Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8658
2026-08-14
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12207364 CV EXPL 26-6189
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Koopovereenkomsten voor tandartsapparatuur. De vordering tot betaling van openstaande facturen wordt toegewezen. Het beroep van gedaagde op non-conformiteit (artikel 7:17 BW) slaagt niet, omdat onvoldoende is onderbouwd dat het geleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2015:1868 Hoge Raad 10-07-2015
- ECLI:NL:HR:2000:AA4732 Hoge Raad 04-02-2000
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (29.856 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12207364 \ CV EXPL 26-6189
Vonnis van 14 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DENTAL BAUER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Dental Bauer,
gemachtigde: mr. F.P.W. Kralt,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [verbalisant] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon, vertegenwoordigd door [naam] .
1De zaak en de beslissing in het kort
1.1.
Dental Bauer heeft tandartsapparatuur aan tandartsenpraktijk [gedaagde] verkocht en geleverd. [gedaagde] heeft een deel van de daarvoor gestuurde facturen onbetaald gelaten. Dental Bauer vordert in deze procedure betaling van die facturen, vermeerderd met contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
1.2.
[gedaagde] vindt dat het geleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, omdat onder andere de beeldkwaliteit van het röntgenapparaat niet goed is. [gedaagde] vordert op zijn beurt een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, terugbetaling van het al betaalde, terugname van de apparatuur en schadevergoeding.
1.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Dental Bauer toe, maar matigt de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Verder moet Dental Bauer de schade vergoeden die tijdens de door haar uitgevoerde montage in de praktijk van [gedaagde] is ontstaan. De overige tegenvorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. Hierna legt de kantonrechter deze beslissingen verder uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 april 2026, met producties,
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie,
- het tussenvonnis van 18 juni 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de e-mailberichten van [gedaagde] van 13 juli 2026, met bijlagen,
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden, en de door mr. Kralt overgelegde spreekaantekeningen.
3De feiten
3.1.
Dental Bauer exploiteert een groothandel in onder meer tandheelkundige instrumenten.
3.2.
[gedaagde] exploiteert een tandartspraktijk. [naam] is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde] . Hij is al ongeveer veertig jaar werkzaam als tandarts en heeft ervaring met verschillende röntgenapparaten.
3.3.
Partijen hebben op 15 april 2025 een koopovereenkomst gesloten voor een röntgenapparaat met toebehoren. De koopsom is € 37.449,50 inclusief btw. In de overeenkomst staat:
“Betalingsconditie
koop
1e termijn: 50% - uiterlijk 5 dagen na orderbevestiging (…)
2de termijn: 40% - uiterlijk 2 dagen voor de geplande leverdatum
3de termijn: 10% - binnen 5 dagen na installatie
(…)”
3.4.
Ook heeft [gedaagde] op 12 mei 2025 een operatielamp gekocht van Dental Bauer. De koopsom is € 1.695,- inclusief btw.
3.5.
Op de overeenkomsten zijn de Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche (VGT) van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden staat onder meer wat de gevolgen zijn van niet-tijdige betaling door de koper: verzuim van rechtswege, 1% rente per maand en 15% van het totaal verschuldigde bedrag aan buitengerechtelijk incassokosten.
3.6.
Met een factuur van 23 mei 2025 heeft Dental Bauer voor het röntgenapparaat € 37.449,50 in rekening gebracht.
3.7.
Met een factuur van 27 mei 2025 heeft Dental Bauer voor de lamp € 1.695,- in rekening gebracht.
3.8.
Op 9 juni 2025 is de apparatuur bij [gedaagde] geleverd en geïnstalleerd.
3.9.
Naar de rechtbank begrijpt heeft Dental Bauer tijdens de montage een muur in een behandelkamer beschadigd, in die zin dat een kromming in de muur is ontstaan.
3.10.
[gedaagde] heeft in totaal € 33.704,55 aan Dental Bauer betaald. Daarbij is niet vermeld op welke factuur of facturen dit bedrag in mindering strekt.
3.11.
Op 3 oktober 2025 heeft Dental Bauer aan [gedaagde] verzocht om het openstaande bedrag van € 5.439,95 zo spoedig mogelijk over te maken.
3.12.
[gedaagde] heeft hierop geantwoord dat hij ontevreden is over (de kwaliteit en de werking van) het röntgenapparaat. Dental Bauer is daarna herhaaldelijk op de praktijk geweest voor de door [gedaagde] ervaren problemen. Een probleem met de hoogte-instelling is door Dental Bauer kosteloos verholpen.
3.13.
Op 4 december 2025 heeft de toenmalige gemachtigde van [gedaagde] de koopovereenkomst van het röntgenapparaat buitengerechtelijk ontbonden en verzocht om binnen twee weken tot terugbetaling van het al betaalde bedrag van € 33.704,55 over te gaan.
4Het geschil
de vorderingen van Dental Bauer (in conventie)
4.1.
Dental Bauer vordert dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
I. € 5.439,95 aan hoofdsom,
II. de contractuele rente van 1% per maand over de hoofdsom, subsidiair de wettelijke handelsrente, steeds vanaf de vervaldatum van de factuur/facturen,
III. € 5.871,68 aan contractuele buitengerechtelijke incassokosten, subsidiair € 647,- overeenkomstig de staffel BIK,
IV. de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
[gedaagde] vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Dental Bauer in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
de tegenvorderingen van [gedaagde] (in reconventie)
4.4.
