Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:70

2026-01-14 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht 24/7493
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-14
Publicatiedatum
2026-01-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
24/7493
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intrekking beroep niet tijdig, toekenning proceskostenvergoeding 8:75a Awb. Wegingsfactor 0,5 vanwege licht gewicht en niet 0,25.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.445 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Bestuursrecht


zaaknummer: AMS 24/7493


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen



[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 20 december 2024 een besluit heeft genomen.

2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank verzocht een wegingsfactor van 0,25 toe te passen op de proceskostenvergoeding, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.



Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.



Is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen?


6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

7. Verzoeker heeft op 11 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Verweerder heeft op 20 december 2024 de beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.



Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoeker vergoeden?


8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.

9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Uit vaste rechtspraak volgt dat in beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit wegingsfactor 0,5 op de waarde wordt toegepast. De rechtbank ziet geen reden om van deze rechtspraak af te wijken en een wegingsfactor van 0,25 toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat de zaak een licht gewicht heeft en past dus een wegingsfactor van 0,5 toe. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,00.



Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?


10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.



Beslissing


De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,00 aan proceskosten aan verzoeker.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026.









griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Het gaat om een beslissing op bezwaar inzake de afwijzing van een uitkering op grond van de Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).


Verweerder heeft daarbij verwezen naar de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4482, van 16 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5234 en van 16 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5235.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1301 en van de Centrale Raad van Beroep van 26 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2288.


Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.