Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:3879

2026-04-15 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/13/772465 / HA ZA 25-1289
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-04-15
Publicatiedatum
2026-04-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/13/772465 / HA ZA 25-1289
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Levering bouwmaterialen aan aannemer, onbetaalde facturen. Vorderingen in zowel conventie als reconventie deels toegewezen, beroep op verrekening slaagt, waardoor vordering in reconventie is voldaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.786 tekens)
RECHTBANK Amsterdam


Civiel recht



Zaaknummer: C/13/772465 / HA ZA 25-1289




Vonnis van 15 april 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap

BMN BOUWMATERIALEN B.V.,
te Nieuwegein,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: BMN,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,



tegen



de besloten vennootschap


[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B. van Eijk.






1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
˗ de dagvaarding van 24 juni 2025;
˗ de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie;
˗ de conclusie van antwoord in reconventie;
˗ het tussenvonnis van 19 november 2025, waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bepaald;
˗ de aanvullende producties van BMN;
˗ de aanvullende producties van [gedaagde] ;
˗ het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 maart 2026 en de spreekaantekeningen van partijen.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.




2De feiten

2.1.
Op 17 juli, 21 september, 8 november, 22 november en 5 december 2023 heeft BMN aan [gedaagde] offertes gestuurd voor de verkoop van gevelplaten voor het renovatieproject [project] . BMN liet de gevelplaten op maat zagen en van boorgaten voorzien volgens tekeningen die [gedaagde] had verstrekt. In de offertes heeft BMN haar algemene leverings- en betalingsvoorwaarden van toepassing verklaard, die zij als pdf-bestand met de offertes heeft meegestuurd.


2.2.
BMN heeft de gevelplaten op maat laten zagen en boren door haar opdrachtnemer [bedrijf] B.V. BMN bracht de zaagkosten afzonderlijk in rekening op basis van de zaagstaten van [bedrijf] . Aanvankelijk bracht BMN de netto oppervlakte in rekening, later de bruto oppervlakte.


2.3.
In de vakantieperiode van 2023 was [bedrijf] niet beschikbaar. Omdat [gedaagde] de gevelplaten met spoed nodig had zijn de platen gezaagd en geboord door een derde. Dit bracht extra zaagkosten mee, terwijl de platen gedeeltelijk ongeboord, ongesorteerd en ongelabeld werden afgeleverd.


2.4.
De opdrachtgever van [gedaagde] accepteerde een aantal gevelplaten niet, omdat deze volgens haar bij de productie wit waren uitgeslagen. [gedaagde] heeft geprobeerd deze schoon te maken maar dat is niet gelukt. Nadat de steigers al waren verwijderd zijn de platen met een hoogwerker vervangen. BMN heeft de nieuwe platen gratis geleverd maar de kosten van de hoogwerker niet vergoed.


2.5.
Andere platen waren volgens de opdrachtgever verkeerd gefreesd en ook deze zijn met een hoogwerker vervangen. Ook hiervoor heeft BMN gratis nieuwe platen geleverd maar de kosten van de hoogwerker niet vergoed.


2.6.
Een aantal platen heeft [gedaagde] zelf bij [bedrijf] laten ophalen omdat BMN op korte termijn geen transport beschikbaar had. Verder heeft [gedaagde] bij een levering zelf het achterhout geleverd.


2.7.
BMN heeft voor de gevelplaten facturen gestuurd, die [gedaagde] gedeeltelijk heeft betaald. Daarnaast heeft zij een depotbedrag van € 75.000,- betaald. Omgekeerd heeft [gedaagde] aan BMN facturen gestuurd voor de hiervoor genoemde hoogwerker, transportkosten, schoonmaak en levering van achterhout. Verder heeft zij aanspraak gemaakt op schadevergoeding voor boorfouten en de hiervoor genoemde ongeboorde, ongesorteerde en ongelabelde gevelplaten.


