Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9660

2026-09-09 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11854255 WM VERZ 25-14632
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11854255 WM VERZ 25-14632
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wahv. Geslotenverklaring Sloterweg. Beleidsmedewerker bevoegd om instemming te verlenen, maar instemming tav Sloterweg-oost en Laan van Vlaanderen blijkt onvoldoende uit de stukken. Gegrond.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (16.726 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Afdeling privaatrecht



kantonrechter: J.F. Kuiken
zaaknummer: 11854255 WM VERZ 25-14632
beslissing van: 9 september 2026
func.: 67983



Uitspraak van 9 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:



[betrokkene]




[adres]



verder: betrokkene


voor wie als gemachtigde optreedt:


mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl

verder: gemachtigde



welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 3 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 5 december 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974.


CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE


Aan betrokkene is bij beschikking van 24 juli 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 30 juni 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.



Namens gemachtigde is [naam 1] ter zitting verschenen.




GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12) op 12 juli 2024 om 21:07 uur op de Sloterweg-oost te Amsterdam.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert primair aan dat de boa niet bevoegd was om te handhaven omdat de instemming van het openbaar ministerie ontbreekt. Volgens verweerder wordt hiervan geen melding gemaakt in de verkeersbesluiten en evenmin in het algemeen proces-verbaal, terwijl daarin wel een uitgebreide en gedetailleerde tijdlijn is opgenomen waarin onder meer wordt verwezen naar een positief advies van het toetsingsteam van de politie.
De inleidende beschikking komt daarom vernietiging in aanmerking. Ter onderbouwing verwijst gemachtigde naar het arrest van het hof Arnhem-Leeuwaarden van 15 januari 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:217) en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 april 2025 (zaaknummer: 11947722).


Subsidiair verzoekt gemachtigde de sancties die zijn opgelegd voor de ontvangst van de eerste sanctie te matigen tot nihil.



Namens betrokkene is om een proceskostenvergoeding verzocht.


4. Gemachtigde heeft ter zitting geen aanvullingen op het beroepschrift naar voren gebracht.

5. Verweerder heeft ter zitting een instemmingsverklaring van de heer [naam 2] , beleidsadviseur, overgelegd waaruit volgens verweerder blijkt dat er instemming is verleend om te handhaven.

6. Ten aanzien van de gedraging heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de bebording, gelet op de schouwrapporten in het dossier, voldoende duidelijk is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene om op de bebording te letten. Volgens verweerder is er geen aanleiding voor matiging omdat sprake is van afzonderlijke gedragingen.
7. Het volgende wordt overwogen.



Bevoegdheid boa



8. Op 30 juni 2026 heeft de kantonrechter de onderhavige zaak aangehouden teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen een toelichting te geven op de vraag of de heer [naam 2] , beleidsmedewerker, bevoegd was om de instemming te verlenen en de correspondentie te overleggen waaruit de instemming blijkt.

9. Op 27 juli 2026 heeft verweerder schriftelijk gereageerd. Verweerder voert aan dat de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: de Regeling) de bevoegdheid tot het verlenen van instemming toekent aan Parket CVOM. Volgens verweerder schrijft de Regeling niet voor dat deze instemming persoonlijk door een officier van justitie, de hoofdofficier van justitie of een andere specifiek aangewezen functionaris moet worden verleend. De instemming is bedoeld als een voorafgaande inhoudelijke kwaliteitstoets op de inrichting en uitvoering van digitale handhaving. De uitvoering van deze taak is binnen Parket CVOM functioneel belegd bij de afdeling Beleid & Strategie en wordt namens Parket CVOM verricht door beleidsmedewerkers aan wie de portefeuilles RVV 1990 en geslotenverklaring zijn toegewezen. Deze afdeling voert de regie over de wijze waarop digitale handhaving wordt ingericht en beoordeelt of een aanvraag aan de vastgestelde uitgangspunten voldoet aan de hand van het daartoe opgestelde stappenplan. Pas na akkoord van die afdeling kan met digitale handhaving worden gestart. Dit volgt uit het door het Parket CVOM vastgestelde Beoordelingskader voor geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: het Beoordelingskader). De bij de aanvraag van de gemeente Amsterdam om digitaal te mogen handhaven op de geslotenverklaringen op de Sloterweg en de Laan van Vlaanderen betrokken medewerkers [naam 3] en [naam 2] zijn beiden medewerkers werkzaam als beleidsmedewerker bij de afdeling Beleid & Strategie van Parket CVOM en vanuit hun functie bevoegd om namens Parket CVOM de instemming te verlenen.