[gedaagde] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomsten van 15 april 2025 en 12 mei 2025 rechtsgeldig zijn ontbonden per 4 december 2025,
II. Dental Bauer veroordeelt tot terugbetaling van het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 33.704,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025,
III. Dental Bauer veroordeelt tot terugname van de röntgenapparatuur, op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat Dental Bauer hiermee in gebreke blijft,
IV. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van € 3.000,- aan installatieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf juni 2025,
V. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van € 10.000,- aan praktijkschade, te vermeerderen met de wettelijke rente,
VI. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.
Dental Bauer vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen en de tegenvorderingen (in conventie en in reconventie) worden deze grotendeels gezamenlijk behandeld.
Het beroep van [gedaagde] op non-conformiteit van het röntgenapparaat slaagt niet
5.2.
[gedaagde] stelt dat het geleverde röntgenapparaat niet aan de koopovereenkomst beantwoordt omdat het diverse problemen heeft. Dental Bauer betwist dit en voert aan dat [gedaagde] geen enkel bewijs van zijn stellingen heeft geleverd.
5.3.
In artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat de verkoper van een zaak verplicht is om een zaak te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. Uit het tweede lid volgt dat dit niet het geval is als de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daarbij moet onder andere worden gekeken naar de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. Verder mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, en de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Het is aan de koper om te stellen en, bij voldoende betwisting, te bewijzen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt.
5.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd dat het röntgenapparaat niet de eigenschappen bezit die hij hiervan mocht verwachten. [gedaagde] heeft slechts gesteld dat hij erop mocht vertrouwen dat een röntgenapparaat van goede kwaliteit zou worden geleverd, omdat hij deze verwachting heeft uitgesproken naar zijn contactpersoon bij Dental Bauer. Toen die persoon nog werkte voor diens eigen onderneming, heeft [gedaagde] goede ervaringen met hem gehad. [gedaagde] heeft daarbij toegelicht dat hij in het verleden minstens zes röntgenapparaten heeft gehad en er daarom vanuit is gegaan dat minimaal dezelfde kwaliteit zou worden geleverd. Uit de verklaringen van partijen ter zitting (de verkopend contactpersoon van Dental Bauer was niet aanwezig) moet de kantonrechter afleiden zij niet hebben gesproken over een bepaald budget en dat [gedaagde] ook geen concrete eisen aan het te kopen apparaat heeft gesteld. Dental Bauer heeft het geleverde röntgenapparaat aangeboden en dit model heeft [gedaagde] aanvaard. [gedaagde] heeft ter zitting uitgelegd dat hij bij de aankoop van het röntgenapparaat haast had, vanwege de verhuizing van de praktijk, en dat hij daarom niet alles heeft nagelopen. Ook heeft [gedaagde] desgevraagd verklaard dat hij geen nader onderzoek naar het röntgenapparaat heeft gedaan en geen brochure daarvan heeft bekeken. Als voor [gedaagde] bepaalde functionaliteiten en/of eigenschappen van het röntgenapparaat van wezenlijk belang waren, had het op de weg gelegen van [gedaagde] als professionele koper en gebruiker ervan om voorafgaand aan de koop nadere vragen te stellen en/of onderzoek te doen naar dit apparaat in vergelijking met de eerdere apparaten waar [gedaagde] ervaring mee had. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. [gedaagde] is er daarentegen vanuit gegaan dat het röntgenapparaat aan zijn verwachtingen zou voldoen, maar dat maakt op zichzelf niet dat nu de aankoop tegenvalt hij hieraan juridische consequenties kan verbinden. Desondanks wordt hierna ingegaan op de vier punten waarom het röntgenapparaat volgens [gedaagde] niet aan zijn (niet uitgesproken) verwachtingen voldoet. Dental Bauer heeft de juistheid van die vier punten betwist, en dat ze het normale gebruik van het apparaat zouden verhinderen.
5.5.
Op de eerste plaats stelt [gedaagde] dat het röntgenapparaat een bovenmatige hoeveelheid geluid maakt. Voor zover dit al het normaal gebruik van het apparaat in de weg zou staan, heeft [gedaagde] dit standpunt verder niet onderbouwd door bijvoorbeeld een verklaring te overleggen van een deskundige. De beleving van geluid is bovendien een subjectief gegeven. Dat maakt dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een geluidsniveau dat [gedaagde] niet had hoeven te verwachten.
5.6.
Op de tweede plaats betoogt [gedaagde] dat de verwerkingstijd onaanvaardbaar lang is. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat het apparaat slechts één sensor heeft, terwijl hij röntgenapparaten met twee sensoren gewend was, en dat hierdoor het proces van instellen langer duurt. Daarnaast wijst hij op het valrisico van een sensor die steeds handmatig van positie moet worden gewisseld. Het valrisico en de verwerkingstijd staan echter het normaal gebruik van het apparaat niet in de weg en dat het één sensor heeft, had [gedaagde] kunnen weten. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij met de contactpersoon van Dental Bauer niet heeft gesproken over de aanwezigheid van één of twee sensoren. Zijn stelling dat twee sensoren normaal is bij tandheelkundige röntgenapparaten, heeft Dental Bauer betwist en kan de kantonrechter niet beoordelen.
5.7.
Op de derde plaats stelt [gedaagde] dat de beeldkwaliteit ontoereikend is. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagde] gewezen op een tweetal digitale röntgenfoto’s, één afkomstig van het onderhavige röntgenapparaat en één van een ander röntgenapparaat, en de verklaring van een derde hierover. Hiertegen heeft Dental Bauer ingebracht dat de kwaliteit van een röntgenfoto afhankelijk is van de positionering van de patiënt en die niet kan worden beoordeeld op basis van de overgelegde foto’s. Daarnaast is de overgelegde verklaring van een derde afkomstig van een concurrent van Dental Bauer.
