Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:9693
2026-06-16
Civiel recht; Arbeidsrecht
K/4001/12094575
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
opzegging arbeidsovereenkomst, reintegratie traject niet naar behoren verlopen, geen handelingen van werkgever die herstel werknemer hebben belemmerd, geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever en dus geen billijke vergoeding; opbouw vakantiedagen na loonbetalingsverplichting, artikel 7:634 lid 1 BW niet in strijd met Europese wetgeving
Citeert (5)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:147 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2025:7054 Rechtbank Gelderland 12-08-2025
- ECLI:NL:RBROT:2026:1852 Rechtbank Rotterdam 24-02-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:1215 Rechtbank Rotterdam 05-02-2026
- ECLI:NL:RBNNE:2025:5517 Rechtbank Noord-Nederland 19-12-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (20.709 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12094575 \ EA VERZ 26-181
Beschikking van 16 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: V.C. Schuurman, stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen
CANON EUROPA N.V.,
te Amstelveen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Canon,
gemachtigde: mr. P.A. Nabben.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door Canon na drie jaar arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter wijst het verzoek af. Dat Canon het herstel van [verzoeker] heeft belemmerd is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat Canon haar reintegratieverplichtingen jegens [verzoeker] grovelijk heeft veronachtzaamd. Wel heeft [verzoeker] nog recht op een bedrag wegens ten onrechte niet uitbeteaalde vakantiedagen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Na de mondelinge behandeling is de zaak twee weken aangehouden voor het beproeven van een minnelijke regeling. Partijen hebben op 27 mei 2026 laten weten dat zij een beschikking wensen. De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedag] 1965, was sinds 1 december 2015 in dienst bij Canon. De functie van [verzoeker] was [functie] met een loon van € 9.115,78 bruto per maand.
2.2.
Op 28 maart 2022 meldde [verzoeker] zich ziek. In de periode daarna heeft hij geleidelijk zijn uren opgebouwd. In november 2022 was hij weer belastbaar voor 8 á 9 uur per dag inclusief reistijd. [verzoeker] ondervond nog wel beperkingen en bleef voor 4 uur per dag arbeidsongeschikt. Afgesproken werd dat [verzoeker] slechts 1 á 2 dagen per week naar kantoor hoefde te komen, dat er voor hem aangepaste werktijden golden en dat in geval van reizen rekening zou worden gehouden met zijn beperkingen.
2.3.
Bij aanvang van het tweede ziektejaar was Canon nog slechts verplicht om aan [verzoeker] 70% van het maximum dagloon door te betalen. Canon koos er echter voor om het volledige maandsalaris, vermeerderd met emolumenten aan hem te betalen.
2.4.
[verzoeker] had een belangrijke rol in het Océ-project, welk project rond mei 2023 in een stroomversnelling kwam. Door de toenemende drukte verergerden de klachten van [verzoeker] . De bedrijfsarts adviseerde daarom om in overleg de werkbelasting van [verzoeker] terug te brengen. Dit is gebeurd. [verzoeker] had vakantie van 16 juni tot 14 juli 2023. Enkele dagen na terugkomst meldde hij zich volledig arbeidsongeschikt
2.5.
Op advies van de bedrijfsarts hervatte [verzoeker] zijn re-integratie vanaf augustus 2023 weer langzaam met aangepaste werkzaamheden. In oktober 2023 stelde de bedrijfsarts een Actuele Mogelijkheden Lijst (AML) op. [verzoeker] verrichtte conform de AML tot december 2023 vanuit huis enkele managementtaken.
2.6.
In overleg met [verzoeker] verzocht Canon op 6 december 2023 het UWV om de loondoorbetaling met twee maanden te verlengen. Partijen hebben vervolgens een Plan van Aanpak opgesteld. Daarin stond dat [verzoeker] semi-zelfstandige taken zou blijven uitvoeren binnen aangepaste werktijden en zou starten met een revalidatietraject bij Spine en Joint. Ook hadden [verzoeker] en Canon vanaf 23 januari 2024 tweewekelijks overleg over de voortgang van het verzuimtraject.
2.7.
Op 7 maart 2024 is er arbeidsdeskundig onderzoek uitgevoerd. De conclusie van dit rapport luidt onder meer dat het eigen werk van [verzoeker] niet structureel passend te maken was. Geadviseerd werd daarom om een tweede spoortraject op te starten.
2.8.
