Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:3835
2026-04-16
Strafrecht; Europees strafrecht
13-252027-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vervolgings-EAB uit Polen. Geen wijziging van de omstandigheden. De rechtbank geeft geen gevolg aan het EAB en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Citeert (5)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:305 Rechtbank Amsterdam 20-01-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:1806 Rechtbank Amsterdam 19-02-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:133 Rechtbank Amsterdam 14-01-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1994 Rechtbank Amsterdam 25-03-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2026:133 Rechtbank Amsterdam 14-01-2026
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7259 Rechtbank Amsterdam 16-07-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (18.052 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-252027-25
Datum uitspraak: 16 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 9 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2025 door the Opole Regional Court, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [P.I.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De zitting van 20 november 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op deze zitting, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de opgeëiste persoon vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat was bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 10 december 2025
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. S. de Goede.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden om de raadsman in de gelegenheid te stellen de zaak met de opgeëiste persoon te bespreken. De opgeëiste persoon was namelijk vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat om bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 24 december 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - op deze zitting in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, omdat zij zich onvoldoende voorgelicht achtte met betrekking tot artikel 11 OLW. Gelet hierop heeft de rechtbank de beslistermijn verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 15 januari 2026
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op deze zitting, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
Tussenuitspraak van 20 januari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit duidelijkheid te verkrijgen over tegenstrijdigheden in verstrekte informatie over the Opole Remand Centre. Gelet hierop heeft de rechtbank de beslistermijn opnieuw verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 5 februari 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
Tussenuitspraak van 19 februari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten door de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Opole als de overlevering zou worden toegestaan.
Omdat bij wijziging van de omstandigheden het individueel gevaar alsnog kan worden uitgesloten, heeft de rechtbank de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW en het onderzoek ter zitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW heeft de rechtbank een redelijke termijn van 30 dagen gesteld om op de volgende zitting na te gaan of een wijziging van omstandigheden is opgetreden.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 60 dagen verlengd op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 2 april 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 20 januari 2026
De rechtbank stelt vast dat in deze tussenuitspraak al is geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van het feit (onder 4) en artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (onder 5.1). Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: Detentieomstandigheden in Poolse remand regimes
Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punten 5.2 tot en met 5.4 van de tussenuitspraak van 20 januari 2026 en punt 4 van de tussenuitspraak van 19 februari 2026. De overwegingen uit de tussenuitspraken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Het is nu aan de rechtbank om na te gaan of er sprake is van een wijziging van de omstandigheden.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 26 februari 2026 aanvullende vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Op 4 maart 2026 heeft the Deputy Director of the Opole Remand Centre de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“In response to the letter of 03 March 2026 regarding case ref. No. 4341-1.Ds 609.2022, I would like to advise that in the Opole Remand Centre, inmates (both convicted prisoners and remand prisoners) may take part in cultural and educational as well as sports activities on the basis of weekly schedules and lists of inmates participating in the above activities, as approved by the director of the facility. Within the approved schedules, various common-room activities are held, including, inter alia, table-tennis, billiards, darts, table football and chess games. Pursuant to the Executive Criminal Code, each inmate being held in the Opole Remand Centre is entitled to a daily one-hour walk and may also use the library collection. In addition, inmates have the right to participate in religious services, to have individual meetings with a psychologist and a social educator, to receive visits from close relatives and partners, to participate in social re-adaptation programmes, to perform work for the penitentiary unit, to pursue education and self-education, to engage in creative activities as well as to use payphones in order to contact close relatives and partners. All of the above activities involve staying out of the prison cell.”
Op 5 maart 2026 heeft the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole het volgende medegedeeld:
“In response to further email correspondence, i.e. that of 26.02.2026, relating to [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] .1978, who is being sought under an European Arrest Warrant, I would like to clarify as follows:
- as regards time out of cell, it should be noted that remand prisoners are allowed to attend cultural, educational and sports activities for up to 1 hour per day. In addition, a person detained in a remand centre is entitled to a one-hour walk and to use a library, to attend religious services, to have conversations with a psychologist and a social educator, to participate in social re-adaptation programs, to use payphones in order to contact their close relatives and partners, and to receive visits from such persons. A person detained in a remand centre is also entitled to undertake self-education and to engage in creative work, and may perform work for the relevant penitentiary unit - all of the above activities involve the inmate being outside their prison cell. The specific amount of time an inmate may spend outside their cell depends on the type of activities in which the inmate would like to participate – therefore, it may be assumed that, in total, an inmate could spend approximately two hours per day outside their cell.
