Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9662

2026-09-09 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11793740 WM VERZ 25-11589
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11793740 WM VERZ 25-11589
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wahv. Geslotenverklaring Sloterweg. Beleidsmedewerker bevoegd om instemming te verlenen. Instemming tav Sloterweg-west blijkt voldoende uit de stukken. Ongegrond.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (16.526 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Afdeling privaatrecht



kantonrechter: J.F. Kuiken
zaaknummers: 11793740 WM VERZ 25-11589
beslissing van: 9 september 2026
func.: 67983



Uitspraak van 9 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:



[betrokkene]




[adres]



verder: betrokkene


voor wie als gemachtigde optreedt:


mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl

verder: gemachtigde



welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 26 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 20 december 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1946.


CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE


Aan betrokkene is beschikking van 28 september 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 30 juni 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.



Namens gemachtigde is [naam 1] ter zitting verschenen.




GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12). De gedraging is geconstateerd op 17 september 2024 om 11:19 uur op de Sloterweg-west te Amsterdam.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert primair aan dat de boa niet bevoegd was om te handhaven omdat de instemming van het openbaar ministerie ontbreekt. Volgens verweerder wordt hiervan geen melding gemaakt in de verkeersbesluiten en evenmin in het algemeen proces-verbaal, terwijl daarin wel een uitgebreide en gedetailleerde tijdlijn is opgenomen waarin onder meer wordt verwezen naar een positief advies van het toetsingsteam van de politie.
De inleidende beschikking komt daarom vernietiging in aanmerking. Ter onderbouwing verwijst gemachtigde naar het arrest van het hof Arnhem-Leeuwaarden van 15 januari 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:217) en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 april 2025 (zaaknummer: 11947722).


Subsidiair verzoekt gemachtigde de sancties die zijn opgelegd voor de ontvangst van de eerste sanctie te matigen tot nihil.



Namens betrokkene is om een proceskostenvergoeding verzocht.


4. Gemachtigde heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene twee boetes heeft ontvangen en dat hij deze zelf heeft gereden.
5. Verweerder heeft ter zitting een instemmingsverklaring van de heer [naam 2] , beleidsadviseur, overgelegd waaruit volgens verweerder blijkt dat er instemming is verleend om te handhaven.


Ten aanzien van de gedraging heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de bebording, gelet op de schouwrapporten in het dossier, voldoende duidelijk is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene om op de bebording te letten. Volgens verweerder is er geen aanleiding voor matiging omdat sprake is van afzonderlijke gedragingen en twee verschillende kentekens.

6. Het volgende wordt overwogen.



Bevoegdheid boa



7. Op 30 juni 2026 heeft de kantonrechter de onderhavige zaak aangehouden teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen een toelichting te geven op de vraag of de heer [naam 2] , beleidsmedewerker, bevoegd was om de instemming te verlenen en de correspondentie te overleggen waaruit de instemming blijkt.

8. Op 27 juli 2026 heeft verweerder schriftelijk gereageerd. Verweerder voert aan dat de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: de Regeling) de bevoegdheid tot het verlenen van instemming toekent aan Parket CVOM. Volgens verweerder schrijft de Regeling niet voor dat deze instemming persoonlijk door een officier van justitie, de hoofdofficier van justitie of een andere specifiek aangewezen functionaris moet worden verleend. De instemming is bedoeld als een voorafgaande inhoudelijke kwaliteitstoets op de inrichting en uitvoering van digitale handhaving. De uitvoering van deze taak is binnen Parket CVOM functioneel belegd bij de afdeling Beleid & Strategie en wordt namens Parket CVOM verricht door beleidsmedewerkers aan wie de portefeuilles RVV 1990 en geslotenverklaring zijn toegewezen. Deze afdeling voert de regie over de wijze waarop digitale handhaving wordt ingericht en beoordeelt of een aanvraag aan de vastgestelde uitgangspunten voldoet aan de hand van het daartoe opgestelde stappenplan. Pas na akkoord van die afdeling kan met digitale handhaving worden gestart. Dit volgt uit het door het Parket CVOM vastgestelde Beoordelingskader voor geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: het Beoordelingskader). De bij de aanvraag van de gemeente Amsterdam om digitaal te mogen handhaven op de geslotenverklaringen op de Sloterweg en de Laan van Vlaanderen betrokken medewerkers [naam 3] en [naam 2] zijn beiden medewerkers werkzaam als beleidsmedewerker bij de afdeling Beleid & Strategie van Parket CVOM en vanuit hun functie bevoegd om namens Parket CVOM de instemming te verlenen.

