Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6267
2026-05-13
Strafrecht; Materieel strafrecht
26-005651
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beslissing artikel 552a Sv, gegrond. Rijbewijs inmiddels behaald. Teruggave motor.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.375 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 96-347450-25
raadkamernummer : 26-005651
datum : 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager, tevens beslagene] ,
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.C.R. Keijzer;
[adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 11 december 2025 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een motor van het merk Kymco met kenteken [kenteken] (goednummer 6748753) (hierna: de motor).
Procedure
Het klaagschrift is op 25 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De behandeling van het klaagschrift is op de zitting van 23 april 2026 voor onbepaalde tijd aangehouden, omdat klager op de wachtlijst stond voor het laatste onderdeel van het praktijkexamen voor zijn motorrijbewijs.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, zijn advocaat, mr. F.C.R. Keijzer, en de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen motor.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft inmiddels zijn motorrijbewijs gehaald (bijlage I). Er is dan ook geen sprake meer van herhalingsgevaar. Daarbij vertegenwoordigt de motor een aanzienlijke waarde. Klager heeft hard gespaard om deze motor te kunnen kopen. Hij ontvangt op dit moment een uitkering, maar hij wil weer gaan werken als bezorger. Hiervoor heeft hij wel een eigen motor nodig. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de motor verbeurd zal worden verklaard. Nu het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave, dient de motor aan klager te worden teruggegeven.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich niet tegen teruggave van de inbeslaggenomen motor aan klager.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden op een motor zonder rijbewijs van de juiste categorie (art. 107 WVW). Er is sprake van recidive. Inmiddels heeft klager zijn motorrijbewijs gehaald en hiermee is de kans op herhaling afgenomen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen motor zal verbeurd verklaren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven.
Nu klager beslagene is en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd, zal de rechtbank teruggave aan klager gelasten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klager van de motor (goednummer 6748753).
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 96-347450-25
raadkamernummer : 26-005651
datum : 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager, tevens beslagene] ,
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.C.R. Keijzer;
[adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 11 december 2025 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een motor van het merk Kymco met kenteken [kenteken] (goednummer 6748753) (hierna: de motor).
Procedure
Het klaagschrift is op 25 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De behandeling van het klaagschrift is op de zitting van 23 april 2026 voor onbepaalde tijd aangehouden, omdat klager op de wachtlijst stond voor het laatste onderdeel van het praktijkexamen voor zijn motorrijbewijs.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, zijn advocaat, mr. F.C.R. Keijzer, en de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen motor.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft inmiddels zijn motorrijbewijs gehaald (bijlage I). Er is dan ook geen sprake meer van herhalingsgevaar. Daarbij vertegenwoordigt de motor een aanzienlijke waarde. Klager heeft hard gespaard om deze motor te kunnen kopen. Hij ontvangt op dit moment een uitkering, maar hij wil weer gaan werken als bezorger. Hiervoor heeft hij wel een eigen motor nodig. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de motor verbeurd zal worden verklaard. Nu het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave, dient de motor aan klager te worden teruggegeven.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich niet tegen teruggave van de inbeslaggenomen motor aan klager.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden op een motor zonder rijbewijs van de juiste categorie (art. 107 WVW). Er is sprake van recidive. Inmiddels heeft klager zijn motorrijbewijs gehaald en hiermee is de kans op herhaling afgenomen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen motor zal verbeurd verklaren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven.
Nu klager beslagene is en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd, zal de rechtbank teruggave aan klager gelasten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klager van de motor (goednummer 6748753).
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.