Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6953
2026-06-19
Civiel recht
C/13/787777 / KG RK 26-737
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Horen voor verlofverlening conservatoir beslag ten laste van advocatenkantoor. Betwisting summierlijke deugdelijkheid niet onderbouwd. Onmondigheid beslag volgt niet uit de enkele stelling dat het een gerenommeerd kantoor met voldoende omzet betreft, wat verder niet is onderbouwd. Verlof na belangenafweging toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.331 tekens)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Beschikking van 19 juni 2026
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/13/778777 / KG RK 26-737 MK/EvK van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
POLESTAR LEGAL B.V.,
gevestigd te Bussum,
verzoekster,
hierna te noemen: Polestar,
advocaat mr. I.M. Mos-Bolier te Rotterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
RUTGERS & POSCH N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
hierna te noemen: R&P,
verschenen bij haar bestuurders.
1Verloop van de procedure
1.1.
Polestar heeft op 13 mei 2026 een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag onder derden ten laste van R&P ingediend. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat partijen moeten worden gehoord voordat op het verzoek beslist wordt.
1.2.
Partijen zijn gehoord op 8 juni 2026. Polestar heeft producties overgelegd en op de mondelinge behandeling hebben partijen, Polestar onder overlegging van een pleitnota, hun standpunten nader toegelicht.
1.3.
Op de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- namens Polestar: [naam] ( [functie] ) met mr. Mos-Bolier;
- namens R&P: mr. R.J.W. Analbers en mr. T.L.C.W. Noordoven, bestuurders, en mr. A. Oosterom.
1.4.
Na verder debat is de zaak pro forma aangehouden tot 12 juni 2026 om partijen de gelegenheid te geven een regeling te treffen. Bij bericht van 15 juni 2026 heeft R&P de voorzieningenrechter verzocht beschikking te wijzen omdat partijen er niet zijn uitgekomen, hetgeen mr. Mos-Bolier bij bericht van 16 juni 2026 heeft bevestigd. Partijen is vervolgens bericht dat de beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
R&P heeft Polestar ingeschakeld voor het verrichten van juridische werkzaamheden ten behoeve van haar cliënt, Green Impact Transition B.V. (hierna: de achterliggende cliënt).
2.2.
Op 17 september 2025 hebben partijen hiertoe een schriftelijke overeenkomst (Engagement letter) gesloten. Hierin is bepaald dat Polestar haar werkzaamheden verricht op basis van bestede tijd tegen een uurtarief van € 430 (exclusief BTW). Verder is bepaald dat Polestar haar werkzaamheden maandelijks achteraf aan R&P factureert, tenzij anders overeengekomen.
2.3.
Op verzoek van R&P heeft Polestar haar oorspronkelijke factuur van
12 december 2025, betreffende werkzaamheden die tot en met eind november 2025 zijn verricht, gesplitst in twee afzonderlijke facturen. De factuur van 15 december 2025 met het eerste deel heeft R&P voldaan. Op
5 januari 2026 heeft Polestar het resterende (tweede) deel gefactureerd, ter hoogte van € 58.698,50 (inclusief BTW). Deze factuur heeft R&P niet voldaan.
2.4.
Op 5 januari 2026 heeft Polestar ook de door haar verrichte werkzaamheden van december 2025, ter hoogte van € 2.809,62 (inclusief BTW) gefactureerd aan R&P. R&P heeft deze factuur ook niet voldaan.
2.5.
Bij e-mailberichten van 30 maart 2026, 14 april 2026 en 20 april 2026 heeft Polestar R&P gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen.
3Het verzoek
3.1.
Polestar wenst ter zekerheid van haar vordering ten laste van R&P conservatoir verhaalsbeslag te leggen onder: de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V. Verder verzoekt Polestar repeterend derdenbeslag te mogen leggen door gedurende dertig dagen na het eerst gelegde beslag met hetzelfde verlof nog driemaal beslag te mogen leggen. De gevraagde begroting van de vordering bedraagt (afgerond) € 79.000 (inclusief opslag renten kosten).
3.2.
