Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:7802
2026-07-28
Civiel recht
12149981
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek art. 5:130 BW tot vernietiging besluit m.b.t. verduurzaming van het complex afgewezen. Niet is gebleken dat het besluit van de VvE vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Omdat het besluit in stand blijft bestaat geen aanleiding om de verzochte vervangende machtiging ex art. 5:121 BW te verlenen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (15.791 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12149981 \ EA VERZ 26-349
Beschikking van 28 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [adressen 1] / [adressen 2] / [adressen 3] [plaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. Y.H. van Ballegooijen.
1De procedure
1.1.
[verzoeker] heeft op 17 maart 2026 een verzoekschrift met producties 1 tot en met 7 ingediend.
1.2.
De VvE heeft op 30 juni 2026 een verweerschrift met producties 1 tot en met 11 ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de VvE is [naam 1] verschenen (werkzaam bij PRO VvE Beheer, bestuurder van de VvE), bijgestaan door de gemachtigde. Als belanghebbenden zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] (leden van de verduurzamingscommissie van de VvE), [naam 4], [naam 5], [naam 6] namens [naam 7] en [naam 8] namens Rochdale.
1.4.
Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, de gemachtigde van [verzoeker] aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ook belanghebbenden zijn gehoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.
2De feiten
2.1.
In een notariële akte van 15 oktober 2002 (hierna: de splitsingsakte) is een complex bestaande uit woningen, bergingen en overige ruimten, gesplitst in 92 appartementsrechten (46 woningen en 46 bergingen). Met de splitsingsakte is ook de VvE opgericht. Het Modelreglement van 2 januari 1992 (MR 1992) is daarbij van toepassing verklaard, met wijzigingen en aanvullingen zoals in de splitsingsakte omschreven. De splitsingsakte is in 2023 gewijzigd.
2.2.
Van de 3.224 beschikbare stemmen binnen de VvE zijn 28 woningen met bergingen in handen van particuliere eigenaars. De overige 18 woningen met bergingen zijn eigendom van Woningstichting Rochdale.
2.3.
Op de ledenvergadering van de VvE van 19 november 2024 heeft de VvE het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Dat MJOP voorziet in het vervangen van de kozijnen in 2026. Ook heeft de VvE op diezelfde ledenvergadering een verduurzamingscommissie ingesteld.
2.4.
Op 18 november 2025 heeft een ledenvergadering van de VvE plaatsgevonden. Energiek Vastgoed heeft tijdens die vergadering meerdere verduurzamingsscenario’s gepresenteerd. In de notulen van die vergadering is voor zover relevant het volgende opgenomen:
“3. HET BESPREKEN EN VASTSTELLEN VAN DE VERVOLGSTAPPEN MET BETREKKING TOT HET VERDUURZAMEN VAN HET COMPLEX EN DE EVENTUELE FINANCIERING HIERVAN
(…)
Na overleg neemt de vergadering op dit moment nog geen besluit, de leden willen zich graag nog beraden. Er wordt afgesproken dat er een extra ledenvergadering zal worden gehouden. (…) De heer [naam 1] [werkzaam bij bestuurder van de VvE, Ktr] zal de presentatie met alle leden per email delen en proberen zo ook te peilen bij de eigenaren wat de voorkeur geniet.”
2.5.
Op 11 december 2025 heeft de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) namens de bestuurder van de VvE een e-mail aan alle leden verstuurd. Als bijlage zijn door Energiek Vastgoed opgestelde verduurzamingsscenario’s en de notulen van de ledenvergadering van 18 november 2025 bijgevoegd. Die meegestuurde verduurzamingsscenario’s verschilden enigszins van de scenario’s zoals gepresenteerd op 18 november 2025.
2.6.
Bij e-mail van 30 januari 2026 heeft [naam 1] alle leden uitgenodigd voor een extra ledenvergadering op 17 februari 2026. Als bijlage zijn daarbij bijgevoegd een brief van Energiek Vastgoed en dezelfde verduurzamingsscenario’s zoals bijgevoegd bij de e-mail van 11 december 2025. Ook heeft [naam 1] de agenda voor de vergadering van 17 februari 2026 bijgevoegd. Daarin is opgenomen, voor zover van belang:
“3. Het bespreken en vaststellen van de vervolgstappen met betrekking tot het verduurzamen van het complex en de eventuele financiering hiervan.
a. Het nemen van een voorkeursbesluit welk scenario (scenario 2 of 3) de vereniging kiest met betrekking tot verduurzamen.
b. Het nemen van een besluit wie de gekozen optie verder gaat uitwerken (voorkeur gaat uit naar Energiek).
c. Het verlenen van een mandaat (aan het bestuur en/of verduurzamingscommissie) om eventueel noodzakelijke onderzoeken o.a. Flora en Fauna in opdracht te geven.”
