Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:7559

2026-07-14 Strafrecht; Europees strafrecht 13-116500-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13-116500-26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie-EAB uit Polen. Overlevering toegestaan.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.274 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER


Parketnummer: 13-116500-26




Datum uitspraak: 14 juli 2026







UITSPRAAK





op de vordering van 30 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2025 door Sąd Okręgowy w Krakowie III Karny [the District Court in Krakow, Third Criminal Division], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting van 23 juni 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 23 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen.
Mr. J. de Haan, advocaat in Koog aan de Zaan, is verschenen, maar heeft verklaard niet te zijn gemachtigd. De behandeling van de zaak is voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 14 juli 2026, kort gezegd omdat de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de opgeëiste persoon was betekend.




Zitting van 14 juli 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van de officier van justitie – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van
mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De advocaat, mr. J. de Haan, is verschenen, maar heeft verklaard niet te zijn gemachtigd.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.




Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.



De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten en direct uitspraak gedaan.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt een vonnis van Sąd Rejonowy dla Krakowa-Podgórza w Krakowie Wydzial II Karny [the Krakow-Podgórze Regional Court in Krakow, Second Criminal Division], van
21 december 2023 met kenmerk II K 1336/23/P, onherroepelijk geworden op 9 februari 2024.



De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en drie maanden. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, zes maanden en vijf dagen.



De hiervoor genoemde veroordeling ziet op het feit zoals dat is omschreven in het EAB.





4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW


Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.





5Strafbaarheid



Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW




De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:




illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.




Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.



Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.





6Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU


De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.



Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.





7Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.





8Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5 en 7 OLW.





9Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy w Krakowie III Karny [the District Court in Krakow, Third Criminal Division], Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.




Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juli 2026.



































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 OLW.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Zie onderdeel e) van het EAB.


Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.


Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)).