Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6772
2026-07-03
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
AMS 25/2335
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Afwijzing parkeervergunning bewoners. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Geen toepassing hardheidsclausule. Besluit is niet onevenwichting.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CBB:2024:191 College van Beroep voor het bedrijfsleven 26-03-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.497 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 25/2335
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. D.R. de Vries).
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een parkeervergunning voor bewoners (hierna: bewonersvergunning). Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 30 september 2024 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 24 februari 2025 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder besloten het primaire besluit te herroepen en de bewonersvergunning te weigeren.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiseres. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Het adres van eiseres is gelegen in deelvergunninggebied [locatie] 9j. In dit gebied kunnen per adres maximaal twee bewonersvergunningen worden verleend. Voorwaarde is dat de bewoner van dat adres over twee motorvoertuigen beschikt. Vast staat dat eiseres beschikt over één motorvoertuig. Daarom kan aan eiseres maximaal één bewonersvergunning worden verleend. Vast staat ook dat eiseres beschikt over een stallingsplaats. Deze wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen. Het aantal te verlenen bewonersvergunningen aan eiseres bedraagt daarmee nul. Een vergunning wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de voorwaarden. Deze bepaling heeft een dwingend karakter hetgeen betekent dat verweerder niet anders kan dan weigeren. Er bestaat geen ruimte voor een belangenafweging.
Gelijkheidsbeginsel
3.1.
Eiseres voert aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Volgens eiseres is er sprake van ongelijke behandeling omdat bewoners zonder eigen stallingsplaats in verglijkbare situaties wel een bewonersvergunning krijgen en daarmee kunnen parkeren in het hele deelvergunninggebied terwijl eiseres, ondanks dat haar sociale activiteiten buiten haar wijk plaatsvinden, dat niet kan.
3.2.
De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Eiseres vergelijkt bewoners die niet kunnen beschikken over een eigen stallingsplaats met bewoners die wel kunnen beschikken over een eigen stallingsplaats. Dit verschil maakt al dat geen sprake is van gelijke gevallen. Nu geen sprake is van gelijke gevallen, slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet.
Hardheidsclausule
4. De rechtbank is verder van oordeel dat ook het beroep van eiseres op haar specifieke omstandigheden niet slaagt. Zoals hiervoor overwogen, schrijft artikel 32, vierde lid, van de Parkeerverordening dwingend voor dat de vergunning wordt geweigerd. Het beleid van verweerder is erop gericht het autogebruik in de stad te reguleren. De regeling wordt daarom strikt toegepast. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen (hardheid) kan in afwijking van de Parkeerverordening een bewonersvergunning worden verleend. De rechtbank acht dit beleid niet kennelijk onredelijk of anderszins onjuist. Een beroep op de hardheidsclausule kan om die reden slechts bij uitzondering slagen. Het gaat daarbij om omstandigheden die de wetgever niet heeft kunnen voorzien. Dit ziet voornamelijk op schrijnende gevallen, zoals personen die levensbedreigend ziek zijn en nog maar tijdelijk hebben te leven. De situatie van eiseres valt hier niet onder. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen beslissen geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
Evenredigheid
5.1.
Eiseres voert aan dat de gevolgen van de weigering van de bewonersvergunning onevenredig zwaar drukken op haar dagelijks leven. Volgens eiseres heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de meerkosten van een plek in de garage ten opzichte van de kosten van een parkeervergunning. Ook is eiseres beperkt in haar mobiliteit omdat zij zonder bewonersvergunning niet kosteloos in het hele deelvergunninggebied kan parkeren.
5.2.
De rechtbank zal beoordelen of het bestreden besluit onevenredig uitpakt voor eiseres. In het kader van het evenredigheidsbeginsel heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 maart 2024 een uitspraak gedaan. Die uitspraak is in de zaak van eiseres van toepassing. De Parkeerverordening is immers een algemeen verbindend voorschrift, en de weigering van een bewonersvergunning is een gebonden besluit. Op grond van die uitspraak moet de rechtbank beoordelen of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in dit geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor eiseres onredelijk bezwarend is.
5.3.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder de door eiseres aangedragen omstandigheden minder zwaar heeft mogen wegen dan het belang van de uitvoering van het parkeerbeleid. Dat de weigering van de bewonersvergunning meerkosten met zich brengt, is niet zo onevenwichtig dat verweerder om die reden van de Parkeerverordening zou moeten afwijken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Artikel 2 van het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2013 Amsterdam juli 2024 (hierna: het Uitwerkingsbesluit) en onderdeel 3.7, onder j van de Bijlage bij het Uitwerkingsbesluit.
Artikel 6, tweede lid, onder f van het Uitwerkingsbesluit.
Artikel 9, tweede lid, van de Parkeerverordening 2013 (hierna: de Parkeerverordening).
Artikel 9, vierde lid, van de Parkeerverordening.