2.7.
Naar aanleiding van deze mail heeft [verzoeker] per mail een lijst met vragen en opmerkingen aan [naam 1] gestuurd. [naam 1] heeft deze bij e-mail van 12 februari 2026 beantwoord.
2.8.
De op 17 februari 2026 gehouden ledenvergadering heeft 2,5 uur geduurd. In de notulen van de vergadering is voor zover relevant het volgende opgenomen:
“3. HET BESPREKEN EN VASTSTELLEN VAN DE VERVOLGSTAPPEN MET BETREKKING TOT HET VERDUURZAMEN VAN HET COMPLEX EN DE EVENTUELE FINANCIERING HIERVAN
(…) De heer [naam 1] brengt de voorstellen in stemming:
A. Het nemen van een voorkeursbesluit welk scenario (scenario 2 of 3) de vereniging kiest met betrekking tot verduurzamen.
Met een grote meerderheid van 2.225 stemmen voor wordt gekozen voor Scenario 3. (De overige stemmen: 82 onthoudingen, 409 voor scenario 2, 78 voor scenario 4).
B. Het nemen van een besluit wie de gekozen optie verder gaat uitwerken (voorkeur gaat uit naar Energiek).
Met algemene stemmen gaat de vergadering akkoord dat Energiek Vastgoed het traject in de voorbereidingsfase begeleidt. Het mandaat voor deze fase bedraagt € 81.000,00 inclusief BTW, waarvan naar verwachting 75% (max € 40.000,00) gesubsidieerd wordt.
C. Het verlenen van een mandaat (aan het bestuur en/of verduurzamingscommissie) om eventueel noodzakelijke onderzoeken o.a. Flora en Fauna in opdracht te geven.
Met algemene stemmen krijgt de verduurzamingscommissie en het bestuurd het mandaat om direct noodzakelijke onderzoeken (o.a. Flora & Fauna, asbest en Chroom-6) op te dragen. De kosten hiervan worden gedekt uit de reserve groot onderhoud.”
Met betrekking tot het besluit zoals genoemd onder A (het verduurzamingsscenario) was de stemverhouding van de aanwezige particuliere eigenaren op de vergadering van 17 februari 2026 als volgt: 14 eigenaren hebben voor scenario 3 gestemd, 6 eigenaren hebben voor scenario 2 gestemd, 1 eigenaar heeft voor scenario 4 gestemd, en één eigenaar heeft zich onthouden van stemmen.
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. het besluit d.d. 17 februari 2026 onder 3 van de notulen te vernietigen,
II. aan [verzoeker] een vervangende machtiging te verlenen om minimaal drie offertes bij erkende deskundigen op te vragen voor de verduurzaming van het pand en deze offertes vervolgens door de VvE als basis te laten gebruiken voor toekomstige besluitvorming omtrent de verduurzaming van het gebouw,
III. de VvE te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
De VvE concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de verzoeken, met veroordeling van verzoekers in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.
Niet in geschil is dat [verzoeker] haar verzoek tijdig heeft gedaan. Zij is dus ontvankelijk in haar verzoek.
Besluit is niet vernietigbaar
4.2.
Een besluit van een orgaan van een vereniging van eigenaars is kort gezegd vernietigbaar als het strijdig is met i) de wettelijke of statutaire bepalingen die de wijze van totstandkoming van besluiten regelen, ii) het reglement, of iii) met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.
4.3.
Volgens [verzoeker] is van een zorgvuldige en transparante informatievoorziening voorafgaand aan het besluit geen sprake geweest. Deze handelswijze is haars inziens in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de VvE jegens haar leden in acht moet nemen. [verzoeker] doet daarmee een beroep op de derde categorie. De kantonrechter moet in dat kader toetsen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter. Voorop staat immers dat besluiten worden genomen door de vergadering van eigenaars en dat een besluit dat door de meerderheid wordt genomen, ook bindend is voor de minderheid. Voor vernietiging van een besluit op deze grond is alleen plaats als de vereniging van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, bijvoorbeeld als de meerderheid haar machtspositie misbruikt of op andere wijze onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van een minderheid.