2.8.
BMN heeft [gedaagde] aangesproken tot betaling van € 41.521,67 inclusief omzetbelasting aan openstaande facturen. [gedaagde] heeft gedeeltelijk de juistheid van de facturen betwist. Voor de rest heeft zij zich bij brief van 19 november 2024 beroepen op verrekening met de bedragen die zij nog van BMN tegoed zegt te hebben.




3Het geschil

3.1.
BMN vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 43.591,23, vermeerderd met rente en proceskosten. Dat is het bedrag van de openstaande facturen, vermeerderd met € 879,35 rente en € 1.190,21 buitengerechtelijke incassokosten.


3.2.

[gedaagde] betwist de juistheid van de facturen gedeeltelijk en stelt dat zij hoogstens het volgende bedrag inclusief omzetbelasting verschuldigd is:








totaal gefactureerd


€


41.521,67




niet geaccordeerd meerwerk


€


-5.904,80




te veel in rekening gebrachte zaagkosten


€


-4.110,10




niet geleverd isolatiemateriaal


€


-810,22




zaagwerk bruto gefactureerd


€


-10.021,58







€


20.846,60







3.3.
Daarnaast stelt [gedaagde] een tegenvordering in tegen BMN (reconventie). Voor zover zij facturen al heeft betaald vordert zij het verschil tussen de bruto en netto berekende zaagkosten als onverschuldigd betaald terug en zij maakt aanspraak op de volgende schadevergoeding:








transportkosten


€


2.560,13




schoonmaakkosten


€


825,00




achterhout leveren


€


583,77




vervangen verkeerd gefreesde platen


€


4.180,38




vervangen wit uitgeslagen platen


€


7.897,31




boorfouten


€


5.710,85




ongeboorde platen


€


1.605,00




ongesorteerde en niet gelabelde platen


€


2.520,00




bruto zaagwerk onverschuldigd betaald


€


8.307,11







€


34.189,55




omzetbelasting


€


7.179,81




wettelijke handelsrente


€


15.704,32




buitengerechtelijke incassokosten


€


1.188,69







€


58.262,37







3.4.
BMN voert verweer tegen de vorderingen op grond van onverschuldigde betaling en tegen de gevorderde schadevergoeding.


3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.




4De beoordeling

4.1.
Niet in geschil is dat BMN en [gedaagde] een overeenkomst hebben gesloten en welke bedragen zij zijn overeengekomen voor de gevelplaten. De rechtbank merkt deze overeenkomst aan als koopovereenkomst. BMN heeft zich immers verbonden de door [gedaagde] gespecificeerde gevelplaten te geven en [gedaagde] om daarvoor een prijs in geld te betalen (artikel 7:1 BW).


4.2.
Dit betekent dat BMN geen meerwerk in rekening kon brengen, want dat kan alleen bij een aanneemovereenkomst. De platen zijn gemaakt volgens de door [gedaagde] aangeleverde tekeningen en partijen zijn geen aanpassing van de koopprijs overeengekomen. De kwalificatie als koopovereenkomst betekent ook dat BMN niet in de vakantieperiode extra zaagkosten in rekening kon brengen, want de offerte bepaalt niet dat in de vakantie een andere koopprijs zou gelden.


4.3.
De koopovereenkomst bepaalt wel dat de prijs inclusief transport is (‘levering franco werk’), maar niet wanneer de gevelplaten moeten worden geleverd. [gedaagde] had er dus geen recht op dat de gevelplaten met spoed of voor een bepaalde datum zouden worden bezorgd. De transportkosten die zij heeft gemaakt om de gevelplaten met spoed op te halen blijven daarom voor haar eigen rekening.


