Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8689
2026-09-02
Civiel recht
C/13/772288 / HA ZA 25-1275
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Schipholwatch - die pleit voor krimp van de luchthaven – en een luchtvaartconsulent plaatsen negatieve berichten over elkaar op social media. Zij hebben op zitting afgesproken dat ze gaan proberen om dat op te lossen via mediation, nadat de rechtbank een beslissing neemt over de schadevergoeding. Dit tussenvonnis gaat dus alleen over de schadevergoeding die de luchtvaartconsultant eist omdat hij een opdracht in Dubai zou zijn verloren door handelingen van Schipholwatch. Er is onrechtmatig gehandeld aldus de rechtbank. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen causaal verband tussen dat handelen en het annuleren van de opdracht kan worden vastgesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (31.950 tekens)
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/772288 / HA ZA 25-1275
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
eisende en verwerende partij in incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.J. de Hamer,
tegen
1STICHTING SCHIPHOLWATCH,
gevestigd te Amsterdam,2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,3. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
eisende en gedaagde partijen in incident,
hierna afzonderlijk Schipholwatch, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , en samen te noemen: Schipholwatch c.s.,
advocaat: mr. H.C. Bijleveld.
1De zaak in het kort
1.1.
Partijen plaatsen negatieve berichten over elkaar op social media. Beiden willen dat de ander daarmee stopt en gaan daarover na dit tussenvonnis onder leiding van een mediator met elkaar in gesprek. [eiser] vordert verder een schadevergoeding omdat de hem aangeboden baan niet door is gegaan door toedoen van Schipholwatch c.s.
Schipholwatch heeft nadat [eiser] op LinkedIn had aangekondigd een nieuwe opdracht te hebben, contact opgenomen met zijn nieuwe opdrachtgever, waardoor die opdracht niet is doorgegaan. Schipholwatch heeft inderdaad een brief verzonden naar de nieuwe opdrachtgever, maar vindt dit niet onrechtmatig. Zij deed dat om ervoor te zorgen dat [eiser] zou ophouden met het plaatsen van vervelende berichten.
1.2.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling afgesproken dat de rechtbank bij tussenvonnis zal beslissen op de door [eiser] gevorderde schadevergoeding in verband met het verlies van zijn baan en dat partijen daarna zullen onderzoeken of zij de andere geschilpunten onder leiding van een mediator kunnen oplossen. Daarom houdt dit tussenvonnis alleen een beslissing in over die gevorderde schadevergoeding, en worden hierna alleen de feiten genoemd die daarvoor van belang zijn.
1.3.
De rechtbank oordeelt dat het handelen van Schipholwatch in dit verband onrechtmatig is. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen omdat het causale verband tussen het handelen van Schipholwatch en het annuleren van de baan niet kan worden vastgesteld. Alle overige beslissingen, waaronder de beslissingen over de tegenvorderingen van Schipholwatch c.s., worden aangehouden tot het mediationtraject is geëindigd.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 maart 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 juli 2026 en de daarin vermelde stukken.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[eiser] , afgestudeerd in de luchtvaarttechniek, is sinds 1998 werkzaam in de luchtvaarsector.
3.2.
Schipholwatch is een stichting die zich inzet voor een betere leefomgeving en tegen de verdere groei van Schiphol op de huidige locatie. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn de bestuurders van Schipholwatch.
3.3.
Partijen hebben, in ieder geval vanaf 2019, over en weer berichten over elkaar op social media geplaatst. De geplaatste berichten raken aan de discussie over de groei dan wel krimp van Schiphol. De berichten over en weer zijn onvriendelijk. [eiser] heeft Schipholwatch dan wel [gedaagde 2] en [gedaagde 3] van verschillende zaken beschuldigd (stalken, cyber-pesten, doxing, intimidatie, laster, smaad) en in dat kader uitgemaakt voor onder andere eco-extremisten, pathologische leugenaar en maniak.
3.4.
In 2018 en 2019, toen [eiser] werkzaam was voor [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ), een ICT-dienstverlener en één van de beoogde leveranciers van diensten op Lelystad Airport, hebben partijen zich op LinkedIn gemengd in (verhitte) discussies over de luchtvaart, meer in het bijzonder Lelystad Airport. Op 25 juni 2019 heeft Schipholwatch op Twitter een bericht over [eiser] geplaatst, mede gericht aan de directie van [naam bedrijf] :“Maybe [rb: directiemedewerker van [naam bedrijf] ] could send [rb: [eiser] ] to a course to teach him to respect his counterparts in business. His behaviour on Twitter would not be tolerated in our companies. (…)”
3.5.
Na dit bericht is [eiser] , in overleg met zijn toenmalige werkgever, tot april 2024 afwezig geweest op social media.
3.6.
Schipholwatch heeft in 2024 het domein dat [eiser] in de periode 2013-2015 gebruikte, www.e10CDM.nl, gekocht. Schipholwatch c.s. is vervolgens uitlatingen van [eiser] op social media gaan verzamelen en heeft die op een Google Drive map gezet. Op genoemde website staat een link naar de Google Drive map.
3.7.
Op 28 mei 2024 heeft Schipholwatch op LinkedIn het volgende bericht geplaatst:
“ [eiser] Is er nou echt niemand in uw omgeving die u tegen zichzelf in bescherming neemt? Uw verdachtmakingen zonder onderbouwing doen vooral uw eigen kansen op een nieuwe betrekking slinken als spinazie in een snelkookpan. Zie ons dossier op e10cdm.nl en https://drive.google.com/ (…)”.
3.8.
Op 11 juni 2024 heeft de vorige advocaat van Schipholwatch c.s. een brief aan [eiser] gestuurd, waarin [eiser] wordt gesommeerd zich te onthouden van onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitlatingen, gedane uitlatingen te verwijderen en een rectificatie te plaatsen.
3.9.
[eiser] heeft van Edari Middle East Management Consulting (hierna: Edari) een aanbod gekregen voor de functie van Senior Project Manager - Operations Excellence Programma bij Dubai Airports.
3.10.
Op 15 augustus 2024 heeft [eiser] het volgende bericht op LinkedIn geplaatst:“I’m happy to share that late August I’m starting a new position as Program Manager Operations Excellence at Edari in the UAE!”
3.11.
Op 17 augustus 2024 heeft Schipholwatch per e-mail een brief aan Edari gestuurd, gericht aan [naam] van Edari. In de e-mail staat:
“(…) Please find attached our complaint about one of your temp employees. We find his behaviour so offensive that we want to warn you about the possible consequences for your and your customers’ companies. (…)”
De brief luidt als volgt:
“(…) We have learned via LinkedIn that you have hired Mr. [eiser] from the Netherlands as an interim consultant for your client Dubai Airports.
