Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:7906
2026-03-19
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
11790236 \ CV EXPL 25-9452
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
IPR verstek. Eiser mag gedaagde oproepen o.g.v. art. 52 lid 2 Rv (betekening aan het OM, bekendmaking Staatscourant).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.749 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
zaaknummer: 11790236 \ CV EXPL 25-9452
fno: 64183
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
BRIDGEFUND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BridgeFund,
gemachtigde: mr. H.H.M. Meijroos,
tegen
[gedaagde] ,
(voorheen) wonende te [woonplaats] , Portugal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1Het verder verloop van de procedure
1.1.
In onderhavige zaak heeft BridgeFund de kantonrechter verzocht om [gedaagde] in het openbaar te mogen oproepen, met advertentie in de Staatscourant, op de wijze zoals wettelijke voorgeschreven en tegen een datum op een termijn van vier maanden, omdat [gedaagde] niet meer woont op het laatst bekende adres.
1.2.
BridgeFund is bij tussenvonnis van 8 januari 2026, kort gezegd, in de gelegenheid gesteld om de KvK-inschrijving van [gedaagde] te raadplegen en te overleggen ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] niet (meer) woonachtig is op het laatst bekende adres.
1.3.
Op de rolzitting van 5 februari 2026 heeft BridgeFund akte genomen.
1.4.
Vervolgens is er een datum voor vonnis bepaald.
2Gronden van de beslissing
2.1.
BridgeFund heeft bij akte een nieuwe uitdraai overgelegd van de KvK-uittreksels van twee ontbonden ondernemingen ( [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) die ook in de dagvaarding van BridgeFund zijn genoemd. Omdat [gedaagde] (indirect) enig aandeelhouder en bewaarder van de boeken en bescheiden van die ondernemingen is geweest, zijn in de uittreksels (adres)gegevens van [gedaagde] vermeld.
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de uittreksels voldoende dat het adres van [gedaagde] (het adres in [woonplaats] , Portugal) nog steeds hetzelfde is. BridgeFund mag [gedaagde] daarom – in overeenstemming met hetgeen in rov. 2.9. van het tussenvonnis van 8 januari 2026 is geoordeeld – op roepen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv. Dat betekent dat BridgeFund de dagvaarding mag betekenen aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie van deze rechtbank. Ook moet BridgeFund een uittreksel van het exploot zo spoedig mogelijk bekend maken in de Staatscourant onder vermelding van de naam en het kantooradres van de deurwaarde of van de advocaat van wie afgifte van het exploot kan worden verkregen.
2.3.
Voor de oproeping acht de kantonrechter een termijn van vier maanden redelijk. Van [gedaagde] is namelijk geen woon- of verblijfplaats (in Nederland) bekend is, zodat een langere oproepingstermijn passend is.
2.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
beveelt BridgeFund om [gedaagde] , in overeenstemming met artikel 54 lid 2 Rv en met in achtneming van een termijn van vier maanden, op te roepen om te verschijnen op de zitting van deze rechtbank van [datum] 2026 om 10:00 uur,
3.2.
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 maart 2026.
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
zaaknummer: 11790236 \ CV EXPL 25-9452
fno: 64183
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
BRIDGEFUND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BridgeFund,
gemachtigde: mr. H.H.M. Meijroos,
tegen
[gedaagde] ,
(voorheen) wonende te [woonplaats] , Portugal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1Het verder verloop van de procedure
1.1.
In onderhavige zaak heeft BridgeFund de kantonrechter verzocht om [gedaagde] in het openbaar te mogen oproepen, met advertentie in de Staatscourant, op de wijze zoals wettelijke voorgeschreven en tegen een datum op een termijn van vier maanden, omdat [gedaagde] niet meer woont op het laatst bekende adres.
1.2.
BridgeFund is bij tussenvonnis van 8 januari 2026, kort gezegd, in de gelegenheid gesteld om de KvK-inschrijving van [gedaagde] te raadplegen en te overleggen ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] niet (meer) woonachtig is op het laatst bekende adres.
1.3.
Op de rolzitting van 5 februari 2026 heeft BridgeFund akte genomen.
1.4.
Vervolgens is er een datum voor vonnis bepaald.
2Gronden van de beslissing
2.1.
BridgeFund heeft bij akte een nieuwe uitdraai overgelegd van de KvK-uittreksels van twee ontbonden ondernemingen ( [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) die ook in de dagvaarding van BridgeFund zijn genoemd. Omdat [gedaagde] (indirect) enig aandeelhouder en bewaarder van de boeken en bescheiden van die ondernemingen is geweest, zijn in de uittreksels (adres)gegevens van [gedaagde] vermeld.
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de uittreksels voldoende dat het adres van [gedaagde] (het adres in [woonplaats] , Portugal) nog steeds hetzelfde is. BridgeFund mag [gedaagde] daarom – in overeenstemming met hetgeen in rov. 2.9. van het tussenvonnis van 8 januari 2026 is geoordeeld – op roepen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv. Dat betekent dat BridgeFund de dagvaarding mag betekenen aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie van deze rechtbank. Ook moet BridgeFund een uittreksel van het exploot zo spoedig mogelijk bekend maken in de Staatscourant onder vermelding van de naam en het kantooradres van de deurwaarde of van de advocaat van wie afgifte van het exploot kan worden verkregen.
2.3.
Voor de oproeping acht de kantonrechter een termijn van vier maanden redelijk. Van [gedaagde] is namelijk geen woon- of verblijfplaats (in Nederland) bekend is, zodat een langere oproepingstermijn passend is.
2.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
beveelt BridgeFund om [gedaagde] , in overeenstemming met artikel 54 lid 2 Rv en met in achtneming van een termijn van vier maanden, op te roepen om te verschijnen op de zitting van deze rechtbank van [datum] 2026 om 10:00 uur,
3.2.
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 maart 2026.