Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8196
2026-08-11
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
12025196 WM VERZ 25-22719
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. Zaak overgenomen door een advocaat. Onvoldoende gebleken dat sprake is van onttrekking van de gemachtigde. Geen bijzonder geval in de zin van artikel 13a lid 2 onder a Wahv.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:635 Rechtbank Midden-Nederland 20-02-2026
- ECLI:NL:HR:2025:985 Hoge Raad 24-06-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.494 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. A.P. Ploeger
zaaknummer: 12025196 WM VERZ 25-22719
beslissing van: 11 augustus 2026
func.: 62510
Beslissing inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Verkeersboete.nl
mr. N.G.A. Voorbach
verder: de gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 juni 2025 en is gericht tegen de beslissing van 9 juni 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats], Marokko op [geboortedag] 1972.
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 2 februari 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Verweerder heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft deze gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Op 8 juli 2026 heeft mr. Voorbach aanvullende gronden ingediend.
Namens de betrokkene is mr. Van der Vinne op 28 juli 2026 ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.
Ten slotte is door de kantonrechter bepaald dat hij twee weken na de zitting schriftelijk uitspraak zal doen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, 7 km per uur te hard is gereden binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan. De gedraging is geconstateerd op 22 januari 2025 om 11:08 uur op de Oostenburgergracht te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de in de onderhavige zaak van toepassing zijnde flitspaal op een lijst staat waarvan niet met zekerheid kan worden aangenomen dat de schouwrapporten van de flitspaal zelf en de bebording eromheen in orde zijn. Verweerder heeft verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
4. Het beroep zal om vorenstaande reden gegrond worden verklaard. De overige aangevoerde gronden behoeven derhalve geen bespreking meer.
Het volgende wordt overwogen.
Gemachtigde en proceskostenvergoeding
5. Kort voor de zitting heeft mr. Van der Vinne (verbonden aan Max Advocaten) zich als gemachtigde gesteld. In zijn stelbrief heeft hij het door mr. N.G.A. Voorbach (verbonden aan Fortitudo Legal Concepts B.V., handelend onder de naam Verkeersboete.nl) opgestelde beroepschrift en de door Voorbach ingezonden aanvullende gronden kortheidshalve bekrachtigd en heeft hij in één alinea algemeen verwoord het belang van één van de reeds aangevoerde gronden benadrukt. Mr. Van der Vinne verzoekt om twee punten toe te kennen, een punt voor de zitting en een punt het bekrachtigen en aanvullen van het beroepschrift. Onder verwijzing naar een uitspraak van de kantonrechter Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:635) voert hij aan dat de door hem als advocaat verleende bijstand niet verleend is door een no cure no pay bedrijf en dat het daarom niet redelijk is om de verminderingsfactor toe te passen.
6. Omdat de eerdere gemachtigde zich niet onttrokken had, heeft de griffie aangegeven mr. Van der Vinne niet als gemachtigde te kunnen toevoegen en hem om opheldering gevraagd. Daarop is van Voorbach een e-mailbericht ontvangen met de volgende inhoud: “Wij verlenen in dit dossier uitsluitend nog een administratieve rol. De gemachtigde is thans Max Advocaten. U kunt de uitspraak wél per post naar ons kantoor versturen omdat wij de administratieve afhandeling namens Max Advocaten verrichten.”
7. Omdat het gebruikelijk is dat een gemachtigde die zich onttrekt niet langer bij de zaak betrokken is en het opvallend is dat op een aan mr. Van der Vinne gestelde vraag door mr. Voorbach geantwoord wordt, heeft de kantonrechter op de zitting gevraagd of mr. Van der Vinne door de betrokkene bepaaldelijk gemachtigd was, anders gezegd of hij contact met de betrokkene had gehad. Mr. Van der Vinne gaf aan dat er geen ander contact geweest is met betrokkene dan dat aan de betrokkene een opdrachtbevestiging is gestuurd, die door betrokkene ondertekend is geretourneerd. Aangezien aan een opdrachtbevestiging een opdracht vooraf hoort te gaan heeft de kantonrechter gevraagd hoe de opdracht door betrokkene dan verleend was, waarop aangegeven is dat dit via Voorbach gelopen is. Dit vindt bevestiging in de door Voorbach aangegeven voortdurende betrokkenheid van zijn kantoor bij de zaak.
8. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende gebleken is dat er sprake is van onttrekking als gemachtigde. De kantonrechter heeft het er op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden voor te houden dat mr. Van der Vinne op voorspraak van Voorbach betrokkene ter zitting heeft vertegenwoordigd binnen het kader van een door betrokkenen aan Fortitudo Legal Concepts B.V. (Verkeersboete.nl) met recht van substitutie gegeven volmacht en bijbehorende afspraken. Het is immers volstrekt onaannemelijk dat betrokkenen - die Verkeersboete.nl als gemachtigde hebben ingeschakeld juist omdat via dat kantoor gratis bezwaar (no cure no pay) gemaakt kan worden tegen verkeersboetes - kort voor de zitting een advocaat als gemachtigde inschakelen, die zich voor zijn diensten moet laten betalen óók als het beroep niet slaagt. Temeer omdat in beroepszaken bij de kantonrechter het eerder bij de officier van justitie ingediende beroep ongegrond is verklaard, en de betrokkene derhalve bekende is met het risico dat zijn of haar beroep niet slaagt. Daar komt nog bij dat het initiatief niet van betrokkene is uitgegaan en mr. Van der Vinne de betrokkene in het geheel niet heeft gezien of gesproken. Uit de hiervoor geschetste gang van zaken kan de kantonrechter niets anders opmaken dan dat de betrokkenheid van Max Advocaten is ingegeven om de toepassing van de verminderingsfactor te omzeilen. De kantonrechter is niet geïnformeerd over de financiële afspraken die met betrekking tot de bijstand door mr. Van der Vinne (via Voorbach) zijn gemaakt, maar komt de conclusie dat het ervoor gehouden moet worden dat het hier nog steeds om een bedrijfsmodel gaat in de door de Hoge Raad bedoelde zin (arrest van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985, r.o. 5.2), waarop de wetgever de Wet Herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bmp (Whpkv) voor heeft bedoeld. Er is dus geen sprake van een bijzonder geval in de zin van artikel 13a lid 2 onder a Whav, zodat er geen reden is om de verminderingsfactor niet toe te passen. Voorts komt de loutere bekrachtiging van het beroepschrift en het kort benadrukken dan wel aanstippen van het belang van een reeds aangevoerde grond door mr. Van der Vinne niet voor een punt in aanmerking.
9. Namens betrokkene is door de gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gedeeltelijk gegrond zal worden verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
10. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandelingen vastgelegd. De gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van administratief beroep;
- het fysiek bijwonen van de hoorzitting bij verweerder op 21 mei 2025;
- het indienen van het beroep bij de kantonrechter, en
- het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
11. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
11. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door de gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het administratief beroep 2 punten toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het kantonberoep ook 2 punten. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Nu de beslissing van verweerder is gedateerd na 1 januari 2024 zal de kantonrechter vervolgens op deze verrichte proceshandelingen de factor 0,25 genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toepassen. Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 400,00 ((2x 666)+(2x934) x 0,5 x 0,25).
11. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 400,00.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. A.P. Ploeger
zaaknummer: 12025196 WM VERZ 25-22719
beslissing van: 11 augustus 2026
func.: 62510
Beslissing inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Verkeersboete.nl
mr. N.G.A. Voorbach
verder: de gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 juni 2025 en is gericht tegen de beslissing van 9 juni 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats], Marokko op [geboortedag] 1972.
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 2 februari 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Verweerder heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft deze gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Op 8 juli 2026 heeft mr. Voorbach aanvullende gronden ingediend.
Namens de betrokkene is mr. Van der Vinne op 28 juli 2026 ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.
Ten slotte is door de kantonrechter bepaald dat hij twee weken na de zitting schriftelijk uitspraak zal doen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, 7 km per uur te hard is gereden binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan. De gedraging is geconstateerd op 22 januari 2025 om 11:08 uur op de Oostenburgergracht te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de in de onderhavige zaak van toepassing zijnde flitspaal op een lijst staat waarvan niet met zekerheid kan worden aangenomen dat de schouwrapporten van de flitspaal zelf en de bebording eromheen in orde zijn. Verweerder heeft verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
4. Het beroep zal om vorenstaande reden gegrond worden verklaard. De overige aangevoerde gronden behoeven derhalve geen bespreking meer.
Het volgende wordt overwogen.
Gemachtigde en proceskostenvergoeding
5. Kort voor de zitting heeft mr. Van der Vinne (verbonden aan Max Advocaten) zich als gemachtigde gesteld. In zijn stelbrief heeft hij het door mr. N.G.A. Voorbach (verbonden aan Fortitudo Legal Concepts B.V., handelend onder de naam Verkeersboete.nl) opgestelde beroepschrift en de door Voorbach ingezonden aanvullende gronden kortheidshalve bekrachtigd en heeft hij in één alinea algemeen verwoord het belang van één van de reeds aangevoerde gronden benadrukt. Mr. Van der Vinne verzoekt om twee punten toe te kennen, een punt voor de zitting en een punt het bekrachtigen en aanvullen van het beroepschrift. Onder verwijzing naar een uitspraak van de kantonrechter Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:635) voert hij aan dat de door hem als advocaat verleende bijstand niet verleend is door een no cure no pay bedrijf en dat het daarom niet redelijk is om de verminderingsfactor toe te passen.
