Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:6097

2026-06-16 Strafrecht 13/322429-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-06-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
13/322429-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en diefstal met geweld, gevangenisstraf 36 maanden. Het slachtoffer is door een van de mededaders, een zogenoemde vriend van hem, naar een locatie gelokt waarbij het slachtoffer op een brute wijze is aangevallen, in een auto is gesleurd waarbij tape over zijn gezicht is gedaan. Uiteindelijk is hij bebloed, met tape op zijn ogen en mond en zijn handen vastgebonden met tie-wraps aangetroffen in een garagebox. Het slachtoffer is beroofd van zijn Rolex horloge, telefoon en geld en gedwongen inloggegevens van zijn telefoon en bank- en cryptoapps te geven. Daarbij is het slachtoffer geslagen en bedreigd met een vuurwapen, een mes en een slijptol.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.684 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM


Afdeling Publiekrecht



Team Strafrecht



Parketnummer: 13/322429-25



Datum uitspraak: 16 juni 2026




Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:





[verdachte] ,




geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd te: [naam Justitieel Complex] .






1Het onderzoek ter terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juni 2026



De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. de Krijger, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, naar voren hebben gebracht.






2Tenlastelegging


Aan verdachte is – kort weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich op 19 december 2024 in Amsterdam en/of Weesp heeft schuldig gemaakt aan




Feit 1

het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] ;




Feit 2

het medeplegen van afpersing door met geweld en/of bedreiging van geweld [slachtoffer] te dwingen tot het ter beschikking stellen van gegevens;




Feit 3

het medeplegen van diefstal met geweld van € 4.432,62, een Rolex horloge en een
Apple iPhone 15 Pro van [slachtoffer] .



De tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.



Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.






3Waardering van het bewijs


3.1

Standpunt van het openbaar ministerie



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 1), de afpersing (feit 2) en de diefstal met geweld (feit 3) bewezen kunnen worden.




3.2

Standpunt van de verdediging



De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten en daarom moet worden vrijgesproken. Het aangetroffen DNA van verdachte op het tape heeft geen bewijswaarde. Tape is een veelvoorkomend verplaatsbaar gebruiksartikel. In zijn muziekstudio heeft verdachte tape gebruikt en in die studio komen veel muzikanten. Zij kunnen de tape hebben meegenomen naar de kelderbox waar veel mensen kwamen om te chillen. Uit niets blijkt dat verdachte inzittende was van de zwarte Kia die van Amsterdam naar Weesp is gereden. De tape die in die auto is aangetroffen kan niet in verband worden gebracht met de tape die in de kelderbox is gevonden. De herkenningen van verdachte door de verbalisanten bevatten geen onderscheidende kenmerken. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] kan niet voor bewijs worden gebruikt. Hij heeft aantoonbaar leugenachtig verklaard en dat maakt zijn verklaring niet betrouwbaar. Verder is het in de Surinaamse cultuur gebruikelijk om namen af te korten. “ [bijnaam] ” is een veel voorkomende afkorting en is daarom niet specifiek te herleiden tot een persoon. Verder waren in Weesp meerdere personen aanwezig en niet kan worden vastgesteld wie welke rol had.




3.3

Oordeel van de rechtbank



De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 1), de afpersing (feit 2) en de diefstal met geweld (feit 3).




Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op basis van het dossier uit van de volgende feiten en omstandigheden.



Aangever is in de nacht van 18 op 19 december 2024 met [medeverdachte] (verder: [medeverdachte] ) bij de parkeergarage bij Haardstee in Amsterdam. Daar wordt hij door meerdere mannen onder bedreiging van een vuurwapen meegevoerd een auto in. In de auto wordt aangever meermaals geslagen, zowel met de vuist als met een vuurwapen. Ook wordt er tape op zijn gezicht geplakt en wordt hij vastgebonden met tie-wraps. Aangever wordt vanuit de auto meegevoerd naar een kelderbox in Weesp en geeft onder bedreiging met een mes, slijptol en wederom met een vuurwapen, de toegangscodes van zijn mobiele telefoon, bankapps en crypto apps af. Van zijn bankrekening is in deze nacht omstreeks 05.19 uur
€ 4.432,62 overgemaakt. Daarnaast zijn het Rolex horloge en de Apple iPhone van aangever afgenomen. [medeverdachte] is op 30 september 2025 veroordeeld voor zijn rol als medepleger van deze feiten.




