Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:6690

2026-07-01 Bestuursrecht AMS 25/1192
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-01
Publicatiedatum
2026-07-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AMS 25/1192
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, De omstandigheid dat eiseres een derde (haar boekhouder) gevraagd heeft bezwaar te maken voor haar en deze dit te laat gedaan heeft, komt voor rekening en risico van eiseres.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.638 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: AMS 25/1192


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats 1] (Bulgarije), eiseres
(gemachtigde: mr. J.W. Aartsen),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. E. Kok).



Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf], te [plaats 2] (gemachtigde: mr. S. Heijerman).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over het bezwaar van eiseres tegen de stopzetting van haar WIA-uitkering. Eiseres is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Met het primaire besluit van 28 augustus 2024 heeft het Uwv aan eiseres laten weten dat zij vanaf 2 maart 2025 geen WIA-uitkering meer krijgt.



2.1.
Met het bestreden besluit van 8 januari 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.



2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het Uwv. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.




Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in dit beroep of het Uwv het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.

4. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb te lopen op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.

5. Niet in geschil is dat het besluit naar het adres van eiseres verzonden is. Eiseres heeft ook niet gesteld dat zij het besluit niet heeft ontvangen. Hiermee is aan de wettelijke voorwaarden voor het aanvangen van de bezwaartermijn voldaan. Een eventuele latere ontvangst is niet van invloed op de dag waarop de termijn aanvangt.

6. Het primaire besluit dateert van 28 augustus 2024. In het besluit is vermeld dat binnen zes weken bezwaar gemaakt kan worden en deze termijn tot en met 9 oktober 2024 loopt. Het bezwaarschrift is gedateerd op 10 oktober 2024. Dit is na het verlopen van de bezwaartermijn. Het Uwv heeft het bezwaarschrift op 15 oktober 2024 ontvangen. Het bezwaarschrift is dan ook te laat ingediend.

7. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient moet het Uwv het bezwaarniet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift betrokkene niet kan worden toegerekend. Dan kan op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkheidverklaring als gevolg van die te late indiening achterwege worden gelaten.

8. Het Uwv heeft eiseres gevraagd wat de reden is van de te late indiening. Op31 december 2024 heeft eiseres telefonisch toegelicht dat zij de beslissing pas twee weken later heeft ontvangen. Na ontvangst van de beslissing heeft zij contact opgenomen met haar boekhouder. Het ligt aan haar boekhouder dat het bezwaar vervolgens te laat is ingediend.

9. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor de conclusie dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden tegengeworpen. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het besluit zodanig laat ontvangen heeft, dat zij redelijkerwijs niet binnen de termijn een (voorlopig) bezwaarschrift kon indienen. De omstandigheid dat eiseres haar boekhouder heeft gevraagd bezwaar in te dienen en dat deze dat te laat heeft gedaan, komt volgens vaste rechtspraak voor rekening en risico van eiseres zelf.



Conclusie en gevolgen


10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.W. van de Kar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026.









griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.


Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juni 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT7061.