We would like to warn you about the practices of this consultant. [eiser] regularly engages in false accusations against residents living near airports and their interest groups on social media. He frequently uses abusive language and wrongfully and
unjustly - and thus illegally - accuses residents of criminal activities.
This behavior has already led to questions from journalists in The Netherlands, thereby damaging the reputation and interests of the aviation industry and your company, since he presents himself on Linkedin as one of your employees. There is a high likelihood that, if his behavior remains unchanged, the interests of your client Dubai Airports will also be harmed.
An impression of his hateful, unfounded, and false statements can be found at https://photos.app.goo.gl (...). Almost all of these statements are in Dutch, but we recommend asking one of your Dutch-speaking associates to read the texts and explain them to you.
As a director of one of the larger interest groups for residents near airports in The Netherlands, I request that you ask your interim employee to stop his improper statements and remove them from social media, including X and LinkedIn.
I would appreciate receiving a response from you shortly. Should a satisfactory answer not be forthcoming, we intend to approach your client Dubai Airports directly with the same request.
Yours faithfully and with kind regards,
[gedaagde 3]
director SchipholWatch Foundation”
3.12.
Op 20 augustus 2024 heeft [eiser] een gedeelte van deze e-mail op X gedeeld. Op verzoek van Edari heeft hij dat bericht dezelfde dag nog verwijderd.
3.13.
Op 20 augustus 2024 heeft Schipholwatch Edari opnieuw per e-mail benaderd:“Dear people,
I am disappointed that we did not receive an answer about our complaint concerning Mr. [eiser] , while your consultant has already published our confidential mail to you on X as attached (…)
We find this kind of behaviour far below the line and would appreciate to receive an explanation. (…)”.
3.14.
Edari heeft [eiser] op 27 augustus 2024 laten weten dat Dubai Airports een intern legal and compliance onderzoek uitvoert met betrekking tot [eiser] .
3.15.
Op 2 september 2024 heeft Edari een e-mail aan [eiser] gestuurd met als onderwerp ‘Employment offer – cancellation’. In deze e-mail staat het volgende:“(…) As per our discussion we will not be proceeding with your employment as our client has decided not to pursue the engagement pertaining to your engagement with us.
We do thank you for your patience and understanding and wish you the best of luck in your future endeavours. (…)”
4Het geschil
In conventie en incident (voorlopige voorziening)
4.1.
[eiser] vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Te verklaren voor recht dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld jegens
eiser en dientengevolge aansprakelijk zijn voor de door eiser als gevolg daarvan
geleden en te lijden schade met renten;
II. Primair: gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, te
veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser ad EUR 365.000,--, en
Subsidiair, voor het geval de schade thans niet (volledig) kan worden vastgesteld: de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure ex artikel 612 Rv., teneinde de omvang van de schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
III. Gedaagden te gebieden:
- zich met onmiddellijke ingang te onthouden van alle onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitingen jegens eiser;
- om het gebruik van de naam van eiser en verwijzingen naar zijn persoon achterwege te laten, meer in het bijzonder in berichten op alle social media platforms;
- uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de reeds ten aanzien van cliënt gedane uitingen volledig te verwijderen en verwijderd te houden van de betreffende websites en apps;
- uiterlijk binnen veertien dagen na heden op alle fora waarop zij zich met betrekking tot eiser hebben uitgelaten een rectificatie te plaatsen en geplaatst te houden met de volgende tekst: “Wij, Schipholwatch en hun bestuurders, hebben ons onjuist, beledigend en onrechtmatig uitgelaten met betrekking tot luchtvaartconsultant Etienne [eiser] . Dit was onterecht en deze uitlatingen worden hierbij ingetrokken en gerectificeerd”
- dit alles op straffe van een dwangsom van EUR 2.500,-- per dag, dat gedaagden hiervan in gebreke blijven;
Verzoek voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv
IV. Gedaagden bij wege van voorlopige voorziening gedurende de duur van deze bodemprocedure te gebieden:
- zich met onmiddellijke ingang te onthouden van alle onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitingen jegens eiser;
- om het gebruik van de naam van eiser en verwijzingen naar zijn persoon achterwege te laten, meer in het bijzonder in berichten op alle social media platforms;
- dit alles op straffe van een dwangsom van EUR 2.500,-- per dag, dat gedaagden hiervan in gebreke blijven;
Proceskosten
V. Gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van de door eiser gelegde beslagen en de zogeheten nakosten ad EUR 178,- verhoogd met EUR 92,-- in geval van betekening.
4.2.
[eiser] vindt dat Schipholwatch c.s. onrechtmatig heeft gehandeld. Zij heeft zich op social media schuldig gemaakt aan doxing, cyberstalking, smaad, smaadschrift, laster, en bedreiging. Daarvoor gebruiken gedaagden hun eigen social media-accounts, maar ook anonieme accounts. Door het onrechtmatige handelen van Schipholwatch c.s. is de opdracht van [eiser] bij Dubai Airport niet doorgegaan. Daardoor heeft [eiser] schade geleden, welke schade hij van Schipholwatch c.s. vergoed wil krijgen. [eiser] begroot die schade op € 315.000,00 aan misgelopen inkomsten en € 50.000,00 aan immateriële schade.
4.3.
Schipholwatch c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Schipholwatch c.s. zegt niet onrechtmatig te hebben gehandeld. Schipholwatch c.s. is alleen actief onder het account SchipholWatch en het persoonlijke account van [gedaagde 2] . De uitlatingen vanaf die accounts vallen binnen de grenzen van het toelaatbare publieke debat. De reacties van Schipholwatch c.s. op de negatieve en beledigende uitingen van [eiser] bleven feitelijk, gematigd en binnen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke. Dat geldt ook voor de brief aan Edari, die zakelijk, feitelijk en niet onnodig grievend was, en een eenmalige, proportionele en noodzakelijke maatregel was om [eiser] te laten stoppen met zijn uitlatingen.
4.5.
