Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:8712

2026-08-24 Civiel recht; Personen- en familierecht C/13/788769 / FA RK 26/4374
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-08-24
Publicatiedatum
2026-08-31
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/788769 / FA RK 26/4374
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

ZM afgewezen, geen recente MV.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.937 tekens)
beschikking



RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd



zaaknummer / rekestnummer: C/13/788769 / FA RK 26/4374
zaaknummer / rekestnummer: C/15/379432 FA RK 26/3494
kenmerk: ZM/IND/201946




Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg





Beschikking van 24 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam namens de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:




[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Turkije),
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard,
zorgaanbieder: Arkin.





1Procesverloop


1.1.
Het eerdere procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 juni 2026. Op 18 juni 2026 heeft in de rechtbank van Amsterdam een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Omdat betrokkene afwezig was, is het verzoek aangehouden tot 23 juni 2026. Op 23 juni 2026 bleek betrokkene op locatie [locatie] te verblijven en om die reden heeft de zitting in Amsterdam geen doorgang gevonden. Bij doorverwijsbeschikking van 24 juni 2026 heeft de rechtbank Amsterdam de zaak verwezen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. Op 26 juni 2026 heeft bij die rechtbank een zitting plaatsgevonden en is een zorgmachtiging verleend voor de duur van twee maanden tot en met 26 augustus 2026 onder aanhouding voor het overige.



1.2.
De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026 in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.



1.3.

Ter zitting heeft de rechter alleen de raadsvrouw van betrokkene gesproken. Zij was bij de woning van betrokkene, maar hij was daar niet aanwezig. De raadsvrouw veronderstelde dat de zitting bij de woning van betrokkene zou plaatsvinden. Zij heeft aangegeven betrokkene niet eerder te hebben gezien of gesproken en zij dus ook niet gemachtigd was om namens hem het woord te voeren.
Ondanks oproeping is er verder geen medewerker van de zorgaanbieder verschenen.




1.4.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.





2Beoordeling


2.1.
Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Een en ander strookt met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM.



2.2.
Het voorgaande geldt eveneens indien de rechter, nadat hij eerst een zorgmachtiging heeft verleend voor een kortere duur dan verzocht met aanhouding voor het overige, beslist over de resterende duur van de verzochte machtiging. In die situatie dient de rechter na te gaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is (art. 5:8 Wvggz). Is deze verklaring niet meer actueel, dan moet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater worden overgelegd of moet de oorspronkelijke medische verklaring worden geactualiseerd. Actualisering kan ook tijdens de mondelinge behandeling. Die actualisering moet zodanig concreet zijn dat de rechter daaruit kan afleiden dat de psychiater zich een oordeel heeft gevormd over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene (Hoge Raad 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726).



2.3.

Op donderdag 20 augustus 2026 heeft de rechtbank verzocht om een aanvullende dan wel nieuwe medische verklaring. Op 20 augustus 2026 is daarop de volgende reactie gekomen: ‘Ik ga mijn best doen om een beoordeling in te plannen bij de crisisdienst, ik lees namelijk in de rapportages dat ze niet weten waar cliënt zich bevind momenteel en dat er een afspraak is dat als hij gevonden wordt, ze hem naar het SPOR brengen.’
Bij aanvang van de zitting heeft de rechtbank geen recente medische verklaring ontvangen. Er waren ook geen medewerkers van de zorgaanbieder aanwezig om de situatie toe te lichten.




2.4.
In lijn met voornoemde uitspraak van de Hoge Raad is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een actuele medische verklaring waaruit de rechter kan afleiden dat de psychiater een oordeel heeft gevormd over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek dan ook afwijzen.





3Beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek af.



Deze beschikking is op 24 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en vastgesteld. Ondertekend op 31 augustus 2026 door mr. E. Dinjens.








Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.