5.8.
De kantonrechter ziet ook een verschil in scherpte tussen de overgelegde röntgenfoto’s, maar [gedaagde] heeft zelf ter zitting verklaard dat hij het apparaat nog gebruikt en dat hij als tandarts uitstekende kwaliteit van zorg biedt aan zijn patiënten. Met andere woorden: de kwaliteit van de beelden die het apparaat genereert, maakt normaal gebruik ervan dus mogelijk. Daar komt bij dat de betreffende concurrent van Dental Bauer heeft verklaard dat wellicht bij een betere kalibratie of afstelling nog kwaliteitsverbeteringen mogelijk moeten zijn, al is daarbij ook aangegeven dat hij zich kan voorstellen dat een behandelaar zich met deze beelden beperkt voelt.
5.9.
Ten slotte stelt [gedaagde] dat er problemen zijn met de hoogte-instelling. Dental Bauer heeft echter aangevoerd dat dit is verholpen. Dat heeft [gedaagde] ter zitting erkend. Dat levert dus geen non-conformiteit op.
5.10.
Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van [gedaagde] op non-conformiteit niet. Dat betekent dat [gedaagde] de koopovereenkomst van het röntgenapparaat niet mocht ontbinden.
Geen grond voor ontbinding van de koopovereenkomst van de lamp
5.11.
[gedaagde] heeft daarnaast gesteld dat de koopovereenkomst van de lamp buitengerechtelijk is ontbonden. Los van de omstandigheid dat in de brief van 4 december 2025, waarin een beroep is gedaan op buitengerechtelijke ontbinding, niet gesproken is over de lamp, zodat die overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden, kan [gedaagde] ook geen beroep doen op ontbinding. [gedaagde] heeft namelijk niet gesteld dat de lamp gebreken vertoont en Dental Bauer heeft aangevoerd dat [gedaagde] ook geen klachten heeft geuit over de lamp. Van een non-conform product kan dan ook niet worden gesproken, zodat geen grond bestaat voor ontbinding.
in conventie
5.12.
Omdat het ontbindingsverweer niet slaagt, is [gedaagde] het openstaande bedrag verschuldigd. De vordering van Dental Bauer tot betaling van € 5.439,95 (vordering I) wordt daarom toegewezen.
De rente
5.13.
Volgens [gedaagde] is de gevorderde contractuele rente onredelijk bezwarend en daarom verzoekt hij de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW toe te passen.
5.14.
[gedaagde] heeft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Dental Bauer niet betwist, zodat ervan uit wordt gegaan dat deze algemene voorwaarden op de overeenkomsten van toepassing zijn. De kantonrechter is van oordeel dat een percentage van 1% per maand over de hoofdsom niet onredelijk is. Weliswaar is de contractuele rente (opgeteld) per jaar hoger dan de wettelijke handelsrente, maar het staat zakelijke partijen – zoals Dental Bauer en [gedaagde] – als uitgangspunt vrij een dergelijke rente overeen te komen en dat is overigens ook niet ongebruikelijk. De rente wordt daarom toegewezen.
Ingangsdata rente
5.15.
[gedaagde] heeft ter zitting aangevoerd dat hij alleen een bedrag heeft ingehouden op de factuur van het röntgenapparaat. Met Dental Bauer stelt de kantonrechter vast dat het onbetaald gelaten bedrag van € 5.439,95 exact de optelsom is van de laatste 10% van de koopsom van het röntgenapparaat (€ 3.744,95) en de volledige koopsom van de lamp (€ 1.695,-). Omdat [gedaagde] niet eerder aan Dental Bauer kenbaar heeft gemaakt op welke factuur hij wilde inhouden, wordt de rente toegewezen vanaf de in de navolgende overweging te noemen data.
5.16.
Dental Bauer vordert de contractuele rente van 1% over de hoofdsom vanaf de vervaldatum van de factuur/facturen. Dat kan niet worden toegewezen voor zover het gaat om de contractuele rente over € 3.744,95 (van het röntgenapparaat). Ter zitting is namelijk met partijen vastgesteld dat hiervoor is overeengekomen dat de laatste 10% van de koopsom pas is verschuldigd binnen vijf dagen na installatie. Nu het röntgenapparaat op 9 juni 2025 is geleverd en [gedaagde] niet tot betaling is overgegaan, wordt daarom de contractuele rente over € 3.744,95 toegewezen vanaf 14 juni 2025. De gevorderde contractuele rente over € 1.695,- (van de lamp) wordt wel toegewezen vanaf de vervaldatum van de factuur, met als niet weersproken ingangsdatum 4 juni 2025.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.17.
Dental Bauer vordert verder vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 7.5 van haar algemene voorwaarden. De contractueel overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten bedragen dan volgens haar 15% van het oorspronkelijke verschuldigde totaalbedrag aan hoofdsom. [gedaagde] werpt op dat deze vergoeding disproportioneel is, omdat die het openstaande bedrag overstijgt. [gedaagde] verzoekt om de kosten te matigen en aansluiting te zoeken bij de wettelijke staffel voor buitengerechtelijke incassokosten.
5.18.