Polestar stelt – samengevat en zoals nader toegelicht ter zitting – dat zij een summierlijk deugdelijke vordering op R&P heeft. R&P heeft de omvang niet betwist. Eventuele problemen met de achterliggende cliënt doen niet ter zake. Polestar heeft een zelfstandige overeenkomst van opdracht met R&P, op grond waarvan R&P gehouden is de door Polestar verrichte werkzaamheden te voldoen. Polestar is geen partij bij de afspraken tussen R&P en de achterliggende cliënt; eventuele betalingsproblemen of geschillen tussen R&P en de achterliggende cliënt komen daarom voor rekening en risico van R&P. Polestar wenst beslag te leggen onder drie grote banken. Hoewel het rekeningnummer van R&P bij Rabobank bekend is, bestaat het reële vermoeden dat R&P bankrekeningen aanhoudt bij andere banken. Het gevraagde beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ondanks dat R&P voldoende solvabel is om de vordering te voldoen, blijft betaling uit, juist onder die omstandigheden is het beslag noodzakelijk.
4Het verweer
4.1.
R&P voert verweer. Zij betwist de vordering van Polestar in die zin dat deze niet opeisbaar is. Er zijn afwijkende afspraken met Polestar gemaakt over de betaling van de facturen omdat de juridische werkzaamheden betrekking hebben op projectfinanciering en het inherent is aan projectfinanciering dat pas bij het einde van het project betaald wordt. R&P beschikt over e-mails waarin dat zwart op wit staat. Daarom moet tussen partijen een bodemprocedure worden gevoerd. Als de rechter R&P dan veroordeelt tot betaling, dan zal zij daaraan voldoen. De beslaglegging is nu puur bedoeld om druk uit te oefenen terwijl R&P een solvabele onderneming is. Daarom is het beslag niet noodzakelijk, terwijl R&P wel in de problemen komt met de uitbetaling van salaris van medewerkers als er nu beslag wordt gelegd.
5De beoordeling
5.1.
Een verlof als thans verzocht kan worden verleend, als summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van de vordering tot zekerheid waarvan het beslag wordt gelegd. Daarnaast worden ook de belangen afgewogen, waarbij alle omstandigheden van het geval worden betrokken.
5.2.
De vordering van Polestar voldoet aan het onder 5.1 vermelde criterium. De vordering op R&P is summierlijk deugdelijk omdat Polestar de grondslag voor de vordering voldoende heeft onderbouwd; uit de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat Polestar werkzaamheden tegen betaling verricht die achteraf per maand gefactureerd worden. R&P heeft aangevoerd dat andere afspraken zijn gemaakt die zwart op wit staan maar heeft nagelaten deze in te brengen. Bij gebrek aan enige onderbouwing van de zijde van R&P staat de summierlijke deugdelijkheid van de vordering van Polestar vast.
5.3.
Verder is ook voldaan aan het vereiste dat het beslag noodzakelijk is om verhaal veilig te stellen. R&P heeft aangevoerd dat zij een gerenommeerd kantoor is met voldoende omzet, maar bij gebrek aan enige onderbouwing is ook dit onvoldoende. Polestar heeft voldoende toegelicht dat zij, ondanks dat zij niet betwist dat R&P op dit moment voldoende solvabel is, belang heeft bij het beslag omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de verhaalspositie van R&P gedurende de looptijd van een nog aan te spannen bodemprocedure hetzelfde blijft.
5.4.
Een belangenafweging leidt tot slot niet tot een afwijzing van het verzoek. Het belang van R&P om beslag te voorkomen is in de gegeven omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om het belang van Polestar bij (enige) zekerheid voor verhaal voor haar summierlijk deugdelijke vordering te overstijgen.
5.5.
Het ter zitting (en ook nadien) gedane voorstel van R&P om een bedrag op een spaarrekening te plaatsen (met verklaring van het bestuur van R&P) is geen voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv.
5.6.
Gelet op het voorgaande zal het verlof worden verleend zoals verzocht.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
verleent Polestar verlof om ten laste van R&P conservatoir verhaalsbeslag te leggen onder de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V., met bepaling dat de derdenbeslagen onder de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V. maximaal drie keer mogen worden herhaald en dat tot binnen dertig dagen na het eerst gelegde beslag, onder vaststelling van het bedrag waarvoor verlof wordt verleend, met inbegrip van rente en kosten waarin R&P kan worden veroordeeld, op € 79.000 (zegge: negenenzeventigduizend euro),
6.2.
verbindt aan het verlof de voorwaarde dat de eis in de hoofdzaak wordt ingesteld binnen veertien dagen na eerste beslaglegging,
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Gegeven te Amsterdam op 19 juni 2026 door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier.
