Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9514

2026-08-26 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/13/788861/ HA ZA 26-526
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/788861/ HA ZA 26-526
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot verwijzing naar kantonrechter afgewezen. Subjectieve cumulatie van vorderingen: in één dagvaarding vorderingen tegen meerdere gedaagden. Vordering jegens ene gedaagde boven kantongrens en vordering jegens andere gedaagde onder kantongrens. Vanwege proceseconomische redenen geen verwijzing naar kanton omdat tussen vorderingen samenhang bestaat.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.027 tekens)
RECHTBANK Amsterdam


Civiel recht



Zaaknummer: C/13/788861 / HA ZA 26-526




Vonnis in incident van 26 augustus 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOPPEL SERVICES B.V.,
handelend onder de naam Koppel Advies,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Koppel Advies,
advocaat: mr. B.S. Friedberg,



tegen



de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. ORIGIN HOLDING B.V.,
2. LAMARK B.V.,
3. THE WORKS RESEARCH INSTITUTE B.V.,
4. FROZEN MUSIC B.V.,
5. REMAGINE B.V.,

allen gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna afzonderlijk te noemen: Origin Holding, LaMark, The Works, Frozen en Remagine en hierna samen te noemen: Origin Holding c.s.,
advocaat: mr. P.J. Mijnssen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Koppel Advies van 29 mei 2026 met producties,
- de akte overlegging producties, tevens houdende akte vermeerdering van eis van Koppel Advies,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende incidentele conclusie tot onbevoegdheid, van Origin Holding c.s.,
- de conclusie van antwoord in het incident van Koppel Advies.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De feiten, voor zover van belang in het incident


2.1.
Koppel Advies is een organisatie die bedrijven voorziet van financieel en fiscale adviezen. Zij verzorgt de zakelijke administratie en fiscale aangiftes van haar klanten.



2.2.
Origin Holding is de moedermaatschappij van LaMark, The Works, Frozen en Remagine. [naam] is [functie 1] van Origin Holding. Hij is ook [functie 2] van LaMark, The Works en Frozen en via Origin Holding indirect [functie 3] van Remagine.



2.3.
Sinds 2016 verzorgt Koppel Advies de fiscale aangiftes van Origin Holding en haar dochtervennootschappen. De administratie van Origin Holding c.s. werd door MelYon Management & Investments B.V. (hierna: MelYon) gevoerd. Begin 2025 heeft Koppel Advies het verzorgen van de administratie voor Origin Holding c.s. van MelYon overgenomen. Op 23 juni 2025 is Koppel Advies vijf opdrachtovereenkomsten inclusief algemene voorwaarden met Origin Holding, LaMark, The Works, Frozen en Remagine overeengekomen voor het verzorgen van de administratie en de fiscale aangiftes van deze vennootschappen. Op 19 augustus 2025 is Koppel Advies ook nog een opdrachtbevestiging inclusief algemene voorwaarden met Origin Holding overeengekomen voor advisering over de samenwerking tussen deze vennootschappen en het eventueel voorbereiden van faillissement.



2.4.
Koppel Advies heeft facturen aan Origin Holding c.s. gestuurd en Origin Holding c.s. heeft deze facturen niet volledig betaald.





3De vordering in de hoofdzaak


3.1.
Koppel Advies vordert, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van dit incident, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Origin Holding c.s. veroordeelt tot betaling van in totaal € 138.722,64. Uitgesplitst naar de vijf gedaagde partijen vordert zij:



€ 71.499,07 van Origin Holding;


€ 54.412,35 van LaMark;


€ 8.672,76 van The Works;


€ 3.392,81 van Frozen;


€ 745,65 van Remagine.





3.2.
Koppel Advies legt aan deze vorderingen ten grondslag dat zij volgens de opdrachtovereenkomsten en de daarbij behorende uurtarieven werkzaamheden voor Origin Holding c.s. heeft verricht en deze in rekening heeft gebracht. Niet betwist wordt dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, dus de openstaande facturen moeten betaald worden.



3.3.
Origin Holding c.s. voert verweer. Origin Holding c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Koppel Advies, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Koppel Advies en voert hiervoor het volgende aan. De algemene voorwaarden waar Koppel Advies zich op beroept moeten vernietigd worden. Koppel Advies heeft werkzaamheden verricht die niet zijn overeengekomen en is tekortgeschoten in de nakoming van de werkzaamheden die zij wel moest verrichten. Origin Holding c.s. ontbindt de overeenkomsten en beroept zich ten aanzien van een eventuele ongedaanmakingsverplichting op verrekening met hetgeen zij nog van Koppel Advies te vorderen heeft.





