Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:3912

2026-02-19 Strafrecht; Europees strafrecht 13/130742-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-02-19
Publicatiedatum
2026-04-20
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/130742-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB uit Polen. Geen wijziging van de omstandigheden. De rechtbank geeft geen gevolg aan het EAB en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.968 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/130742-25




Datum uitspraak: 19 februari 2026







UITSPRAAK






op de vordering van 12 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 maart 2025 door the Regional Court in Opole (Sąd Okręgowy w Opolu), Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:





[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting 31 december 2025

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.F.M. Gerritsen, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.




Tussenuitspraak

Bij tussenuitspraak van 14 januari 2026 heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat sprake is van een individueel reëel gevaar voor de opgeëiste persoon van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Opole als de overlevering zou worden toegestaan.



Gelet op de mogelijkheid dat bij wijziging van de omstandigheden het individuele reële gevaar alsnog kan worden uitgesloten, heeft de rechtbank de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW en het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst voor onbepaalde tijd. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, heeft de rechtbank een redelijke termijn van 30 dagen gesteld om op de volgende zitting na te gaan of een wijziging van omstandigheden is opgetreden.



De rechtbank heeft op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de beslistermijn verlengd met 30 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.




Zitting 19 februari 2026

De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 19 februari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.F.M. Gerritsen, en door een tolk in de Poolse taal.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraak van 14 januari 2026


Bij deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van het feit, de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW, de weigeringsgrond van artikel 13 OLW en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.





4Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden in het Poolse remand regime



Inleiding

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 7.2 van de tussenuitspraak van 14 januari 2026. Die overwegingen worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.



Onder verwijzing naar de hiervoor genoemde overwegingen in de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum aanvullende vragen gesteld. The District Prosecutor’s Office in Opole heeft op 20 januari 2026 de volgende aanvullende informatie verstrekt, afkomstig van the Remand Centre in Opole:



“(…) I hereby inform that in the Remand Centre in Opole, the space per one inmate in a shared cell is compliant with Article 110§2 of the Code of Execution of Criminal Sentences and amounts to not less than 3m2. The maximum occupancy of cells intended for remand prisoners is 7 prisoners, and the average occupancy is 2 prisoners. Therefore, at present, the administration of the Remand Centre in Opole is unable to guarantee a person surrendered on the basis of the European Arrest Warrant that they will have at their disposal a personal space of not less than 4 m2. (…)




Each residential ward at the Remand Centre has four common rooms. They are furnished with the necessary sports and recreational equipment (including table tennis tables, billiard tables, darts, professional table football) and audio-visual equipment. Inmates (both convicted and remand prisoners) participate in cultural and educational activities as well as sports activities on the basis of weekly schedules and lists of inmates participating in the above-mentioned activities approved by the head of the facility. Within the approved schedules, various common room activities are held, including table tennis, billiards, darts, table football and chess competitions. Inmates can participate in common room activities on average twice a week (depending on the number of groups). The activities last approximately 1.5 hours on average.





The range of activities is posted on information boards in each residential unit and announced by educators during visits to the residential cells. Furthermore, additional cultural and educational activities as well as sport activities are organised at each unit. Information about the date and type of activities is announced on posters or notice boards in particular residential units.





Participation and frequency of participation in the above activities depends on the inmate's willingness to participate in them, but the primary objective is to ensure safety in the prison, both for inmates as well as for officers and staff.”





Standpunten van partijen




De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat het gelijkstellingsverweer van de opgeëiste persoon moet worden gehonoreerd. De aanvullende informatie van 20 januari 2026 is onvoldoende om het individueel gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon weg te nemen.



De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.







Oordeel van de rechtbank




De rechtbank is van oordeel dat zich binnen de in de tussenuitspraak van 14 januari 2026 gestelde redelijke termijn geen wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



In de tussenuitspraak van 14 januari 2026 heeft de rechtbank geoordeeld dat, als de Poolse autoriteiten niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, de rechtbank informatie nodig heeft waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, wat de duur van die activiteiten is, én de omstandigheden waarvan deelname en duur afhankelijk zijn.



De aanvullende informatie van 20 januari 2026 bevat, net als de eerder verstrekte aanvullende informatie, dergelijke informatie niet. Voor de opgeëiste persoon is alleen gegarandeerd dat hij één uur per dag kan wandelen. Daarnaast wordt slechts een opsomming gegeven van activiteiten die in de common rooms worden georganiseerd en (sport)activiteiten waaraan gedetineerden kunnen deelnemen volgens een wekelijks vastgesteld schema. Daarbij wordt vermeld dat gedetineerden gemiddeld twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, aan de activiteiten in de common rooms kunnen deelnemen. Hoe vaak per week de opgeëiste persoon aan de andere (sport)activiteiten kan deelnemen en wat de duur van die activiteiten is blijkt niet uit de aanvullende informatie. Ook is onduidelijk gebleven of de opgeëiste persoon enkel tijdens de georganiseerde activiteiten toegang heeft tot de common room of ook daarbuiten. Gelet hierop kan de rechtbank aan de hand van de aanvullende informatie niet vaststellen dat de opgeëiste persoon, onder normale omstandigheden en indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen, voldoende tijd buiten de cel kan verblijven.



De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW en zal op grond van artikel 11, vierde lid, juncto artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Daarmee wordt de overleveringsprocedure beëindigd.





5Beslissing



GEEFT geen gevolg aan het EAB.




VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.




HEFT OP de (geschorste) overleveringsdetentie.



Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 februari 2026.




































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


ECLI:NL:RBAMS:2026:133.