Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:3903

2026-02-12 Strafrecht; Europees strafrecht 13/130352-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-02-12
Publicatiedatum
2026-04-20
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/130352-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie-EAB Polen; overlevering geweigerd o.g.v. artikel 6a OLW en strafovername.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.666 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/130352-23




Datum uitspraak: 12 februari 2026







UITSPRAAK






op de vordering van 28 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 maart 2023 door the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting 2 oktober 2025

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 2 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.M. van Spanjen, advocaat in ’s-Hertogenbosch, en door een tolk in de Poolse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.






Tussenuitspraak 16 oktober 2025

Bij tussenuitspraak van 16 oktober 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst in verband met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 september 2025, in de zaak CJ (hierna: de zaak CJ) dat van belang is voor de toepassing van artikel 6a OLW.



De rechtbank heeft op grond van artikel 22, vierde lid, OLW de beslistermijn verlengd met zestig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.




Zitting 9 december 2025

De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 9 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.M. van Spanjen, en door een tolk in de Poolse taal.




Tussenuitspraak 16 december 2025

Bij tussenuitspraak van 16 december 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit een ingevuld certificaat en het veroordelende vonnis op te vragen.



De rechtbank heeft op grond van artikel 22, vierde lid, OLW de beslistermijn verlengd met zestig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.




Zitting 29 januari 2026

De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.M. van Spanjen, en door een tolk in de Poolse taal.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraken van 16 oktober 2025 en 16 december 2025


In deze tussenuitspraken heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, en de strafbaarheid van de feiten. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.





4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW


De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder paragraaf 4 van de tussenuitspraak van 16 december 2025. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.




Standpunten van de raadsman en de officier van justitie




Volgens de raadsman en de officier van justitie kan de overlevering op grond van artikel 6a
OLW worden geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf, omdat het vereiste certificaat en het onderliggende vonnis inmiddels zijn ontvangen.




Oordeel van de rechtbank




In overeenstemming met het arrest van het HvJ EU van 4 september 2025 in de zaak CJ heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 31 december 2025 het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het veroordelende vonnis toegezonden. Dit betekent dat de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.



De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.





5Slotsom


De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf.





6Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 225, 310 en 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a en 7 OLW.





7Beslissing



WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen.




BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in paragraaf 3 van de tussenuitspraak van
16 oktober 2025 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.




HEFT OP de overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon].




BEVEELT de gevangenhouding van [de opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.



Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 februari 2026.





































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


ECLI:NL:RBAMS:2025:7672.


Hof van Justitie van de Europese Unie, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665 (CJ (Tenuitvoerlegging van een vonnis naar aanleiding van een EAB)).


ECLI:NL:RBAMS:2025:10108.