Op 4 april 2024 heeft het UWV aan Canon een loonsanctie van één jaar, tot 28 mei 2025 opgelegd. De arbeidsdeskundige schrijft in het bijgevoegde arbeidsdeskundig rapport dat er vanaf augustus 2023 geen (arbeidsdeskundig) onderzoek is verricht naar de mogelijkheden om de arbeidscapaciteit in te zetten bij de eigen werkgever. Daarbij zijn er geen plannen van aanpak opgemaakt en is de eerstejaarsevaluatie achterwege gebleven. Daardoor zijn er kansen gemist in het eerste spoor. Ook had in augustus 2023 een spoor 2-traject gestart kunnen worden, maar is dat niet gebeurd.
2.9.
Canon heeft het tweede spoortraject voortgezet. Vanaf 28 mei 2025 is aan [verzoeker] een WIA-uitkering toegekend. Op 6 augustus 2025 is het tweede spoortraject afgerond. Vervolgens heeft Canon een ontslagaanvraag bij het UWV ingediend.
2.10.
Na daartoe een ontslagvergunning van het UWV te hebben verkregen heeft Canon de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 12 december 2025.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen. Volgens [verzoeker] heeft Canon ernstig verwijtbaar gehandeld door 1) grovelijke veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen, 2) de aanvraag verlenging loondoorbetaling op een zodanig tijdstip in te dienen, dat [verzoeker] pas veel later met een revalidatietraject kon starten, met een verslechterde gezondheidssituatie tot gevolg, 3) discriminerend en/of pestgedrag en 4) het structureel niet nakomen van wettelijke verplichtingen.
3.2.
Verder verwijt [verzoeker] Canon dat hem, zonder nadere uitleg, een salarisverhoging van 2%in plaats van 4% is toegekend. Omdat deze verhoging nog niet bij Nationale Nederlanden, de verzekeraar voor het arbeidsrisico van [verzoeker] , is doorgegeven, is de verzekeringsuitkering van [verzoeker] gebaseerd op een te laag inkomen en loopt hij pensioenopbouw mis.
3.3.
Ook meent [verzoeker] dat er in de periode van 26 juni 2023 tot en met 14 juli 2023 ten onrechte vakantiedagen zijn ingehouden. [verzoeker] was in deze periode ziek en heeft geen expliciete toestemming gegeven voor deze inhouding. Datzelfde geldt voor de week van 21 augustus tot en met 25 augustus 2023 en voor de inhouding van 36 uur in november 2024, gedurende welke periode [verzoeker] naar Turkije moest voor een noodzakelijke tandheelkundige behandeling.
3.4.
Tenslotte meent [verzoeker] dat hij recht heeft op de opbouw van 130 uur wettelijke vakantiedagen gedurende de tijd dat er sprake was van een slapend dienstverband.
3.5.
Canon voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Canon voert ‑ samengevat ‑ aan dat zij gedurende een korte periode in het najaar van 2023 te weinig re-integratie inspanningen heeft verricht. Van grovelijke veronachtzaming van haar verplichtingen is echter geen sprake en door de loonsanctie heeft zij eventuele tekortkomingen hersteld. Verder ontvangt [verzoeker] de hem toekomende salarisverhoging en heeft Canon deze ook aan Nationale Nederlanden doorgegeven. Dat een werknemer gedurende ziekte geen vakantie kan opnemen in niet juist. Vakantiedagen zijn steeds in goed overleg opgenomen door [verzoeker] . Gedurende een slapend dienstverband bouwt de werknemer geen vakantiedagen meer op. Van pestgedrag is geen sprake geweest. De aanvraag verlenging loondoorbetaling is in onderling overleg ingediend. Op het moment van indienen was niet bekend dat één en andere gevolgen kon hebben voor het tijdstip waarop [verzoeker] met zijn revalidatieproject kon beginnen. Verder is onduidelijk welke wettelijke verplichtingen Canon niet zou zijn nagekomen.
4De beoordeling
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of Canon moet worden veroordeeld tot na betaling van vakantie uren die zij heeft inhouden en een salarisverhoging die zij ten onrechte niet heeft toegekend.
4.2.
Een billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 1 onder c BW kan worden toegekend aan een werknemer wiens arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is opgezegd, als deze opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten doet zich echter slechts in uitzonderlijke gevallen voor (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40). Uit de in de parlementaire geschiedenis genoemde voorbeelden en toelichtingen blijkt dat het moet gaan om een duidelijk en uitzonderlijk laakbaar handelen of nalaten, dat valt te kwalificeren als duidelijk strijdig met goed werkgeverschap en op één lijn te stellen is met de daarin genoemde voorbeelden. De regering heeft als één van de voorbeelden van ernstige verwijtbaarheid genoemd de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk heeft veronachtzaamd (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, C, pag. 113). De lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ligt dus hoog.
4.3.
Het ernstige verwijt dat de werkgever te maken valt kan betrekking hebben op het ontstaan en/of het voortbestaan van de ziekte, maar kan ook aan de orde zijn als de werkgever zijn re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd (ECLI:NL:GHAMS:2026:147).