4.4.
De rechtbank oordeelt verder dat partijen zijn overeengekomen dat de koopprijs voor een gedeelte bestaat uit zaagkosten op basis van de netto oppervlakte van de gevelpanelen. BMN heeft dat bevestigd in een e-mail van 20 november 2023 met de tekst ‘dit wordt berekend o.b.v. netto geleverde m2.’ Voor de eerste leveringen heeft BMN ook zo afgerekend. Daaraan doet niet af dat haar offertes niet meer de oorspronkelijke zin bevatten ‘BMN factureert werkelijk geleverde hoeveelheden tegen eenheidsprijzen.’ Daaruit heeft [gedaagde] niet hoeven te begrijpen dat in afwijking van de voorgaande leveringen een hogere prijs voor het zagen zou gaan gelden. De rechtbank zal de vorderingen van BMN daarom afwijzen voor zover daarin het zaagwerk bruto in plaats van netto is berekend. De vordering van [gedaagde] tot terugbetaling van het verschil tussen bruto en netto zaagwerk wordt toegewezen.


4.5.
De rechtbank oordeelt verder dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van BMN van toepassing zijn. De offertes verwijzen immers naar die voorwaarden en ze zijn meegestuurd met de offertes. Artikel 13.3 daarvan sluit aansprakelijkheid voor gevolgschade uit: ‘Wij zijn nimmer aansprakelijk voor gevolgschade en (in)directe bedrijfsschade, stagnatieschade, vertraging van de bouw, verlies van orders, winst- en/of omzetderving, bewerkingskosten en dergelijke.’ Dit betekent dat BMN niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde] gevorderde kosten van de hoogwerker voor vervanging van de gevelplaten die wit waren uitgeslagen of verkeerd waren gefreesd. De kosten van de hoogwerker vallen namelijk onder gevolgschade en aansprakelijkheid daarvoor is geldig uitgesloten. In het midden kan blijven of die gevelplaten aan de overeenkomst voldeden, want BMN heeft ze gratis vervangen.


4.6.
BMN erkent dat in de zomerperiode gevelplaten niet geboord, gesorteerd en gelabeld zijn afgeleverd. BMN was daartoe wel verplicht, want de andere leveringen voldeden op dat punt wel. [gedaagde] heeft kosten moeten maken om de platen alsnog te boren en te sorteren en die kosten zijn geen gevolgschade maar rechtstreeks veroorzaakt door de tekortkoming van BMN. BMN moet deze kosten daarom vergoeden.


4.7.
In een e-mail van 31 oktober 2024 heeft BMN toegegeven dat een aantal gevelplaten verkeerd is geboord, en dat is ook zichtbaar op foto’s die [gedaagde] heeft toegezonden. Ook heeft [gedaagde] laten zien dat de boorinstructies duidelijk waren. BMN is daarom aansprakelijk voor de schade die [gedaagde] door de boorfouten heeft geleden.


4.8.

[gedaagde] betwist dat zij het in rekening gebrachte isolatiemateriaal heeft ontvangen en stelt dat zij zelf achterhout heeft moeten verzorgen. In beide gevallen heeft BMN niet kunnen aantonen dat de leveringen zijn uitgevoerd, zodat de rechtbank [gedaagde] op beide punten gelijk geeft. De schoonmaakkosten is BMN verschuldigd omdat [gedaagde] deze heeft moeten maken om te voorkomen dat BMN nieuwe gevelplaten zou moeten leveren. Omgekeerd heeft BMN in de conclusie van antwoord een aantal betwiste facturen toegelicht en is [gedaagde] daarop niet meer ingegaan, zodat de rechtbank BMN op dat punt gelijk geeft.


4.9.
Voor de tegenvorderingen van [gedaagde] (reconventie) betekent dit dat de rechtbank zal toewijzen de schoonmaakkosten van € 825,-, de kosten van het achterhout van € 583,77, het herstel van de boorfouten voor € 5.710,85, de boorkosten voor ongeboord geleverde platen van € 1.605,- en het sorteren van ongesorteerd en ongelabeld geleverde platen van € 2.520,-. Over deze bedragen is niet de gevorderde omzetbelasting verschuldigd. Het gaat immers om betaling van schadevergoeding en niet om een koop of opdracht. Om dezelfde reden is niet de wettelijke handelsrente verschuldigd maar de gewone wettelijke rente.


