Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6991
2026-07-10
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
AMS 25/7355
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen. Het onderzoek van argonaut is voldoende zorgvuldig en inzichtelijk geweest. Het vervoersprobleem van eiseres wordt naar het oordeel van de rechtbank voldoende en passend gecompenseerd met het Aanvullend Openbaar Vervoer alleenreizend en de scootmobiel. Beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2024:1124 Centrale Raad van Beroep 22-05-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:77 Centrale Raad van Beroep 11-01-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.206 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7355
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigden: mr. R.A.M. Koolen en mr. S. Slangen),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 27 maart 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 november 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
3. Eiseres heeft verschillende chronische gezondheidsklachten. Zo heeft zij onder meer last van temperatuurwisselingen (waardoor haar handen en voeten verkrampen), sterke allergieën, contactallergisch eczeem, COPD Gold 3, een klapvoet en trillende handen en voeten, met name in de winter. Ook heeft zij een angststoornis. Omdat eiseres haar klachten in de buitenlucht verergeren, vraagt zij om een gesloten buitenwagen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4.1.
Naar aanleiding van de aanvraag heeft Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut) op 18 maart 2024 een advies uitgebracht (hierna: het advies). Hieruit volgt dat er voor eiseres een noodzaak bestaat om gebruik te maken van een vervoersmiddel voor de korte en middellange afstanden. Er zijn volgens Argonaut echter geen redenen aangedragen waarom een gesloten buitenwagen noodzakelijk is. Argonaut adviseert om die reden positief voor een scootmobiel, maar negatief voor een gesloten buitenwagen. Met het primaire besluit van 27 maart 2024 heeft het college het advies van Argonaut overgenomen en de aanvraag van eiseres afgewezen.
4.2.
In de bezwaarprocedure heeft het college aanleiding gezien om Argonaut om een heradvies te vragen (hierna: het heradvies). Dit advies is op 22 mei 2025 uitgebracht. Daarnaast is op 8 april 2025 een bijlage medisch advies Wmo opgesteld door de arts
[naam 1] (hierna: de medische bijlage). In het heradvies heeft Argonaut opnieuw positief geadviseerd ten aanzien van de scootmobiel. Daarnaast heeft Argonaut ook positief geadviseerd over aanvullend openbaar vervoer van deur tot deur, plus alleen reizend (hierna: AOV Alleenreizend) vanwege de psychische klachten van eiseres. Maar volgens Argonaut volgt uit de medische bijlage geen medisch onvermogen of een contra-indicatie om gebruik te moeten maken van een gesloten buitenwagen. Hierdoor volgt een negatief advies voor een gesloten buitenwagen. Met het bestreden besluit van 13 november 2025 heeft het college het heradvies van Argonaut overgenomen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
4.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een brief van haar huisarts van 29 mei 2026 overgelegd.
4.4.
Het college heeft de brief van de huisarts van 29 mei 2026 voorafgaand aan de zitting laten beoordelen door de arts [naam 1]. Deze arts is bij het standpunt gebleven dat de beslissing op bezwaar zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en dat het vervoerprobleem van eiseres voldoende en passend wordt gecompenseerd met de toegekende scootmobiel en het AOV Alleenreizend.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres voert aan dat het heradvies van Argonaut niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Nergens in het heradvies staat dat haar klachten in de buitenlucht verergeren. Ook haar psychische klachten staan nergens genoemd. Dit terwijl uit de brief van
29 mei 2026 van de huisarts duidelijk volgt dat eiseres ernstig eczeem, COPD 3 Gold, en een angststoornis heeft, en dat haar pulmonale klachten door de buitenlucht verergeren. Argonaut heeft haar medische omstandigheden dus onvoldoende kenbaar betrokken in het heradvies.
Het oordeel van de rechtbank
6.1.
Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep mag een bestuursorgaan alleen op een medisch advies afgaan als dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd. Voorts dient een advies voldoende aanknopingspunten te bieden om invulling te geven aan de vergewisplicht die op het college rust. Het is vervolgens aan de aanvrager om door middel van medische stukken aannemelijk te maken dat het advies niet klopt. Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op het moment dat hieraan wordt voldaan dan mag het college daar in beginsel op vertrouwen bij zijn besluitvorming. Dit is anders wanneer de aanvrager concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies aandraagt.