4.4.
[verzoeker] stelt dat Canon allereerst ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de steken die zij heeft laten vallen tijdens het re-integratietraject. Ook verwijt [verzoeker] Canon in hoge mate dat zijn revalidatietraject een half jaar vertraging heeft opgelopen omdat Canon een verzoek tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting had ingediend. Daardoor kon [verzoeker] pas later met zijn revalidatie bij Spine en Joint beginnen. Dit heeft zijn herstel belemmerd. De kantonrechter zal beide verwijten hierna bespreken.
Geen ernstig verwijtbaar handelen
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat Canon niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.6.
Juist is dat het re-integratietraject niet naar behoren is verlopen. Het kan Canon verweten worden dat zij te weinig aandacht voor de re-integratie van [verzoeker] heeft gehad nadat [verzoeker] in de zomer van 2023 weer volledig was uitgevallen. Weliswaar heeft Canon de adviezen van de bedrijfsarts steeds opgevolgd, maar het had op haar weg gelegen om in die periode actiever naar mogelijkheden voor (aangepast) werk binnen de eigen organisatie te zoeken dan wel een tweede-spoortraject aan te vangen. Canon heeft door de door het UWV opgelegde loonsanctie deze verloren tijd goed gemaakt en gedurende het derde ziektejaar alsnog de re-integratie op juiste wijze uitgevoerd. Dat de inspanningen van beide partijen niet hebben geleid tot werkhervatting in het eigen werk of elders, is bijzonder teleurstellend voor [verzoeker] , maar kan niet worden geweten aan de tekortkomingen van Canon. Van grove veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen is geen sprake.
4.7.
De kantonrechter volgt [verzoeker] ook niet in zijn stelling dat door handelingen van Canon zijn herstel is belemmerd. Het is juist dat [verzoeker] in mei 2023 te maken kreeg met een zeer drukke periode op het werk, waardoor zijn lichamelijke klachten toenamen. Canon heeft echter direct na de ziekmelding van [verzoeker] alle adviezen van de bedrijfsarts opgevolgd. Dat Canon van deze gang van zaken een ernstig verwijt treft is niet gebleken.
4.8.
Verder heeft Canon in overleg met [verzoeker] op 6 december een verlenging van de loondoorbetaling voor twee maanden verzocht. Pas in januari 2024 werd duidelijk dat [verzoeker] kon beginnen met zijn revalidatie bij Joint en Spine, maar dan wel volledig beschikbaar moest zijn. Uitstel van de revalidatie was daardoor helaas onvermijdelijk. Dat was vervelend voor [verzoeker] , maar van deze gang van zaken kan Canon geen verwijt worden gemaakt.
4.9.
[verzoeker] verwijt Canon nog pestgedrag en het herhaaldelijk overtreden van wettelijke verplichtingen, maar heeft niet uitgelegd waar hij op doelt. Voor zover hij de hiervoor besproken situaties voor ogen had, is reeds geoordeeld dat Canon op deze punten geen ernstig verwijt treft. Voor zover hij doelt op de discussie over de vakantie-uren en de salarisverhoging zal de kantonrechter in het navolgende ingaan op deze verwijten.
Vakantie-uren en salarisverhoging
4.10.
[verzoeker] stelt dat Canon in de periode van 26 juni 2023 tot en met 14 juli 2023 ten onrechte vakantiedagen heeft ingehouden. [verzoeker] was in deze periode ziek en heeft er niet expliciet mee ingestemd dat deze dagen als vakantie werden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de week van 21 augustus tot en met 25 augustus 2023.
4.11.
Anders dan [verzoeker] is de kantonrechter van oordeel dat een dergelijke expliciete instemming van de werknemer slechts nodig is in de situatie waarin de werknemer ziek wordt nadat de vakantiedagen zijn vastgesteld. Zo’n situatie was hier niet aan de orde; [verzoeker] was immers al ziekgemeld en heeft vervolgens vakantie aangevraagd. De arbeidsongeschikte werknemer bouwt, zolang er sprake is van een loondoorbetalingsverplichting van de werkgever, vakantiedagen op en kan dus ook vakantie opnemen. Gedurende de vakantie is de werknemer vrijgesteld van zijn re-integratieverplichtingen en kan hij recupereren. Niet ter discussie staat dat [verzoeker] voor bovengenoemde periodes op de gebruikelijke wijze vakantie heeft aangevraagd, waarna de aanvraag is goedgekeurd. De genoten vakantie is daarom terecht op zijn vakantiesaldo ingehouden.
4.12.