4.4.
Dat aan deze hoge lat voor een geslaagd beroep op de derde categorie is voldaan, is niet gebleken. [verzoeker] heeft verschillende gronden aangevoerd, maar geen daarvan is toereikend. De kantonrechter volgt [verzoeker] allereerst niet in haar stelling dat de inhoud van de agenda niet overeenstemt met het genomen besluit. De agenda voor de vergadering op 17 februari 2026 is bij e-mail van 30 januari 2026 met de leden van de VvE gedeeld en is gelijk aan het genomen besluit. Voor zover [verzoeker] doelt op de agenda van de vergadering van 18 november 2025 miskent zij dat op die vergadering bewust geen besluit is genomen, vanwege ontstane verwarring over de gepresenteerde scenario's, en dat juist daarom een nieuwe vergadering is uitgeschreven.
4.5.
Dat de in februari 2026 gepresenteerde verduurzamingsscenario's afwijken van de scenario’s zoals gepresenteerd in november 2025 levert evenmin een grond voor vernietiging op. De VvE heeft toegelicht dat wijzigingen in de scenario’s zijn aangebracht op initiatief en voorstel van de verduurzamingscommissie om de kozijnvervanging aan de scenario’s toe te voegen, omdat de ledenvergadering al eerder had besloten te gaan sparen voor duurzame kozijnen. De gewijzigde scenario’s zijn op 11 december 2025 en 30 januari 2026 per e-mail met alle leden gedeeld. Daarom staat vast dat de leden daarover tijdig voorafgaand aan de vergadering zijn geïnformeerd.
4.6.
Ten slotte heeft [verzoeker] aangevoerd dat er op de vergadering van 17 februari 2026 geen ruimte was voor discussie en dat de scenario’s ‘in beton gegoten waren’. Ook hierin wordt zij niet gevolgd. Vast staat dat de beheerder de vragen en zorgen van [verzoeker], die zij voorafgaand aan de vergadering per e-mail had geuit, voorafgaand aan de vergadering uitvoerig heeft beantwoord. Ook staat het vast dat de vergadering ruim 2,5 uur heeft geduurd, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat er voor de leden voldoende tijd was om hun standpunten naar voren te brengen. Daarnaast heeft de VvE toegelicht dat de keuze voor scenario 3 slechts een keuze betreft om dat scenario nader te (laten) onderzoeken. Indien en zodra het investeringsbesluit moet worden genomen, zal aan de hand van de omvang van de kosten worden besloten of alle onderdelen van dat scenario daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dat staat op dit moment dus nog niet vast.
4.7.
Dat de meerderheid van de leden tot een andere conclusie is gekomen dan [verzoeker] wenste, valt binnen de grenzen van wat een vergadering van eigenaars in redelijkheid mocht beslissen. Het verzoek tot vernietiging van het besluit wordt dan ook afgewezen.
Verzoek om een vervangende machtiging wordt afgewezen
4.8.
Gelet op het voorgaande blijft het besluit ook in stand ten aanzien van het door de VvE gegeven akkoord om het traject in de voorbereidingsfase te laten begeleiden door Energiek Vastgoed (onder B van het besluit). Daarom bestaat geen aanleiding om de onder II verzochte vervangende machtiging te verlenen. Daar komt overigens bij dat niet is gebleken dat [verzoeker] de VvE in een van de vergaderingen heeft verzocht om meerdere offertes bij verschillende partijen op te vragen, zodat niet kan worden beoordeeld of de instemming met dat verzoek zonder redelijke grond door de VvE is geweigerd, hetgeen wel vereist is op grond van artikel 5:121 BW.
Proceskosten
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde de VvE worden begroot op € 721,00 (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.10.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op. Zoals ter zitting met partijen is besproken, geeft de kantonrechter hen nadrukkelijk in overweging om – al dan niet onder begeleiding van een onafhankelijke mediator – met elkaar in gesprek te gaan. Duidelijk is immers geworden dat beide partijen de wens delen om het complex te verduurzamen. In dergelijke gesprekken zou verkend kunnen worden op welke wijze dat gezamenlijke doel zoveel mogelijk in goed overleg bereikt zou kunnen worden.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. L.W. Oosthoek, op 28 juli 2026.