De vordering van Dental Bauer moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat partijen hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. De door Dental Bauer gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten komt dan ook op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst in beginsel voor toewijzing in aanmerking. De kantonrechter ziet echter in dit geval aanleiding om deze vergoeding op grond van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te matigen tot het bedrag waarop Dental Bauer recht heeft volgens het Besluit, welk tarief geacht wordt redelijk te zijn. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat de gevorderde vergoeding buitensporig is, nu het merendeel van het oorspronkelijke verschuldigde totaalbedrag wel door [gedaagde] is betaald en niet is gesteld of gebleken dat de werkelijke kosten van Dental Bauer hoger zijn dan het toepasselijke tarief van het Besluit. Het gevorderde bedrag aan incassokosten wordt daarom gematigd tot het (subsidiair gevorderde) bedrag van € 647,-, dat in overeenstemming is met de wettelijke staffel.
De proceskosten
5.19.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dental Bauer worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
128,65
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.551,65
5.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
5.21.
Voor zover de vorderingen van [gedaagde] zijn gebaseerd op rechtsgeldige ontbinding van de koopovereenkomsten, moeten ze worden afgewezen. Dit volgt uit het oordeel dat voor de ontbinding geen rechtsgeldige redenen bestonden/bestaan. De gevorderde praktijkschade wordt ook afgewezen. [gedaagde] stelt dat hij aanvullende diagnostiek heeft moeten verrichten omdat de beeldkwaliteit ontoereikend was, maar voor zover hij daardoor schade heeft geleden, kan hij die schade niet vorderen van Dental Bauer. De kantonrechter heeft immers hiervoor geoordeeld dat de kwaliteit van de beelden voor zijn eigen rekening komt als professionele koper van het röntgenapparaat. Weliswaar heeft Dental Bauer een probleem met de hoogte-instelling van het röntgenapparaat moeten verhelpen, maar [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat hij tijdens dit probleem schade heeft geleden in de zin van misgelopen omzet. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat Dental Bauer aansprakelijkheid voor gevolgschade in haar algemene voorwaarden heeft uitgesloten (artikel 13.3 van de algemene voorwaarden).
De schadevergoeding voor installatieschade wordt gedeeltelijk toegewezen
5.22.
Volgens [gedaagde] zijn meerdere muren beschadigd en komen de herstelkosten hiervan neer op € 3.000,- (vordering IV). Dental Bauer heeft ter zitting erkend dat schade aan één muur is ontstaan, maar betwist dat het gaat om schade aan meerdere muren.
5.23.
Nu Dental Bauer heeft erkend dat zij tijdens de door haar uitgevoerde werkzaamheden schade aan de praktijk heeft veroorzaakt als het gaat om een kromming in een muur, is zij aansprakelijk voor de herstelkosten daarvan. Daarvoor is het niet nodig dat Dental Bauer door middel van een ingebrekestelling in verzuim is geraakt. [gedaagde] had deze schade namelijk niet geleden als Dental Bauer meteen deugdelijk had gepresteerd en deze schade kan niet meer worden weggenomen door de opdracht alsnog goed uit te voeren. Voor zover de vordering van [gedaagde] ziet op méér schade dan de kromming in de muur, betwist Dental Bauer dat zij hiervoor kan worden aangesproken. In het licht van deze betwisting had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt te onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s. Dat is niet gebeurd. Daarom kan de kantonrechter niet vaststellen dat er meer installatieschade is dan de ene kromme muur en Dental Bauer daarvoor verantwoordelijk is.
De hoogte van de toegewezen vordering
5.24.
Omdat Dental Bauer de omvang van de schade betwist en [gedaagde] de herstelkosten niet heeft onderbouwd met bijvoorbeeld offertes, maakt de kantonrechter gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 BW. Zij gaat er daarbij vanuit dat het rechten van een kromme muur niet een kleine reparatie is en anderzijds moet zij ervoor waken dat [gedaagde] niet meer vergoed krijgt dan wat zijn vermogensnadeel (de reparatiekosten) zal zijn. De kantonrechter begroot de schade daarom op € 1.500,-, zodat vordering IV tot dit bedrag wordt toegewezen.
De wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag
5.25.
De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toewijsbare bedrag aan schadevergoeding van € 1.500,- wordt toegewezen, omdat deze op de wet is gegrond en Dental Bauer op dit punt geen zelfstandig verweer heeft gevoerd. Over de ingangsdatum heeft [gedaagde] alleen gesteld dat Dental Bauer vanaf juni 2025 de wettelijke rente is verschuldigd over het bedrag aan schadevergoeding, maar niet vanaf welke dag. Dental Bauer heeft zich hier niet over uitgelaten.
5.26.
De wettelijke rente gaat in op de dag dat de schade is geleden. Artikel 6:95 BW bepaalt dat schade vermogensnadeel of ander nadeel is. Het vermogensnadeel treedt in op het moment van het beschadigd raken van de muur. Het kan niet anders dan dat de schade is ontstaan tijdens de montage van de apparatuur, op 9 juni 2025. De wettelijke rente wordt daarom vanaf die datum toegewezen.
De proceskosten
5.27.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten betalen in reconventie, die vanwege de verwevenheid met de vordering in conventie worden gehalveerd. De proceskosten van Dental Bauer worden begroot op € 433,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x factor 0,5 x € 866,00).
in conventie en in reconventie
Uitvoerbaar bij voorraad
5.28.
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen € 5.439,95,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen de overeengekomen rente van 1% per maand over:
- € 3.744,95 (van het röntgenapparaat), met ingang van 14 juni 2025,- € 1.695,00 (van de lamp),met ingang van 4 juni 2025, steeds tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen € 647,00 aan buitengerechtelijke kosten,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.551,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.6.
veroordeelt Dental Bauer om aan [gedaagde] te betalen € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 9 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 433,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie voorts
6.8.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026.
