Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8027
2026-07-02
Strafrecht
012442-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beklag artikel 552a Sv gegrond; teruggave fatbike.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:13173 Rechtbank Noord-Holland 28-09-2026
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.042 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 012442-26
parketnummer : 96-153522-26
datum : 2 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager, tevens beslagene] ,
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 22 april 2026 onder klager in beslag is genomen: een elektrische fiets (goednummer 6804650) (hierna ook: de fatbike).
Procedure
Het klaagschrift is op 29 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 2 juli 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager en de officier van justitie op zitting gehoord. Daarnaast was aanwezig de moeder van klager, mevrouw [naam] .
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen fatbike.
Door klager en zijn moeder is aangevoerd dat zij de fatbike drie maanden geleden heeft besteld in de veronderstelling dat de fatbike geen gashandel had. Op het moment van levering van de fatbike zat er echter wel een gashendel op de fatbike. De gashendel is niet eenvoudig los te koppelen van de fiets. Klager heeft door omstandigheden tweemaal gebruik gemaakt van de gashendel, waarbij hij beide keren door de politie is staande gehouden. Klager is zich ervan bewust dat hij fout heeft gehandeld. Klager heeft vervoer nodig voor zijn school en zijn voetbaltrainingen. De moeder van klager is als alleenstaande moeder niet in staat hem telkens te brengen vanwege de slechte gezondheidssituatie van haar vader. Als de fatbike terug wordt gegeven, zorgt de moeder van klager ervoor dat klager geen gebruik meer kan maken van de gashendel en zal zij de fatbike direct te verkopen indien het verwijderen van de gashendel niet eenvoudig mogelijk blijkt volgens de reparateur die zij zal benaderen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan klager, omdat hij tweemaal binnen één maand gebruik heeft gemaakt van de gashendel op de fatbike. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen fatbike, omdat het Openbaar Ministerie zal vorderen dat het voorwerp zal worden verbeurd verklaard.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en tijdig ingediend. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, – ook in een zaak betreffende een ander dan de klager –, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Op 22 april 2026 is de fatbike onder klager inbeslaggenomen, omdat door de politie is waargenomen dat klager met een snelheid van ruim 45 kilometer per uur reed op het fietspad, zonder gebruik te maken van de aanwezige pedalen. Uit de politiesystemen bleek dat op 2 april 2026 een proces-verbaal is opgemaakt tegen klager voor hetzelfde feit.
Uit het strafblad van klager blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Uit het voorgaande volgt dat klager al eerder was staande gehouden vanwege hetzelfde feit. Vervolgens is hij korte tijd later opnieuw op dezelfde (illegale) manier op de fatbike gaan rijden. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen fatbike zal verbeurd verklaren.
Gelet op de door klager en zijn moeder aangevoerde omstandigheden, waarbij klager oprecht lijkt te zijn in zijn spijt en moeder heeft aangegeven in het vervolg goed op te zullen letten, is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van het beslag niet in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, nu met een minder vergaande oplossing kan worden volstaan, namelijk teruggave van de fatbike aan klager, wiens moeder ervoor zal zorgdragen dat de fatbike aan de wettelijke eisen voldoet en anders zal verkopen aan iemand die de fatbike wel in overeenstemming daarmee zal maken. De fatbike is gekocht door de moeder van klager en zij kan derhalve als (mede)rechthebbende worden aangemerkt.
De rechtbank zal dan ook teruggave aan klager gelasten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van de fatbike (goednummer 6804650).
Deze beslissing is gegeven door
mr. B.C. Langendoen, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 012442-26
parketnummer : 96-153522-26
datum : 2 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager, tevens beslagene] ,
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 22 april 2026 onder klager in beslag is genomen: een elektrische fiets (goednummer 6804650) (hierna ook: de fatbike).
Procedure
Het klaagschrift is op 29 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 2 juli 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager en de officier van justitie op zitting gehoord. Daarnaast was aanwezig de moeder van klager, mevrouw [naam] .
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen fatbike.
Door klager en zijn moeder is aangevoerd dat zij de fatbike drie maanden geleden heeft besteld in de veronderstelling dat de fatbike geen gashandel had. Op het moment van levering van de fatbike zat er echter wel een gashendel op de fatbike. De gashendel is niet eenvoudig los te koppelen van de fiets. Klager heeft door omstandigheden tweemaal gebruik gemaakt van de gashendel, waarbij hij beide keren door de politie is staande gehouden. Klager is zich ervan bewust dat hij fout heeft gehandeld. Klager heeft vervoer nodig voor zijn school en zijn voetbaltrainingen. De moeder van klager is als alleenstaande moeder niet in staat hem telkens te brengen vanwege de slechte gezondheidssituatie van haar vader. Als de fatbike terug wordt gegeven, zorgt de moeder van klager ervoor dat klager geen gebruik meer kan maken van de gashendel en zal zij de fatbike direct te verkopen indien het verwijderen van de gashendel niet eenvoudig mogelijk blijkt volgens de reparateur die zij zal benaderen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan klager, omdat hij tweemaal binnen één maand gebruik heeft gemaakt van de gashendel op de fatbike. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen fatbike, omdat het Openbaar Ministerie zal vorderen dat het voorwerp zal worden verbeurd verklaard.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en tijdig ingediend. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, – ook in een zaak betreffende een ander dan de klager –, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Op 22 april 2026 is de fatbike onder klager inbeslaggenomen, omdat door de politie is waargenomen dat klager met een snelheid van ruim 45 kilometer per uur reed op het fietspad, zonder gebruik te maken van de aanwezige pedalen. Uit de politiesystemen bleek dat op 2 april 2026 een proces-verbaal is opgemaakt tegen klager voor hetzelfde feit.
Uit het strafblad van klager blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Uit het voorgaande volgt dat klager al eerder was staande gehouden vanwege hetzelfde feit. Vervolgens is hij korte tijd later opnieuw op dezelfde (illegale) manier op de fatbike gaan rijden. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen fatbike zal verbeurd verklaren.
Gelet op de door klager en zijn moeder aangevoerde omstandigheden, waarbij klager oprecht lijkt te zijn in zijn spijt en moeder heeft aangegeven in het vervolg goed op te zullen letten, is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van het beslag niet in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, nu met een minder vergaande oplossing kan worden volstaan, namelijk teruggave van de fatbike aan klager, wiens moeder ervoor zal zorgdragen dat de fatbike aan de wettelijke eisen voldoet en anders zal verkopen aan iemand die de fatbike wel in overeenstemming daarmee zal maken. De fatbike is gekocht door de moeder van klager en zij kan derhalve als (mede)rechthebbende worden aangemerkt.
De rechtbank zal dan ook teruggave aan klager gelasten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van de fatbike (goednummer 6804650).
Deze beslissing is gegeven door
mr. B.C. Langendoen, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.