Artikel 32, eerste lid, van de Parkeerverordening.
ECLI:NL:CBB:2024:191.
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 25/2335
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. D.R. de Vries).
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een parkeervergunning voor bewoners (hierna: bewonersvergunning). Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 30 september 2024 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 24 februari 2025 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder besloten het primaire besluit te herroepen en de bewonersvergunning te weigeren.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiseres. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Het adres van eiseres is gelegen in deelvergunninggebied [locatie] 9j. In dit gebied kunnen per adres maximaal twee bewonersvergunningen worden verleend. Voorwaarde is dat de bewoner van dat adres over twee motorvoertuigen beschikt. Vast staat dat eiseres beschikt over één motorvoertuig. Daarom kan aan eiseres maximaal één bewonersvergunning worden verleend. Vast staat ook dat eiseres beschikt over een stallingsplaats. Deze wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen. Het aantal te verlenen bewonersvergunningen aan eiseres bedraagt daarmee nul. Een vergunning wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de voorwaarden. Deze bepaling heeft een dwingend karakter hetgeen betekent dat verweerder niet anders kan dan weigeren. Er bestaat geen ruimte voor een belangenafweging.
Gelijkheidsbeginsel
3.1.
Eiseres voert aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Volgens eiseres is er sprake van ongelijke behandeling omdat bewoners zonder eigen stallingsplaats in verglijkbare situaties wel een bewonersvergunning krijgen en daarmee kunnen parkeren in het hele deelvergunninggebied terwijl eiseres, ondanks dat haar sociale activiteiten buiten haar wijk plaatsvinden, dat niet kan.
3.2.
De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Eiseres vergelijkt bewoners die niet kunnen beschikken over een eigen stallingsplaats met bewoners die wel kunnen beschikken over een eigen stallingsplaats. Dit verschil maakt al dat geen sprake is van gelijke gevallen. Nu geen sprake is van gelijke gevallen, slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet.
Hardheidsclausule
4. De rechtbank is verder van oordeel dat ook het beroep van eiseres op haar specifieke omstandigheden niet slaagt. Zoals hiervoor overwogen, schrijft artikel 32, vierde lid, van de Parkeerverordening dwingend voor dat de vergunning wordt geweigerd. Het beleid van verweerder is erop gericht het autogebruik in de stad te reguleren. De regeling wordt daarom strikt toegepast. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen (hardheid) kan in afwijking van de Parkeerverordening een bewonersvergunning worden verleend. De rechtbank acht dit beleid niet kennelijk onredelijk of anderszins onjuist. Een beroep op de hardheidsclausule kan om die reden slechts bij uitzondering slagen. Het gaat daarbij om omstandigheden die de wetgever niet heeft kunnen voorzien. Dit ziet voornamelijk op schrijnende gevallen, zoals personen die levensbedreigend ziek zijn en nog maar tijdelijk hebben te leven. De situatie van eiseres valt hier niet onder. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen beslissen geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
Evenredigheid
5.1.
Eiseres voert aan dat de gevolgen van de weigering van de bewonersvergunning onevenredig zwaar drukken op haar dagelijks leven. Volgens eiseres heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de meerkosten van een plek in de garage ten opzichte van de kosten van een parkeervergunning. Ook is eiseres beperkt in haar mobiliteit omdat zij zonder bewonersvergunning niet kosteloos in het hele deelvergunninggebied kan parkeren.
5.2.
De rechtbank zal beoordelen of het bestreden besluit onevenredig uitpakt voor eiseres. In het kader van het evenredigheidsbeginsel heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 maart 2024 een uitspraak gedaan. Die uitspraak is in de zaak van eiseres van toepassing. De Parkeerverordening is immers een algemeen verbindend voorschrift, en de weigering van een bewonersvergunning is een gebonden besluit. Op grond van die uitspraak moet de rechtbank beoordelen of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in dit geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor eiseres onredelijk bezwarend is.
5.3.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder de door eiseres aangedragen omstandigheden minder zwaar heeft mogen wegen dan het belang van de uitvoering van het parkeerbeleid. Dat de weigering van de bewonersvergunning meerkosten met zich brengt, is niet zo onevenwichtig dat verweerder om die reden van de Parkeerverordening zou moeten afwijken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Artikel 2 van het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2013 Amsterdam juli 2024 (hierna: het Uitwerkingsbesluit) en onderdeel 3.7, onder j van de Bijlage bij het Uitwerkingsbesluit.
Artikel 6, tweede lid, onder f van het Uitwerkingsbesluit.
Artikel 9, tweede lid, van de Parkeerverordening 2013 (hierna: de Parkeerverordening).
Artikel 9, vierde lid, van de Parkeerverordening.
Artikel 32, eerste lid, van de Parkeerverordening.
ECLI:NL:CBB:2024:191.