Zie Hoge Raad 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868 r.o. 3.5.3 en 3.5.7.
Zie Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4732 r.o. 3.6.
Zie artikel 6:83 onder b BW.
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12207364 \ CV EXPL 26-6189
Vonnis van 14 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DENTAL BAUER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Dental Bauer,
gemachtigde: mr. F.P.W. Kralt,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [verbalisant] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon, vertegenwoordigd door [naam] .
1De zaak en de beslissing in het kort
1.1.
Dental Bauer heeft tandartsapparatuur aan tandartsenpraktijk [gedaagde] verkocht en geleverd. [gedaagde] heeft een deel van de daarvoor gestuurde facturen onbetaald gelaten. Dental Bauer vordert in deze procedure betaling van die facturen, vermeerderd met contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
1.2.
[gedaagde] vindt dat het geleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, omdat onder andere de beeldkwaliteit van het röntgenapparaat niet goed is. [gedaagde] vordert op zijn beurt een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, terugbetaling van het al betaalde, terugname van de apparatuur en schadevergoeding.
1.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Dental Bauer toe, maar matigt de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Verder moet Dental Bauer de schade vergoeden die tijdens de door haar uitgevoerde montage in de praktijk van [gedaagde] is ontstaan. De overige tegenvorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. Hierna legt de kantonrechter deze beslissingen verder uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 april 2026, met producties,
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie,
- het tussenvonnis van 18 juni 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de e-mailberichten van [gedaagde] van 13 juli 2026, met bijlagen,
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden, en de door mr. Kralt overgelegde spreekaantekeningen.
3De feiten
3.1.
Dental Bauer exploiteert een groothandel in onder meer tandheelkundige instrumenten.
3.2.
[gedaagde] exploiteert een tandartspraktijk. [naam] is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde] . Hij is al ongeveer veertig jaar werkzaam als tandarts en heeft ervaring met verschillende röntgenapparaten.
3.3.
Partijen hebben op 15 april 2025 een koopovereenkomst gesloten voor een röntgenapparaat met toebehoren. De koopsom is € 37.449,50 inclusief btw. In de overeenkomst staat:
“Betalingsconditie
koop
1e termijn: 50% - uiterlijk 5 dagen na orderbevestiging (…)
2de termijn: 40% - uiterlijk 2 dagen voor de geplande leverdatum
3de termijn: 10% - binnen 5 dagen na installatie
(…)”
3.4.
Ook heeft [gedaagde] op 12 mei 2025 een operatielamp gekocht van Dental Bauer. De koopsom is € 1.695,- inclusief btw.
3.5.
Op de overeenkomsten zijn de Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche (VGT) van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden staat onder meer wat de gevolgen zijn van niet-tijdige betaling door de koper: verzuim van rechtswege, 1% rente per maand en 15% van het totaal verschuldigde bedrag aan buitengerechtelijk incassokosten.
3.6.
Met een factuur van 23 mei 2025 heeft Dental Bauer voor het röntgenapparaat € 37.449,50 in rekening gebracht.
3.7.
Met een factuur van 27 mei 2025 heeft Dental Bauer voor de lamp € 1.695,- in rekening gebracht.
3.8.
Op 9 juni 2025 is de apparatuur bij [gedaagde] geleverd en geïnstalleerd.
3.9.
Naar de rechtbank begrijpt heeft Dental Bauer tijdens de montage een muur in een behandelkamer beschadigd, in die zin dat een kromming in de muur is ontstaan.
3.10.
[gedaagde] heeft in totaal € 33.704,55 aan Dental Bauer betaald. Daarbij is niet vermeld op welke factuur of facturen dit bedrag in mindering strekt.
3.11.
Op 3 oktober 2025 heeft Dental Bauer aan [gedaagde] verzocht om het openstaande bedrag van € 5.439,95 zo spoedig mogelijk over te maken.
3.12.
[gedaagde] heeft hierop geantwoord dat hij ontevreden is over (de kwaliteit en de werking van) het röntgenapparaat. Dental Bauer is daarna herhaaldelijk op de praktijk geweest voor de door [gedaagde] ervaren problemen. Een probleem met de hoogte-instelling is door Dental Bauer kosteloos verholpen.
3.13.
Op 4 december 2025 heeft de toenmalige gemachtigde van [gedaagde] de koopovereenkomst van het röntgenapparaat buitengerechtelijk ontbonden en verzocht om binnen twee weken tot terugbetaling van het al betaalde bedrag van € 33.704,55 over te gaan.
4Het geschil
de vorderingen van Dental Bauer (in conventie)
4.1.
Dental Bauer vordert dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
I. € 5.439,95 aan hoofdsom,
II. de contractuele rente van 1% per maand over de hoofdsom, subsidiair de wettelijke handelsrente, steeds vanaf de vervaldatum van de factuur/facturen,
III. € 5.871,68 aan contractuele buitengerechtelijke incassokosten, subsidiair € 647,- overeenkomstig de staffel BIK,
IV. de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
[gedaagde] vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Dental Bauer in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
de tegenvorderingen van [gedaagde] (in reconventie)
4.4.
[gedaagde] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomsten van 15 april 2025 en 12 mei 2025 rechtsgeldig zijn ontbonden per 4 december 2025,
II. Dental Bauer veroordeelt tot terugbetaling van het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 33.704,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025,
III. Dental Bauer veroordeelt tot terugname van de röntgenapparatuur, op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat Dental Bauer hiermee in gebreke blijft,
IV. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van € 3.000,- aan installatieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf juni 2025,
V. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van € 10.000,- aan praktijkschade, te vermeerderen met de wettelijke rente,
VI. Dental Bauer veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.
Dental Bauer vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen en de tegenvorderingen (in conventie en in reconventie) worden deze grotendeels gezamenlijk behandeld.