Enclosed please find a copy of a statement about time out of cell and activities, dated 04.03.2026 provided by Director of the Opole Remand Centre.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De aanvullende informatie van the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole van 5 maart 2026 komt overeen met eerder verstrekte aanvullende informatie. De informatie van 5 maart 2026 ziet niet specifiek op de detentie-instelling in Opole en geeft een opsomming van het wettelijk kader zoals dat geldt in alle Poolse remand regimes. Bovendien komt deze informatie niet overeen met de aanvullende informatie van the Deputy Director of the Opole Remand Centre van 4 maart 2026, waarin geen garantie wordt gegeven dat de opgeëiste persoon in the Opole Remand Centre minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. The Deputy Director of the Opole Remand Centre heeft eerder in een andere overleveringszaak over een andere opgeëiste persoon gegarandeerd dat deze opgeëiste persoon twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, kan deelnemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte. De toezeggingen van the Deputy Director of the Opole Remand Centre zijn onvoldoende. De discrepantie die de rechtbank heeft geconstateerd tussen de toezeggingen in de andere overleveringszaak en in onderhavige zaak over de bewegingsvrijheid buiten de cel voor gedetineerden die in the Opole Remand Centre worden gedetineerd, is hiermee niet weggenomen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich - onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank - op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon kan worden toegestaan. Uit de aanvullende informatie van 4 maart 2026 blijkt dat er - naast de mogelijkheid om één uur per dag te wandelen en twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, deel te nemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte - ook nog andere activiteiten worden georganiseerd (zoals sportactiviteiten en gesprekken met een psycholoog). Uit deze informatie, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van 5 maart 2026, volgt dat de opgeëiste persoon ongeveer twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. De aanvullende informatie van 5 maart 2026 ziet specifiek op de detentie-instelling in Opole, aangezien de antwoorden zijn gegeven op een verzoek van het IRC in onderhavige zaak en een verwijzing bevat naar de aanvullende informatie van 4 maart 2026.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of zich binnen de in de tussenuitspraak gestelde redelijke termijn een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 4 maart 2026 en 5 maart 2026 daartoe onvoldoende aanknopingspunten biedt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De aanvullende informatie van the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole van 5 maart 2026 is een algemene verklaring over de activiteiten die plaatsvinden in een remand centre. Deze informatie is niet of nauwelijks specifiek gericht op de opgeëiste persoon en ziet niet specifiek op de detentie-instelling in Opole. Daarnaast bevat deze informatie een aanname over de tijd die een gedetineerde per dag buiten de cel zou kunnen verblijven, namelijk ongeveer twee uur. Voor voorlopig gehechten in een remand centre geldt in het algemeen dat zij per dag maximaal één uur kunnen deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten en het recht hebben om één uur per dag te wandelen. In de tussenuitspraak van 19 februari 2026 heeft de rechtbank echter geconstateerd dat een discrepantie bestaat tussen toezeggingen van the Deputy Director of the Opole Remand Centre in een andere overleveringszaak en in onderhavige zaak over de bewegingsvrijheid buiten de cel voor gedetineerden die in the Opole Remand Centre worden gedetineerd. Met de aanvullende informatie van 5 maart 2026 - die grotendeels overeenkomt met eerder verstrekte aanvullende informatie van 16 oktober 2025 - is de in de tussenuitspraak van 19 februari 2026 bedoelde discrepantie niet verklaard.
Op 4 maart 2026 heeft the Deputy Director of the Opole Remand Centre aanvullende informatie verstrekt die specifiek op the Opole Remand Centre ziet. Uit de informatie kan de rechtbank niet afleiden hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Bovendien is deelname aan activiteiten afhankelijk van de goedkeuring van de gevangenisdirecteur. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aanvullende informatie van 4 maart 2026 en 5 maart 2026 niet heeft geleid tot een wijziging van de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW, terwijl de redelijke termijn in de zin van artikel 11, vierde lid, OLW inmiddels is verstreken. Het individuele gevaar is voor de opgeëiste persoon niet weggenomen.
De rechtbank zal geen gevolg geven aan het EAB gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW en zal op grond van artikel 11, vierde lid, in verbinding met artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Daarmee is de overleveringsprocedure beëindigd.
5Slotsom
De rechtbank zal met toepassing van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg geven aan het EAB.