Voor zover wel sprake zou zijn van een onrechtmatige daad van Schipholwatch jegens [eiser] , ontbreekt het causale verband tussen het onrechtmatig handelen en de gestelde schade. Edari heeft een eigen ‘legal and compliance’ onderzoek gedaan, en op basis daarvan heeft Edari de samenwerking niet voortgezet. Die beslissing is gebaseerd op onder andere het (online) gedrag van [eiser] , en niet op verzoek van Schipholwatch c.s. De beëindiging vloeide voort uit een reeks uitlatingen van [eiser] zelf. Verder heeft [eiser] zijn schade onvoldoende onderbouwd, en is sprake van eigen schuld bij [eiser] . Hij heeft zijn schade in belangrijke mate zelf veroorzaakt. Ook heeft [eiser] niet voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht door zelf steeds berichten te blijven plaatsen op social media, waarmee hij zijn schade eerder heeft vergroot. Voor zover enige schadevergoeding toewijsbaar is, dient deze gematigd te worden gelet op de wederzijdse aard van de gedragingen, het langdurige provocatieve gedrag van [eiser] en de maatschappelijke context waarin het geschil zich afspeelt. [eiser] heeft verder met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 3] en [gedaagde 2] onvoldoende gesteld.
In reconventie en incident (voorlopige voorziening)
4.6.
Schipholwatch c.s. vordert in reconventie, na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] te verbieden enige uitlating – uit naam van [eiser] , [account 1] , [account 2] of op welke wijze dan ook – te doen over of jegens Gedaagden, hun bestuursleden of gelieerde organisaties, waaronder mede begrepen uitlatingen op sociale media of andere openbare platforms, en te gelasten reeds geplaatste uitlatingen te verwijderen en [eiser] te verbieden zich in enig openbaar medium uit te laten over (de inhoud van) deze procedure en/of de hierbij betrokken partijen, zulks op straffe van een dwangsom van €1.000,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €100.000,-;
II. [eiser] te gebieden uiterlijk 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis op alle sociale media platforms waarop hij zich met betrekking tot Gedaagden heeft uitgelaten (waaronder LinkedIn en X) een rectificatie te plaatsen en geplaatst te houden met de tekst: “Ik heb mij onjuist, beledigend en onrechtmatig uitgelaten over de stichting SchipholWatch en haar bestuurders, de heer [gedaagde 3] en de heer [gedaagde 2] . Dit was niet juist en deze uitlatingen worden hierbij ingetrokken en gerectificeerd”, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €100.000,-;
III. [eiser] te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, alles evenzeer te vermeerderen met de wettelijke rente, indien deze kosten niet binnen 15 dagen na het in deze te wijzen vonnis zijn voldaan.
4.7.
Ook Schipholwatch c.s. vraagt om een voorlopige voorziening te treffen. Schipholwatch c.s. vordert daarin om bij incidenteel vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] met onmiddellijke ingang te verbieden enige uitlating - op welke wijze dan ook - te doen over of jegens Gedaagden, hun bestuursleden of gelieerde organisaties en advocaten, waaronder mede begrepen uitlatingen op sociale media of andere openbare platforms, en te gelasten reeds geplaatste uitlatingen te verwijderen en [eiser] te verbieden zich in enig openbaar medium uit te laten over (de inhoud van) deze procedure en/of de hierbij betrokken partijen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €50.000,-;
II. [eiser] te veroordelen in de proceskosten van dit incident, alsmede in de nakosten.
4.8.
Schipholwatch c.s. stelt dat [eiser] al jaren onrechtmatige, niet-onderbouwde en beschadigende uitlatingen doet over Schipholwatch c.s., die aantoonbaar niet kloppen. [eiser] doet dat niet alleen via zijn eigen accounts, maar ook via andere accounts op social media. Zo zijn de accounts [account 2] en [account 1] aan hem te koppelen. Schipholwatch c.s. wordt door de uitlatingen van [eiser] voortdurend onterecht in diskrediet gebracht. Dat leidt tot vragen over de situatie, en dat kost tijd en energie. Ook leidt het af van de statutaire doelstellingen. [eiser] dient daarom met zijn uitlatingen te stoppen, aldus (steeds) Schipholwatch c.s.
4.9.
[eiser] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Schipholwatch c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Schipholwatch c.s. in de kosten van deze procedure.
4.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
5.1.
Aan het einde van de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de rechtbank bij tussenvonnis eerst zal beslissen op de door [eiser] in conventie gevorderde schadevergoeding en dat partijen daarna zullen onderzoeken of zij hun andere geschilpunten met hulp van een mediator kunnen oplossen. Daarbij hebben partijen toegezegd dat zij zich in aanloop naar het tussenvonnis met het oog op het mediationtraject niet over elkaar en deze procedure zullen uitlaten op hun social media accounts. De rechtbank oordeelt in dit vonnis daarom alleen over de door [eiser] gevorderde schadevergoeding (zijn vordering onder II.).
5.2.
De vordering tot schadevergoeding van [eiser] onder II. is gebaseerd op het leerstuk van onrechtmatige daad. Uitgangspunt daarbij is dat iemand die een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, verplicht is om de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden. Een onrechtmatige daad kan bestaan uit een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Omdat [eiser] aanspraak maakt op een schadevergoeding uit onrechtmatige daad moet hij feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat aan de vereisten daarvoor is voldaan.
5.3.
[eiser] stelt dat Schipholwatch c.s. onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor zijn overeenkomst van opdracht is beëindigd en hij inkomen is misgelopen en immateriële schade heeft geleden. In dat kader heeft [eiser] op de verstuurde brief aan Edari gewezen. In de dagvaarding heeft [eiser] een groot aantal andere uitingen van Schipholwatch c.s. genoemd die volgens hem onrechtmatig zijn, maar zijn vordering tot schadevergoeding is alleen op het contact van Schipholwatch met Edari gebaseerd. Dat het niet doorgaan van de opdracht ook het gevolg is geweest van andere, eerdere, berichten afkomstig van Schipholwatch c.s. op social media heeft [eiser] niet gesteld. Daarom gaat de rechtbank bij de beoordeling van de schadevergoeding niet in op de gestelde onrechtmatigheid (vanwege smaad, laster, bedreiging, doxing en cyberstalking) van die berichten. Wat hierna wordt beoordeeld is de vraag of Schipholwatch gehandeld heeft in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt door contact op te nemen met Edari.
5.4.
Bij de beoordeling of een gedraging in strijd is met wat in het maatschappelijke verkeer betamelijk is, gaat het om een afweging van belangen. Een persoon of organisatie dient bij het behartigen van de eigen belangen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van een ander. Van onrechtmatig handelen in deze is sprake als iemand anders had moeten handelen om geen schade toe te brengen aan het belang van een ander, welk belang hij of zij had moeten ontzien. Daarbij moet gekeken worden naar alle omstandigheden van het geval.
Schipholwatch heeft onrechtmatig gehandeld
5.5.
Twee dagen nadat [eiser] had gepost dat hij een nieuwe baan had bij Edari in Dubai, heeft Schipholwatch Edari een e-mail met daarin een uitgebreide brief gestuurd, waarin zij klaagt over [eiser] , met in die brief ook een link naar haar website waarop zij online uitingen van [eiser] heeft verzameld. Drie dagen later, op 20 augustus 2024, volgde nog een e-mail.