Het beroep van [gedaagde] op non-conformiteit van het röntgenapparaat slaagt niet
5.2.
[gedaagde] stelt dat het geleverde röntgenapparaat niet aan de koopovereenkomst beantwoordt omdat het diverse problemen heeft. Dental Bauer betwist dit en voert aan dat [gedaagde] geen enkel bewijs van zijn stellingen heeft geleverd.
5.3.
In artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat de verkoper van een zaak verplicht is om een zaak te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. Uit het tweede lid volgt dat dit niet het geval is als de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daarbij moet onder andere worden gekeken naar de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. Verder mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, en de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Het is aan de koper om te stellen en, bij voldoende betwisting, te bewijzen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt.
5.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd dat het röntgenapparaat niet de eigenschappen bezit die hij hiervan mocht verwachten. [gedaagde] heeft slechts gesteld dat hij erop mocht vertrouwen dat een röntgenapparaat van goede kwaliteit zou worden geleverd, omdat hij deze verwachting heeft uitgesproken naar zijn contactpersoon bij Dental Bauer. Toen die persoon nog werkte voor diens eigen onderneming, heeft [gedaagde] goede ervaringen met hem gehad. [gedaagde] heeft daarbij toegelicht dat hij in het verleden minstens zes röntgenapparaten heeft gehad en er daarom vanuit is gegaan dat minimaal dezelfde kwaliteit zou worden geleverd. Uit de verklaringen van partijen ter zitting (de verkopend contactpersoon van Dental Bauer was niet aanwezig) moet de kantonrechter afleiden zij niet hebben gesproken over een bepaald budget en dat [gedaagde] ook geen concrete eisen aan het te kopen apparaat heeft gesteld. Dental Bauer heeft het geleverde röntgenapparaat aangeboden en dit model heeft [gedaagde] aanvaard. [gedaagde] heeft ter zitting uitgelegd dat hij bij de aankoop van het röntgenapparaat haast had, vanwege de verhuizing van de praktijk, en dat hij daarom niet alles heeft nagelopen. Ook heeft [gedaagde] desgevraagd verklaard dat hij geen nader onderzoek naar het röntgenapparaat heeft gedaan en geen brochure daarvan heeft bekeken. Als voor [gedaagde] bepaalde functionaliteiten en/of eigenschappen van het röntgenapparaat van wezenlijk belang waren, had het op de weg gelegen van [gedaagde] als professionele koper en gebruiker ervan om voorafgaand aan de koop nadere vragen te stellen en/of onderzoek te doen naar dit apparaat in vergelijking met de eerdere apparaten waar [gedaagde] ervaring mee had. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. [gedaagde] is er daarentegen vanuit gegaan dat het röntgenapparaat aan zijn verwachtingen zou voldoen, maar dat maakt op zichzelf niet dat nu de aankoop tegenvalt hij hieraan juridische consequenties kan verbinden. Desondanks wordt hierna ingegaan op de vier punten waarom het röntgenapparaat volgens [gedaagde] niet aan zijn (niet uitgesproken) verwachtingen voldoet. Dental Bauer heeft de juistheid van die vier punten betwist, en dat ze het normale gebruik van het apparaat zouden verhinderen.
5.5.
Op de eerste plaats stelt [gedaagde] dat het röntgenapparaat een bovenmatige hoeveelheid geluid maakt. Voor zover dit al het normaal gebruik van het apparaat in de weg zou staan, heeft [gedaagde] dit standpunt verder niet onderbouwd door bijvoorbeeld een verklaring te overleggen van een deskundige. De beleving van geluid is bovendien een subjectief gegeven. Dat maakt dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een geluidsniveau dat [gedaagde] niet had hoeven te verwachten.
5.6.
Op de tweede plaats betoogt [gedaagde] dat de verwerkingstijd onaanvaardbaar lang is. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat het apparaat slechts één sensor heeft, terwijl hij röntgenapparaten met twee sensoren gewend was, en dat hierdoor het proces van instellen langer duurt. Daarnaast wijst hij op het valrisico van een sensor die steeds handmatig van positie moet worden gewisseld. Het valrisico en de verwerkingstijd staan echter het normaal gebruik van het apparaat niet in de weg en dat het één sensor heeft, had [gedaagde] kunnen weten. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij met de contactpersoon van Dental Bauer niet heeft gesproken over de aanwezigheid van één of twee sensoren. Zijn stelling dat twee sensoren normaal is bij tandheelkundige röntgenapparaten, heeft Dental Bauer betwist en kan de kantonrechter niet beoordelen.
5.7.
Op de derde plaats stelt [gedaagde] dat de beeldkwaliteit ontoereikend is. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagde] gewezen op een tweetal digitale röntgenfoto’s, één afkomstig van het onderhavige röntgenapparaat en één van een ander röntgenapparaat, en de verklaring van een derde hierover. Hiertegen heeft Dental Bauer ingebracht dat de kwaliteit van een röntgenfoto afhankelijk is van de positionering van de patiënt en die niet kan worden beoordeeld op basis van de overgelegde foto’s. Daarnaast is de overgelegde verklaring van een derde afkomstig van een concurrent van Dental Bauer.
5.8.