64443
Artikel 5:130 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 5:130 jo 2:15 BW.
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12149981 \ EA VERZ 26-349
Beschikking van 28 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [adressen 1] / [adressen 2] / [adressen 3] [plaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. Y.H. van Ballegooijen.
1De procedure
1.1.
[verzoeker] heeft op 17 maart 2026 een verzoekschrift met producties 1 tot en met 7 ingediend.
1.2.
De VvE heeft op 30 juni 2026 een verweerschrift met producties 1 tot en met 11 ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de VvE is [naam 1] verschenen (werkzaam bij PRO VvE Beheer, bestuurder van de VvE), bijgestaan door de gemachtigde. Als belanghebbenden zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] (leden van de verduurzamingscommissie van de VvE), [naam 4], [naam 5], [naam 6] namens [naam 7] en [naam 8] namens Rochdale.
1.4.
Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, de gemachtigde van [verzoeker] aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ook belanghebbenden zijn gehoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.
2De feiten
2.1.
In een notariële akte van 15 oktober 2002 (hierna: de splitsingsakte) is een complex bestaande uit woningen, bergingen en overige ruimten, gesplitst in 92 appartementsrechten (46 woningen en 46 bergingen). Met de splitsingsakte is ook de VvE opgericht. Het Modelreglement van 2 januari 1992 (MR 1992) is daarbij van toepassing verklaard, met wijzigingen en aanvullingen zoals in de splitsingsakte omschreven. De splitsingsakte is in 2023 gewijzigd.
2.2.
Van de 3.224 beschikbare stemmen binnen de VvE zijn 28 woningen met bergingen in handen van particuliere eigenaars. De overige 18 woningen met bergingen zijn eigendom van Woningstichting Rochdale.
2.3.
Op de ledenvergadering van de VvE van 19 november 2024 heeft de VvE het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Dat MJOP voorziet in het vervangen van de kozijnen in 2026. Ook heeft de VvE op diezelfde ledenvergadering een verduurzamingscommissie ingesteld.
2.4.
Op 18 november 2025 heeft een ledenvergadering van de VvE plaatsgevonden. Energiek Vastgoed heeft tijdens die vergadering meerdere verduurzamingsscenario’s gepresenteerd. In de notulen van die vergadering is voor zover relevant het volgende opgenomen:
“3. HET BESPREKEN EN VASTSTELLEN VAN DE VERVOLGSTAPPEN MET BETREKKING TOT HET VERDUURZAMEN VAN HET COMPLEX EN DE EVENTUELE FINANCIERING HIERVAN
(…)
Na overleg neemt de vergadering op dit moment nog geen besluit, de leden willen zich graag nog beraden. Er wordt afgesproken dat er een extra ledenvergadering zal worden gehouden. (…) De heer [naam 1] [werkzaam bij bestuurder van de VvE, Ktr] zal de presentatie met alle leden per email delen en proberen zo ook te peilen bij de eigenaren wat de voorkeur geniet.”
2.5.
Op 11 december 2025 heeft de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) namens de bestuurder van de VvE een e-mail aan alle leden verstuurd. Als bijlage zijn door Energiek Vastgoed opgestelde verduurzamingsscenario’s en de notulen van de ledenvergadering van 18 november 2025 bijgevoegd. Die meegestuurde verduurzamingsscenario’s verschilden enigszins van de scenario’s zoals gepresenteerd op 18 november 2025.
2.6.
Bij e-mail van 30 januari 2026 heeft [naam 1] alle leden uitgenodigd voor een extra ledenvergadering op 17 februari 2026. Als bijlage zijn daarbij bijgevoegd een brief van Energiek Vastgoed en dezelfde verduurzamingsscenario’s zoals bijgevoegd bij de e-mail van 11 december 2025. Ook heeft [naam 1] de agenda voor de vergadering van 17 februari 2026 bijgevoegd. Daarin is opgenomen, voor zover van belang:
“3. Het bespreken en vaststellen van de vervolgstappen met betrekking tot het verduurzamen van het complex en de eventuele financiering hiervan.
a. Het nemen van een voorkeursbesluit welk scenario (scenario 2 of 3) de vereniging kiest met betrekking tot verduurzamen.
b. Het nemen van een besluit wie de gekozen optie verder gaat uitwerken (voorkeur gaat uit naar Energiek).
c. Het verlenen van een mandaat (aan het bestuur en/of verduurzamingscommissie) om eventueel noodzakelijke onderzoeken o.a. Flora en Fauna in opdracht te geven.”
