Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:5320

2026-06-03 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 779455
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-06-03
Publicatiedatum
2026-05-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
779455
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Zekerheidstelling proceskosten door buitenlandse eiser. De bankgarantie heeft beperkte geldigheid en vermeldt het advocatenkantoor van gedaagde als crediteur. De buitenlandse eiser krijgt de gelegenheid de bankgarantie aan te passen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.252 tekens)
RECHTBANK Amsterdam


Civiel recht



Zaaknummer: C/13/779455 / HA ZA 25-1759




Vonnis van 3 juni 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht

GLOBAL NETWORK MANAGEMENT INC.,
te St John's (Antigua),
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: GNM,
advocaat: mr. E.B. Wolken,



tegen




HOSTCIRCLE B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: HostCircle,
advocaat: mr. M.G.A. Berk.




Dit vonnis gaat over een niet-toereikende bankgarantie ter zekerheidstelling voor de proceskosten van HostCircle. Toegelicht dat en waarom GNM de gelegenheid krijgt om alsnog genoegzaam zekerheid te stellen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 4 maart 2026,- van GNM: de akte uitlaten zekerheidstellen, met producties 14 t/m 17,
- van HostCircle: de akte uitlaten zekerheidstellen, met productie 01,
- van HostCircle: de akte overlegging productie, met productie 02,
- van GNM: de akte uitlaten, met productie 18,
- van HostCircle: de incidentele conclusie strekkende tot niet-ontvankelijkheid,
-Van GNM: de incidentele conclusie van antwoord in het incident.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het voorliggende geschilpunt


2.1.
Nummer 4.1 van het dictum van het vonnis van 4 maart 2026 luidt:



“beveelt GNM om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis zekerheid te stellen voor de proceskosten waarin zij zou kunnen worden veroordeeld in de vorm van een onherroepelijke bankgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank, voor een bedrag van € 15.516,- te verstrekken aan de advocaten van HostCircle, of door middel van een depotstorting van € 15.516,- op een kwaliteitsrekening van een Nederlandse notaris.”




2.2.
Op 18 maart 2026 heeft ING Bank N.V. een bankgarantie afgegeven. Daarmee stelt de bank zich garant voor maximaal € 15.516,- jegens crediteur Advocaten Cooperatief Penrose Law, het kantoor waaraan de advocaat van HostCircle is verbonden. In de bankgarantie is vermeld dat deze betreft: “Tussenvonnis” met als omschrijving: “Proceskosten zaak C13/779455 HA ZA 25-1759”. Verder staat erin dat een schriftelijk beroep op de bankgarantie de bank moet hebben bereikt binnen de geldigheidsduur ervan, ofwel op uiterlijk 31 augustus 2026.



2.3.
Volgens HostCircle heeft GNM met deze bankgarantie niet genoegzaam voldaan aan het vonnis van 4 maart 2026, volgens GNM wel.





3De beoordeling



de bankgarantie voldoet niet




3.1.
GNM heeft voldaan aan het tussenvonnis als met de bankgarantie HostCircle’s eventuele vordering tot voldoening van de proceskosten voldoende is gedekt en HostCircle op de bankgarantie zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.



3.2.
Dat het gegarandeerde bedrag voldoet, is niet in geschil. Jammer is dat het kantoor van de advocaat van HostCircle als crediteur van GNM is opgenomen, en niet HostCircle zelf. GNM kan immers wel worden veroordeeld in de proceskosten van HostCircle en niet in die van de advocaat. Hierdoor rijst de vraag of HostCircle zich zonder moeite op de bankgarantie zal kunnen verhalen vanaf het moment waarop de relatie cliënt-advocaat om welke reden dan ook zal zijn verbroken. Net als GNM wil de rechtbank er echter wel van uitgaan dat Advocaten Cooperatief Penrose Law ook in dat geval zal zorgen dat de proceskosten aan HostCircle toekomen. Dit omdat het is gebonden aan de voor de beroepsgroep van advocaten geldende regelgeving.



3.3.

Problematischer is dat HostCircle na 31 augustus 2026 geen beroep meer kan doen op de bankgarantie. Volgens GNM kan het niet zo zijn dat de bankgarantie niet voldoet aan het tussenvonnis van 4 maart 2026 omdat daar niet in staat tot welke datum de te stellen zekerheid moet zijn gelden. Hiermee miskent GNM echter dat de ex artikel 224 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) bevolen zekerheidstelling is bedoeld voor de situatie ná het eindvonnis in de hoofdzaak; eerder zal er immers geen proceskostenveroordeling zijn. Wanneer er een eindvonnis zal zijn, is nu nog niet te voorzien en kan zelfs worden beïnvloed door de eigen proceshandelingen en -houding van GNM. Dàt is de reden waarom in het dictum van het vonnis van 4 maart 2026 niet staat tot welke concrete dag de te stellen zekerheid beschikbaar moet zijn voor verhaal. En dat is ook de reden waarom artikel 224 Rv geen geldigheidsduur van de zekerheidstelling bepaalt.
De conclusie is dat de GNM met de voorliggende bankgarantie niet genoegzaam zekerheid heeft gesteld voor de proceskosten waarin zij zou kunnen worden veroordeeld.