De kantonrechter ziet ook een verschil in scherpte tussen de overgelegde röntgenfoto’s, maar [gedaagde] heeft zelf ter zitting verklaard dat hij het apparaat nog gebruikt en dat hij als tandarts uitstekende kwaliteit van zorg biedt aan zijn patiënten. Met andere woorden: de kwaliteit van de beelden die het apparaat genereert, maakt normaal gebruik ervan dus mogelijk. Daar komt bij dat de betreffende concurrent van Dental Bauer heeft verklaard dat wellicht bij een betere kalibratie of afstelling nog kwaliteitsverbeteringen mogelijk moeten zijn, al is daarbij ook aangegeven dat hij zich kan voorstellen dat een behandelaar zich met deze beelden beperkt voelt.
5.9.
Ten slotte stelt [gedaagde] dat er problemen zijn met de hoogte-instelling. Dental Bauer heeft echter aangevoerd dat dit is verholpen. Dat heeft [gedaagde] ter zitting erkend. Dat levert dus geen non-conformiteit op.
5.10.
Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van [gedaagde] op non-conformiteit niet. Dat betekent dat [gedaagde] de koopovereenkomst van het röntgenapparaat niet mocht ontbinden.
Geen grond voor ontbinding van de koopovereenkomst van de lamp
5.11.
[gedaagde] heeft daarnaast gesteld dat de koopovereenkomst van de lamp buitengerechtelijk is ontbonden. Los van de omstandigheid dat in de brief van 4 december 2025, waarin een beroep is gedaan op buitengerechtelijke ontbinding, niet gesproken is over de lamp, zodat die overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden, kan [gedaagde] ook geen beroep doen op ontbinding. [gedaagde] heeft namelijk niet gesteld dat de lamp gebreken vertoont en Dental Bauer heeft aangevoerd dat [gedaagde] ook geen klachten heeft geuit over de lamp. Van een non-conform product kan dan ook niet worden gesproken, zodat geen grond bestaat voor ontbinding.
in conventie
5.12.
Omdat het ontbindingsverweer niet slaagt, is [gedaagde] het openstaande bedrag verschuldigd. De vordering van Dental Bauer tot betaling van € 5.439,95 (vordering I) wordt daarom toegewezen.
De rente
5.13.
Volgens [gedaagde] is de gevorderde contractuele rente onredelijk bezwarend en daarom verzoekt hij de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW toe te passen.
5.14.
[gedaagde] heeft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Dental Bauer niet betwist, zodat ervan uit wordt gegaan dat deze algemene voorwaarden op de overeenkomsten van toepassing zijn. De kantonrechter is van oordeel dat een percentage van 1% per maand over de hoofdsom niet onredelijk is. Weliswaar is de contractuele rente (opgeteld) per jaar hoger dan de wettelijke handelsrente, maar het staat zakelijke partijen – zoals Dental Bauer en [gedaagde] – als uitgangspunt vrij een dergelijke rente overeen te komen en dat is overigens ook niet ongebruikelijk. De rente wordt daarom toegewezen.
Ingangsdata rente
5.15.
[gedaagde] heeft ter zitting aangevoerd dat hij alleen een bedrag heeft ingehouden op de factuur van het röntgenapparaat. Met Dental Bauer stelt de kantonrechter vast dat het onbetaald gelaten bedrag van € 5.439,95 exact de optelsom is van de laatste 10% van de koopsom van het röntgenapparaat (€ 3.744,95) en de volledige koopsom van de lamp (€ 1.695,-). Omdat [gedaagde] niet eerder aan Dental Bauer kenbaar heeft gemaakt op welke factuur hij wilde inhouden, wordt de rente toegewezen vanaf de in de navolgende overweging te noemen data.
5.16.
Dental Bauer vordert de contractuele rente van 1% over de hoofdsom vanaf de vervaldatum van de factuur/facturen. Dat kan niet worden toegewezen voor zover het gaat om de contractuele rente over € 3.744,95 (van het röntgenapparaat). Ter zitting is namelijk met partijen vastgesteld dat hiervoor is overeengekomen dat de laatste 10% van de koopsom pas is verschuldigd binnen vijf dagen na installatie. Nu het röntgenapparaat op 9 juni 2025 is geleverd en [gedaagde] niet tot betaling is overgegaan, wordt daarom de contractuele rente over € 3.744,95 toegewezen vanaf 14 juni 2025. De gevorderde contractuele rente over € 1.695,- (van de lamp) wordt wel toegewezen vanaf de vervaldatum van de factuur, met als niet weersproken ingangsdatum 4 juni 2025.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.17.
Dental Bauer vordert verder vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 7.5 van haar algemene voorwaarden. De contractueel overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten bedragen dan volgens haar 15% van het oorspronkelijke verschuldigde totaalbedrag aan hoofdsom. [gedaagde] werpt op dat deze vergoeding disproportioneel is, omdat die het openstaande bedrag overstijgt. [gedaagde] verzoekt om de kosten te matigen en aansluiting te zoeken bij de wettelijke staffel voor buitengerechtelijke incassokosten.
5.18.
De vordering van Dental Bauer moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat partijen hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. De door Dental Bauer gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten komt dan ook op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst in beginsel voor toewijzing in aanmerking. De kantonrechter ziet echter in dit geval aanleiding om deze vergoeding op grond van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te matigen tot het bedrag waarop Dental Bauer recht heeft volgens het Besluit, welk tarief geacht wordt redelijk te zijn. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat de gevorderde vergoeding buitensporig is, nu het merendeel van het oorspronkelijke verschuldigde totaalbedrag wel door [gedaagde] is betaald en niet is gesteld of gebleken dat de werkelijke kosten van Dental Bauer hoger zijn dan het toepasselijke tarief van het Besluit. Het gevorderde bedrag aan incassokosten wordt daarom gematigd tot het (subsidiair gevorderde) bedrag van € 647,-, dat in overeenstemming is met de wettelijke staffel.