Coll: CB
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Beschikking van 19 juni 2026
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/13/778777 / KG RK 26-737 MK/EvK van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
POLESTAR LEGAL B.V.,
gevestigd te Bussum,
verzoekster,
hierna te noemen: Polestar,
advocaat mr. I.M. Mos-Bolier te Rotterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
RUTGERS & POSCH N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
hierna te noemen: R&P,
verschenen bij haar bestuurders.
1Verloop van de procedure
1.1.
Polestar heeft op 13 mei 2026 een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag onder derden ten laste van R&P ingediend. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat partijen moeten worden gehoord voordat op het verzoek beslist wordt.
1.2.
Partijen zijn gehoord op 8 juni 2026. Polestar heeft producties overgelegd en op de mondelinge behandeling hebben partijen, Polestar onder overlegging van een pleitnota, hun standpunten nader toegelicht.
1.3.
Op de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- namens Polestar: [naam] ( [functie] ) met mr. Mos-Bolier;
- namens R&P: mr. R.J.W. Analbers en mr. T.L.C.W. Noordoven, bestuurders, en mr. A. Oosterom.
1.4.
Na verder debat is de zaak pro forma aangehouden tot 12 juni 2026 om partijen de gelegenheid te geven een regeling te treffen. Bij bericht van 15 juni 2026 heeft R&P de voorzieningenrechter verzocht beschikking te wijzen omdat partijen er niet zijn uitgekomen, hetgeen mr. Mos-Bolier bij bericht van 16 juni 2026 heeft bevestigd. Partijen is vervolgens bericht dat de beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
R&P heeft Polestar ingeschakeld voor het verrichten van juridische werkzaamheden ten behoeve van haar cliënt, Green Impact Transition B.V. (hierna: de achterliggende cliënt).
2.2.
Op 17 september 2025 hebben partijen hiertoe een schriftelijke overeenkomst (Engagement letter) gesloten. Hierin is bepaald dat Polestar haar werkzaamheden verricht op basis van bestede tijd tegen een uurtarief van € 430 (exclusief BTW). Verder is bepaald dat Polestar haar werkzaamheden maandelijks achteraf aan R&P factureert, tenzij anders overeengekomen.
2.3.
Op verzoek van R&P heeft Polestar haar oorspronkelijke factuur van
12 december 2025, betreffende werkzaamheden die tot en met eind november 2025 zijn verricht, gesplitst in twee afzonderlijke facturen. De factuur van 15 december 2025 met het eerste deel heeft R&P voldaan. Op
5 januari 2026 heeft Polestar het resterende (tweede) deel gefactureerd, ter hoogte van € 58.698,50 (inclusief BTW). Deze factuur heeft R&P niet voldaan.
2.4.
Op 5 januari 2026 heeft Polestar ook de door haar verrichte werkzaamheden van december 2025, ter hoogte van € 2.809,62 (inclusief BTW) gefactureerd aan R&P. R&P heeft deze factuur ook niet voldaan.
2.5.
Bij e-mailberichten van 30 maart 2026, 14 april 2026 en 20 april 2026 heeft Polestar R&P gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen.
3Het verzoek
3.1.
Polestar wenst ter zekerheid van haar vordering ten laste van R&P conservatoir verhaalsbeslag te leggen onder: de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V. Verder verzoekt Polestar repeterend derdenbeslag te mogen leggen door gedurende dertig dagen na het eerst gelegde beslag met hetzelfde verlof nog driemaal beslag te mogen leggen. De gevraagde begroting van de vordering bedraagt (afgerond) € 79.000 (inclusief opslag renten kosten).
3.2.