9. Verweerder heeft e-mailcorrespondentie tussen [naam 3] en de gemeente Amsterdam overgelegd, waaruit volgens verweerder blijkt dat Parket CVOM op 1 september 2023 heeft ingestemd met digitale handhaving op de Sloterweg West. Daarbij heeft de heer [naam 3] medegedeeld: “Akkoord van Parket CVOM om digitaal te handhaven gebied Sloterweg per 1 september 2023”. Voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen is de instemming volgens verweerder op 19 februari 2024 verleend, terwijl de digitale handhaving op 1 januari 2024 was aangevangen. Ten aanzien hiervan heeft [naam 3] medegedeeld: “Hoi [naam 2] , Top. (..)”. Volgens verweerder moet dit bericht niet geïsoleerd worden gelezen, maar in samenhang met de daaraan voorafgaande correspondentie en de door de gemeente Amsterdam ingediende stukken voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen. Uit die context blijkt dat de reactie van de aanvraag het sluitstuk vormde van de inhoudelijke beoordeling en de bevestiging inhield dat Parket CVOM met de daarin beschreven inrichting van de digitale handhaving instemde. Voor zover de procedure betrekking heeft op een gedraging die tussen 1 januari 2024 en 19 februari 2024 is vastgesteld, heeft Parket VCOM bevestigd dat instemming betrekking heeft op de vanaf 1 januari 2024 bestaande handhavingsopzet. Verder voert verweerder aan dat verklaring van [naam 2] op 29 juni 2026 geen nieuwe of zelfstandig tot stand gebrachte instemming betreft die losstaat van de eerdere beoordeling. Het is slechts een bevestiging van de eerder verleende instemmingen namens Parket CVOM.

10. Verweerder concludeert dan ook dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de digitale handhaving op de Sloterweg-Oost, de Sloterweg-West of de Laan van Vlaanderen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige of door een bevoegde functionaris verleende instemming niet mocht plaatsvinden.

11. Op 30 juli 2026 en 31 juli 2026 heeft de gemachtigde schriftelijk gereageerd. Gemachtigde voert aan dat de bevoegdheid tot het verlenen van instemming voor alle locaties ontbreekt. De nadere toelichting van verweerder beperkt zich tot de mededeling dat de bevoegdheid “functioneel is belegd” bij de afdeling Beleid & Strategie en dat de betrokken medewerkers vanuit hun functie bevoegd waren, maar een mandaatbesluit, een aanwijzingsbesluit, of enig ander stuk waaruit blijkt dat er per wanneer deze functionele belegging heeft plaatsgevonden, ontbreekt. Volgens gemachtigde moet dit voor de rechter en de burger vooraf kenbaar en controleerbaar zijn. Daarnaast stelt gemachtigde dat een toelichting van verweerder achteraf en de verklaring van [naam 2] van 29 juni 2026 niet kunnen dienen als het objectieve, vooraf bestaande bewijs van de instemming dat voor een constitutief bevoegdheidsvereiste noodzakelijk is.

12. Gemachtigde voert verder aan dat van instemming ten aanzien van Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen niet is gebleken. De instemming op deze locaties is ruim zes weken na aanvang van de handhaving verleend waarbij uit de correspondentie blijkt dat zij toen nog niet beschikten over het algemeen proces-verbaal van deze locaties. Daaruit volgt dat de voorafgaande inhoudelijke toets bij aanvang van de handhaving nog niet had plaatsgevonden. Het stuk waarop het CVOM zich beroept met de tekst: “Hoi [naam 2] , top. Heb je ook nog een getekende versie beschikbaar zonder alle passage in rood?” is een reactie op de toezending om een schone, ongemarkeerde versie daarvan. Van een inhoudelijke beoordeling van, laat staan een akkoord met, de digitale handhaving is uit deze bewoordingen niet af te leiden. De verklaring van [naam 2] van 29 juni 2026 kan dit gebrek niet helen. Deze verklaring is niet alleen ruim twee jaar na de aanvang van de handhaving opgesteld, maar bevestigt bovendien niet meer dan hetgeen uit de e-mail van 19 februari 2024 zelf al blijkt.Gemachtigde heeft tot slot verzocht om matiging van 25% wegens schending van de redelijke termijn voor zover de behandeling van de zaak meer dan twee jaar heeft geduurd.