2.7.
Naar aanleiding van deze mail heeft [verzoeker] per mail een lijst met vragen en opmerkingen aan [naam 1] gestuurd. [naam 1] heeft deze bij e-mail van 12 februari 2026 beantwoord.
2.8.
De op 17 februari 2026 gehouden ledenvergadering heeft 2,5 uur geduurd. In de notulen van de vergadering is voor zover relevant het volgende opgenomen:
“3. HET BESPREKEN EN VASTSTELLEN VAN DE VERVOLGSTAPPEN MET BETREKKING TOT HET VERDUURZAMEN VAN HET COMPLEX EN DE EVENTUELE FINANCIERING HIERVAN
(…) De heer [naam 1] brengt de voorstellen in stemming:
A. Het nemen van een voorkeursbesluit welk scenario (scenario 2 of 3) de vereniging kiest met betrekking tot verduurzamen.
Met een grote meerderheid van 2.225 stemmen voor wordt gekozen voor Scenario 3. (De overige stemmen: 82 onthoudingen, 409 voor scenario 2, 78 voor scenario 4).
B. Het nemen van een besluit wie de gekozen optie verder gaat uitwerken (voorkeur gaat uit naar Energiek).
Met algemene stemmen gaat de vergadering akkoord dat Energiek Vastgoed het traject in de voorbereidingsfase begeleidt. Het mandaat voor deze fase bedraagt € 81.000,00 inclusief BTW, waarvan naar verwachting 75% (max € 40.000,00) gesubsidieerd wordt.
C. Het verlenen van een mandaat (aan het bestuur en/of verduurzamingscommissie) om eventueel noodzakelijke onderzoeken o.a. Flora en Fauna in opdracht te geven.
Met algemene stemmen krijgt de verduurzamingscommissie en het bestuurd het mandaat om direct noodzakelijke onderzoeken (o.a. Flora & Fauna, asbest en Chroom-6) op te dragen. De kosten hiervan worden gedekt uit de reserve groot onderhoud.”
Met betrekking tot het besluit zoals genoemd onder A (het verduurzamingsscenario) was de stemverhouding van de aanwezige particuliere eigenaren op de vergadering van 17 februari 2026 als volgt: 14 eigenaren hebben voor scenario 3 gestemd, 6 eigenaren hebben voor scenario 2 gestemd, 1 eigenaar heeft voor scenario 4 gestemd, en één eigenaar heeft zich onthouden van stemmen.
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. het besluit d.d. 17 februari 2026 onder 3 van de notulen te vernietigen,
II. aan [verzoeker] een vervangende machtiging te verlenen om minimaal drie offertes bij erkende deskundigen op te vragen voor de verduurzaming van het pand en deze offertes vervolgens door de VvE als basis te laten gebruiken voor toekomstige besluitvorming omtrent de verduurzaming van het gebouw,
III. de VvE te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
De VvE concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de verzoeken, met veroordeling van verzoekers in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.
Niet in geschil is dat [verzoeker] haar verzoek tijdig heeft gedaan. Zij is dus ontvankelijk in haar verzoek.
Besluit is niet vernietigbaar
4.2.
Een besluit van een orgaan van een vereniging van eigenaars is kort gezegd vernietigbaar als het strijdig is met i) de wettelijke of statutaire bepalingen die de wijze van totstandkoming van besluiten regelen, ii) het reglement, of iii) met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.
4.3.
Volgens [verzoeker] is van een zorgvuldige en transparante informatievoorziening voorafgaand aan het besluit geen sprake geweest. Deze handelswijze is haars inziens in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de VvE jegens haar leden in acht moet nemen. [verzoeker] doet daarmee een beroep op de derde categorie. De kantonrechter moet in dat kader toetsen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter. Voorop staat immers dat besluiten worden genomen door de vergadering van eigenaars en dat een besluit dat door de meerderheid wordt genomen, ook bindend is voor de minderheid. Voor vernietiging van een besluit op deze grond is alleen plaats als de vereniging van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, bijvoorbeeld als de meerderheid haar machtspositie misbruikt of op andere wijze onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van een minderheid.