6Toepasselijke wetsartikelen
Artikel 11 OLW.
7Beslissing
GEEFT geen gevolg aan het EAB.
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OP de overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Sanders en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Rb. Amsterdam 20 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:305.
Rb. Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1806.
Zie Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.
Rb. Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1994.
Zie Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-252027-25
Datum uitspraak: 16 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 9 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2025 door the Opole Regional Court, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [P.I.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De zitting van 20 november 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op deze zitting, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de opgeëiste persoon vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat was bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 10 december 2025
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. S. de Goede.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden om de raadsman in de gelegenheid te stellen de zaak met de opgeëiste persoon te bespreken. De opgeëiste persoon was namelijk vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat om bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 24 december 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - op deze zitting in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, omdat zij zich onvoldoende voorgelicht achtte met betrekking tot artikel 11 OLW. Gelet hierop heeft de rechtbank de beslistermijn verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 15 januari 2026
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op deze zitting, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
Tussenuitspraak van 20 januari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit duidelijkheid te verkrijgen over tegenstrijdigheden in verstrekte informatie over the Opole Remand Centre. Gelet hierop heeft de rechtbank de beslistermijn opnieuw verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 5 februari 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
Tussenuitspraak van 19 februari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten door de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Opole als de overlevering zou worden toegestaan.
Omdat bij wijziging van de omstandigheden het individueel gevaar alsnog kan worden uitgesloten, heeft de rechtbank de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW en het onderzoek ter zitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW heeft de rechtbank een redelijke termijn van 30 dagen gesteld om op de volgende zitting na te gaan of een wijziging van omstandigheden is opgetreden.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 60 dagen verlengd op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 2 april 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het EAB - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 20 januari 2026
De rechtbank stelt vast dat in deze tussenuitspraak al is geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van het feit (onder 4) en artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (onder 5.1). Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: Detentieomstandigheden in Poolse remand regimes
Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punten 5.2 tot en met 5.4 van de tussenuitspraak van 20 januari 2026 en punt 4 van de tussenuitspraak van 19 februari 2026. De overwegingen uit de tussenuitspraken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Het is nu aan de rechtbank om na te gaan of er sprake is van een wijziging van de omstandigheden.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 26 februari 2026 aanvullende vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Op 4 maart 2026 heeft the Deputy Director of the Opole Remand Centre de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“In response to the letter of 03 March 2026 regarding case ref. No. 4341-1.Ds 609.2022, I would like to advise that in the Opole Remand Centre, inmates (both convicted prisoners and remand prisoners) may take part in cultural and educational as well as sports activities on the basis of weekly schedules and lists of inmates participating in the above activities, as approved by the director of the facility. Within the approved schedules, various common-room activities are held, including, inter alia, table-tennis, billiards, darts, table football and chess games. Pursuant to the Executive Criminal Code, each inmate being held in the Opole Remand Centre is entitled to a daily one-hour walk and may also use the library collection. In addition, inmates have the right to participate in religious services, to have individual meetings with a psychologist and a social educator, to receive visits from close relatives and partners, to participate in social re-adaptation programmes, to perform work for the penitentiary unit, to pursue education and self-education, to engage in creative activities as well as to use payphones in order to contact close relatives and partners. All of the above activities involve staying out of the prison cell.”
Op 5 maart 2026 heeft the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole het volgende medegedeeld:
“In response to further email correspondence, i.e. that of 26.02.2026, relating to [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] .1978, who is being sought under an European Arrest Warrant, I would like to clarify as follows:
- as regards time out of cell, it should be noted that remand prisoners are allowed to attend cultural, educational and sports activities for up to 1 hour per day. In addition, a person detained in a remand centre is entitled to a one-hour walk and to use a library, to attend religious services, to have conversations with a psychologist and a social educator, to participate in social re-adaptation programs, to use payphones in order to contact their close relatives and partners, and to receive visits from such persons. A person detained in a remand centre is also entitled to undertake self-education and to engage in creative work, and may perform work for the relevant penitentiary unit - all of the above activities involve the inmate being outside their prison cell. The specific amount of time an inmate may spend outside their cell depends on the type of activities in which the inmate would like to participate – therefore, it may be assumed that, in total, an inmate could spend approximately two hours per day outside their cell.