6.2.
De rechtbank overweegt dat uit het advies van Argonaut volgt dat eiseres op het spreekuur is geweest bij [naam 2], adviseur sociaal domein. [naam 2] heeft ook dossieronderzoek uitgevoerd. Uit het heradvies volgt dat [naam 3], adviseur sociaal domein, dossieronderzoek heeft verricht en een huisbezoek heeft afgelegd. In het kader van het heradvies heeft Argonaut ook de arts [naam 1] verzocht de situatie van eiseres te beoordelen. Eiseres is op het spreekuur bij de arts geweest waar observatie en oriënterend lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Ook heeft de arts aanvullende medische informatie opgevraagd bij de dermatoloog en is kennis genomen van de aanvullende stukken die door eiseres in bezwaar zijn overgelegd van onder meer de huisarts en de dermatoloog. Ten slotte is door de arts kennisgenomen van het eerste advies van Argonaut en eerdere advisering door de arts [naam 4] in 2019.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van Argonaut zorgvuldig is geweest en neemt daarbij in aanmerking dat de arts [naam 1] de meest actuele medische informatie bij het onderzoek heeft betrokken en eiseres op zijn spreekuur heeft gezien. Anders dan eiseres meent, volgt de rechtbank haar standpunt niet dat haar klachten onvoldoende bij het (her-)advies zijn betrokken en niet kenbaar door het college zijn meegewogen. Uit de medische bijlage volgt dat de arts [naam 1] bekend is met alle klachten van eiseres. Dit wordt bevestigd door de reactie van de arts van 16 juni 2026 waarin staat dat de brief van de huisarts van 29 mei 2026 geen relevante nieuwe medische feiten en geen feitelijke medische informatie aanlevert die tot een andere uitkomst zou moeten leiden. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen die de rechtbank doen twijfelen aan de medische advisering in haar geval. Dit betekent dat de rechtbank het standpunt van het college dat het vervoersprobleem van eiseres voldoende en passend wordt gecompenseerd met de toegekende scootmobiel en het AOV Alleenreizend, kan volgen. Om die reden mocht het college de aanvraag voor een gesloten buitenwagen afwijzen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1124.
Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:77.
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7355
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigden: mr. R.A.M. Koolen en mr. S. Slangen),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 27 maart 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 november 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
3. Eiseres heeft verschillende chronische gezondheidsklachten. Zo heeft zij onder meer last van temperatuurwisselingen (waardoor haar handen en voeten verkrampen), sterke allergieën, contactallergisch eczeem, COPD Gold 3, een klapvoet en trillende handen en voeten, met name in de winter. Ook heeft zij een angststoornis. Omdat eiseres haar klachten in de buitenlucht verergeren, vraagt zij om een gesloten buitenwagen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4.1.
Naar aanleiding van de aanvraag heeft Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut) op 18 maart 2024 een advies uitgebracht (hierna: het advies). Hieruit volgt dat er voor eiseres een noodzaak bestaat om gebruik te maken van een vervoersmiddel voor de korte en middellange afstanden. Er zijn volgens Argonaut echter geen redenen aangedragen waarom een gesloten buitenwagen noodzakelijk is. Argonaut adviseert om die reden positief voor een scootmobiel, maar negatief voor een gesloten buitenwagen. Met het primaire besluit van 27 maart 2024 heeft het college het advies van Argonaut overgenomen en de aanvraag van eiseres afgewezen.
4.2.
In de bezwaarprocedure heeft het college aanleiding gezien om Argonaut om een heradvies te vragen (hierna: het heradvies). Dit advies is op 22 mei 2025 uitgebracht. Daarnaast is op 8 april 2025 een bijlage medisch advies Wmo opgesteld door de arts
[naam 1] (hierna: de medische bijlage). In het heradvies heeft Argonaut opnieuw positief geadviseerd ten aanzien van de scootmobiel. Daarnaast heeft Argonaut ook positief geadviseerd over aanvullend openbaar vervoer van deur tot deur, plus alleen reizend (hierna: AOV Alleenreizend) vanwege de psychische klachten van eiseres. Maar volgens Argonaut volgt uit de medische bijlage geen medisch onvermogen of een contra-indicatie om gebruik te moeten maken van een gesloten buitenwagen. Hierdoor volgt een negatief advies voor een gesloten buitenwagen. Met het bestreden besluit van 13 november 2025 heeft het college het heradvies van Argonaut overgenomen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
4.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een brief van haar huisarts van 29 mei 2026 overgelegd.
