Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9670

2026-09-15 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11914585 WM 25-17875
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-15
Publicatiedatum
2026-09-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11914585 WM 25-17875
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bij een blauwe streep parkeren zonder gebruik te maken van een parkeerschijf. Betrokkene kon de parkeerschrijf niet vinden, moest naar een afspraak en heeft daarom de parkeerapp aangezet in plaats van de blauwe schijf te gebruiken. De plicht om een parkeerschijf neer te leggen komt niet te vervallen, omdat betrokkene de parkeerapp heeft aangezet. Er hoeft immers geen parkeergeld betaald te worden bij een blauwe streep, omdat een maximale parkeerduur met parkeerschijf geldt. De overtreding kan worden vastgesteld. Maar aan de hand van de parkeerhistorie van betrokkene is te zien dat voertuig niet langer dan twee uur stond geparkeerd ter plaatse, aanleiding tot matiging van de boete tot de helft van het bedrag.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.019 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Afdeling privaatrecht



kantonrechter: mr. B. Brokkaar
zaaknummer: 11914585 WM VERZ 25-17875
beslissing van: 15 september 2026
func.: 65186



Beslissing inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:


ALPHABET NEDERLAND B.V.



[adres]



verder: betrokkene



namens wie beroep is ingesteld door:


Appjection B.V.


mr. M. Lagas

verder: gemachtigde



welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 juni 2025 en is gericht tegen de beslissing van 27 mei 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.


CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE


Aan betrokkene is bij beschikking van 18 maart 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 15 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.



Namens gemachtigde is de heer [naam] ter zitting verschenen. Gemachtigde heeft op de zitting aangegeven geen aanvullingen op het beroepschrift te hebben.



Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.



Ten slotte is door de kantonrechter aan het einde van de zitting schriftelijk uitspraak gedaan.





GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd bij een blauwe streep terwijl het voertuig niet was voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf. Deze gedraging is geconstateerd op 13 februari 2025 om 11:01 uur op het Willem Dudokhof ter hoogte van nummer 1 te Diemen.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene niet ontkent de gedraging te hebben verricht, maar stelt dat de omstandigheden het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. Betrokkene heeft verklaard dat zij in de betreffende omgeving woont en een parkeerapp heeft gebruikt om haar voertuig aan te melden en te betalen. Betrokkene kon haar blauwe schijf niet vinden en had geen tijd om deze te zoeken, omdat zij een afspraak bij de tandarts had. Uit de toegevoegde afbeelding van de parkeerapp blijkt dat betrokkene de toegestane parkeertijd van twee uur niet heeft overschreden.


Gemachtigde verzoekt de inleidende beschikking te vernietigen dan wel de sanctie te matigen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.


4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. De gedraging kan op grond van de zich in het dossier bevindende gegevens worden vastgesteld. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om een parkeerschrijf neer te leggen indien dit vereist is op een parkeerplek.

5. Het volgende wordt overwogen.

6. De verbalisant heeft een boete opgelegd, omdat betrokkene geen parkeerschijf zichtbaar achter de voorruit had gelegd terwijl het voertuig stond geparkeerd langs een blauwe streep. Er zijn foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.

7. Op de foto’s in het dossier is te zien dat betrokkene bij een blauwe streep heeft geparkeerd, zonder dat een parkeerschijf zichtbaar achter de voorruit was geplaatst.
De plicht om een parkeerschijf neer te leggen komt niet te vervallen, omdat betrokkene de parkeerapp heeft aangezet. Er hoeft immers geen parkeergeld betaald te worden bij een blauwe streep, omdat een maximale parkeerduur met parkeerschijf geldt. De overtreding kan worden vastgesteld.

8. Echter nu namens betrokkene door middel van een kopie van de parkeerhistorie van de bezoekersapp is aangetoond dat het voertuig van betrokkene niet langer dan twee uur ter plaatse stond geparkeerd, ziet de kantonrechter aanleiding om de sanctie te matigen naar de helft van het boetebedrag. Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard.


Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

9. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu de sanctie wordt gematigd, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.

10. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan (de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Wahv juncto artikel 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat de kosten gemaakt in administratief beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen, vgl. het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2852.
Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht: - het indienen van beroep bij de kantonrechter en; - het verschijnen op de zitting bij de kantonrechter.

11. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.

12. Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 934,00 toegekend. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding voor de fase bij de kantonrechter vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Dit betekent een bedrag van
€ 233,50 aan proceskostenvergoeding in de onderhavige zaak.

13. Daarom wordt beslist als volgt.



BESLISSING
De kantonrechter:



verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en stelt, onder wijziging van de inleidende beschikking, de sanctie vast op € 60,00 exclusief administratiekosten;


bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd voor zover dit het genoemde bedrag, vermeerderd met de administratiekosten, te boven gaat;



- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 233,50.



De griffier De kantonrechter






Datum verzending









Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.