10. Verweerder heeft e-mailcorrespondentie tussen [naam 3] en de gemeente Amsterdam overgelegd, waaruit volgens verweerder blijkt dat Parket CVOM op 1 september 2023 heeft ingestemd met digitale handhaving op de Sloterweg West. Daarbij heeft de heer [naam 3] medegedeeld: “Akkoord van Parket CVOM om digitaal te handhaven gebied Sloterweg per 1 september 2023”. Voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen is de instemming volgens verweerder op 19 februari 2024 verleend, terwijl de digitale handhaving op 1 januari 2024 was aangevangen. Ten aanzien hiervan heeft [naam 3] medegedeeld: “Hoi [naam 2] , Top. (..)”. Volgens verweerder moet dit bericht niet geïsoleerd worden gelezen, maar in samenhang met de daaraan voorafgaande correspondentie en de door de gemeente Amsterdam ingediende stukken voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen. Uit die context blijkt dat de reactie van de aanvraag het sluitstuk vormde van de inhoudelijke beoordeling en de bevestiging inhield dat Parket CVOM met de daarin beschreven inrichting van de digitale handhaving instemde. Voor zover de procedure betrekking heeft op een gedraging die tussen 1 januari 2024 en 19 februari 2024 is vastgesteld, heeft Parket VCOM bevestigd dat instemming betrekking heeft op de vanaf 1 januari 2024 bestaande handhavingsopzet. Verder voert verweerder aan dat verklaring van [naam 2] op 29 juni 2026 geen nieuwe of zelfstandig tot stand gebrachte instemming betreft die losstaat van de eerdere beoordeling. Het is slechts een bevestiging van de eerder verleende instemmingen namens Parket CVOM.

11. Verweerder concludeert dan ook dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de digitale handhaving op de Sloterweg-Oost, de Sloterweg-West of de Laan van Vlaanderen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige of door een bevoegde functionaris verleende instemming niet mocht plaatsvinden.

12. Op 30 juli 2026 en 31 juli 2026 heeft de gemachtigde schriftelijk gereageerd. Gemachtigde voert aan dat de bevoegdheid tot het verlenen van instemming voor alle locaties ontbreekt. De nadere toelichting van verweerder beperkt zich tot de mededeling dat de bevoegdheid “functioneel is belegd” bij de afdeling Beleid & Strategie en dat de betrokken medewerkers vanuit hun functie bevoegd waren, maar een mandaatbesluit, een aanwijzingsbesluit, of enig ander stuk waaruit blijkt dat er per wanneer deze functionele belegging heeft plaatsgevonden, ontbreekt. Volgens gemachtigde moet dit voor de rechter en de burger vooraf kenbaar en controleerbaar zijn. Daarnaast stelt gemachtigde dat een toelichting van verweerder achteraf en de verklaring van [naam 2] van 29 juni 2026 niet kunnen dienen als het objectieve, vooraf bestaande bewijs van de instemming dat voor een constitutief bevoegdheidsvereiste noodzakelijk is.

13. Gemachtigde voert verder aan dat van instemming ten aanzien van Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen niet is gebleken. De instemming op deze locaties is ruim zes weken na aanvang van de handhaving verleend waarbij uit de correspondentie blijkt dat zij toen nog niet beschikten over het algemeen proces-verbaal van deze locaties. Daaruit volgt dat de voorafgaande inhoudelijke toets bij aanvang van de handhaving nog niet had plaatsgevonden. Het stuk waarop het CVOM zich beroept met de tekst: “Hoi [naam 2] , top. Heb je ook nog een getekende versie beschikbaar zonder alle passage in rood?” is een reactie op de toezending om een schone, ongemarkeerde versie daarvan. Van een inhoudelijke beoordeling van, laat staan een akkoord met, de digitale handhaving is uit deze bewoordingen niet af te leiden. De verklaring van [naam 2] van 29 juni 2026 kan dit gebrek niet helen. Deze verklaring is niet alleen ruim twee jaar na de aanvang van de handhaving opgesteld, maar bevestigt bovendien niet meer dan hetgeen uit de e-mail van 19 februari 2024 zelf al blijkt.Gemachtigde heeft tot slot verzocht om matiging van 25% wegens schending van de redelijke termijn voor zover de behandeling van de zaak meer dan twee jaar heeft geduurd.