4.4.
Het college heeft de brief van de huisarts van 29 mei 2026 voorafgaand aan de zitting laten beoordelen door de arts [naam 1]. Deze arts is bij het standpunt gebleven dat de beslissing op bezwaar zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en dat het vervoerprobleem van eiseres voldoende en passend wordt gecompenseerd met de toegekende scootmobiel en het AOV Alleenreizend.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres voert aan dat het heradvies van Argonaut niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Nergens in het heradvies staat dat haar klachten in de buitenlucht verergeren. Ook haar psychische klachten staan nergens genoemd. Dit terwijl uit de brief van
29 mei 2026 van de huisarts duidelijk volgt dat eiseres ernstig eczeem, COPD 3 Gold, en een angststoornis heeft, en dat haar pulmonale klachten door de buitenlucht verergeren. Argonaut heeft haar medische omstandigheden dus onvoldoende kenbaar betrokken in het heradvies.
Het oordeel van de rechtbank
6.1.
Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep mag een bestuursorgaan alleen op een medisch advies afgaan als dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd. Voorts dient een advies voldoende aanknopingspunten te bieden om invulling te geven aan de vergewisplicht die op het college rust. Het is vervolgens aan de aanvrager om door middel van medische stukken aannemelijk te maken dat het advies niet klopt. Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op het moment dat hieraan wordt voldaan dan mag het college daar in beginsel op vertrouwen bij zijn besluitvorming. Dit is anders wanneer de aanvrager concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies aandraagt.
6.2.
De rechtbank overweegt dat uit het advies van Argonaut volgt dat eiseres op het spreekuur is geweest bij [naam 2], adviseur sociaal domein. [naam 2] heeft ook dossieronderzoek uitgevoerd. Uit het heradvies volgt dat [naam 3], adviseur sociaal domein, dossieronderzoek heeft verricht en een huisbezoek heeft afgelegd. In het kader van het heradvies heeft Argonaut ook de arts [naam 1] verzocht de situatie van eiseres te beoordelen. Eiseres is op het spreekuur bij de arts geweest waar observatie en oriënterend lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Ook heeft de arts aanvullende medische informatie opgevraagd bij de dermatoloog en is kennis genomen van de aanvullende stukken die door eiseres in bezwaar zijn overgelegd van onder meer de huisarts en de dermatoloog. Ten slotte is door de arts kennisgenomen van het eerste advies van Argonaut en eerdere advisering door de arts [naam 4] in 2019.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van Argonaut zorgvuldig is geweest en neemt daarbij in aanmerking dat de arts [naam 1] de meest actuele medische informatie bij het onderzoek heeft betrokken en eiseres op zijn spreekuur heeft gezien. Anders dan eiseres meent, volgt de rechtbank haar standpunt niet dat haar klachten onvoldoende bij het (her-)advies zijn betrokken en niet kenbaar door het college zijn meegewogen. Uit de medische bijlage volgt dat de arts [naam 1] bekend is met alle klachten van eiseres. Dit wordt bevestigd door de reactie van de arts van 16 juni 2026 waarin staat dat de brief van de huisarts van 29 mei 2026 geen relevante nieuwe medische feiten en geen feitelijke medische informatie aanlevert die tot een andere uitkomst zou moeten leiden. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen die de rechtbank doen twijfelen aan de medische advisering in haar geval. Dit betekent dat de rechtbank het standpunt van het college dat het vervoersprobleem van eiseres voldoende en passend wordt gecompenseerd met de toegekende scootmobiel en het AOV Alleenreizend, kan volgen. Om die reden mocht het college de aanvraag voor een gesloten buitenwagen afwijzen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1124.
Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:77.