5.6.
De e-mails van Schipholwatch aan Edari wekken de indruk dat sprake was van een gerichte actie, bedoeld om [eiser] te benadelen door zijn positie bij zijn nieuwe werkgever onder druk te zetten. Uit de post van 28 mei 2024 blijkt namelijk dat Schipholwatch wist dat [eiser] werkzoekend was, en twee dagen nadat [eiser] liet weten dat hij een baan had, volgde de brief van Schipholwatch aan Edari. In de brief wordt de nieuwe werkgever van [eiser] gewaarschuwd voor onrechtmatige gedragingen van [eiser] in zijn rol als luchtvaart-consultant, die volgens de brief ook schadelijk zullen zijn voor zijn nieuwe werkgever.
5.7.
Schipholwatch c.s. stelt dat zij een legitiem doel had om Edari op deze wijze te benaderen omdat zij wilde bereiken dat [eiser] zou stoppen met zijn uitingen over Schipholwatch c.s. op social media. Hoewel dit onder omstandigheden op zich kan worden gezien als een rechtens te respecteren belang aan de zijde van Schipholwatch c.s., betwijfelt de rechtbank of dit het (enige) doel was van Schipholwatch. Maar ook als dat wel het geval was, had zij in ieder geval erop bedacht moeten zijn dat zij de relatie met de nieuwe werkgever / opdrachtgever van [eiser] ernstig kon beschadigen, met alle (inkomens)gevolgen van dien.
5.8.
Schipholwatch had bovendien op een andere, minder schadelijke, manier kunnen en moeten handelen om haar gestelde doel te bereiken. Zo had zij een (kort geding) procedure tegen [eiser] kunnen starten om hem te bewegen met zijn uitlatingen op social media te stoppen. Ook had zij ervoor kunnen kiezen om het bericht aan Edari op een later moment te sturen. Zoals ook Schipholwatch zich (mede gezien het bericht van 28 mei 2024 waarin zij [eiser] wijst op het moeilijk krijgen van een nieuwe baan) kennelijk realiseert, kan de (verhitte) discussie die partijen al jarenlang op onder meer LinkedIn voeren invloed hebben op het krijgen van een nieuwe opdracht of baan. Desondanks heeft Schipholwatch er bewust voor gekozen om de nieuwe werkgever / opdrachtgever van Edari, waar [eiser] volgens het LinkedIn bericht nog niet eens was begonnen, op deze wijze te benaderen.
5.9.
Door zo te handelen heeft Schipholwatch bij het behartigen van de eigen belangen onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [eiser] . De rechtbank is van oordeel dat het handelen van Schipholwatch, onder de hiervoor beschreven omstandigheden, dan ook onrechtmatig was.
Geen schadevergoeding want geen causaal verband
5.10.
[eiser] vordert € 315.000,00 aan materiële schadevergoeding aan misgelopen inkomen door het niet doorgaan van de overeenkomst met Edari / Dubai Airports. Daarnaast vordert hij € 50.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
5.11.
Voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding moet de schade die [eiser] stelt te lijden een gevolg zijn van het onrechtmatige handelen van Schipholwatch.
5.12.
[eiser] stelt dat het causale verband tussen het verlies van zijn baan (en dus arbeidsinkomsten) en de brief van Schipholwatch blijkt uit de chronologie van de gebeurtenissen: nadat Schipholwatch Edari had benaderd, heeft [eiser] eerst bericht gekregen dat hij pas later kon beginnen, waarna hij op 2 september 2024 bericht heeft gehad dat zijn arbeidsovereenkomst werd geannuleerd. Ook wijst hij op de correspondentie met Edari.
5.13.
Schipholwatch c.s. heeft het causaal verband tussen de gevorderde schade en de brief gemotiveerd bestreden, zie hiervoor onder 4.5.
5.14.
De rechtbank oordeelt dat van het benodigde causaal verband tussen het contact van Schipholwatch met Edari en het verlies van zijn baan onvoldoende is gebleken. Hoewel de chronologie van de gebeurtenissen een aanwijzing is dat het bericht van Schipholwatch van invloed is geweest op de uiteindelijke opzegging van de overeenkomst, ontbreken objectieve aanknopingspunten om dat verband aan te nemen. Zo is het niet duidelijk wat de uitkomst is geweest van het legal en compliance onderzoek door Dubai Airports en of die uitkomst de reden is geweest voor Dubai Airports om de opdracht te beëindigen. In de brief van Edari waarin de overeenkomst wordt geannuleerd wordt daarvoor geen reden genoemd. Ter zitting heeft [eiser] toegelicht dat Edari hem geen verdere informatie heeft gegeven en ook niet mocht geven, over waarom Dubai Airports heeft besloten [eiser] toch niet (via Edari) in te zetten. In de correspondentie, inclusief de correspondentie met Edari, is ook geen aanwijzing te vinden die duidt op een verband met de e-mails van Schipholwatch. Tegenover de gemotiveerde betwisting door Schipholwatch c.s., heeft [eiser] zijn standpunt dat wel degelijk sprake is van een causaal verband tussen de e-mail(s) van Schipholwatch en de beëindiging van zijn overeenkomst met Edari / Dubai Airports dan ook onvoldoende kunnen onderbouwen.
5.15.
Hoewel hiervoor dus is geoordeeld dat het handelen van Schipholwatch in de gegeven omstandigheden onrechtmatig was, kan de door [eiser] gevorderde schadevergoeding niet worden toegewezen omdat het causale verband ontbreekt. Dit staat ook in de weg aan een verwijzing naar de schadestaatprocedure, omdat daarvoor nodig is dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Zonder causaal verband is dat niet het geval.
5.16.
Omdat de schadevergoeding bij eindvonnis zal worden afgewezen, wordt niet toegekomen aan de vraag of [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gestelde schade.
Het vervolg: mediation
5.17.
Partijen hebben, zoals gezegd, afgesproken om na dit tussenvonnis te onderzoeken of zij met behulp van mediation de resterende geschilpunten kunnen oplossen. Het mediationbureau van de rechtbank zal na dit tussenvonnis contact opnemen met partijen om de mediation in gang te zetten.
5.18.
De rechtbank houdt de zaak daarom vooralsnog aan en zal de zaak naar de zogenaamde parkeerrol verwijzen. Partijen moeten zich uiterlijk op deze datum (eerder mag ook) schriftelijk uitlaten over de voortzetting van de procedure. Partijen kunnen als dat nodig is ook (gezamenlijk) vragen om een nadere termijn. Mocht de mediation niet tot een positief resultaat leiden dan moeten partijen zich uiterlijk op deze datum schriftelijk uitlaten over de voortzetting van de procedure.