GNM krijgt nog een kans





3.4.
Subsidiair verzoekt GNM de rechtbank een termijn om de geldigheidsduur van de bankgarantie aan te passen. Dit verzoek wordt toegewezen, omdat niet-ontvankelijkverklaring alleen leidt tot vertraging en er relevante belangen worden geschaad als GNM nog een laatste kans krijgt om te voldoen aan het vonnis van 4 maart 2026. De bankgarantie moet dan ook de juiste crediteur vermelden, HostCircle dus in plaats van het kantoor van haar advocaat.



3.5.
Doel van artikel 224 Rv is in dit geval zeker te stellen dat als het in Antigua gevestigde GNM in de proceskosten van HostCircle veroordeeld zou worden, HostCircle die de proceskosten ook daadwerkelijk zal kunnen incasseren.



3.6.
Als GNM in de hoofdzaak nu niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan zij HostCirle weer ‘gewoon’ opnieuw dagvaarden. De daarop ongetwijfeld volgende incidentele eis tot zekerheidstelling van HostCircle zal logischerwijs weer worden toegewezen. Hoogstwaarschijnlijk zal de advocaat van GNM dan wel weten dat en waarom de te stellen bankgarantie geen concrete eind-dag moet hebben en HostCircle als crediteur of partij moet vermelden.



3.7.
Als GNM in de hoofdzaak nu niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan geen van beide partijen met succes het al betaalde griffierecht terugvragen. HostCircle zou in dit geval wel een beroep kunnen doen op de bankgarantie maar zal bij her-dagvaarding net zo goed weer griffierecht moeten betalen. Waarmee ook HostCircle, net als de rechtbank, even ver is als zij nu is maar wel na meer kosten te hebben gemaakt.



3.8.
Ook de rechtbank, dat wil zeggen het maatschappelijk belang dat de rechtspraak niet onnodig wordt belast, is niet gediend met nu een niet-ontvankelijkheid terwijl daarna weer hetzelfde moet gebeuren als in deze procedure is gedaan.



3.9.
Slotsom is dat GNM de gelegenheid krijgt om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis een bankgarantie stellen ten bedrage van € 15.516,- met vermelding van de juiste crediteur en zonder einddatum. De rechtbank wijst er verder op dat GNM gehouden is HostCirle de aangepaste bankgarantie onmiddellijk toe te sturen opdat HostCircle die kan aanvaarden.



3.10.
Slaagt GNM er niet in om alsnog te voldoen aan het vonnis van 4 maart 2026, dan valt niet vol te houden dat zij nog een kans krijgt en HostCircle omdat daarmee de goede procesorde in het gedrang zou komen. Het belang van voortvarendheid bij de afwikkeling van gerechtelijke procedures krijgt dan de overhand.



3.11.
Door het onjuiste handelen van GNM heeft HostCircle dit incident aanhangig moeten maken. GNM daarom veroordeeld in de proceskosten van HostCircle. De proceskosten van HostCircle worden begroot op:























- salaris advocaat


€


653,00


(1 punt × € 653,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


842,00








veroordeelt GNM in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als GNM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.



3.12.
Het vonnis van 4 maart 2026 is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, overeenkomstig het petitum van de incidentele conclusie tot zekerheidstelling van 28 januari 2026. GNM heeft zich toen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal ook dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.





4De beslissing


De rechtbank:




in het incident strekkende tot niet-ontvankelijkheid




4.1.
bepaalt dat GNM de gelegenheid krijgt om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis zekerheid te stellen voor de proceskosten waarin zij zou kunnen worden veroordeeld, in de vorm van een aangepaste of nieuwe bankgarantie die onder meer voldoet aan de hiervoor in overweging 3.9 genoemde eisen,



4.2.
bepaalt dat indien en voor zover GNM niet voldoet aan het hiervoor in 4.1 bepaalde, GNM niet ontvankelijk zal worden verklaard in de hoofdzaak.



4.3.
veroordeelt GNM in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als GNM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



de hoofdzaak





4.5.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 juli 2026 voor conclusie van antwoord.


Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.










ECLI:NL:HR:2022:1181