6. Omdat de eerdere gemachtigde zich niet onttrokken had, heeft de griffie aangegeven mr. Van der Vinne niet als gemachtigde te kunnen toevoegen en hem om opheldering gevraagd. Daarop is van Voorbach een e-mailbericht ontvangen met de volgende inhoud: “Wij verlenen in dit dossier uitsluitend nog een administratieve rol. De gemachtigde is thans Max Advocaten. U kunt de uitspraak wél per post naar ons kantoor versturen omdat wij de administratieve afhandeling namens Max Advocaten verrichten.”
7. Omdat het gebruikelijk is dat een gemachtigde die zich onttrekt niet langer bij de zaak betrokken is en het opvallend is dat op een aan mr. Van der Vinne gestelde vraag door mr. Voorbach geantwoord wordt, heeft de kantonrechter op de zitting gevraagd of mr. Van der Vinne door de betrokkene bepaaldelijk gemachtigd was, anders gezegd of hij contact met de betrokkene had gehad. Mr. Van der Vinne gaf aan dat er geen ander contact geweest is met betrokkene dan dat aan de betrokkene een opdrachtbevestiging is gestuurd, die door betrokkene ondertekend is geretourneerd. Aangezien aan een opdrachtbevestiging een opdracht vooraf hoort te gaan heeft de kantonrechter gevraagd hoe de opdracht door betrokkene dan verleend was, waarop aangegeven is dat dit via Voorbach gelopen is. Dit vindt bevestiging in de door Voorbach aangegeven voortdurende betrokkenheid van zijn kantoor bij de zaak.
8. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende gebleken is dat er sprake is van onttrekking als gemachtigde. De kantonrechter heeft het er op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden voor te houden dat mr. Van der Vinne op voorspraak van Voorbach betrokkene ter zitting heeft vertegenwoordigd binnen het kader van een door betrokkenen aan Fortitudo Legal Concepts B.V. (Verkeersboete.nl) met recht van substitutie gegeven volmacht en bijbehorende afspraken. Het is immers volstrekt onaannemelijk dat betrokkenen - die Verkeersboete.nl als gemachtigde hebben ingeschakeld juist omdat via dat kantoor gratis bezwaar (no cure no pay) gemaakt kan worden tegen verkeersboetes - kort voor de zitting een advocaat als gemachtigde inschakelen, die zich voor zijn diensten moet laten betalen óók als het beroep niet slaagt. Temeer omdat in beroepszaken bij de kantonrechter het eerder bij de officier van justitie ingediende beroep ongegrond is verklaard, en de betrokkene derhalve bekende is met het risico dat zijn of haar beroep niet slaagt. Daar komt nog bij dat het initiatief niet van betrokkene is uitgegaan en mr. Van der Vinne de betrokkene in het geheel niet heeft gezien of gesproken. Uit de hiervoor geschetste gang van zaken kan de kantonrechter niets anders opmaken dan dat de betrokkenheid van Max Advocaten is ingegeven om de toepassing van de verminderingsfactor te omzeilen. De kantonrechter is niet geïnformeerd over de financiële afspraken die met betrekking tot de bijstand door mr. Van der Vinne (via Voorbach) zijn gemaakt, maar komt de conclusie dat het ervoor gehouden moet worden dat het hier nog steeds om een bedrijfsmodel gaat in de door de Hoge Raad bedoelde zin (arrest van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985, r.o. 5.2), waarop de wetgever de Wet Herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bmp (Whpkv) voor heeft bedoeld. Er is dus geen sprake van een bijzonder geval in de zin van artikel 13a lid 2 onder a Whav, zodat er geen reden is om de verminderingsfactor niet toe te passen. Voorts komt de loutere bekrachtiging van het beroepschrift en het kort benadrukken dan wel aanstippen van het belang van een reeds aangevoerde grond door mr. Van der Vinne niet voor een punt in aanmerking.
9. Namens betrokkene is door de gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gedeeltelijk gegrond zal worden verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
10. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandelingen vastgelegd. De gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van administratief beroep;
- het fysiek bijwonen van de hoorzitting bij verweerder op 21 mei 2025;
- het indienen van het beroep bij de kantonrechter, en
- het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
11. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
11. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door de gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het administratief beroep 2 punten toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het kantonberoep ook 2 punten. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Nu de beslissing van verweerder is gedateerd na 1 januari 2024 zal de kantonrechter vervolgens op deze verrichte proceshandelingen de factor 0,25 genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toepassen. Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 400,00 ((2x 666)+(2x934) x 0,5 x 0,25).
11. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 400,00.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.