5.19.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie in de hoofdzaak, en in de incidenten over en weer:
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van woensdag 7 april 2027 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 5.18,
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, mr. J. Huber en mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
Artikel 6:162 BW.
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/772288 / HA ZA 25-1275
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
eisende en verwerende partij in incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.J. de Hamer,
tegen
1STICHTING SCHIPHOLWATCH,
gevestigd te Amsterdam,2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,3. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
eisende en gedaagde partijen in incident,
hierna afzonderlijk Schipholwatch, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , en samen te noemen: Schipholwatch c.s.,
advocaat: mr. H.C. Bijleveld.
1De zaak in het kort
1.1.
Partijen plaatsen negatieve berichten over elkaar op social media. Beiden willen dat de ander daarmee stopt en gaan daarover na dit tussenvonnis onder leiding van een mediator met elkaar in gesprek. [eiser] vordert verder een schadevergoeding omdat de hem aangeboden baan niet door is gegaan door toedoen van Schipholwatch c.s.
Schipholwatch heeft nadat [eiser] op LinkedIn had aangekondigd een nieuwe opdracht te hebben, contact opgenomen met zijn nieuwe opdrachtgever, waardoor die opdracht niet is doorgegaan. Schipholwatch heeft inderdaad een brief verzonden naar de nieuwe opdrachtgever, maar vindt dit niet onrechtmatig. Zij deed dat om ervoor te zorgen dat [eiser] zou ophouden met het plaatsen van vervelende berichten.
1.2.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling afgesproken dat de rechtbank bij tussenvonnis zal beslissen op de door [eiser] gevorderde schadevergoeding in verband met het verlies van zijn baan en dat partijen daarna zullen onderzoeken of zij de andere geschilpunten onder leiding van een mediator kunnen oplossen. Daarom houdt dit tussenvonnis alleen een beslissing in over die gevorderde schadevergoeding, en worden hierna alleen de feiten genoemd die daarvoor van belang zijn.
1.3.
De rechtbank oordeelt dat het handelen van Schipholwatch in dit verband onrechtmatig is. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen omdat het causale verband tussen het handelen van Schipholwatch en het annuleren van de baan niet kan worden vastgesteld. Alle overige beslissingen, waaronder de beslissingen over de tegenvorderingen van Schipholwatch c.s., worden aangehouden tot het mediationtraject is geëindigd.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 maart 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 juli 2026 en de daarin vermelde stukken.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[eiser] , afgestudeerd in de luchtvaarttechniek, is sinds 1998 werkzaam in de luchtvaarsector.
3.2.
Schipholwatch is een stichting die zich inzet voor een betere leefomgeving en tegen de verdere groei van Schiphol op de huidige locatie. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn de bestuurders van Schipholwatch.
3.3.
Partijen hebben, in ieder geval vanaf 2019, over en weer berichten over elkaar op social media geplaatst. De geplaatste berichten raken aan de discussie over de groei dan wel krimp van Schiphol. De berichten over en weer zijn onvriendelijk. [eiser] heeft Schipholwatch dan wel [gedaagde 2] en [gedaagde 3] van verschillende zaken beschuldigd (stalken, cyber-pesten, doxing, intimidatie, laster, smaad) en in dat kader uitgemaakt voor onder andere eco-extremisten, pathologische leugenaar en maniak.
3.4.
In 2018 en 2019, toen [eiser] werkzaam was voor [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ), een ICT-dienstverlener en één van de beoogde leveranciers van diensten op Lelystad Airport, hebben partijen zich op LinkedIn gemengd in (verhitte) discussies over de luchtvaart, meer in het bijzonder Lelystad Airport. Op 25 juni 2019 heeft Schipholwatch op Twitter een bericht over [eiser] geplaatst, mede gericht aan de directie van [naam bedrijf] :“Maybe [rb: directiemedewerker van [naam bedrijf] ] could send [rb: [eiser] ] to a course to teach him to respect his counterparts in business. His behaviour on Twitter would not be tolerated in our companies. (…)”
3.5.
Na dit bericht is [eiser] , in overleg met zijn toenmalige werkgever, tot april 2024 afwezig geweest op social media.
3.6.
Schipholwatch heeft in 2024 het domein dat [eiser] in de periode 2013-2015 gebruikte, www.e10CDM.nl, gekocht. Schipholwatch c.s. is vervolgens uitlatingen van [eiser] op social media gaan verzamelen en heeft die op een Google Drive map gezet. Op genoemde website staat een link naar de Google Drive map.
3.7.
Op 28 mei 2024 heeft Schipholwatch op LinkedIn het volgende bericht geplaatst:
“ [eiser] Is er nou echt niemand in uw omgeving die u tegen zichzelf in bescherming neemt? Uw verdachtmakingen zonder onderbouwing doen vooral uw eigen kansen op een nieuwe betrekking slinken als spinazie in een snelkookpan. Zie ons dossier op e10cdm.nl en https://drive.google.com/ (…)”.
3.8.
Op 11 juni 2024 heeft de vorige advocaat van Schipholwatch c.s. een brief aan [eiser] gestuurd, waarin [eiser] wordt gesommeerd zich te onthouden van onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitlatingen, gedane uitlatingen te verwijderen en een rectificatie te plaatsen.
3.9.
[eiser] heeft van Edari Middle East Management Consulting (hierna: Edari) een aanbod gekregen voor de functie van Senior Project Manager - Operations Excellence Programma bij Dubai Airports.
3.10.
Op 15 augustus 2024 heeft [eiser] het volgende bericht op LinkedIn geplaatst:“I’m happy to share that late August I’m starting a new position as Program Manager Operations Excellence at Edari in the UAE!”
3.11.
Op 17 augustus 2024 heeft Schipholwatch per e-mail een brief aan Edari gestuurd, gericht aan [naam] van Edari. In de e-mail staat:
“(…) Please find attached our complaint about one of your temp employees. We find his behaviour so offensive that we want to warn you about the possible consequences for your and your customers’ companies. (…)”
De brief luidt als volgt:
“(…) We have learned via LinkedIn that you have hired Mr. [eiser] from the Netherlands as an interim consultant for your client Dubai Airports.
We would like to warn you about the practices of this consultant. [eiser] regularly engages in false accusations against residents living near airports and their interest groups on social media. He frequently uses abusive language and wrongfully and
unjustly - and thus illegally - accuses residents of criminal activities.
