Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:6116

2026-06-16 Strafrecht; Europees strafrecht 1310514926
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-06-16
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
1310514926
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EAB Italië; verweren m.b.t. artikel 12 OLW en de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.519 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-105149-26




Datum uitspraak: 16 juni 2026







UITSPRAAK





op de vordering van 16 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 oktober 2025 door the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Trieste, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1988 te Pakistan,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres]



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang


De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de taal Pasjtoe.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.








2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Pakistaanse nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt een bevel tot gevangenneming afgegeven door the Office of the Prosecutor of the Republic at the Ordinary Court of Trieste op 1 oktober 2025 met kenmerk SIEP 677/2025 en het vonnis van the Preliminary Hearing Judge at the Ordinary Court of Trieste van 8 mei 2025 met kenmerk Reg. Gen 533/2025 - R.G.N.R. 4190/2020. Dit vonnis is definitief geworden op 28 juli 2025.



De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar, negen maanden en acht dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert nog in het geheel. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.



Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.





4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW


De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.



De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij licht dat toe. Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon het adres van zijn gemachtigd advocaat heeft opgegeven als correspondentieadres. Deze advocaat heeft hem verdedigd tijdens het proces en heeft namens de opgeëiste persoon bij de rechtbank in Italië verzocht om te worden toegelaten tot the abbreviated trial procedure. Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat de opgeëiste persoon klaarblijkelijk op de hoogte was van de verdenking en het strafproces, waardoor hij ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces aanwezig te zijn, ofwel in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest door niet bereikbaar te zijn voor de Italiaanse autoriteiten. Daarom levert het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op.






5Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW


De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:




- illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

- hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.


Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.



Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.





6Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden



Standpunt van de raadsman

Het CPT (de European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment) heeft van 1 september 2025 tot en met 12 september 2025 een ad hoc bezoek gebracht aan een aantal Italiaanse detentie-instellingen om de omstandigheden te onderzoeken. Dit is een teken dat er nog steeds zorgen zijn over de detentieomstandigheden in Italië. De raadsman heeft verzocht om de zaak aan te houden, zodat er een persoonlijke detentiegarantie kan worden opgevraagd voor de opgeëiste persoon. Hiermee kan worden gevraagd in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon wordt geplaatst na overdracht vanuit Nederland en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Ook moeten de Italiaanse autoriteiten meer duidelijke en ondubbelzinnige informatie verschaffen over welke aanvullende garanties zij verstrekken ten aanzien van de opgeëiste persoon, mede gelet op de uitkomsten van Aanbeveling EU, 2023, 681. Meer in het bijzonder geldt dat in de aanbeveling problemen worden gedetecteerd ten aanzien van de algemene omstandigheden, de accommodatie, hygiëne, de sanitaire omstandigheden en het bevorderen van sociale re-integratie.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen algemeen gevaar ten aanzien van de detentieomstandigheden in Italië is aangenomen. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor de overlevering.




Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat zij in een eerdere uitspraak van 27 mei 2025 geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten meer heeft aangenomen voor gedetineerden die een gevangenisstraf uitzitten in Italië. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd op basis waarvan de rechtbank tot het oordeel zou kunnen komen dat er ten aanzien van detentie-instellingen in Italië een algemeen gevaar bestaat dat veroordeelde gedetineerden worden blootgesteld aan het risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank komt vanwege het ontbreken van een algemeen gevaar niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet individueel gevaar voor de opgeëiste persoon dat zijn grondrechten zullen worden geschonden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een detentiegarantie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit en wijst het aanhoudingsverzoek af.



Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW daarom niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg.





7Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





8Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.





9Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Trieste (Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.




Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juni 2026.





































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 OLW.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Zie onderdeel e) van het EAB.


De rechtbank begrijpt: Aanbeveling (EU) 2023/681 van de Europese Commissie van 8 december 2022 betreffende procedurele rechten van verdachten en beklaagden die onderworpen zijn aan voorlopige hechtenis en betreffende materiële detentieomstandigheden. De raadsman heeft verwezen naar de punten 11, 12, 13, 47 en 48.


Rb. Amsterdam 27 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3475.