Beleidsmedewerker bevoegd om instemming te verlenen namens CVOM


14. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende: “Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie" (CVOM).

15. Er mag dus digitaal (met een camera) worden gehandhaafd als CVOM daarin heeft ingestemd. Het CVOM heeft hiervoor beleid gemaakt dat is neergelegd in het Beoordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden van 18 april 2023. Dit beleid is gepubliceerd. Uit de tekst van het Beoordelingskader blijkt dat genoemde instemming (in beginsel) aan de gemeente die een verzoek voor digitale handhaving doet wordt verleend als het daarin genoemde stappenplan met succes is doorlopen. Met handhaving kan worden gestart na akkoord van Parket CVOM op het plan van aanpak, de digitale opnamen, het algemeen proces-verbaal, het brondocument en eventueel de schouw (zie de laatste stap van het stappenplan). Het toetsen of aan het stappenplan wordt voldaan en als dat het geval is, het geven van instemming, is volgens CVOM belegd bij de beleidsmedewerkers van de afdeling beleid & strategie. Dat wordt ook bevestigd in een meer recentere versie van het Beoordelingskader van 1 augustus 2024. In dit verband verwijst de kantonrechter ook naar de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:411, r.o. 8 e.v.) en 28 april 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2594, r.o. 9). Dat de beleidsmedewerker namens CVOM akkoord is moet digitaal handhaven moet controleerbaar ergens uit blijken (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:217).

16. De conclusie is dat vereiste instemming voor digitale handhaving kon worden verleend door een beleidsmedewerker namens CVOM.



Geen instemming Sloterweg-Oost en Laan van Vlaanderen


17. Verweerder heeft een e-mailwisseling overgelegd tussen een beleidsmedewerker van de afdeling Beleid en Strategie van het CVOM en de gemeente Amsterdam waaruit zou moeten worden opgemaakt dat er instemming is verleend voor digitale handhaving voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen.
“Vanuit onze beoordelingsafdeling kreeg ik terug dat ze nog geen algemeen PV hebben van de Laan van Vlaanderen en Sloterweg-Oost. [..] hadden jullie deze al opgemaakt en opgestuurd naar ons?”, waarop wordt gereageerd met “Zie bijlage”. Daarop antwoordt [naam 3] : “hoi [naam 2] , top. Heb je ook een getekende versie beschikbaar zonder alle passages in rood?”

18. Uit deze e-mails kan de kantonrechter niet opmaken dat de beleidsmedewerker namens CVOM instemming heeft verleend voor de digitale handhaving voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen, hooguit dat het proces dat moet leiden tot instemming nog in gang is (zie het stappenplan in het Beoordelingskader). Gelet hierop kan de kantonrechter in dit geval niet vaststellen dat met betrekking tot de digitale handhaving voor de Sloterweg-Oost en de Laan van Vlaanderen is voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld. Dat brengt mee dat de boa niet bevoegd was om de onderhavige sanctie op te leggen. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het beroep wordt gegrond verklaard.



Proceskostenvergoeding



19. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.

20. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende proceshandelingen verricht: - het indienen van een administratief beroep bij verweerder;- het bijwonen van een telefonische hoorzitting bij verweerder; - het indienen van beroep bij de kantonrechter; en- het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter;
- reactie op de toelichting van het CVOM.

21. Volgens de bijlage bij het Bpb wordt aan de eerste twee proceshandelingen elk 1 punt te toegekend. Voor de reactie op de toelichting van het CVOM zal de kantonrechter in dit specifieke geval 0,5 punt toekennen. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00. Voor een telefonische hoorzitting wordt 0,5 punt toegekend.

22. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandeling in de fase van het administratief beroep 1,5 punt ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2,5 punten ad € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. De kantontrechter past vervolgens een extra wegingsfactor van 0,25 toe, conform artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv. Omdat zowel de gedraging als de beslissing van verweerder dateren van na 1 januari 2024, zal dit percentage over het geheel worden toegepast.


Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 416,75 ((1,5x666) + (2,5x934) x 0,5 x 0,25).

23. Daarom wordt beslist als volgt.




BESLISSING



De kantonrechter:


verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;


bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;


- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 416,75.



De griffier De kantonrechter






Datum verzending









Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.