Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:6399

2026-06-23 Bestuursrecht AMS 25/2053
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-06-23
Publicatiedatum
2026-06-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AMS 25/2053
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Woo-verzoek over het nieuwe erotisch centrum in [locatie]. Beroep niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht. Er zijn voldoende aanknopingspunten dat eiser zijn Woo-verzoek kennelijk met een ander doel heeft ingediend dan het kennisnemen van overheidsinformatie. Er is namelijk niet gebleken van binding met Amsterdam. Verder baseert de rechtbank zich op eerder procesgedrag van eiser zoals die mede uit andere uitspraken blijkt en contact van de gemachtigde van verweerder met de casemanager van de penitentiaire inrichting waar eiser ten tijde van het bezwaar gedetineerd was.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.179 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: AMS 25/2053

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen



[eiser]
, ten tijde van het instellen van het beroep verblijvende in de [locatie 1], eiser


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, hierna: het college
(gemachtigde: [gemachtigde]).




Procesverloop


1.1.
Eiser heeft op 7 juli 2024 een verzoek ingediend bij het college om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (het Woo-verzoek). Het college heeft het Woo-verzoek met het besluit van 13 september 2024 afgewezen. Met het besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard.



1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiser was, zonder bericht, niet aanwezig.




Beoordeling door de rechtbank


Het verzoek en de bestreden besluitvorming



2. Eiser heeft met het Woo-verzoek gevraagd om openbaarmaking van alle stukken die zien op de realisatie van het nieuwe erotisch centrum in [locatie 2] vanaf 1 januari 2019 tot de datum van het verzoek. Van de aangetroffen 174 documenten heeft het college met de bestreden besluitvorming openbaarmaking van 5 documenten integraal en van 3 documenten gedeeltelijk geweigerd met toepassing van de Woo. De overige 166 documenten had het college naar aanleiding van een eerder Woo-verzoek al openbaar gemaakt.




De standpunten van partijen in beroep



3.1.
Eiser stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Ook vindt eiser dat het college meer informatie openbaar had moeten maken en dat de weigering onvoldoende gemotiveerd is.



3.2.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van misbruik van recht. Naar aanleiding van een eerdere uitspraak van deze rechtbank van 12 maart 2026 heeft het college nader onderzoek gedaan naar het procedeergedrag van eiser en is het college tot deze conclusie gekomen.


Misbruik van recht





4.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) kan ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.



4.2.

Een verzoeker hoeft bij zijn Woo-verzoek geen belang te stellen. Dit laat echter onverlet dat de bevoegdheid om een Woo-verzoek in te dienen, is toegekend met het doel dat een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie. Voor de vraag of misbruik van recht zich voordoet, kan het doel van een Woo-verzoek dus relevant zijn. Daarbij moet ieder nieuw Woo-verzoek in beginsel op zichzelf worden beoordeeld, maar er kan wel rekening worden gehouden met de eerdere handelwijze van de Woo-verzoeker. Het aantal malen dat een bepaald recht of een bepaalde bevoegdheid wordt aangewend kan, in combinatie met andere omstandigheden, bijdragen aan de conclusie dat misbruik van recht heeft plaatsgevonden.

5. De rechtbank is van oordeel dat eiser in dit geval misbruik van recht maakt. Er zijn voldoende aanknopingspunten dat eiser zijn Woo-verzoek kennelijk met een ander doel heeft ingediend dan het kennisnemen van overheidsinformatie. Zo woont eiser niet in (de omgeving van) Amsterdam en is niet gebleken dat eiser anderszins binding heeft met de stad. Het college heeft uitspraken genoemd die betrekking hebben op eiser waaruit zijn procedeergedrag ten opzichte van andere bestuursorganen blijkt en waarin ook misbruik van recht dan wel onredelijk gebruik van procesrecht is vastgesteld. Het college heeft verder gewezen op het contact met de casemanager van de penitentiaire inrichting waar eiser ten tijde van het bezwaar gedetineerd was, waaruit is gebleken dat eiser in het kader van verschillende procedures continu ‘op transport’ is en dat hij deze procedures gebruikt als dagbesteding. Ter zitting heeft het college daaraan nog toegevoegd navraag te hebben gedaan bij andere grote gemeenten en ook daar heeft eiser verschillende Woo-verzoeken ingediend, hoewel eiser daar niet woont noch is gebleken van andere binding. De rechtbank concludeert dat het eiser ook wat het Woo-verzoek in deze zaak betreft kennelijk te doen is om ‘op transport’ te zijn en de procedure te gebruiken als dagbesteding. Dit is dus een evident ander doel dan het verkrijgen van overheidsinformatie. Eiser was overigens ten tijde van de behandeling van zijn beroep niet meer gedetineerd. Illustrerend voor de conclusie van de rechtbank is dan ook dat eiser (zonder bericht) niet ter zitting is verschenen.





Conclusie


6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Galjee-Melehi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026.









griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.


ECLI:NL:RBAMS:2026:2534.


Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 18 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1546, r.o. 5).


Idem, r.o. 4.1.


Idem, r.o. 4.2.