Betrokkenheid van verdachte





[medeverdachte] heeft vanaf zijn eerste verhoor verklaard dat een persoon met de naam “ [bijnaam] ” betrokken was bij de feiten. [bijnaam] zat volgens [medeverdachte] in de auto op de achterbank. Op het moment dat [bijnaam] in keldergang zijn bivakmuts af deed zag [medeverdachte] dat het [bijnaam] was. Aan [medeverdachte] is een foto van verdachte getoond waarop [medeverdachte] heeft verklaard dat de persoon op de foto [bijnaam] is.



De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte] voor zover hij over verdachte heeft verklaard betrouwbaar is. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte] in zijn verhoren wisselend heeft verklaard over met name zijn eigen aandeel. Hij heeft daarbij vooral zijn eigen rol kleiner proberen te maken. Hetgeen hij over verdachte heeft verklaard, is daarentegen consistent en wordt ondersteund door meerdere bewijsmiddelen in het dossier.



Zo is verdachte door twee verbalisanten herkend op de camerabeelden bij de kelderbox. De verbalisanten hebben na het verhoor van verdachte de camerabeelden nogmaals bekeken. Hoewel de verbalisanten verdachte niet aan zeer specifieke kenmerken hebben herkend, ziet de rechtbank na het bekijken van de stills van de camerabeelden en het zien van verdachte op zitting geen reden om deze herkenning door de verbalisanten terzijde te schuiven.



Verder is DNA van verdachte aangetroffen op een stuk tape dat op de nek van het slachtoffer zat en op een stuk tape dat in de kelderbox op de grond lag. Het aangetroffen DNA van verdachte op de tape op de nek van het slachtoffer plaatst verdachte in de auto Het slachtoffer heeft immers verklaard dat in de auto tape over zijn gezicht werd gedaan. Ook lag er tape in de kelderbox met het DNA van verdachte daarop, wat verdachte ook in de kelderbox plaatst.



Voorts heeft verdachte ter zitting verklaard dat [bijnaam] zijn bijnaam is.



De rechtbank verwerpt het verweer.




Medeplegen




De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte opzet heeft gehad op de onderlinge samenwerking en de verwezenlijking van de tenlastegelegde feiten. Hierdoor is sprake van bewuste en nauwe samenwerking tot het begaan van de tenlastegelegde gedragingen. Voor medeplegen hoeft niet te worden vastgesteld wat ieders precieze rol is geweest. De rechtbank verwerpt het verweer.







4Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat:




Feit 1

hij op of omstreeks 19 december 2024 te Amsterdam en/of Weesp, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- een vuurwapen te richten op die [slachtoffer] en
- die [slachtoffer] vast te pakken en vast te houden en
- het gezicht van die [slachtoffer] te bedekken en
- die [slachtoffer] in een auto te plaatsen en
- klappen met gebalde vuist en het vuurwapen te geven in het gezicht van die [slachtoffer] en
- tegen die [slachtoffer] te schoppen en
- tape over het gezicht van die [slachtoffer] te plakken en
- tie-wraps om de polsen van die [slachtoffer] te doen en
- terwijl die [slachtoffer] zich in voornoemd voertuig bevond met dat voertuig naar een box te rijden en
- die [slachtoffer] te gebieden uit voornoemd voertuig te stappen en
- die [slachtoffer] naar de box te geleiden en op een vuilniszak neer te zetten;
- voornoemde [slachtoffer] de woorden toe te voegen: "Meewerken jij, ook niks proberen jij, meekomen nu!" en "Jij gaat meewerken, doe je dat niet dan schiet ik je in je been!", althans woorden van gelijke aard of strekking



Feit 2

hij omstreeks 19 december 2024 te Amsterdam en/of Weesp, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de toegangscode van zijn mobiele telefoon en de toegangscodes van
zijn bankapps en crypto apps, die aan die [slachtoffer] toebehoorden, door