Dat is anders voor de inhouding van 36 uur in november 2024, gedurende welke periode [verzoeker] naar Turkije moest voor een noodzakelijke tandheelkundige behandeling. Canon heeft niet betwist dat de medische behandeling die [verzoeker] moest ondergaan noodzakelijk was. Onder die omstandigheden heeft Canon deze uren ten onrechte als vakantie uren zijn aangemerkt. [verzoeker] heeft recht op nabetaling van deze uren. Toekenning van de wettelijke verhoging over dit bedrag ligt niet in de rede. [verzoeker] heeft destijds niet geprotesteerd tegen het bericht van HR dat zij deze 36 uur als vakantie zou aanmerken en de financiële gevolgen voor [verzoeker] zijn zeer gering. Bij dat laatste neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat Canon gedurende lange tijd een hoger salaris aan [verzoeker] heeft betaald dan dat waartoe zij verplicht was.
4.13.
[verzoeker] vordert uitbetaling van de vakantiedagen die hij zegt te hebben opgebouwd in de periode na het einde van de loondoorbetalingsverplichting. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:7054).
4.14.
Het Hof van Justitie heeft in haar arrest van 15 juli 2025 (HvJ EU 15 juli 2025 ECLI:NL:EU:C:2025:586) geoordeeld dat er specifieke omstandigheden kunnen zijn die een afwijking van het fundamentele recht op (jaarlijks betaald) verlof rechtvaardigen. Zoals inmiddels ook door verschillende kantonrechters is overwogen (zie onder meer ECLI:NL:RBROT:2026:1852, ECLI:NL:RBROT:2026:1215 en ECLI:NL:RBNNE:2025:5517) vormt het feit dat sprake is van een zogeheten slapend dienstverband zo’n specifieke omstandigheid. Immers, de werkgever is gehouden het loon gedurende de arbeidsongeschiktheid (tenminste) twee jaar door te betalen. Daarna is sprake van een slapend dienstverband; de werknemer ontvangt geen loon meer en hij hoeft ook niet meer te werken of te re-integreren. Dat de werknemer door middel van betaalde vakantie tijdens een slapend dienstverband in staat gesteld zou moeten worden om te recupereren is dus niet aan de orde. Bovendien voorziet het sociaal zekerheidsrecht in de mogelijkheid voor de werknemer om met behoud van uitkering met vakantie te gaan. Gelet op deze specifieke omstandigheden is artikel 7:634 lid 1 BW naar het oordeel van de kantonrechter niet in strijd met Europese wetgeving. De vordering van [verzoeker] wordt op dit punt afgewezen.
Salarisverhoging van 4% of 2%
4.15.
[verzoeker] meent dat hij mogelijk recht had op 4% salarisverhoging in plaats van 2% omdat in april 2025 aan medewerkers van Canon een gemiddelde loonsverhoging van 4% is toegekend. Canon heeft aangevoerd dat de salarisverhoging is toegekend in overeenstemming met de CENV merit increase policy. [verzoeker] heeft niet duidelijk gemaakt op grond waarvan hij voor een hogere loonsverhoging in aanmerking had moeten komen. De enkele, niet met stukken onderbouwde, verwijzing naar de gemiddelde loonsverhoging van andere werknemers is daartoe onvoldoende. [verzoeker] heeft niet genoeg gesteld op dit punt om de loonsverhoging toe te kennen of Canon te veroordelen stukken over te leggen die de loonsverhoging van 2% staven.
4.16.
Tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling heeft Canon op verzoek van de kantonrechter bij haar financiële afdeling nagevraagd of de loonsverhoging van 2% is doorgegeven aan Nationale Nederlanden. Volgens haar is dat het geval. Wat er precies is misgegaan valt niet meer te achterhalen, maar niet kan worden uitgesloten dat Nationale Nederland deze melding niet correct heeft verwerkt. Als dat het geval is, dan kan Canon daar geen verwijt van worden gemaakt. Bij deze stand van zaken moet de vordering van [verzoeker] om Canon te veroordelen tot de door hem geleden inkomens- en pensioenschade worden afgewezen.
Conclusie
4.17.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat er geen sprake is van ernstige verwijten aan de zijde van Canon die toekenning van een billijke vergoeding rechtvaardigen. Hoewel het re-integratieproces niet volgens de regels is verlopen, levert dit geen grovelijke veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen op. Evenmin is gebleken dat Canon door haar handelen het herstel van [verzoeker] heeft belemmerd. Voor zover [verzoeker] bedoeld heeft te stellen dat de onder 4.11 beschreven situatie moet worden gezien als ‘pestgedrag’, meent de kantonrechter dat daarvan geen sprake is. Evenmin rechtvaardigt het eenmalig ten onrechte inhouden van 36 vakantie uren niet de conclusie dat Canon ‘structureel’ haar wettelijke verplichtingen niet nakwam.
4.18.