De proceskosten
5.19.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dental Bauer worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
128,65
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.551,65
5.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
5.21.
Voor zover de vorderingen van [gedaagde] zijn gebaseerd op rechtsgeldige ontbinding van de koopovereenkomsten, moeten ze worden afgewezen. Dit volgt uit het oordeel dat voor de ontbinding geen rechtsgeldige redenen bestonden/bestaan. De gevorderde praktijkschade wordt ook afgewezen. [gedaagde] stelt dat hij aanvullende diagnostiek heeft moeten verrichten omdat de beeldkwaliteit ontoereikend was, maar voor zover hij daardoor schade heeft geleden, kan hij die schade niet vorderen van Dental Bauer. De kantonrechter heeft immers hiervoor geoordeeld dat de kwaliteit van de beelden voor zijn eigen rekening komt als professionele koper van het röntgenapparaat. Weliswaar heeft Dental Bauer een probleem met de hoogte-instelling van het röntgenapparaat moeten verhelpen, maar [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat hij tijdens dit probleem schade heeft geleden in de zin van misgelopen omzet. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat Dental Bauer aansprakelijkheid voor gevolgschade in haar algemene voorwaarden heeft uitgesloten (artikel 13.3 van de algemene voorwaarden).
De schadevergoeding voor installatieschade wordt gedeeltelijk toegewezen
5.22.
Volgens [gedaagde] zijn meerdere muren beschadigd en komen de herstelkosten hiervan neer op € 3.000,- (vordering IV). Dental Bauer heeft ter zitting erkend dat schade aan één muur is ontstaan, maar betwist dat het gaat om schade aan meerdere muren.
5.23.
Nu Dental Bauer heeft erkend dat zij tijdens de door haar uitgevoerde werkzaamheden schade aan de praktijk heeft veroorzaakt als het gaat om een kromming in een muur, is zij aansprakelijk voor de herstelkosten daarvan. Daarvoor is het niet nodig dat Dental Bauer door middel van een ingebrekestelling in verzuim is geraakt. [gedaagde] had deze schade namelijk niet geleden als Dental Bauer meteen deugdelijk had gepresteerd en deze schade kan niet meer worden weggenomen door de opdracht alsnog goed uit te voeren. Voor zover de vordering van [gedaagde] ziet op méér schade dan de kromming in de muur, betwist Dental Bauer dat zij hiervoor kan worden aangesproken. In het licht van deze betwisting had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt te onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s. Dat is niet gebeurd. Daarom kan de kantonrechter niet vaststellen dat er meer installatieschade is dan de ene kromme muur en Dental Bauer daarvoor verantwoordelijk is.
De hoogte van de toegewezen vordering
5.24.
Omdat Dental Bauer de omvang van de schade betwist en [gedaagde] de herstelkosten niet heeft onderbouwd met bijvoorbeeld offertes, maakt de kantonrechter gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 BW. Zij gaat er daarbij vanuit dat het rechten van een kromme muur niet een kleine reparatie is en anderzijds moet zij ervoor waken dat [gedaagde] niet meer vergoed krijgt dan wat zijn vermogensnadeel (de reparatiekosten) zal zijn. De kantonrechter begroot de schade daarom op € 1.500,-, zodat vordering IV tot dit bedrag wordt toegewezen.
De wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag
5.25.
De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toewijsbare bedrag aan schadevergoeding van € 1.500,- wordt toegewezen, omdat deze op de wet is gegrond en Dental Bauer op dit punt geen zelfstandig verweer heeft gevoerd. Over de ingangsdatum heeft [gedaagde] alleen gesteld dat Dental Bauer vanaf juni 2025 de wettelijke rente is verschuldigd over het bedrag aan schadevergoeding, maar niet vanaf welke dag. Dental Bauer heeft zich hier niet over uitgelaten.
5.26.
De wettelijke rente gaat in op de dag dat de schade is geleden. Artikel 6:95 BW bepaalt dat schade vermogensnadeel of ander nadeel is. Het vermogensnadeel treedt in op het moment van het beschadigd raken van de muur. Het kan niet anders dan dat de schade is ontstaan tijdens de montage van de apparatuur, op 9 juni 2025. De wettelijke rente wordt daarom vanaf die datum toegewezen.
De proceskosten
5.27.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten betalen in reconventie, die vanwege de verwevenheid met de vordering in conventie worden gehalveerd. De proceskosten van Dental Bauer worden begroot op € 433,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x factor 0,5 x € 866,00).
in conventie en in reconventie
Uitvoerbaar bij voorraad
5.28.
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen € 5.439,95,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen de overeengekomen rente van 1% per maand over:
- € 3.744,95 (van het röntgenapparaat), met ingang van 14 juni 2025,- € 1.695,00 (van de lamp),met ingang van 4 juni 2025, steeds tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dental Bauer te betalen € 647,00 aan buitengerechtelijke kosten,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.551,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.6.
veroordeelt Dental Bauer om aan [gedaagde] te betalen € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 9 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 433,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie voorts
6.8.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026.
Zie Hoge Raad 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868 r.o. 3.5.3 en 3.5.7.
Zie Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4732 r.o. 3.6.
Zie artikel 6:83 onder b BW.