- tie-wraps om de polsen van die [slachtoffer] te doen en
- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: "Geef je codes uit je telefoon, anders schieten we je neer in je been", althans woorden van gelijke aard of strekking en
- een slijptol in de nek van die [slachtoffer] te plaatsen en
- die [slachtoffer] met gebalde vuist op het lichaam te slaan en
- te dreigen met een vuurwapen en
- een mes tegen het been van die [slachtoffer] te zetten



Feit 3

hij omstreeks 19 december 2024 te Amsterdam en/of in Weesp, tezamen en in vereniging met anderen, 4.432,62 euro en een Rolex Datejust horloge en Apple iPhone 15 Pro mobiele telefoon die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- tie-wraps om de polsen van die [slachtoffer] te doen en
- een slijptol in de nek van die [slachtoffer] te plaatsen en
- die [slachtoffer] met gebalde vuist op het lichaam te slaan en
- te dreigen met een vuurwapen en
- een mes tegen het been van die [slachtoffer] te zetten.


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.






5De strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.






6De strafbaarheid van verdachte


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.






7Motivering van de straf


7.1

De eis van de officier van justitie



De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 45 maanden met aftrek van voorarrest.




7.2

Het standpunt van de verdediging



De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een gevangenisstraf van 45 maanden te hoog is. [medeverdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Hoewel de jonge leeftijd van [medeverdachte] mogelijk heeft meegewogen bij het bepalen van de strafmaat, was hij wel de organisator die het plan had bedacht. De rol van verdachte kan niet zo groot zijn geweest als de rol van [medeverdachte] .




7.3

Oordeel van de rechtbank



De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.



Het slachtoffer is door een van de mededaders, een zogenoemde vriend van hem, naar een locatie gelokt waarbij het slachtoffer op een brute wijze is aangevallen, in een auto is gesleurd waarbij tape over zijn gezicht is gedaan. Uiteindelijk is hij bebloed, met tape op zijn ogen en mond en zijn handen vastgebonden met tie-wraps aangetroffen in een garagebox. Samen met vier anderen had verdachte het doel om het slachtoffer te beroven van zijn Rolex horloge, telefoon en geld, waarbij het slachtoffer is gedwongen inloggegevens van zijn telefoon en bank- en cryptoapps te geven. Daarbij is het slachtoffer geslagen en bedreigd met een vuurwapen, een mes en een slijptol. Logischerwijs heeft het slachtoffer hierdoor doodsangsten uitgestaan. Het is algemeen bekend dat dit tot langdurig psychisch leed bij een slachtoffer kan leiden. Ontvoeringen zijn zeer schokkende feiten, zeker wanneer deze gepaard gaan met geweld en het dreigen met martelen. De rechtbank rekent verdachte dit zeer aan.



Uit het uittreksel Justitiële documentatie van 18 januari 2025 volgt dat verdachte in 2020 onherroepelijk is veroordeeld voor openlijke geweldpleging tot een gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf van 120 uren. In België is hij op 13 oktober 2023 onherroepelijk veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van 40 maanden, waarvan 20 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar voor handel in verdovende middelen, deelname aan een criminele organisatie, strafbare feiten tegen de staat, openbare orde, rechtsgang of ambtenaren.



Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 25 november 2025 waaruit volgt dat sprake is van instabiliteit op meerdere leefgebieden, waaronder huisvesting, financiën en mogelijk de houding van verdachte. Op het moment van het opstellen van het rapport had verdachte schulden en geen vast verblijfsadres. In het verleden is vaker contact geweest met de reclassering maar daaraan verleende hij geen medewerking. Gezien zijn ontkenning zijn interventies gericht op recidivebeperking en gedragsverandering niet geïndiceerd, aldus de reclassering. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt als hoog ingeschat.



Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank ook gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank acht al met al een gevangenisstraf van 36 maanden passen en geboden.







8Toepasselijke wettelijke voorschriften


De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 47, 57, 63, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.






9Beslissing


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.



Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.



Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.



Het bewezen verklaarde levert op:




feit 1 en feit 2 en feit 3

meerdaadse samenloop van:




medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven


en


medeplegen van afpersing


en


medeplegen van diefstal vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen,


gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.




Verklaart het bewezene strafbaar.



Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.



Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.



Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.




Dit vonnis is gewezen door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. R. van de Water en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juni 2026.



Vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7199.