Wel moet Canon nog een nabetaling doen van 36 ten onrechte ingehouden vakantie uren ten bedrage van (36 x het uurloon van € 52,59 =) € 1.893,24 bruto. Alle overige vorderingen worden afgewezen.
4.19.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Canon, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling aan [verzoeker] van € 1.893,24 bruto aan ten onrechte afgeboekte vakantie uren,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Bilderbeek en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12094575 \ EA VERZ 26-181
Beschikking van 16 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: V.C. Schuurman, stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen
CANON EUROPA N.V.,
te Amstelveen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Canon,
gemachtigde: mr. P.A. Nabben.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door Canon na drie jaar arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter wijst het verzoek af. Dat Canon het herstel van [verzoeker] heeft belemmerd is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat Canon haar reintegratieverplichtingen jegens [verzoeker] grovelijk heeft veronachtzaamd. Wel heeft [verzoeker] nog recht op een bedrag wegens ten onrechte niet uitbeteaalde vakantiedagen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Na de mondelinge behandeling is de zaak twee weken aangehouden voor het beproeven van een minnelijke regeling. Partijen hebben op 27 mei 2026 laten weten dat zij een beschikking wensen. De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedag] 1965, was sinds 1 december 2015 in dienst bij Canon. De functie van [verzoeker] was [functie] met een loon van € 9.115,78 bruto per maand.
2.2.
Op 28 maart 2022 meldde [verzoeker] zich ziek. In de periode daarna heeft hij geleidelijk zijn uren opgebouwd. In november 2022 was hij weer belastbaar voor 8 á 9 uur per dag inclusief reistijd. [verzoeker] ondervond nog wel beperkingen en bleef voor 4 uur per dag arbeidsongeschikt. Afgesproken werd dat [verzoeker] slechts 1 á 2 dagen per week naar kantoor hoefde te komen, dat er voor hem aangepaste werktijden golden en dat in geval van reizen rekening zou worden gehouden met zijn beperkingen.
2.3.
Bij aanvang van het tweede ziektejaar was Canon nog slechts verplicht om aan [verzoeker] 70% van het maximum dagloon door te betalen. Canon koos er echter voor om het volledige maandsalaris, vermeerderd met emolumenten aan hem te betalen.
2.4.
[verzoeker] had een belangrijke rol in het Océ-project, welk project rond mei 2023 in een stroomversnelling kwam. Door de toenemende drukte verergerden de klachten van [verzoeker] . De bedrijfsarts adviseerde daarom om in overleg de werkbelasting van [verzoeker] terug te brengen. Dit is gebeurd. [verzoeker] had vakantie van 16 juni tot 14 juli 2023. Enkele dagen na terugkomst meldde hij zich volledig arbeidsongeschikt
2.5.
Op advies van de bedrijfsarts hervatte [verzoeker] zijn re-integratie vanaf augustus 2023 weer langzaam met aangepaste werkzaamheden. In oktober 2023 stelde de bedrijfsarts een Actuele Mogelijkheden Lijst (AML) op. [verzoeker] verrichtte conform de AML tot december 2023 vanuit huis enkele managementtaken.
2.6.
In overleg met [verzoeker] verzocht Canon op 6 december 2023 het UWV om de loondoorbetaling met twee maanden te verlengen. Partijen hebben vervolgens een Plan van Aanpak opgesteld. Daarin stond dat [verzoeker] semi-zelfstandige taken zou blijven uitvoeren binnen aangepaste werktijden en zou starten met een revalidatietraject bij Spine en Joint. Ook hadden [verzoeker] en Canon vanaf 23 januari 2024 tweewekelijks overleg over de voortgang van het verzuimtraject.
2.7.
Op 7 maart 2024 is er arbeidsdeskundig onderzoek uitgevoerd. De conclusie van dit rapport luidt onder meer dat het eigen werk van [verzoeker] niet structureel passend te maken was. Geadviseerd werd daarom om een tweede spoortraject op te starten.
2.8.
Op 4 april 2024 heeft het UWV aan Canon een loonsanctie van één jaar, tot 28 mei 2025 opgelegd. De arbeidsdeskundige schrijft in het bijgevoegde arbeidsdeskundig rapport dat er vanaf augustus 2023 geen (arbeidsdeskundig) onderzoek is verricht naar de mogelijkheden om de arbeidscapaciteit in te zetten bij de eigen werkgever. Daarbij zijn er geen plannen van aanpak opgemaakt en is de eerstejaarsevaluatie achterwege gebleven. Daardoor zijn er kansen gemist in het eerste spoor. Ook had in augustus 2023 een spoor 2-traject gestart kunnen worden, maar is dat niet gebeurd.
2.9.
