toepassing van artikel 94a Sv staat dat op 5 september 2026 conservatoir beslag is gelegd in opdracht van de GEA . Het beslag dient tot bewaring van het recht tot verhaal van een op te leggen geldboete tot (maximaal) € 10.807.156 en is gelegd onder de ING Bank N.V. Daaraan ligt ten grondslag een machtiging van de rechter-commissaris bij de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2026.
Procedure
Het klaagschrift is op 21 juli 2026 ingediend ter griffie van de rechtbank Rotterdam. Op 27 juli 2026 is datzelfde klaagschrift ingediend ter griffie van de rechtbank Amsterdam.
De GEA heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 10 september 2026 een aanvang gemaakt met de behandeling van het klaagschrift in openbare raadkamer.
De rechtbank heeft de advocaten, mr. R. Jeronimus en P. America, en de officier van justitie, mr. M.O. van Driel, op zitting gehoord.
Bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is tot het in behandeling nemen van het klaagschrift omdat de zaak door rechtbank Rotterdam is doorverwezen naar rechtbank Amsterdam. Ook is klaagster in Amsterdam gevestigd.
Standpunt van de gedelegeerd Europees aanklager
De GEA heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is tot het in behandeling nemen van het klaagschrift omdat de machtiging tot het leggen van het conservatoir beslag is gegeven door een Amsterdamse rechter-commissaris. Er zijn twee concentratierechtbanken, Amsterdam en Rotterdam, waar deze zaken kunnen voorkomen. Onderhavige zaak is niet in Rotterdam aanhangig.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank citeert allereerst artikel 552, derde lid, Sv:
“Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen of de kennisneming of ontoegankelijkmaking van de gegevens of het bevel, bedoeld in de artikelen 125k en 125p, ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.”
De rechtbank is van oordeel dat de machtiging van de rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2026 tot het leggen van het conservatoir beslag als startpunt van de vervolging kan worden gezien. De vervolging is daarmee in Amsterdam aanhangig. Dit betekent dat deze rechtbank bevoegd is om van het klaagschrift kennis te nemen.
Aanhoudingsverzoek
De GEA heeft ter zitting verzocht om aanhouding van de (inhoudelijke) behandeling van de zaak gelet op de omvang van de pleitnotities en standpunten van de verdediging die ter zitting zijn overgelegd.
De rechtbank heeft ter zitting het aanhoudingsverzoek, gelet op de eisen van een goede procesorde, voor onbepaalde tijd, toegewezen aangezien de GEA onredelijk wordt belemmerd om adequaat op de ter zitting overgelegde pleitnotities en ingenomen standpunten te reageren.. De rechtbank heeft verder bepaald dat een tussenbeslissing zal worden genomen over de bevoegdheid van deze rechtbank.
Beslissing
De rechtbank Amsterdam is bevoegd om het klaagschrift in behandeling te nemen.
De rechtbank beveelt de oproeping van klagers en hun raadslieden, tegen de dag en het tijdstip waarop de behandeling in raadkamer wordt hervat.
Deze beslissing is gegeven op 24 september 2026 door
mr. E. de Bie, voorzitter,
mrs. W.A.J.P. van den Reek en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 021240-26
datum : 24 september 2026
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
Gevestigd te [vestigingsplaats]
aan het adres [adres] ,
hierna te noemen: klaagster
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 14 juli 2026 in het strafvorderlijk onderzoek tegen klaagster € 1.038.675,00,- (rekeningnummer: [rekeningnummer] ) in beslag is genomen, in opdracht van de gedelegeerd Europees aanklager ( GEA ).
In het proces-verbaal van conservatoir beslag met toepassing van artikel 94a Sv staat dat op 5 september 2026 conservatoir beslag is gelegd in opdracht van de GEA . Het beslag dient tot bewaring van het recht tot verhaal van een op te leggen geldboete tot (maximaal) € 10.807.156 en is gelegd onder de ING Bank N.V. Daaraan ligt ten grondslag een machtiging van de rechter-commissaris bij de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2026.
Procedure
Het klaagschrift is op 21 juli 2026 ingediend ter griffie van de rechtbank Rotterdam. Op 27 juli 2026 is datzelfde klaagschrift ingediend ter griffie van de rechtbank Amsterdam.
De GEA heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 10 september 2026 een aanvang gemaakt met de behandeling van het klaagschrift in openbare raadkamer.
De rechtbank heeft de advocaten, mr. R. Jeronimus en P. America, en de officier van justitie, mr. M.O. van Driel, op zitting gehoord.
Bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is tot het in behandeling nemen van het klaagschrift omdat de zaak door rechtbank Rotterdam is doorverwezen naar rechtbank Amsterdam. Ook is klaagster in Amsterdam gevestigd.
Standpunt van de gedelegeerd Europees aanklager
De GEA heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is tot het in behandeling nemen van het klaagschrift omdat de machtiging tot het leggen van het conservatoir beslag is gegeven door een Amsterdamse rechter-commissaris. Er zijn twee concentratierechtbanken, Amsterdam en Rotterdam, waar deze zaken kunnen voorkomen. Onderhavige zaak is niet in Rotterdam aanhangig.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank citeert allereerst artikel 552, derde lid, Sv:
“Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen of de kennisneming of ontoegankelijkmaking van de gegevens of het bevel, bedoeld in de artikelen 125k en 125p, ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.”
De rechtbank is van oordeel dat de machtiging van de rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2026 tot het leggen van het conservatoir beslag als startpunt van de vervolging kan worden gezien. De vervolging is daarmee in Amsterdam aanhangig. Dit betekent dat deze rechtbank bevoegd is om van het klaagschrift kennis te nemen.
Aanhoudingsverzoek
De GEA heeft ter zitting verzocht om aanhouding van de (inhoudelijke) behandeling van de zaak gelet op de omvang van de pleitnotities en standpunten van de verdediging die ter zitting zijn overgelegd.
De rechtbank heeft ter zitting het aanhoudingsverzoek, gelet op de eisen van een goede procesorde, voor onbepaalde tijd, toegewezen aangezien de GEA onredelijk wordt belemmerd om adequaat op de ter zitting overgelegde pleitnotities en ingenomen standpunten te reageren.. De rechtbank heeft verder bepaald dat een tussenbeslissing zal worden genomen over de bevoegdheid van deze rechtbank.
Beslissing
De rechtbank Amsterdam is bevoegd om het klaagschrift in behandeling te nemen.
De rechtbank beveelt de oproeping van klagers en hun raadslieden, tegen de dag en het tijdstip waarop de behandeling in raadkamer wordt hervat.
Deze beslissing is gegeven op 24 september 2026 door
mr. E. de Bie, voorzitter,
mrs. W.A.J.P. van den Reek en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.