Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:7491

2026-07-24 Civiel recht 12164739 CV EXPL 26-4870
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-24
Publicatiedatum
2026-07-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12164739 CV EXPL 26-4870
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geen verstek in verband met code rood en verwijzen naar bevoegde rechtbank. Nog daargelaten dat in de dagvaarding geen feiten zijn gesteld waaruit zou blijken dat gedaagde op het adres waarop hij zich heeft laten inschrijven feitelijk niet woonachtig zou zijn, wordt de kans dat een dagvaarding die is betekend op het adres waarop gedaagde heeft gekozen zich te laten registreren gedaagde daadwerkelijk bereikt groter geacht, dan als gedaagde bij openbaar exploot wordt opgeroepen. Eiseres had gedaagde dan ook op het in het BRP opgenomen adres moeten dagvaarden

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.520 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM



Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 12164739 \ CV EXPL 26-4870


Vonnis van 24 juli 2026


in de zaak van


STICHTING ACIBADEM INTERNATIONAL MEDICAL CENTER,

gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: TeRecht Deurwaarders,



tegen



[gedaagde],

wonende te [woonplaats]
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.


VERLOOP VAN DE PROCEDURE


In deze zaak is gedaagde op de voet van artikel 54 lid 2 Rv bij openbaar exploot van
11 maart 2026 gedagvaard tegen de rolzitting van 26 juni 2026.



Op 25 juni 2026 heeft het KNMI code rood afgegeven voor 26 juni 2026 in verband met extreme hitte. De rechtspraak heeft vervolgens de rolzitting van 26 juni 2026 afgelast. Partijen die op die datum toch zijn verschenen of van wie schriftelijk bericht is ontvangen, zijn desondanks geacht in de procedure te zijn verschenen. Tegen partijen die op die zitting niet zijn verschenen en waarvan geen schriftelijke reactie is ontvangen is (nog) geen verstek verleend.



Gedaagde is niet verschenen, noch is van hem een schriftelijk bericht ontvangen.



GRONDEN VAN DE BESLISSING


Gelet op het niet doorgaan van de rolzitting van 26 juni 2026 kan aan gedaagde geen verstek worden verleend en moet gedaagde om die reden opnieuw worden opgeroepen. Daarbij is evenwel het volgende van belang.


De vordering heeft betrekking op een te betalen bedrag van € 1.098,58 te vermeerderen met rente en kosten.


Volgens de hoofdregel van artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde partij.


Eiseres heeft in de dagvaarding gesteld dat volgens de gegevens in het Basisregistratie personen (BRP) gedaagde als woonachtig in [woonplaats] geregistreerd stond, maar dat hij daar feitelijk niet woonachtig is, en als gevolg daarvan geen bekende woonplaats in Nederland of daarbuiten heeft.


Om die reden heeft eiseres – naast publicatie van het uittreksel van de dagvaarding – de dagvaarding laten betekenen aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie van het arrondissementsparket Amsterdam.


Nog daargelaten dat in de dagvaarding geen feiten zijn gesteld waaruit zou blijken dat gedaagde op het adres waarop hij zich heeft laten inschrijven feitelijk niet woonachtig zou zijn, wordt de kans dat een dagvaarding die is betekend op het adres waarop gedaagde heeft gekozen zich te laten registreren gedaagde daadwerkelijk bereikt groter geacht, dan als gedaagde bij openbaar exploot wordt opgeroepen. Eiseres had gedaagde dan ook op het in het BRP opgenomen adres moeten dagvaarden. In dat geval zou de kantonrechter te Den Haag bevoegd zijn en niet de kantonrechter te Amsterdam.


De kantonrechter te Amsterdam dient zich derhalve, mede gelet op artikel 110 lid 1, tweede volzin Rv, ambtshalve onbevoegd te verklaren van deze vordering kennis te nemen en verwijst de zaak in de stand waarin die zich bevindt naar de rechtbank Den Haag.


Om verder te kunnen procederen moet eiseres gedaagde bij exploot oproepen tegen de dag waarop eiseres de zaak ter zitting van de kantonrechter in de hiervoor genoemde rechtbank wil doen dienen. Eiseres dient daarbij een kopie van de dagvaarding en dit vonnis mee te betekenen. Om de kans verder te vergroten dat dit exploot gedaagde daadwerkelijk bereikt wordt eiseres geadviseerd het oproepingsexploot, inclusief de bijlagen, ook aan het haar door gedaagde opgegeven e-mail adres te versturen.


De kantonrechter wijst erop dat eiseres, indien zij hiervoor weergegeven weg bewandelt, bij de rechtbank waarheen wordt verwezen niet nogmaals griffierecht zal hoeven te betalen.





BESLISSING


De kantonrechter:



verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;


verwijst de zaak in de stand waarin deze zich thans bevindt naar de kamer voor kantonzaken, de rechtbank Den Haag.


Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026.





399