Canon heeft het tweede spoortraject voortgezet. Vanaf 28 mei 2025 is aan [verzoeker] een WIA-uitkering toegekend. Op 6 augustus 2025 is het tweede spoortraject afgerond. Vervolgens heeft Canon een ontslagaanvraag bij het UWV ingediend.
2.10.
Na daartoe een ontslagvergunning van het UWV te hebben verkregen heeft Canon de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 12 december 2025.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen. Volgens [verzoeker] heeft Canon ernstig verwijtbaar gehandeld door 1) grovelijke veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen, 2) de aanvraag verlenging loondoorbetaling op een zodanig tijdstip in te dienen, dat [verzoeker] pas veel later met een revalidatietraject kon starten, met een verslechterde gezondheidssituatie tot gevolg, 3) discriminerend en/of pestgedrag en 4) het structureel niet nakomen van wettelijke verplichtingen.
3.2.
Verder verwijt [verzoeker] Canon dat hem, zonder nadere uitleg, een salarisverhoging van 2%in plaats van 4% is toegekend. Omdat deze verhoging nog niet bij Nationale Nederlanden, de verzekeraar voor het arbeidsrisico van [verzoeker] , is doorgegeven, is de verzekeringsuitkering van [verzoeker] gebaseerd op een te laag inkomen en loopt hij pensioenopbouw mis.
3.3.
Ook meent [verzoeker] dat er in de periode van 26 juni 2023 tot en met 14 juli 2023 ten onrechte vakantiedagen zijn ingehouden. [verzoeker] was in deze periode ziek en heeft geen expliciete toestemming gegeven voor deze inhouding. Datzelfde geldt voor de week van 21 augustus tot en met 25 augustus 2023 en voor de inhouding van 36 uur in november 2024, gedurende welke periode [verzoeker] naar Turkije moest voor een noodzakelijke tandheelkundige behandeling.
3.4.
Tenslotte meent [verzoeker] dat hij recht heeft op de opbouw van 130 uur wettelijke vakantiedagen gedurende de tijd dat er sprake was van een slapend dienstverband.
3.5.
Canon voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Canon voert ‑ samengevat ‑ aan dat zij gedurende een korte periode in het najaar van 2023 te weinig re-integratie inspanningen heeft verricht. Van grovelijke veronachtzaming van haar verplichtingen is echter geen sprake en door de loonsanctie heeft zij eventuele tekortkomingen hersteld. Verder ontvangt [verzoeker] de hem toekomende salarisverhoging en heeft Canon deze ook aan Nationale Nederlanden doorgegeven. Dat een werknemer gedurende ziekte geen vakantie kan opnemen in niet juist. Vakantiedagen zijn steeds in goed overleg opgenomen door [verzoeker] . Gedurende een slapend dienstverband bouwt de werknemer geen vakantiedagen meer op. Van pestgedrag is geen sprake geweest. De aanvraag verlenging loondoorbetaling is in onderling overleg ingediend. Op het moment van indienen was niet bekend dat één en andere gevolgen kon hebben voor het tijdstip waarop [verzoeker] met zijn revalidatieproject kon beginnen. Verder is onduidelijk welke wettelijke verplichtingen Canon niet zou zijn nagekomen.
4De beoordeling
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of Canon moet worden veroordeeld tot na betaling van vakantie uren die zij heeft inhouden en een salarisverhoging die zij ten onrechte niet heeft toegekend.
4.2.
Een billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 1 onder c BW kan worden toegekend aan een werknemer wiens arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is opgezegd, als deze opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten doet zich echter slechts in uitzonderlijke gevallen voor (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40). Uit de in de parlementaire geschiedenis genoemde voorbeelden en toelichtingen blijkt dat het moet gaan om een duidelijk en uitzonderlijk laakbaar handelen of nalaten, dat valt te kwalificeren als duidelijk strijdig met goed werkgeverschap en op één lijn te stellen is met de daarin genoemde voorbeelden. De regering heeft als één van de voorbeelden van ernstige verwijtbaarheid genoemd de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk heeft veronachtzaamd (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, C, pag. 113). De lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ligt dus hoog.
4.3.
Het ernstige verwijt dat de werkgever te maken valt kan betrekking hebben op het ontstaan en/of het voortbestaan van de ziekte, maar kan ook aan de orde zijn als de werkgever zijn re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd (ECLI:NL:GHAMS:2026:147).
4.4.
[verzoeker] stelt dat Canon allereerst ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de steken die zij heeft laten vallen tijdens het re-integratietraject. Ook verwijt [verzoeker] Canon in hoge mate dat zijn revalidatietraject een half jaar vertraging heeft opgelopen omdat Canon een verzoek tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting had ingediend. Daardoor kon [verzoeker] pas later met zijn revalidatie bij Spine en Joint beginnen. Dit heeft zijn herstel belemmerd. De kantonrechter zal beide verwijten hierna bespreken.