This behavior has already led to questions from journalists in The Netherlands, thereby damaging the reputation and interests of the aviation industry and your company, since he presents himself on Linkedin as one of your employees. There is a high likelihood that, if his behavior remains unchanged, the interests of your client Dubai Airports will also be harmed.
An impression of his hateful, unfounded, and false statements can be found at https://photos.app.goo.gl (...). Almost all of these statements are in Dutch, but we recommend asking one of your Dutch-speaking associates to read the texts and explain them to you.
As a director of one of the larger interest groups for residents near airports in The Netherlands, I request that you ask your interim employee to stop his improper statements and remove them from social media, including X and LinkedIn.
I would appreciate receiving a response from you shortly. Should a satisfactory answer not be forthcoming, we intend to approach your client Dubai Airports directly with the same request.
Yours faithfully and with kind regards,
[gedaagde 3]
director SchipholWatch Foundation”
3.12.
Op 20 augustus 2024 heeft [eiser] een gedeelte van deze e-mail op X gedeeld. Op verzoek van Edari heeft hij dat bericht dezelfde dag nog verwijderd.
3.13.
Op 20 augustus 2024 heeft Schipholwatch Edari opnieuw per e-mail benaderd:“Dear people,
I am disappointed that we did not receive an answer about our complaint concerning Mr. [eiser] , while your consultant has already published our confidential mail to you on X as attached (…)
We find this kind of behaviour far below the line and would appreciate to receive an explanation. (…)”.
3.14.
Edari heeft [eiser] op 27 augustus 2024 laten weten dat Dubai Airports een intern legal and compliance onderzoek uitvoert met betrekking tot [eiser] .
3.15.
Op 2 september 2024 heeft Edari een e-mail aan [eiser] gestuurd met als onderwerp ‘Employment offer – cancellation’. In deze e-mail staat het volgende:“(…) As per our discussion we will not be proceeding with your employment as our client has decided not to pursue the engagement pertaining to your engagement with us.
We do thank you for your patience and understanding and wish you the best of luck in your future endeavours. (…)”
4Het geschil
In conventie en incident (voorlopige voorziening)
4.1.
[eiser] vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Te verklaren voor recht dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld jegens
eiser en dientengevolge aansprakelijk zijn voor de door eiser als gevolg daarvan
geleden en te lijden schade met renten;
II. Primair: gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, te
veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser ad EUR 365.000,--, en
Subsidiair, voor het geval de schade thans niet (volledig) kan worden vastgesteld: de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure ex artikel 612 Rv., teneinde de omvang van de schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
III. Gedaagden te gebieden:
- zich met onmiddellijke ingang te onthouden van alle onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitingen jegens eiser;
- om het gebruik van de naam van eiser en verwijzingen naar zijn persoon achterwege te laten, meer in het bijzonder in berichten op alle social media platforms;
- uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de reeds ten aanzien van cliënt gedane uitingen volledig te verwijderen en verwijderd te houden van de betreffende websites en apps;
- uiterlijk binnen veertien dagen na heden op alle fora waarop zij zich met betrekking tot eiser hebben uitgelaten een rectificatie te plaatsen en geplaatst te houden met de volgende tekst: “Wij, Schipholwatch en hun bestuurders, hebben ons onjuist, beledigend en onrechtmatig uitgelaten met betrekking tot luchtvaartconsultant Etienne [eiser] . Dit was onterecht en deze uitlatingen worden hierbij ingetrokken en gerectificeerd”
- dit alles op straffe van een dwangsom van EUR 2.500,-- per dag, dat gedaagden hiervan in gebreke blijven;
Verzoek voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv
IV. Gedaagden bij wege van voorlopige voorziening gedurende de duur van deze bodemprocedure te gebieden:
- zich met onmiddellijke ingang te onthouden van alle onware, onjuiste, smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitingen jegens eiser;
- om het gebruik van de naam van eiser en verwijzingen naar zijn persoon achterwege te laten, meer in het bijzonder in berichten op alle social media platforms;
- dit alles op straffe van een dwangsom van EUR 2.500,-- per dag, dat gedaagden hiervan in gebreke blijven;
Proceskosten
V. Gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van de door eiser gelegde beslagen en de zogeheten nakosten ad EUR 178,- verhoogd met EUR 92,-- in geval van betekening.
4.2.
[eiser] vindt dat Schipholwatch c.s. onrechtmatig heeft gehandeld. Zij heeft zich op social media schuldig gemaakt aan doxing, cyberstalking, smaad, smaadschrift, laster, en bedreiging. Daarvoor gebruiken gedaagden hun eigen social media-accounts, maar ook anonieme accounts. Door het onrechtmatige handelen van Schipholwatch c.s. is de opdracht van [eiser] bij Dubai Airport niet doorgegaan. Daardoor heeft [eiser] schade geleden, welke schade hij van Schipholwatch c.s. vergoed wil krijgen. [eiser] begroot die schade op € 315.000,00 aan misgelopen inkomsten en € 50.000,00 aan immateriële schade.
4.3.
Schipholwatch c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Schipholwatch c.s. zegt niet onrechtmatig te hebben gehandeld. Schipholwatch c.s. is alleen actief onder het account SchipholWatch en het persoonlijke account van [gedaagde 2] . De uitlatingen vanaf die accounts vallen binnen de grenzen van het toelaatbare publieke debat. De reacties van Schipholwatch c.s. op de negatieve en beledigende uitingen van [eiser] bleven feitelijk, gematigd en binnen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke. Dat geldt ook voor de brief aan Edari, die zakelijk, feitelijk en niet onnodig grievend was, en een eenmalige, proportionele en noodzakelijke maatregel was om [eiser] te laten stoppen met zijn uitlatingen.
4.5.
Voor zover wel sprake zou zijn van een onrechtmatige daad van Schipholwatch jegens [eiser] , ontbreekt het causale verband tussen het onrechtmatig handelen en de gestelde schade. Edari heeft een eigen ‘legal and compliance’ onderzoek gedaan, en op basis daarvan heeft Edari de samenwerking niet voortgezet. Die beslissing is gebaseerd op onder andere het (online) gedrag van [eiser] , en niet op verzoek van Schipholwatch c.s. De beëindiging vloeide voort uit een reeks uitlatingen van [eiser] zelf. Verder heeft [eiser] zijn schade onvoldoende onderbouwd, en is sprake van eigen schuld bij [eiser] . Hij heeft zijn schade in belangrijke mate zelf veroorzaakt. Ook heeft [eiser] niet voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht door zelf steeds berichten te blijven plaatsen op social media, waarmee hij zijn schade eerder heeft vergroot. Voor zover enige schadevergoeding toewijsbaar is, dient deze gematigd te worden gelet op de wederzijdse aard van de gedragingen, het langdurige provocatieve gedrag van [eiser] en de maatschappelijke context waarin het geschil zich afspeelt. [eiser] heeft verder met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 3] en [gedaagde 2] onvoldoende gesteld.
