Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6289
2026-05-13
Strafrecht; Materieel strafrecht
26-000025
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beslissing artikel 552a Sv, ongegrond.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.791 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer: 26-000025
datum: 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag 1] 2000 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna te noemen: klager.
De beslagene is:
[beslagene] (geboren op [geboortedag 2] 1992).
De belanghebbende is:
[belanghebbende] B.V.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 22 juli 2025 onder de beslagene in beslag is genomen: een Jeep Compass met (Duits) kenteken [kenteken] (goednummer 6686530) (hierna: de auto).
Procedure
Het klaagschrift is op 2 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De behandeling van het klaagschrift is op de zitting van 12 maart 2026 voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de belanghebbende [belanghebbende] B.V. (hierna: de verzekerings-maatschappij) in de gelegenheid moest worden gesteld om te reageren op het ingediende klaagschrift en op de in raadkamer overgelegde stukken. De beslagene heeft vooraf aangegeven niet in raadkamer te zullen verschijnen en dat hij geen aanspraak wenst te maken op teruggave van de auto. Om die reden is hij niet opgeroepen voor de volgende zitting.
Op 13 mei 2026 heeft de raadsman van klager, mr. A. Aïssal, bericht dat hij zich heeft onttrokken als advocaat en dat klager zelf zal doorprocederen.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.
Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De verzekeringsmaatschappij is, zoals vooraf door hen is aangegeven, niet in raadkamer verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft de auto rechtmatig en ter goeder trouw gekocht. Er waren geen signalen of aanwijzingen dat de auto van diefstal afkomstig was. Klager wordt beschermd door artikel 3:86 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat uit de stukken niet is gebleken dat klager de auto ter goeder trouw heeft gekocht waardoor hij niet wordt beschermd door artikel 3:86 lid 3 BW.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank is van oordeel dat klager voorshands niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd. Klager heeft onvoldoend onderbouwd dat hij de auto ter goeder trouw zou hebben gekocht als bedoeld in artikel 3:86 lid 3 BW.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer: 26-000025
datum: 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag 1] 2000 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna te noemen: klager.
De beslagene is:
[beslagene] (geboren op [geboortedag 2] 1992).
De belanghebbende is:
[belanghebbende] B.V.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 22 juli 2025 onder de beslagene in beslag is genomen: een Jeep Compass met (Duits) kenteken [kenteken] (goednummer 6686530) (hierna: de auto).
Procedure
Het klaagschrift is op 2 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De behandeling van het klaagschrift is op de zitting van 12 maart 2026 voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de belanghebbende [belanghebbende] B.V. (hierna: de verzekerings-maatschappij) in de gelegenheid moest worden gesteld om te reageren op het ingediende klaagschrift en op de in raadkamer overgelegde stukken. De beslagene heeft vooraf aangegeven niet in raadkamer te zullen verschijnen en dat hij geen aanspraak wenst te maken op teruggave van de auto. Om die reden is hij niet opgeroepen voor de volgende zitting.
Op 13 mei 2026 heeft de raadsman van klager, mr. A. Aïssal, bericht dat hij zich heeft onttrokken als advocaat en dat klager zelf zal doorprocederen.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.
Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De verzekeringsmaatschappij is, zoals vooraf door hen is aangegeven, niet in raadkamer verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft de auto rechtmatig en ter goeder trouw gekocht. Er waren geen signalen of aanwijzingen dat de auto van diefstal afkomstig was. Klager wordt beschermd door artikel 3:86 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat uit de stukken niet is gebleken dat klager de auto ter goeder trouw heeft gekocht waardoor hij niet wordt beschermd door artikel 3:86 lid 3 BW.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank is van oordeel dat klager voorshands niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd. Klager heeft onvoldoend onderbouwd dat hij de auto ter goeder trouw zou hebben gekocht als bedoeld in artikel 3:86 lid 3 BW.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.