Geen ernstig verwijtbaar handelen
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat Canon niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.6.
Juist is dat het re-integratietraject niet naar behoren is verlopen. Het kan Canon verweten worden dat zij te weinig aandacht voor de re-integratie van [verzoeker] heeft gehad nadat [verzoeker] in de zomer van 2023 weer volledig was uitgevallen. Weliswaar heeft Canon de adviezen van de bedrijfsarts steeds opgevolgd, maar het had op haar weg gelegen om in die periode actiever naar mogelijkheden voor (aangepast) werk binnen de eigen organisatie te zoeken dan wel een tweede-spoortraject aan te vangen. Canon heeft door de door het UWV opgelegde loonsanctie deze verloren tijd goed gemaakt en gedurende het derde ziektejaar alsnog de re-integratie op juiste wijze uitgevoerd. Dat de inspanningen van beide partijen niet hebben geleid tot werkhervatting in het eigen werk of elders, is bijzonder teleurstellend voor [verzoeker] , maar kan niet worden geweten aan de tekortkomingen van Canon. Van grove veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen is geen sprake.
4.7.
De kantonrechter volgt [verzoeker] ook niet in zijn stelling dat door handelingen van Canon zijn herstel is belemmerd. Het is juist dat [verzoeker] in mei 2023 te maken kreeg met een zeer drukke periode op het werk, waardoor zijn lichamelijke klachten toenamen. Canon heeft echter direct na de ziekmelding van [verzoeker] alle adviezen van de bedrijfsarts opgevolgd. Dat Canon van deze gang van zaken een ernstig verwijt treft is niet gebleken.
4.8.
Verder heeft Canon in overleg met [verzoeker] op 6 december een verlenging van de loondoorbetaling voor twee maanden verzocht. Pas in januari 2024 werd duidelijk dat [verzoeker] kon beginnen met zijn revalidatie bij Joint en Spine, maar dan wel volledig beschikbaar moest zijn. Uitstel van de revalidatie was daardoor helaas onvermijdelijk. Dat was vervelend voor [verzoeker] , maar van deze gang van zaken kan Canon geen verwijt worden gemaakt.
4.9.
[verzoeker] verwijt Canon nog pestgedrag en het herhaaldelijk overtreden van wettelijke verplichtingen, maar heeft niet uitgelegd waar hij op doelt. Voor zover hij de hiervoor besproken situaties voor ogen had, is reeds geoordeeld dat Canon op deze punten geen ernstig verwijt treft. Voor zover hij doelt op de discussie over de vakantie-uren en de salarisverhoging zal de kantonrechter in het navolgende ingaan op deze verwijten.
Vakantie-uren en salarisverhoging
4.10.
[verzoeker] stelt dat Canon in de periode van 26 juni 2023 tot en met 14 juli 2023 ten onrechte vakantiedagen heeft ingehouden. [verzoeker] was in deze periode ziek en heeft er niet expliciet mee ingestemd dat deze dagen als vakantie werden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de week van 21 augustus tot en met 25 augustus 2023.
4.11.
Anders dan [verzoeker] is de kantonrechter van oordeel dat een dergelijke expliciete instemming van de werknemer slechts nodig is in de situatie waarin de werknemer ziek wordt nadat de vakantiedagen zijn vastgesteld. Zo’n situatie was hier niet aan de orde; [verzoeker] was immers al ziekgemeld en heeft vervolgens vakantie aangevraagd. De arbeidsongeschikte werknemer bouwt, zolang er sprake is van een loondoorbetalingsverplichting van de werkgever, vakantiedagen op en kan dus ook vakantie opnemen. Gedurende de vakantie is de werknemer vrijgesteld van zijn re-integratieverplichtingen en kan hij recupereren. Niet ter discussie staat dat [verzoeker] voor bovengenoemde periodes op de gebruikelijke wijze vakantie heeft aangevraagd, waarna de aanvraag is goedgekeurd. De genoten vakantie is daarom terecht op zijn vakantiesaldo ingehouden.
4.12.
Dat is anders voor de inhouding van 36 uur in november 2024, gedurende welke periode [verzoeker] naar Turkije moest voor een noodzakelijke tandheelkundige behandeling. Canon heeft niet betwist dat de medische behandeling die [verzoeker] moest ondergaan noodzakelijk was. Onder die omstandigheden heeft Canon deze uren ten onrechte als vakantie uren zijn aangemerkt. [verzoeker] heeft recht op nabetaling van deze uren. Toekenning van de wettelijke verhoging over dit bedrag ligt niet in de rede. [verzoeker] heeft destijds niet geprotesteerd tegen het bericht van HR dat zij deze 36 uur als vakantie zou aanmerken en de financiële gevolgen voor [verzoeker] zijn zeer gering. Bij dat laatste neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat Canon gedurende lange tijd een hoger salaris aan [verzoeker] heeft betaald dan dat waartoe zij verplicht was.
