Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:4713

2026-05-13 Strafrecht; Europees strafrecht 13-230803-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-05-13
Publicatiedatum
2026-05-14
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13-230803-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie-EAB uit Hongarije. Artikel 12 OLW: verzetgarantie voldoende. Overlevering toegestaan.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.368 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-230803-25




Datum uitspraak: 13 mei 2026







UITSPRAAK





op de vordering van 18 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 juni 2025 door the Veszprém Regional Court, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[de opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1990,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
feitelijk verblijfadres:
[adres 2] ,
gedetineerd in de Penitentiaire [detentieadres] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang


De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt:




judgment No. 16.B.756/2022/38. of the Veszprém District Court; en



judgment No. 3.Bf.360/2023/7. of the Veszprém Regional Court, proceeding as the Court of Second Instance, became final and binding on 09 October 2023.




De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 9 oktober 2023.



Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.



3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW




Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. De opgeëiste persoon heeft geen oproep ontvangen voor de zitting. De verzetgarantie volstaat niet omdat onvoldoende duidelijk is hoe de procedure in Hongarije eruit ziet en of een volledige nieuwe beoordeling van de strafzaak zal plaatsvinden.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich - onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank - op het standpunt gesteld dat de verstrekte verzetgarantie voldoet aan de eisen van artikel 12, onder d, OLW. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft onder 3.4 van onderdeel d) van het EAB aangegeven dat een volledige heroverweging zal plaatsvinden.




Oordeel van de rechtbank

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom het arrest van the Veszprém Regional Court (met kenmerk No. 3.Bf.360/2023/7.) toetsen aan artikel 12 OLW.



De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.



Op grond van artikel 12, onder d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat


( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en


(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.



Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):



“3.4. the person was not personally served with the decision, but



- the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and



- when served with the decision, the personal will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed; and



- the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be thirty (30) days.”



Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, onder d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat de verzetgarantie niet onvoorwaardelijk is. Het verweer van de raadsvrouw slaagt niet.






4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW


De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:




georganiseerde of gewapende diefstal.


Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.



Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.





5Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





6Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5 en 7 OLW.





7Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Veszprém Regional Court (Hongarije) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.


























Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2026.





































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Zie onderdeel e) van het EAB.


Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10806.


Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.


Zie o.a. Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10806 en Rb. Amsterdam 10 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2633.