Beleidsmedewerker bevoegd om instemming te verlenen namens CVOM


13. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende: “Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie" (CVOM).

14. Er mag dus digitaal (met een camera) worden gehandhaafd als CVOM daarin heeft ingestemd. Het CVOM heeft hiervoor beleid gemaakt dat is neergelegd in het Beoordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden van 18 april 2023. Dit beleid is gepubliceerd. Uit de tekst van het Beoordelingskader blijkt dat genoemde instemming (in beginsel) aan de gemeente die een verzoek voor digitale handhaving doet wordt verleend als het daarin genoemde stappenplan met succes is doorlopen. Met handhaving kan worden gestart na akkoord van Parket CVOM op het plan van aanpak, de digitale opnamen, het algemeen proces-verbaal, het brondocument en eventueel de schouw (zie de laatste stap van het stappenplan). Het toetsen of aan het stappenplan wordt voldaan en als dat het geval is, het geven van instemming, is volgens CVOM belegd bij de beleidsmedewerkers van de afdeling beleid & strategie. Dat wordt ook bevestigd in een meer recentere versie van het Beoordelingskader van 1 augustus 2024. In dit verband verwijst de kantonrechter ook naar de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:411, r.o. 8 e.v.) en 28 april 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2594, r.o. 9). Dat de beleidsmedewerker namens CVOM akkoord is moet digitaal handhaven moet controleerbaar ergens uit blijken (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:217).

15. De conclusie is dat vereiste instemming voor digitale handhaving kon worden verleend door een beleidsmedewerker namens CVOM.



Instemming Sloterweg-West


16. Uit een door verweerder overgelegde e-mail van 1 september 2023, de dag waarop de handhaving op de Sloterweg-West is aangevangen met handhaven, blijkt dat het CVOM heeft ingestemd met digitale handhaving op deze locatie. Gemachtigde betwist dit ook niet langer. De boa was daarom bevoegd om op die locatie handhavend op te treden en de sanctie op te leggen bij overtreding van de geslotenverklaring.



Gedraging




17. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C12 met onderbord ‘uitgezonderd lijnbussen’. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa. In de dossiers bevinden zich schouwrapporten van de bebording, daterend van voor en na de aan betrokkene verweten gedraging en hieruit blijkt dat de bebording – zowel het bord C12 als het vooraankondigingsbord – op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst.
17. Betrokkene heeft een boete gekregen voor het inrijden van een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt. De Sloterweg is aan de westzijde met ingang van 1 juli 2023 afgesloten voor verkeer met uitzondering van lijnbussen. Van 1 juli 2023 tot en met 31 augustus 2023 is door de gemeente een waarschuwingsperiode van kracht. Als in deze periode toch een boete is opgelegd, is een ingesteld beroep gegrond. In de periode van 16 oktober tot en met 24 november 2023 heeft er op de Sloterweg een tekstkar gestaan met de mededeling dat vanaf 1 november 2023 de weg niet zou mogen worden ingereden. Dit betrof een andere weg, maar heeft wel tot onduidelijke situatie geleid. Als in de periode van 16 oktober tot en met 1 november 2023 een boete is opgelegd, is een ingesteld beroep gegrond. Boetes die zijn opgelegd voor overtredingen met betrekking tot de geslotenverklaring in andere periodes zijn in beginsel terecht opgelegd en een ingesteld beroep daarover ongegrond. Dit geldt ook voor de beroepen van betrokkene nu de overtredingen zijn geconstateerd op de eerdergenoemde data.
17. Gelet op het voorgaande staat vast dat betrokkene de gedraging heeft verricht, zodat geen aanleiding is te oordelen dat de sanctie ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.

Omstandigheden


20. Vervolgens dient de kantonrechter, gelet op hetgeen namens betrokkene is aangevoerd, te beoordelen of er desondanks redenen zijn om in dit geval een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
20. Ter zitting is besproken dat betrokkene twee boetes voor dezelfde gedraging en op dezelfde locatie heeft ontvangen op 17 september 2024 en 18 september 2024. Hoewel betrokkene de eerste boete pas heeft ontvangen nadat hij de tweede boete had begaan, is in dit geval sprake van twee verschillende kentekens. Daarbij is onduidelijk gebleven of de boetes door dezelfde bestuurder zijn gereden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.




Proceskostenvergoeding



22. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaken in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.




BESLISSING


De kantonrechter:


- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.



De griffier De kantonrechter






Datum verzending









Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.