4Het geschil in het incident

4.1.
Origin Holding c.s. vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen jegens The Works, Frozen en Remagine, althans Koppel Advies niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen jegens deze vennootschappen, althans tot afwijzing van die vorderingen, met veroordeling van Koppel Advies in de volledige proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.



4.2.
Origin Holding c.s. leggen hieraan ten grondslag dat de vorderingen jegens deze vennootschappen vallen onder de exclusieve competentie van de kantonrechter omdat deze lager zijn dan € 25.000. Er is geen sprake van een zodanige samenhang dat de verschillende vorderingen niet afzonderlijk kunnen worden beslist. Voor zover Koppel Advies zich op artikel 220 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beroept is niet aan de voorwaarden voor toepassing van dit artikel voldaan.



4.3.
Koppel Advies heeft daartegen verweer gevoerd. Koppel Advies voert aan dat het vanuit proceseconomisch oogpunt wenselijk is dat alle vorderingen door dezelfde rechter worden beoordeeld. De vorderingen hangen namelijk in vergaande mate met elkaar samen. [naam] is [functie 1] van alle entiteiten en hij heeft de opdrachten gegeven tot het verrichten van alle werkzaamheden die onbetaald zijn gebleven. Alle feiten en omstandigheden en verweren zijn gelijk. Tussen de vorderingen jegens de verschillende entiteiten wordt door gedaagden geen onderscheid gemaakt nu een en ander dezelfde opdrachten betreft waarvoor dezelfde werkzaamheden zijn verricht. Ieder overleg dat heeft plaatsgevonden zag ook op alle vorderingen in zijn geheel. Koppel Advies beroept zich hiervoor op artikel 94 Rv. Indien artikel 94 Rv niet van toepassing is en de rechtbank de vorderingen jegens The Works, Frozen en Remagine naar de kantonrechter verwijst, vordert Koppel Advies dat ook de vorderingen jegens Origin Holding en LaMark op grond van artikel 220 lid 1 Rv naar de kantonrechter worden verwezen.





5De beoordeling in het incident



De incidentele vordering wordt afgewezen




5.1.
De incidentele vordering van Origin Holding c.s. wordt afgewezen. De rechtbank acht zich daarom bevoegd van de vorderingen in de hoofdzaak jegens The Works, Frozen en Remagine kennis te nemen. Dat wordt hierna toegelicht.



5.2.
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat geen expliciete regeling voor de situatie waarin in één dagvaarding vorderingen jegens meerdere gedaagden worden ingesteld, waarbij de vordering jegens de ene gedaagde meer dan de kantongrens van € 25.000 bedraagt en de vordering jegens de andere gedaagde minder dan € 25.000 bedraagt (de zogenaamde subjectieve cumulatie van vorderingen). De door Koppel Advies en Origin Holding c.s. genoemde artikelen 94 en 220 Rv zien dus niet op deze situatie en moeten buiten beschouwing blijven. Voor iedere vordering van Koppel Advies tegen ieder van de vijf gedaagden moet dus afzonderlijk worden bezien welke kamer bevoegd is. Dat betekent dat de vorderingen van Koppel Advies jegens The Works, Frozen en Remagine in beginsel op grond van de hoofdregel van artikel 71 lid 2 j.o artikel 93 sub a Rv naar de kantonrechter verwezen zouden moeten worden omdat deze vorderingen minder dan € 25.000 bedragen. Vanuit proceseconomisch oogpunt is het echter wenselijk dat in dit geval alle vorderingen door één rechter worden beslist, omdat tussen deze vorderingen samenhang bestaat. De rechtbank is het namelijk met Koppel Advies eens dat zij met de vijf gedaagden min of meer dezelfde opdrachtovereenkomst is aangegaan, dezelfde werkzaamheden voor hen heeft verricht en dat door hen dezelfde verweren worden gevoerd. De gevorderde verwijzing naar de kamer voor kantonzaken blijft daarom in het geheel achterwege, omdat dat in dit geval niet doelmatig is en daarom in strijd met een goede procesorde is.



De proceskosten en de daarover gevorderde rente





5.3.
Origin Holding c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van Koppel Advies betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- salaris advocaat: € 653,00 (1,0 punt × tarief II: € 653,00)
- nakosten: € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
- totaal: € 842,00



5.4.
Deze veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.





6De beoordeling in de hoofdzaak


6.1.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 2 september 2026 voor beraad over het vervolg van de procedure. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





7De beslissing


De rechtbank




in het incident




7.1.
wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af,



7.2.
veroordeelt Origin Holding c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Origin Holding c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



in de hoofdzaak





7.3.
verwijst de zaak naar de rol van 2 september 2026 voor beraad over het vervolg van de procedure,



7.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.









Dit vonnis is gewezen door mr. N. Versteeg en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.