Polestar stelt – samengevat en zoals nader toegelicht ter zitting – dat zij een summierlijk deugdelijke vordering op R&P heeft. R&P heeft de omvang niet betwist. Eventuele problemen met de achterliggende cliënt doen niet ter zake. Polestar heeft een zelfstandige overeenkomst van opdracht met R&P, op grond waarvan R&P gehouden is de door Polestar verrichte werkzaamheden te voldoen. Polestar is geen partij bij de afspraken tussen R&P en de achterliggende cliënt; eventuele betalingsproblemen of geschillen tussen R&P en de achterliggende cliënt komen daarom voor rekening en risico van R&P. Polestar wenst beslag te leggen onder drie grote banken. Hoewel het rekeningnummer van R&P bij Rabobank bekend is, bestaat het reële vermoeden dat R&P bankrekeningen aanhoudt bij andere banken. Het gevraagde beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ondanks dat R&P voldoende solvabel is om de vordering te voldoen, blijft betaling uit, juist onder die omstandigheden is het beslag noodzakelijk.
4Het verweer
4.1.
R&P voert verweer. Zij betwist de vordering van Polestar in die zin dat deze niet opeisbaar is. Er zijn afwijkende afspraken met Polestar gemaakt over de betaling van de facturen omdat de juridische werkzaamheden betrekking hebben op projectfinanciering en het inherent is aan projectfinanciering dat pas bij het einde van het project betaald wordt. R&P beschikt over e-mails waarin dat zwart op wit staat. Daarom moet tussen partijen een bodemprocedure worden gevoerd. Als de rechter R&P dan veroordeelt tot betaling, dan zal zij daaraan voldoen. De beslaglegging is nu puur bedoeld om druk uit te oefenen terwijl R&P een solvabele onderneming is. Daarom is het beslag niet noodzakelijk, terwijl R&P wel in de problemen komt met de uitbetaling van salaris van medewerkers als er nu beslag wordt gelegd.
5De beoordeling
5.1.
Een verlof als thans verzocht kan worden verleend, als summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van de vordering tot zekerheid waarvan het beslag wordt gelegd. Daarnaast worden ook de belangen afgewogen, waarbij alle omstandigheden van het geval worden betrokken.
5.2.
De vordering van Polestar voldoet aan het onder 5.1 vermelde criterium. De vordering op R&P is summierlijk deugdelijk omdat Polestar de grondslag voor de vordering voldoende heeft onderbouwd; uit de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat Polestar werkzaamheden tegen betaling verricht die achteraf per maand gefactureerd worden. R&P heeft aangevoerd dat andere afspraken zijn gemaakt die zwart op wit staan maar heeft nagelaten deze in te brengen. Bij gebrek aan enige onderbouwing van de zijde van R&P staat de summierlijke deugdelijkheid van de vordering van Polestar vast.
5.3.
Verder is ook voldaan aan het vereiste dat het beslag noodzakelijk is om verhaal veilig te stellen. R&P heeft aangevoerd dat zij een gerenommeerd kantoor is met voldoende omzet, maar bij gebrek aan enige onderbouwing is ook dit onvoldoende. Polestar heeft voldoende toegelicht dat zij, ondanks dat zij niet betwist dat R&P op dit moment voldoende solvabel is, belang heeft bij het beslag omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de verhaalspositie van R&P gedurende de looptijd van een nog aan te spannen bodemprocedure hetzelfde blijft.
5.4.
Een belangenafweging leidt tot slot niet tot een afwijzing van het verzoek. Het belang van R&P om beslag te voorkomen is in de gegeven omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om het belang van Polestar bij (enige) zekerheid voor verhaal voor haar summierlijk deugdelijke vordering te overstijgen.
5.5.
Het ter zitting (en ook nadien) gedane voorstel van R&P om een bedrag op een spaarrekening te plaatsen (met verklaring van het bestuur van R&P) is geen voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv.
5.6.
Gelet op het voorgaande zal het verlof worden verleend zoals verzocht.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
verleent Polestar verlof om ten laste van R&P conservatoir verhaalsbeslag te leggen onder de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V., met bepaling dat de derdenbeslagen onder de Coöperatieve Rabobank U.A., ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V. maximaal drie keer mogen worden herhaald en dat tot binnen dertig dagen na het eerst gelegde beslag, onder vaststelling van het bedrag waarvoor verlof wordt verleend, met inbegrip van rente en kosten waarin R&P kan worden veroordeeld, op € 79.000 (zegge: negenenzeventigduizend euro),
6.2.
verbindt aan het verlof de voorwaarde dat de eis in de hoofdzaak wordt ingesteld binnen veertien dagen na eerste beslaglegging,
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Gegeven te Amsterdam op 19 juni 2026 door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier.
Coll: CB