In reconventie en incident (voorlopige voorziening)
4.6.
Schipholwatch c.s. vordert in reconventie, na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] te verbieden enige uitlating – uit naam van [eiser] , [account 1] , [account 2] of op welke wijze dan ook – te doen over of jegens Gedaagden, hun bestuursleden of gelieerde organisaties, waaronder mede begrepen uitlatingen op sociale media of andere openbare platforms, en te gelasten reeds geplaatste uitlatingen te verwijderen en [eiser] te verbieden zich in enig openbaar medium uit te laten over (de inhoud van) deze procedure en/of de hierbij betrokken partijen, zulks op straffe van een dwangsom van €1.000,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €100.000,-;
II. [eiser] te gebieden uiterlijk 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis op alle sociale media platforms waarop hij zich met betrekking tot Gedaagden heeft uitgelaten (waaronder LinkedIn en X) een rectificatie te plaatsen en geplaatst te houden met de tekst: “Ik heb mij onjuist, beledigend en onrechtmatig uitgelaten over de stichting SchipholWatch en haar bestuurders, de heer [gedaagde 3] en de heer [gedaagde 2] . Dit was niet juist en deze uitlatingen worden hierbij ingetrokken en gerectificeerd”, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €100.000,-;
III. [eiser] te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, alles evenzeer te vermeerderen met de wettelijke rente, indien deze kosten niet binnen 15 dagen na het in deze te wijzen vonnis zijn voldaan.
4.7.
Ook Schipholwatch c.s. vraagt om een voorlopige voorziening te treffen. Schipholwatch c.s. vordert daarin om bij incidenteel vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] met onmiddellijke ingang te verbieden enige uitlating - op welke wijze dan ook - te doen over of jegens Gedaagden, hun bestuursleden of gelieerde organisaties en advocaten, waaronder mede begrepen uitlatingen op sociale media of andere openbare platforms, en te gelasten reeds geplaatste uitlatingen te verwijderen en [eiser] te verbieden zich in enig openbaar medium uit te laten over (de inhoud van) deze procedure en/of de hierbij betrokken partijen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft of per overtreding, met een maximum van €50.000,-;
II. [eiser] te veroordelen in de proceskosten van dit incident, alsmede in de nakosten.
4.8.
Schipholwatch c.s. stelt dat [eiser] al jaren onrechtmatige, niet-onderbouwde en beschadigende uitlatingen doet over Schipholwatch c.s., die aantoonbaar niet kloppen. [eiser] doet dat niet alleen via zijn eigen accounts, maar ook via andere accounts op social media. Zo zijn de accounts [account 2] en [account 1] aan hem te koppelen. Schipholwatch c.s. wordt door de uitlatingen van [eiser] voortdurend onterecht in diskrediet gebracht. Dat leidt tot vragen over de situatie, en dat kost tijd en energie. Ook leidt het af van de statutaire doelstellingen. [eiser] dient daarom met zijn uitlatingen te stoppen, aldus (steeds) Schipholwatch c.s.
4.9.
[eiser] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Schipholwatch c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Schipholwatch c.s. in de kosten van deze procedure.
4.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
5.1.
Aan het einde van de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de rechtbank bij tussenvonnis eerst zal beslissen op de door [eiser] in conventie gevorderde schadevergoeding en dat partijen daarna zullen onderzoeken of zij hun andere geschilpunten met hulp van een mediator kunnen oplossen. Daarbij hebben partijen toegezegd dat zij zich in aanloop naar het tussenvonnis met het oog op het mediationtraject niet over elkaar en deze procedure zullen uitlaten op hun social media accounts. De rechtbank oordeelt in dit vonnis daarom alleen over de door [eiser] gevorderde schadevergoeding (zijn vordering onder II.).
5.2.
De vordering tot schadevergoeding van [eiser] onder II. is gebaseerd op het leerstuk van onrechtmatige daad. Uitgangspunt daarbij is dat iemand die een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, verplicht is om de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden. Een onrechtmatige daad kan bestaan uit een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Omdat [eiser] aanspraak maakt op een schadevergoeding uit onrechtmatige daad moet hij feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat aan de vereisten daarvoor is voldaan.
5.3.
[eiser] stelt dat Schipholwatch c.s. onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor zijn overeenkomst van opdracht is beëindigd en hij inkomen is misgelopen en immateriële schade heeft geleden. In dat kader heeft [eiser] op de verstuurde brief aan Edari gewezen. In de dagvaarding heeft [eiser] een groot aantal andere uitingen van Schipholwatch c.s. genoemd die volgens hem onrechtmatig zijn, maar zijn vordering tot schadevergoeding is alleen op het contact van Schipholwatch met Edari gebaseerd. Dat het niet doorgaan van de opdracht ook het gevolg is geweest van andere, eerdere, berichten afkomstig van Schipholwatch c.s. op social media heeft [eiser] niet gesteld. Daarom gaat de rechtbank bij de beoordeling van de schadevergoeding niet in op de gestelde onrechtmatigheid (vanwege smaad, laster, bedreiging, doxing en cyberstalking) van die berichten. Wat hierna wordt beoordeeld is de vraag of Schipholwatch gehandeld heeft in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt door contact op te nemen met Edari.
5.4.
Bij de beoordeling of een gedraging in strijd is met wat in het maatschappelijke verkeer betamelijk is, gaat het om een afweging van belangen. Een persoon of organisatie dient bij het behartigen van de eigen belangen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van een ander. Van onrechtmatig handelen in deze is sprake als iemand anders had moeten handelen om geen schade toe te brengen aan het belang van een ander, welk belang hij of zij had moeten ontzien. Daarbij moet gekeken worden naar alle omstandigheden van het geval.
Schipholwatch heeft onrechtmatig gehandeld
5.5.
Twee dagen nadat [eiser] had gepost dat hij een nieuwe baan had bij Edari in Dubai, heeft Schipholwatch Edari een e-mail met daarin een uitgebreide brief gestuurd, waarin zij klaagt over [eiser] , met in die brief ook een link naar haar website waarop zij online uitingen van [eiser] heeft verzameld. Drie dagen later, op 20 augustus 2024, volgde nog een e-mail.
5.6.
