Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9081

2026-09-08 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12037748 \ CV EXPL 25-18236
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12037748 \ CV EXPL 25-18236
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; JERF Actueel 2026/237

Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering zus tot afleggen rekening en verantwoording door broer over het door hem gevoerde beheer over het vermogen van moeder. Tweetrapsmaking testament vader. Levenstestament moeder.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.564 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM



Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 12037748 \ CV EXPL 25-18236




Vonnis van 8 september 2026




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,



tegen





[gedaagde]

wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.W. Verhoef.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 12 november 2025, met producties;
- de beschikking van 31 december 2025, waarin onder meer is bepaald dat de procedure, in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor een dagvaardingsprocedure en waarbij [eiser] in de gelegenheid is gesteld [gedaagde] bij exploot in de procedure te betrekken;
- het herstelexploot van 21 januari 2026, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 27 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van [eiser] van 29 juni 2026, met producties.



1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 17 juli 2026. [eiser] was hierbij aanwezig, samen met een vriend. [gedaagde] was aanwezig met zijn dochter en gemachtigde. [gedaagde] heeft aanvankelijk bezwaar gemaakt tegen de akte van [eiser] van 29 juni 2026, maar heeft dit bezwaar ingetrokken. Dit stuk maakt dus deel uit van het dossier.



1.3.
Partijen hebben hun standpunten tijdens de zitting verder toegelicht, beide aan de hand van spreekaantekeningen. Ook hebben zij vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.

[eiser] en [gedaagde] zijn broer en zus. Hun vader, [erflater] , en hun moeder, [de moeder] , waren met elkaar getrouwd. Vader is overleden op 9 december 2022. In zijn testament is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:







(…)








(…)









2.2.
De moeder van [eiser] en [gedaagde] heeft op 13 februari 2023 een levenstestament laten opstellen. Hierin is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:



Om privacy-redenen is de afbeelding verwijderd



(…)















2.3.

Moeder is op 29 maart 2024 gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. Op 14 augustus 2024 heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een indicatiebesluit genomen, waarin is geoordeeld dat moeder recht heeft op zorg uit de Wlz (met zorgprofiel
beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Sinds 5 september 2025 verblijft moeder permanent in Zorgcentrum [locatie] , een Wlz-instelling.






3Het geschil


3.1.

[eiser] vordert – samengevat en na eisvermindering– dat [gedaagde] volledige rekening en verantwoording aflegt over het door hem gevoerde beheer over het vermogen van moeder sinds 9 december 2022, op straffe van een dwangsom. In het kader van deze procedure heeft [gedaagde] het levenstestament overgelegd. [eiser] heeft haar vordering die daar betrekking op had, daarom ingetrokken.



3.2.

[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Bevoegdheid



4.1.
Aangezien partijen desgevraagd ter zitting hebben verklaard deze kantonrechter bevoegd te achten, zal inhoudelijk op de vordering worden beslist.



Juridisch kader




4.2.

[eiser] vordert aflegging van rekening en verantwoording door [gedaagde] . Een dergelijke verplichting kan worden aangenomen als tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan op grond waarvan [gedaagde] jegens [eiser] verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden. Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht.



Toepassing




4.3.

[eiser] heeft onvoldoende over het voetlicht gebracht dat er sprake is (geweest) van een dergelijke rechtsverhouding, op grond waarvan op dit moment een dergelijke verplichting jegens haar bestaat. Haar vorderingen zijn dus niet toewijsbaar. Dat wordt als volgt toegelicht.



4.4.
Ter onderbouwing van haar vordering heeft [eiser] in de eerste plaats verwezen naar het testament van vader.



4.5.
Vanaf het moment van het overlijden van vader op 9 december 2022 gold ten aanzien van zijn nalatenschap de tweetrapsmaking uit zijn testament. Daaruit volgt dat moeder de enige erfgename is en dat wat van die nalatenschap overblijft, na het overlijden van moeder toekomt aan [eiser] en [gedaagde] (als verwachters). Ook volgt uit dat testament dat moeder, als bezwaarde, onder meer verplicht is om jaarlijks aan de kinderen een nauwkeurige opgave te zenden van de goederen uit die nalatenschap die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn.



4.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat moeder richting [eiser] niet aan die verplichting heeft voldaan. [eiser] kan háár tot nakoming van die verplichting aanspreken. Maar [eiser] heeft niet moeder, maar [gedaagde] in deze procedure betrokken. Zij heeft echter onvoldoende over het voetlicht gebracht op grond waarvan híj daartoe verplicht is. Dat [gedaagde] vanaf 9 december 2022 de financiële administratie van moeder deed, is daartoe op zichzelf niet voldoende.



4.7.
In de tweede plaats heeft [eiser] ter onderbouwing van haar vordering verwezen naar het levenstestament van moeder. Maar ook dat maakt haar vordering niet toewijsbaar.



4.8.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] op grond van dat levenstestament vanaf 14 augustus 2024 de algemeen gevolmachtigde van moeder is. Vanaf dat moment zou er op die grond sprake kunnen zijn van een verplichting van [gedaagde] om als gevolmachtigde over het vermogen van moeder rekening en verantwoording af te leggen over hetgeen hij als gevolmachtigde heeft gedaan. Maar gedurende het leven van moeder geldt die verplichting in beginsel jegens moeder, en dus niet jegens [eiser] . En moeder is in deze procedure geen partij. Bovendien heeft moeder in haar levenstestament bepaald dat [gedaagde] niet verplicht is om rekening en verantwoording af te leggen. Dat in het levenstestament geen toezichthouder is opgenomen, is daartegenover onvoldoende om de door [eiser] ingestelde vordering toe te wijzen.



4.9.
Zoals ter zitting met partijen is besproken, laat het voorgaande de mogelijkheid onverlet dat [gedaagde] ná het overlijden van moeder alsnog gehouden kan zijn rekening en verantwoording af te leggen over hetgeen hij als gevolmachtigde van moeder heeft gedaan.



Bewind en mentorschap




4.10.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [eiser] tijdens de zitting heeft verklaard dat zij zich ernstig zorgen maakt over de wijze waarop [gedaagde] de belangen van moeder behartigt en vindt dat een bewindvoerder en mentor voor moeder zouden moeten worden aangesteld. Maar omdat die verzoeken niet voorliggen, kan daar in deze procedure niet inhoudelijk op worden beslist. [eiser] kan daartoe wel nieuwe verzoeken indienen, waarbij eventueel gewijzigde omstandigheden sinds de vorige verzoeken - zoals de overgelegde correspondentie met de notaris naar aanleiding van de beslissing op het vorige bewindsverzoek - kunnen worden meegewogen.



Proceskosten




4.11.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.




5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen af,



5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.


57327



Zie het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089.


Zie artikel B, onder 2 van het testament.


Zie artikel VII van het levenstestament.