4.13.
[verzoeker] vordert uitbetaling van de vakantiedagen die hij zegt te hebben opgebouwd in de periode na het einde van de loondoorbetalingsverplichting. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:7054).
4.14.
Het Hof van Justitie heeft in haar arrest van 15 juli 2025 (HvJ EU 15 juli 2025 ECLI:NL:EU:C:2025:586) geoordeeld dat er specifieke omstandigheden kunnen zijn die een afwijking van het fundamentele recht op (jaarlijks betaald) verlof rechtvaardigen. Zoals inmiddels ook door verschillende kantonrechters is overwogen (zie onder meer ECLI:NL:RBROT:2026:1852, ECLI:NL:RBROT:2026:1215 en ECLI:NL:RBNNE:2025:5517) vormt het feit dat sprake is van een zogeheten slapend dienstverband zo’n specifieke omstandigheid. Immers, de werkgever is gehouden het loon gedurende de arbeidsongeschiktheid (tenminste) twee jaar door te betalen. Daarna is sprake van een slapend dienstverband; de werknemer ontvangt geen loon meer en hij hoeft ook niet meer te werken of te re-integreren. Dat de werknemer door middel van betaalde vakantie tijdens een slapend dienstverband in staat gesteld zou moeten worden om te recupereren is dus niet aan de orde. Bovendien voorziet het sociaal zekerheidsrecht in de mogelijkheid voor de werknemer om met behoud van uitkering met vakantie te gaan. Gelet op deze specifieke omstandigheden is artikel 7:634 lid 1 BW naar het oordeel van de kantonrechter niet in strijd met Europese wetgeving. De vordering van [verzoeker] wordt op dit punt afgewezen.
Salarisverhoging van 4% of 2%
4.15.
[verzoeker] meent dat hij mogelijk recht had op 4% salarisverhoging in plaats van 2% omdat in april 2025 aan medewerkers van Canon een gemiddelde loonsverhoging van 4% is toegekend. Canon heeft aangevoerd dat de salarisverhoging is toegekend in overeenstemming met de CENV merit increase policy. [verzoeker] heeft niet duidelijk gemaakt op grond waarvan hij voor een hogere loonsverhoging in aanmerking had moeten komen. De enkele, niet met stukken onderbouwde, verwijzing naar de gemiddelde loonsverhoging van andere werknemers is daartoe onvoldoende. [verzoeker] heeft niet genoeg gesteld op dit punt om de loonsverhoging toe te kennen of Canon te veroordelen stukken over te leggen die de loonsverhoging van 2% staven.
4.16.
Tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling heeft Canon op verzoek van de kantonrechter bij haar financiële afdeling nagevraagd of de loonsverhoging van 2% is doorgegeven aan Nationale Nederlanden. Volgens haar is dat het geval. Wat er precies is misgegaan valt niet meer te achterhalen, maar niet kan worden uitgesloten dat Nationale Nederland deze melding niet correct heeft verwerkt. Als dat het geval is, dan kan Canon daar geen verwijt van worden gemaakt. Bij deze stand van zaken moet de vordering van [verzoeker] om Canon te veroordelen tot de door hem geleden inkomens- en pensioenschade worden afgewezen.
Conclusie
4.17.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat er geen sprake is van ernstige verwijten aan de zijde van Canon die toekenning van een billijke vergoeding rechtvaardigen. Hoewel het re-integratieproces niet volgens de regels is verlopen, levert dit geen grovelijke veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen op. Evenmin is gebleken dat Canon door haar handelen het herstel van [verzoeker] heeft belemmerd. Voor zover [verzoeker] bedoeld heeft te stellen dat de onder 4.11 beschreven situatie moet worden gezien als ‘pestgedrag’, meent de kantonrechter dat daarvan geen sprake is. Evenmin rechtvaardigt het eenmalig ten onrechte inhouden van 36 vakantie uren niet de conclusie dat Canon ‘structureel’ haar wettelijke verplichtingen niet nakwam.
4.18.
Wel moet Canon nog een nabetaling doen van 36 ten onrechte ingehouden vakantie uren ten bedrage van (36 x het uurloon van € 52,59 =) € 1.893,24 bruto. Alle overige vorderingen worden afgewezen.
4.19.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Canon, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling aan [verzoeker] van € 1.893,24 bruto aan ten onrechte afgeboekte vakantie uren,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Bilderbeek en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.