De e-mails van Schipholwatch aan Edari wekken de indruk dat sprake was van een gerichte actie, bedoeld om [eiser] te benadelen door zijn positie bij zijn nieuwe werkgever onder druk te zetten. Uit de post van 28 mei 2024 blijkt namelijk dat Schipholwatch wist dat [eiser] werkzoekend was, en twee dagen nadat [eiser] liet weten dat hij een baan had, volgde de brief van Schipholwatch aan Edari. In de brief wordt de nieuwe werkgever van [eiser] gewaarschuwd voor onrechtmatige gedragingen van [eiser] in zijn rol als luchtvaart-consultant, die volgens de brief ook schadelijk zullen zijn voor zijn nieuwe werkgever.
5.7.
Schipholwatch c.s. stelt dat zij een legitiem doel had om Edari op deze wijze te benaderen omdat zij wilde bereiken dat [eiser] zou stoppen met zijn uitingen over Schipholwatch c.s. op social media. Hoewel dit onder omstandigheden op zich kan worden gezien als een rechtens te respecteren belang aan de zijde van Schipholwatch c.s., betwijfelt de rechtbank of dit het (enige) doel was van Schipholwatch. Maar ook als dat wel het geval was, had zij in ieder geval erop bedacht moeten zijn dat zij de relatie met de nieuwe werkgever / opdrachtgever van [eiser] ernstig kon beschadigen, met alle (inkomens)gevolgen van dien.
5.8.
Schipholwatch had bovendien op een andere, minder schadelijke, manier kunnen en moeten handelen om haar gestelde doel te bereiken. Zo had zij een (kort geding) procedure tegen [eiser] kunnen starten om hem te bewegen met zijn uitlatingen op social media te stoppen. Ook had zij ervoor kunnen kiezen om het bericht aan Edari op een later moment te sturen. Zoals ook Schipholwatch zich (mede gezien het bericht van 28 mei 2024 waarin zij [eiser] wijst op het moeilijk krijgen van een nieuwe baan) kennelijk realiseert, kan de (verhitte) discussie die partijen al jarenlang op onder meer LinkedIn voeren invloed hebben op het krijgen van een nieuwe opdracht of baan. Desondanks heeft Schipholwatch er bewust voor gekozen om de nieuwe werkgever / opdrachtgever van Edari, waar [eiser] volgens het LinkedIn bericht nog niet eens was begonnen, op deze wijze te benaderen.
5.9.
Door zo te handelen heeft Schipholwatch bij het behartigen van de eigen belangen onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [eiser] . De rechtbank is van oordeel dat het handelen van Schipholwatch, onder de hiervoor beschreven omstandigheden, dan ook onrechtmatig was.
Geen schadevergoeding want geen causaal verband
5.10.
[eiser] vordert € 315.000,00 aan materiële schadevergoeding aan misgelopen inkomen door het niet doorgaan van de overeenkomst met Edari / Dubai Airports. Daarnaast vordert hij € 50.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
5.11.
Voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding moet de schade die [eiser] stelt te lijden een gevolg zijn van het onrechtmatige handelen van Schipholwatch.
5.12.
[eiser] stelt dat het causale verband tussen het verlies van zijn baan (en dus arbeidsinkomsten) en de brief van Schipholwatch blijkt uit de chronologie van de gebeurtenissen: nadat Schipholwatch Edari had benaderd, heeft [eiser] eerst bericht gekregen dat hij pas later kon beginnen, waarna hij op 2 september 2024 bericht heeft gehad dat zijn arbeidsovereenkomst werd geannuleerd. Ook wijst hij op de correspondentie met Edari.
5.13.
Schipholwatch c.s. heeft het causaal verband tussen de gevorderde schade en de brief gemotiveerd bestreden, zie hiervoor onder 4.5.
5.14.
De rechtbank oordeelt dat van het benodigde causaal verband tussen het contact van Schipholwatch met Edari en het verlies van zijn baan onvoldoende is gebleken. Hoewel de chronologie van de gebeurtenissen een aanwijzing is dat het bericht van Schipholwatch van invloed is geweest op de uiteindelijke opzegging van de overeenkomst, ontbreken objectieve aanknopingspunten om dat verband aan te nemen. Zo is het niet duidelijk wat de uitkomst is geweest van het legal en compliance onderzoek door Dubai Airports en of die uitkomst de reden is geweest voor Dubai Airports om de opdracht te beëindigen. In de brief van Edari waarin de overeenkomst wordt geannuleerd wordt daarvoor geen reden genoemd. Ter zitting heeft [eiser] toegelicht dat Edari hem geen verdere informatie heeft gegeven en ook niet mocht geven, over waarom Dubai Airports heeft besloten [eiser] toch niet (via Edari) in te zetten. In de correspondentie, inclusief de correspondentie met Edari, is ook geen aanwijzing te vinden die duidt op een verband met de e-mails van Schipholwatch. Tegenover de gemotiveerde betwisting door Schipholwatch c.s., heeft [eiser] zijn standpunt dat wel degelijk sprake is van een causaal verband tussen de e-mail(s) van Schipholwatch en de beëindiging van zijn overeenkomst met Edari / Dubai Airports dan ook onvoldoende kunnen onderbouwen.
5.15.
Hoewel hiervoor dus is geoordeeld dat het handelen van Schipholwatch in de gegeven omstandigheden onrechtmatig was, kan de door [eiser] gevorderde schadevergoeding niet worden toegewezen omdat het causale verband ontbreekt. Dit staat ook in de weg aan een verwijzing naar de schadestaatprocedure, omdat daarvoor nodig is dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Zonder causaal verband is dat niet het geval.
5.16.
Omdat de schadevergoeding bij eindvonnis zal worden afgewezen, wordt niet toegekomen aan de vraag of [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gestelde schade.
Het vervolg: mediation
5.17.
Partijen hebben, zoals gezegd, afgesproken om na dit tussenvonnis te onderzoeken of zij met behulp van mediation de resterende geschilpunten kunnen oplossen. Het mediationbureau van de rechtbank zal na dit tussenvonnis contact opnemen met partijen om de mediation in gang te zetten.
5.18.
De rechtbank houdt de zaak daarom vooralsnog aan en zal de zaak naar de zogenaamde parkeerrol verwijzen. Partijen moeten zich uiterlijk op deze datum (eerder mag ook) schriftelijk uitlaten over de voortzetting van de procedure. Partijen kunnen als dat nodig is ook (gezamenlijk) vragen om een nadere termijn. Mocht de mediation niet tot een positief resultaat leiden dan moeten partijen zich uiterlijk op deze datum schriftelijk uitlaten over de voortzetting van de procedure.
5.19.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie in de hoofdzaak, en in de incidenten over en weer:
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van woensdag 7 april 2027 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 5.18,
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, mr. J. Huber en mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
Artikel 6:162 BW.