Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:7874

2026-07-31 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/13/790573
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-31
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/790573
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verwijst dit kort geding naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Eiser is een Nederlandse vennootschap. Gedaagden zijn in Duitsland woonachtige natuurlijke personen. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 109 Rv (woonplaats eiser) van toepassing is, omdat artikelen 99 tot en met 108 Rv geen exclusieve werking hebben. Dat is geen juiste lezing van artikel 109 Rv. Artikel 109 Rv bepaalt immers dat slechts indien de artikelen 99 tot en met 108 Rv geen bevoegde rechter aanwijzen, eiser kan terugvallen op artikel 109 Rv. In dit geval wijst artikel 102 Rv een bevoegde rechter aan, namelijk van de rechtbank in het arrondissement waar de gestelde onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden, Zeeland-West-Brabant.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.096 tekens)
RECHTBANK Amsterdam


Civiel recht, voorzieningenrechter



Zaaknummer: C/13/790573 / KG ZA 26-608 MK/GR




Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 31 juli 2026




in de zaak van




MARITEAM SHIPYARD B.V.,
te Sint-Annaland ,
eisende partij,
hierna te noemen: Mariteam,
advocaat: mr. E.H.J. Slager,



tegen





1 [gedaagde 1] ,

te [woonplaats] (Duitsland),2. [gedaagde 2] ,
te [woonplaats] (Duitsland),
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. R. Sinke.




Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.



De zaak wordt behandeld door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.P. Raats als griffier.





1De procedure


Tijdens de mondelinge behandeling op 31 juli 2026 was namens Mariteam [naam] ( [functie] ) aanwezig met mrs. Slager en G.J.B. van Toor. Namens [gedaagden] was de heer [gedaagde 2] (gedaagde sub 2) aanwezig met mr. Sinke.



Op verzoek van de voorzieningenrechter is het debat beperkt tot de bevoegdheid van de Amsterdamse voorzieningenrechter nu [gedaagden] vooraf een incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid hebben toegezonden. Mariteam heeft vervolgens mede aan de hand van de dagvaarding en een pleitnota haar standpunt toegelicht en [gedaagden] aan de hand van genoemde incidentele conclusie hun standpunt. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.



Na verder het debat is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter – na een korte schorsing waarin partijen geen afspraken hebben kunnen maken – op zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is dit proces-verbaal opgemaakt dat op 4 augustus 2026 aan partijen is afgegeven.




2Inleiding


Ter beoordeling staat of de Amsterdamse voorzieningenrechter bevoegd is deze zaak te behandelen. Het gaat om een ontruimingsvordering ten aanzien van het jacht de ‘ [jacht] ’ van [gedaagden] (hierna: het jacht) die zich op de kade (in winteropslag) bij Mariteam bevindt, op straffe van een dwangsom, en betaling van achterstallige en doorlopende huurtermijnen door [gedaagden] , met een proceskostenveroordeling.




[gedaagden] vorderen bij incident dat de Amsterdamse voorzieningenrechter, sector civiel, absoluut en relatief onbevoegd is. De vorderingen van Mariteam zijn gebaseerd op een huurovereenkomst, zodat de zaak ingevolge artikel 93 aanhef en sub c Rv had moeten worden aangebracht bij de voorzieningenrechter van de sector kanton. Artikelen 102 en 103 Rv wijzen daarnaast een andere rechtbank aan. Aangezien [gedaagden] geen woon- of verblijfplaats in Nederland hebben, dient van alternatieve bevoegheidsregels te worden uitgegaan. Op grond van artikel 103 Rv is in zaken betreffende onroerende zaken mede bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak gelegen is. Het terrein waarop het jacht zich bevindt ligt in [plaats] , [gemeente] , provincie Zeeland. Dat valt in het arrondissement Zeeland-West-Brabant. Op grond van artikel 102 Rv is in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Ook deze bepaling leidt naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Omdat artikelen 102 en 103 Rv een bevoegde rechter aanwijzen, komt de restbepaling van artikel 109 Rv niet aan de orde. [gedaagden] verzoeken deze voorzieningenrechter zich onbevoegd te verklaren dan wel de zaak te verwijzen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg.



Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Mariteam zich op het standpunt gesteld dat indien de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam zich relatief onbevoegd acht [gedaagden] in de kosten van het bevoegdheidsincident moeten worden veroordeeld omdat het bevoegdheidsincident gebaseerd op artikel 93 aanhef en sub c Rv sowieso niet slaagt.





3De mondelinge uitspraak


De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam acht zich niet bevoegd om van dit geschil kennis te nemen. Dat wordt als volgt onderbouwd.



Eiser is een Nederlandse vennootschap en de twee gedaagden zijn in Duitsland woonachtige natuurlijke personen. Dat maakt dat de Verordening Brussel I-bis (hierna: de verordening), dat over de rechterlijke bevoegdheid in internationale zaken gaat, van toepassing is. Hoofdregel in de verordening is dat de woonplaats van gedaagde de bevoegde rechter aanwijst, in dit geval de Duitse.



Er zijn op grond van de verordening twee alternatieve fora mogelijk. Enerzijds op grond van artikel 7 lid 2, de plaats waar de onrechtmatige daad zich heeft voorgedaan. Deze bepaling bepaalt ook de relatieve bevoegdheid in het land waar de onrechtmatige daad plaatsvond. Dat zou in dit geval Zeeland-West-Brabant zijn.



Anderzijds geeft artikel 35 van de verordening, kort gezegd, de bevoegdheid aan een voorzieningenrechter om voorlopige en bewarende maatregelen te treffen. Als de voorziening die vandaag gevraagd wordt voldoende spoedeisend zou zijn om artikel 35 van toepassing te laten zijn, dan is de Nederlandse rechter bevoegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bepaalt in dat geval het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) welke rechtbank in Nederland bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.



Mariteam heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 109 Rv (woonplaats eiser) van toepassing is, omdat artikelen 99 tot en met 108 Rv geen exclusieve werking hebben. Dat is geen juiste lezing van artikel 109 Rv. Artikel 109 Rv bepaalt immers dat slechts indien de artikelen 99 tot en met 108 Rv geen bevoegde rechter aanwijzen, Mariteam kan terugvallen op artikel 109 Rv. In dit geval wijst artikel 102 Rv een bevoegde rechter aan, namelijk van de rechtbank in het arrondissement waar de onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden, Zeeland-West-Brabant.



De voorzieningenrechter zal de zaak ingevolge artikel 110 lid 2 Rv verwijzen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg. Dit betekent dat Mariteam [gedaagden] bij exploot moet oproepen om aldaar te verschijnen (zie artikel 74 lid 1 Rv) na het opvragen van verhinderdata en het vragen van een datum bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg. De procedure wordt voortgezet door de voorzieningenrechter van die rechtbank in de stand waarin zij zich bij de verwijzing bevindt (artikel 74 lid 3 Rv). Dat betekent onder meer dat partijen niet opnieuw griffierecht verschuldigd zijn.



De kostenveroordeling zoals gevraagd door Mariteam wordt niet toegewezen. De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





4De beslissing


De voorzieningenrechter



verwijst dit kort geding naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,



compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen,



houdt iedere verdere beslissing aan.




Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. dat door de voorzieningenrechter en de griffier is
vastgesteld en ondertekend.




Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PB 2012, L 351, 20 december 2012, blz. 1, zoals laatstelijk gewijzigd op 26 november 2014, PB 2015, L 54, 25 februari 2015, blz. 1