Enclosed please find a copy of a statement about time out of cell and activities, dated 04.03.2026 provided by Director of the Opole Remand Centre.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De aanvullende informatie van the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole van 5 maart 2026 komt overeen met eerder verstrekte aanvullende informatie. De informatie van 5 maart 2026 ziet niet specifiek op de detentie-instelling in Opole en geeft een opsomming van het wettelijk kader zoals dat geldt in alle Poolse remand regimes. Bovendien komt deze informatie niet overeen met de aanvullende informatie van the Deputy Director of the Opole Remand Centre van 4 maart 2026, waarin geen garantie wordt gegeven dat de opgeëiste persoon in the Opole Remand Centre minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. The Deputy Director of the Opole Remand Centre heeft eerder in een andere overleveringszaak over een andere opgeëiste persoon gegarandeerd dat deze opgeëiste persoon twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, kan deelnemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte. De toezeggingen van the Deputy Director of the Opole Remand Centre zijn onvoldoende. De discrepantie die de rechtbank heeft geconstateerd tussen de toezeggingen in de andere overleveringszaak en in onderhavige zaak over de bewegingsvrijheid buiten de cel voor gedetineerden die in the Opole Remand Centre worden gedetineerd, is hiermee niet weggenomen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich - onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank - op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon kan worden toegestaan. Uit de aanvullende informatie van 4 maart 2026 blijkt dat er - naast de mogelijkheid om één uur per dag te wandelen en twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, deel te nemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte - ook nog andere activiteiten worden georganiseerd (zoals sportactiviteiten en gesprekken met een psycholoog). Uit deze informatie, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van 5 maart 2026, volgt dat de opgeëiste persoon ongeveer twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. De aanvullende informatie van 5 maart 2026 ziet specifiek op de detentie-instelling in Opole, aangezien de antwoorden zijn gegeven op een verzoek van het IRC in onderhavige zaak en een verwijzing bevat naar de aanvullende informatie van 4 maart 2026.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of zich binnen de in de tussenuitspraak gestelde redelijke termijn een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 4 maart 2026 en 5 maart 2026 daartoe onvoldoende aanknopingspunten biedt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De aanvullende informatie van the Regional Public Prosecutor’s Office in Opole van 5 maart 2026 is een algemene verklaring over de activiteiten die plaatsvinden in een remand centre. Deze informatie is niet of nauwelijks specifiek gericht op de opgeëiste persoon en ziet niet specifiek op de detentie-instelling in Opole. Daarnaast bevat deze informatie een aanname over de tijd die een gedetineerde per dag buiten de cel zou kunnen verblijven, namelijk ongeveer twee uur. Voor voorlopig gehechten in een remand centre geldt in het algemeen dat zij per dag maximaal één uur kunnen deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten en het recht hebben om één uur per dag te wandelen. In de tussenuitspraak van 19 februari 2026 heeft de rechtbank echter geconstateerd dat een discrepantie bestaat tussen toezeggingen van the Deputy Director of the Opole Remand Centre in een andere overleveringszaak en in onderhavige zaak over de bewegingsvrijheid buiten de cel voor gedetineerden die in the Opole Remand Centre worden gedetineerd. Met de aanvullende informatie van 5 maart 2026 - die grotendeels overeenkomt met eerder verstrekte aanvullende informatie van 16 oktober 2025 - is de in de tussenuitspraak van 19 februari 2026 bedoelde discrepantie niet verklaard.
Op 4 maart 2026 heeft the Deputy Director of the Opole Remand Centre aanvullende informatie verstrekt die specifiek op the Opole Remand Centre ziet. Uit de informatie kan de rechtbank niet afleiden hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Bovendien is deelname aan activiteiten afhankelijk van de goedkeuring van de gevangenisdirecteur. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aanvullende informatie van 4 maart 2026 en 5 maart 2026 niet heeft geleid tot een wijziging van de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW, terwijl de redelijke termijn in de zin van artikel 11, vierde lid, OLW inmiddels is verstreken. Het individuele gevaar is voor de opgeëiste persoon niet weggenomen.
De rechtbank zal geen gevolg geven aan het EAB gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW en zal op grond van artikel 11, vierde lid, in verbinding met artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Daarmee is de overleveringsprocedure beëindigd.
5Slotsom
De rechtbank zal met toepassing van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg geven aan het EAB.
6Toepasselijke wetsartikelen
Artikel 11 OLW.
7Beslissing
GEEFT geen gevolg aan het EAB.
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OP de overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Sanders en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Rb. Amsterdam 20 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:305.
Rb. Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1806.
Zie Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.
Rb. Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1994.
Zie Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.