4.10.
Daarnaast zal de rechtbank de tegenvordering van [gedaagde] (reconventie) op grond van onverschuldigde betaling toewijzen voor € 10.051,60. Dat bedrag is inclusief omzetbelasting, omdat [gedaagde] de betalingen ook inclusief omzetbelasting heeft verricht. Op een vordering uit onverschuldigde betaling is de gewone wettelijke rente van toepassing.


4.11.
De vordering van BMN (conventie) zal de rechtbank toewijzen met uitzondering van het meerwerk van € 5.904,80, de extra zaagkosten van € 4.110,10 en het isolatiemateriaal van € 810,22. Ook zullen de gefactureerde zaagkosten worden toegewezen op basis van de netto oppervlakte. [gedaagde] is deze bedragen verschuldigd inclusief omzetbelasting omdat het gaat om een koopprijs. De bedragen worden vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de verzonden facturen omdat het gaat om een handelsovereenkomst.


4.12.


[gedaagde] heeft zich beroepen op verrekening van de vorderingen over en weer en deze verrekening werkt terug tot het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (artikel 6:129 BW). Als volgorde van toerekening geldt dat eerst wordt verrekend met de oudste verplichting en eerst met de verschenen rente en daarna met de hoofdsom (artikel 6:137 lid 1 BW, artikel 6:43 lid 2 BW en artikel 6:44 lid 1 BW). Dit leidt tot het volgende bedrag dat [gedaagde] nog verschuldigd is aan BMN:

rentedatum reden bedrag totaal verschuldigd

15 september 2023 factuur [fact.nr.] 3.606,15 3.606,15
23 september 2023 schadevergoeding extra zaagkosten -810,89 2.795,26
8 oktober 2023 factuur [fact.nr.] 473,07 3.268,33
11 oktober 2023 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -1.381,75 1.886,59
15 november 2023 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -556,72 1.329,87
18 december 2023 wettelijke handelsrente 62,63 1.392,50
18 december 2023 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -1.415,75 -23,25
17 januari 2024 depot -75.000,00 -75.023,25
25 januari 2024 factuur [fact.nr.] 90,75 -74.932,50
25 januari 2024 onverschuldigd betaald facturen
[fact.nr.] , [fact.nr.] en [fact.nr.] -2.479,24 -77.411,74
6 februari 2024 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -467,50 -77.879,24
6 april 2024 factuur [fact.nr.] 699,45 -77.179,79
7 april 2024 factuur [fact.nr.] -47,00 -77.226,80
8 april 2024 schadevergoeding schoonmaak -825,00 -78.051,80
11 april 2024 factuur [fact.nr.] 236,51 -77.815,28
12 april 2024 factuur [fact.nr.] -976,05 -78.791,33
2 mei 2024 factuur [fact.nr.] -504,55 -79.295,88
4 mei 2024 schadevergoeding achterhout -583,77 -79.879,65
21 mei 2024 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -793,46 -80.673,11
26 mei 2024 factuur [fact.nr.] 1.717,25 -78.955,86
30 mei 2024 factuur [fact.nr.] -1.760,13 -80.715,99
6 juni 2024 factuur [fact.nr.] 2.182,42 -78.533,57
7 juni 2024 factuur [fact.nr.] 28.200,31 -50.333,26
13 juni 2024 factuur [fact.nr.] 12.842,15 -37.491,11
13 juni 2024 factuur [fact.nr.] -299,48 -37.790,59
14 juni 2024 factuur [fact.nr.] 935,79 -36.854,80
16 juni 2024 factuur [fact.nr.] 4.334,20 -32.520,60
20 juni 2024 factuur [fact.nr.] 7.585,07 -24.935,53
22 juni 2024 factuur [fact.nr.] 3.121,80 -21.813,73
28 juni 2024 factuur [fact.nr.] 644,01 -21.169,72
28 juni 2024 factuur [fact.nr.] 9.696,07 -11.473,65
1 juli 2024 onverschuldigd betaald factuur [fact.nr.] -232,05 -11.705,71
3 juli 2024 factuur [fact.nr.] 4.373,40 -7.332,31
11 juli 2024 factuur [fact.nr.] -2.443,84 -9.776,15
12 juli 2024 factuur [fact.nr.] 356,02 -9.420,13
17 juli 2024 factuur [fact.nr.] 356,02 -9.064,11
18 juli 2024 factuur [fact.nr.] 5.207,80 -3.856,31
20 juli 2024 factuur [fact.nr.] 234,63 -3.621,68
26 juli 2024 factuur [fact.nr.] 479,26 -3.142,42
27 juli 2024 factuur [fact.nr.] 141,13 -3.001,29
31 juli 2024 factuur [fact.nr.] 1.134,25 -1.867,04
4 augustus 2024 wettelijke rente -149,37 -2.016,41
4 augustus 2024 factuur [fact.nr.] 6.881,08 4.864,67
8 augustus 2024 factuur [fact.nr.] 1.150,72 6.015,39
11 augustus 2024 factuur [fact.nr.] 810,22 6.825,61
15 augustus 2024 factuur [fact.nr.] 2.449,19 9.274,80
5 september 2024 factuur [fact.nr.] 1.008,93 10.283,73
26 september 2024 wettelijke handelsrente 159,16 10.442,89
26 september 2024 schadevergoeding ongeboorde platen -1.605,00 8.837,89
26 september 2024 schadevergoeding ongesorteerde platen -2.520,00 6.317,89
30 september 2024 schadevergoeding boorfouten -5.710,85 607,04
17 oktober 2024 factuur [fact.nr.] 570,01 1.177,05
19 oktober 2024 factuur [fact.nr.] 1.065,26 2.242,31
2 december 2024 wettelijke handelsrente 37,26 2.279,58
2 december 2024 onverschuldigd betaald facturen
[fact.nr.] en [fact.nr.] -1.638,74 640,84
14 december 2024 wettelijke handelsrente 2,57 643,41
14 december 2024 factuur [fact.nr.] 744,21 1.387,62
18 december 2024 onverschuldigd betaald facturen
[fact.nr.] , [fact.nr.] en [fact.nr.] -1.195,37 192,25



te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 december 2024




4.13.
Door deze verrekeningen is de tegenvordering van [gedaagde] (reconventie) voldaan, voor zover deze gegrond is. De rechtbank zal de tegenvordering daarom afwijzen.


4.14.
BMN vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. BMN heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. BMN heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 40,- worden toegewezen.


4.15.
Van de tegenvordering van [gedaagde] (reconventie) is dus iets meer dan de helft van de hoofdsom gegrond. Dat is iets minder dan de helft van de hoofdsom met omzetbelasting, rente en kosten. Dit geeft de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren, zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt.


4.16.
De vordering van BMN (conventie) wijst de rechtbank maar voor een klein bedrag toe, maar dat is grotendeels omdat [gedaagde] zich op verrekening kan beroepen. Daarvoor is de beoordeling van de tegenvordering nodig geweest, want de rechtbank kan een vordering ondanks een beroep op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 BW). De rechtbank ziet hierin aanleiding om ook in conventie de proceskosten te compenseren, zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt.




5De beslissing

De rechtbank

in conventie



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BMN te betalen een bedrag van € 192,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 14 december 2024,


5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan BMN te betalen een bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke kosten,


5.3.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,


5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,


5.5.

compenseert de proceskosten, zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

in reconventie




5.6.
wijst het gevorderde af,


5.7.

compenseert de proceskosten, zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.