4.4.
Dat aan deze hoge lat voor een geslaagd beroep op de derde categorie is voldaan, is niet gebleken. [verzoeker] heeft verschillende gronden aangevoerd, maar geen daarvan is toereikend. De kantonrechter volgt [verzoeker] allereerst niet in haar stelling dat de inhoud van de agenda niet overeenstemt met het genomen besluit. De agenda voor de vergadering op 17 februari 2026 is bij e-mail van 30 januari 2026 met de leden van de VvE gedeeld en is gelijk aan het genomen besluit. Voor zover [verzoeker] doelt op de agenda van de vergadering van 18 november 2025 miskent zij dat op die vergadering bewust geen besluit is genomen, vanwege ontstane verwarring over de gepresenteerde scenario's, en dat juist daarom een nieuwe vergadering is uitgeschreven.
4.5.
Dat de in februari 2026 gepresenteerde verduurzamingsscenario's afwijken van de scenario’s zoals gepresenteerd in november 2025 levert evenmin een grond voor vernietiging op. De VvE heeft toegelicht dat wijzigingen in de scenario’s zijn aangebracht op initiatief en voorstel van de verduurzamingscommissie om de kozijnvervanging aan de scenario’s toe te voegen, omdat de ledenvergadering al eerder had besloten te gaan sparen voor duurzame kozijnen. De gewijzigde scenario’s zijn op 11 december 2025 en 30 januari 2026 per e-mail met alle leden gedeeld. Daarom staat vast dat de leden daarover tijdig voorafgaand aan de vergadering zijn geïnformeerd.
4.6.
Ten slotte heeft [verzoeker] aangevoerd dat er op de vergadering van 17 februari 2026 geen ruimte was voor discussie en dat de scenario’s ‘in beton gegoten waren’. Ook hierin wordt zij niet gevolgd. Vast staat dat de beheerder de vragen en zorgen van [verzoeker], die zij voorafgaand aan de vergadering per e-mail had geuit, voorafgaand aan de vergadering uitvoerig heeft beantwoord. Ook staat het vast dat de vergadering ruim 2,5 uur heeft geduurd, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat er voor de leden voldoende tijd was om hun standpunten naar voren te brengen. Daarnaast heeft de VvE toegelicht dat de keuze voor scenario 3 slechts een keuze betreft om dat scenario nader te (laten) onderzoeken. Indien en zodra het investeringsbesluit moet worden genomen, zal aan de hand van de omvang van de kosten worden besloten of alle onderdelen van dat scenario daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dat staat op dit moment dus nog niet vast.
4.7.
Dat de meerderheid van de leden tot een andere conclusie is gekomen dan [verzoeker] wenste, valt binnen de grenzen van wat een vergadering van eigenaars in redelijkheid mocht beslissen. Het verzoek tot vernietiging van het besluit wordt dan ook afgewezen.
Verzoek om een vervangende machtiging wordt afgewezen
4.8.
Gelet op het voorgaande blijft het besluit ook in stand ten aanzien van het door de VvE gegeven akkoord om het traject in de voorbereidingsfase te laten begeleiden door Energiek Vastgoed (onder B van het besluit). Daarom bestaat geen aanleiding om de onder II verzochte vervangende machtiging te verlenen. Daar komt overigens bij dat niet is gebleken dat [verzoeker] de VvE in een van de vergaderingen heeft verzocht om meerdere offertes bij verschillende partijen op te vragen, zodat niet kan worden beoordeeld of de instemming met dat verzoek zonder redelijke grond door de VvE is geweigerd, hetgeen wel vereist is op grond van artikel 5:121 BW.
Proceskosten
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde de VvE worden begroot op € 721,00 (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.10.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op. Zoals ter zitting met partijen is besproken, geeft de kantonrechter hen nadrukkelijk in overweging om – al dan niet onder begeleiding van een onafhankelijke mediator – met elkaar in gesprek te gaan. Duidelijk is immers geworden dat beide partijen de wens delen om het complex te verduurzamen. In dergelijke gesprekken zou verkend kunnen worden op welke wijze dat gezamenlijke doel zoveel mogelijk in goed overleg bereikt zou kunnen worden.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. L.W. Oosthoek, op 28 juli 2026.
64443
Artikel 5:130 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 5:130 jo 2:15 BW.